RJ 221 Onderhanden projecten en percentage of completion
RJ 221 gaat over projecten die u voor een klant over meer dan één periode uitvoert, zoals bouw, installatie en maatwerksoftware. Is het resultaat betrouwbaar te schatten, dan verwerkt u opbrengst en kosten naar voortgang (percentage of completion). Een verwacht verlies neemt u direct. Onder de RJk mag een kleine rechtspersoon ook winst nemen bij oplevering.
Het korte antwoord
RJ 221 gaat over projecten die u voor een klant over meer dan één periode uitvoert, zoals bouw, installatie en maatwerksoftware. Is het resultaat betrouwbaar te schatten, dan verwerkt u opbrengst en kosten naar voortgang (percentage of completion). Een verwacht verlies neemt u direct. Onder de RJk mag een kleine rechtspersoon ook winst nemen bij oplevering.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:384 lid 2 BW (alleen verwezenlijkte winst), art. 2:388 lid 2 BW, art. 7 lid 2 Besluit modellen jaarrekening (eigen balanspost) |
| Richtlijn | RJ 221 (aangepast 2024) geldt sinds boekjaar 2025 voor middelgroot en groot; de RJk-tegenhanger is paragraaf B5.3 |
| Balanspost | Per project: verwerkte opbrengst min verwerkte verliezen min gefactureerde termijnen; een debetsaldo tussen voorraden en vorderingen, een creditsaldo onder de kortlopende schulden (RJ 221.409) |
| Fiscaal | Winst naar voortgang is fiscaal verplicht (art. 3.29b Wet IB 2001, voor de BV via art. 8 Wet Vpb 1969) |
Wat onder RJ 221 valt
Het gaat om werk dat een klant u opdraagt: u bouwt of maakt iets voor hem, en het werk loopt meestal over de jaargrens heen. Denk aan een brug, een bedrijfshal, een machine op maat of een softwareplatform voor één klant. Ook het werk van de architect of projectleider bij zo'n bouw, sloop met herstel van het terrein, en de ontwikkeling van iets zonder alternatief gebruik voor uzelf vallen eronder (RJ 221.106). De regels voor omzet en kosten gelden bovendien in de regel voor dienstverlening in het algemeen (RJ 221.102).
Projectontwikkeling, waarbij u zelf woningen of kantoren ontwikkelt, valt onder dit hoofdstuk voor de eenheden die vóór of tijdens de bouw onvoorwaardelijk zijn verkocht; de onverkochte eenheden zijn voorraad (RJ 221.319 tot en met 321). Het onderhanden werk uit art. 2:369 BW is iets anders: dat is halffabricaat in uw eigen productie, met winst pas bij verkoop (RJ 221.103; zie RJ 220).
Winst nemen vóór oplevering past binnen de wet, omdat het uitgevoerde deel van het werk als verwezenlijkt geldt:
Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt.
Versie per boekjaar
Voor boekjaar 2025, 2026 en 2027 geldt dezelfde tekst: RJ 221 (aangepast 2024). Die versie vroeg vanaf boekjaar 2025 meer in de toelichting: de aard van de belangrijke prestatieverplichtingen en de methoden per type prestatieverplichting. Een middelgrote rechtspersoon die zijn winst-en-verliesrekening samentrekt tot brutobedrijfsresultaat, hoeft de projectomzet van het jaar niet te noemen, tenzij projecten een belangrijke omzetcategorie zijn (RJ 221.414; RJ-Uiting 2024-13).
Voor micro en klein staan de projecten in RJk B5.3. De versie vanaf boekjaar 2026 (B5, aangepast 2025) wijzigde daar alleen formulering; de keuze tussen voortgang en oplevering bestaat in alle drie de jaren.
Opbrengst en kosten van een project
- Opbrengst. De contractprijs plus meer- en minderwerk, claims en vergoedingen (RJ 221.201). Een bonus, boete of korting schat u voorzichtig (RJ 221.202a); een claim telt pas mee als de klant hem waarschijnlijk aanvaardt en het bedrag betrouwbaar is (RJ 221.204). Ligt er meer dan een jaar tussen prestatie en betaling, dan kan een rentecorrectie nodig zijn (RJ 221.202b).
- Meerwerk dat een aparte prestatie is tegen een prijs die de waarde weerspiegelt, is een nieuw contract. Is de prijs niet passend, dan verdeelt u de nieuwe totaalprijs over het lopende werk en het meerwerk; meerwerk dat geen aparte prestatie is, verandert de lopende opbrengst en voortgang (RJ 221.205).
- Kosten. Directe kosten, inclusief verwachte garantiekosten, een stelselmatig toegerekend deel van de projectoverhead en kosten die u contractueel doorbelast (RJ 221.206 tot en met 211); geen verkoopkosten of algemene beheerskosten (RJ 221.213).
Wanneer winst naar voortgang, en hoe u de voortgang meet
Bij een vaste prijs is het resultaat betrouwbaar te schatten als vier dingen kloppen: de totale opbrengst staat vast, de klant betaalt waarschijnlijk, de kosten tot oplevering en de mate van voltooiing zijn betrouwbaar te bepalen, en de projectkosten zijn zo afgebakend dat u ze met de voorcalculatie kunt vergelijken (RJ 221.302). Bij een regiecontract volstaan de betaling en betrouwbare kosten (RJ 221.303). Is aan de voorwaarden voldaan, dan verwerkt u opbrengst en kosten naar voortgang; dat is in de RJ een stellige uitspraak (RJ 221.301).
De voortgang meet u met de methode die het werk het best volgt: gemaakte kosten gedeeld door de totale verwachte kosten, opname van het uitgevoerde werk, of gereedgekomen onderdelen (RJ 221.309). Gefactureerde termijnen zeggen weinig over de voortgang (RJ 221.311). Rekent u met kosten, laat dan materiaal dat nog niet is verwerkt en vooruitbetalingen aan onderaannemers buiten de teller (RJ 221.313).
Is het resultaat (nog) niet betrouwbaar, bijvoorbeeld in de beginfase, dan neemt u opbrengst tot het bedrag van de kosten die u waarschijnlijk terugkrijgt, zonder winst (RJ 221.314 en 315). Bij een stroom van vooral korte projecten mag dat ook, als het vermogen en resultaat er niet wezenlijk door verschuiven (RJ 221.316). Een verwacht verlies neemt u altijd meteen, voor het hele project (RJ 221.323 en 324).
De post onderhanden projecten op de balans
Per project berekent u: verwerkte opbrengst min verwerkte verliezen min gefactureerde termijnen. Een positief saldo is een actief, een negatief saldo een schuld aan de opdrachtgever (RJ 221.409). Debet- en creditprojecten saldeert u niet met elkaar. Een gefactureerde termijn telt pas mee zodra u of de klant gepresteerd heeft, bijvoorbeeld doordat de klant al betaalde (RJ 221.409). Uitgaven voor werk dat nog moet komen, zoals ingekocht maar niet verwerkt materiaal, staan als voorraad of overlopend actief (RJ 221.411). De projectopbrengst is netto-omzet (RJ 221.401).
In de toelichting van middelgroot en groot staan onder meer de projectomzet van het jaar, de methoden per type prestatieverplichting, het cumulatief verwerkte bedrag aan projectopbrengst en het totaal aan gefactureerde termijnen, en ingehouden termijnen als u formeel in gebreke bent gesteld (RJ 221.414 en 415).
Micro en klein: kiezen tussen voortgang en oplevering
De RJk laat een vrije keuze tussen winst naar voortgang en winst bij oplevering, mits u gelijksoortige projecten op dezelfde manier behandelt (RJk B5.308). Kiest u oplevering, dan neemt u tijdens de looptijd opbrengst gelijk aan de kosten die u waarschijnlijk terugkrijgt, zodat het project in die jaren nul oplevert (RJk B5.313). Een verwacht verlies verwerkt u in beide methoden direct (RJk B5.315). Een eigen balanspost wordt aanbevolen; zonder die post staan debetsaldi bij de vorderingen en creditsaldi bij de kortlopende schulden (RJk B5.322). U vermeldt de methode en hoe u de voortgang meet (RJk B5.327).
Let op de combinatie met fiscale grondslagen (art. 2:396 lid 6 BW): fiscaal is winst naar voortgang verplicht (art. 3.29b Wet IB 2001), dus wie de jaarrekening op fiscale grondslagen opstelt, kan niet voor oplevering kiezen (RJk D3.2.202a).
Per grootteklasse
| Klasse | Methode | Wat u laat zien |
|---|---|---|
| Micro | Keuze voortgang of oplevering (RJk B5.308 via M1.301); verlies direct | Alleen totalen van vlottende activa en schulden; geen toelichting |
| Klein op de RJk | Keuze voortgang of oplevering; bij fiscale grondslagen voortgang | Methode en voortgangsmeting (art. 2:384 lid 5 BW); eigen balanspost aanbevolen |
| Klein op de volledige RJ | Voortgang als het resultaat betrouwbaar is (RJ 221.301) | Als middelgroot, met de vrijstellingen van art. 2:396 BW |
| Middelgroot | Voortgang verplicht bij betrouwbaar resultaat | RJ 221.414 en 415; projectomzet niet bij brutobedrijfsresultaat, tenzij belangrijk |
| Groot | Voortgang verplicht bij betrouwbaar resultaat | RJ 221.414 en 415 volledig |
Casus: een softwarebedrijf met een winst- en een verliesproject
Codewerf Noord BV (fictief) bouwt maatwerksoftware. Eind 2026 lopen er twee projecten.
- Project A: vaste prijs € 400.000, totale begrote kosten € 320.000. Tot en met 31 december 2026 is € 170.000 aan kosten gemaakt, waarvan € 10.000 voor licenties die pas in fase 2 worden gebruikt. Gefactureerd: € 240.000.
- Project B: vaste prijs € 100.000, verwachte totale kosten € 115.000. Gemaakte kosten € 46.000, gefactureerd € 30.000.
Voortgang A volgens de kostenmethode: (€ 170.000 − € 10.000) : € 320.000 = 50%. Voortgang B: € 46.000 : € 115.000 = 40%. De licenties van € 10.000 staan als overlopend actief op de balans.
| 2026, winst naar voortgang (RJ 221) | Project A | Project B |
|---|---|---|
| Opbrengst (voortgang × contractprijs) | € 200.000 | € 40.000 |
| Kosten in de winst-en-verliesrekening | − € 160.000 | − € 46.000 |
| Aanvullende last voor het verwachte verlies | – | − € 9.000 |
| Resultaat 2026 | + € 40.000 | − € 15.000 |
| Balans: opbrengst − verlies − termijnen | € 200.000 − € 240.000 = − € 40.000 (schuld) | € 40.000 − € 9.000 − € 30.000 = € 1.000 (actief) |
Project B verliest in totaal € 15.000 (€ 100.000 − € 115.000). Na 40% voortgang is daarvan € 6.000 al in de cijfers verwerkt (€ 40.000 opbrengst − € 46.000 kosten); de resterende € 9.000 komt er in 2026 direct bij. Codewerf toont € 40.000 onder de kortlopende schulden en € 1.000 onder de onderhanden projecten aan de actiefzijde. Het resultaat van 2026 op beide projecten is + € 25.000.
Kiest Codewerf als kleine rechtspersoon op de RJk voor winst bij oplevering, dan neemt zij op A € 160.000 opbrengst, gelijk aan de terug te verdienen kosten: resultaat nul, balanssaldo € 160.000 − € 240.000 = − € 80.000. Het verlies op B blijft − € 15.000, dus het resultaat over 2026 is − € 15.000; de € 40.000 van A schuift naar 2027. Bij fiscale grondslagen geldt voor project A winst naar voortgang.
Een middelgrote of grote Codewerf vermeldt de cumulatieve projectopbrengst (€ 240.000) en de gefactureerde termijnen (€ 270.000). Als micro-onderneming heeft Codewerf dezelfde keuze als klein, maar toont zij alleen totalen.
Veelgemaakte fouten
- De facturatie als maatstaf voor de voortgang nemen.
- Ingekocht maar nog niet verwerkt materiaal meetellen in de kostenmethode, waardoor de voortgang en de winst te hoog uitkomen.
- Een verwacht verlies uitsmeren over de resterende looptijd in plaats van het meteen te nemen.
- Alle projecten tot één saldo optellen, zodat projecten met een vooruitgefactureerd bedrag verdwijnen tegen projecten met nog te factureren werk.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
In de Boekhouding van Jaarrekening.io berekent het onderdeel Projecten per project met een contractsom de voortgang, op basis van een percentage dat u opgeeft of van de gemaakte kosten tegenover het kostenbudget, en de omzet die u op die voortgang neemt. Een verwacht verlies signaleert de app; de boeking ervan maakt en bevestigt u zelf. In de toelichting vraagt de app of u projecten voor derden uitvoert, welke methode u gebruikt en hoe u de voortgang meet.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Is percentage of completion verplicht onder RJ 221?
Voor middelgrote en grote rechtspersonen, en kleine die de volledige RJ volgen: ja, zodra het resultaat van het project betrouwbaar te schatten is (RJ 221.301). Is dat nog niet zo, dan neemt u opbrengst tot het bedrag van de kosten die u waarschijnlijk terugkrijgt. Micro- en kleine rechtspersonen op de RJk mogen kiezen tussen winst naar voortgang en winst bij oplevering (RJk B5.308), behalve bij fiscale grondslagen.
Hoe verwerk ik een verliesgevend project?
Zodra waarschijnlijk is dat de totale kosten de totale opbrengst van het contract overschrijden, neemt u het hele verwachte verlies direct als last, ongeacht de voortgang en ongeacht winst op andere projecten (RJ 221.323 en 324; RJk B5.315). Op de balans verlaagt dat verlies het saldo van het project binnen de post onderhanden projecten (RJ 221.412).
Waar staat een vooruitgefactureerd project op de balans?
Een project waarvan de gefactureerde termijnen hoger zijn dan de verwerkte opbrengst (na verliezen), heeft een creditsaldo. Dat staat als schuld onder de kortlopende schulden, apart van projecten met een debetsaldo, die tussen voorraden en vorderingen staan (RJ 221.409). Onder de RJk mag een creditsaldo ook in de kortlopende schulden opgaan als u geen eigen post gebruikt (RJk B5.322).
Zijn gefactureerde termijnen een goede maat voor de voortgang?
Meestal niet. Betalingsschema's lopen vaak voor of achter op het werk (RJ 221.311). Gebruikelijk zijn de verhouding tussen gemaakte en totale kosten, een opname van het uitgevoerde werk of gereedgekomen onderdelen (RJ 221.309). Bij de kostenmethode laat u nog niet verwerkt materiaal en vooruitbetalingen aan onderaannemers buiten beschouwing (RJ 221.313).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten