Waarderingsgrondslagen in de jaarrekening
Waarderingsgrondslagen bepalen tegen welk bedrag activa en passiva op de balans staan en wanneer u winst neemt. De keuze werkt door in elk cijfer van de jaarrekening.
Het korte antwoord
Waarderingsgrondslagen zijn de regels waarmee u activa, passiva en het resultaat bepaalt. De wet kent twee grondslagen: de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde (art. 2:384 lid 1 BW). U past ze voorzichtig en bestendig toe en zet ze per post uiteen in de toelichting. Micro- en kleine rechtspersonen mogen ook de fiscale grondslagen kiezen.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | Afdeling 6 van Titel 9: art. 2:384 tot en met 2:390 BW; de inzichteis staat in art. 2:362 lid 1 BW |
| Twee grondslagen | Verkrijgings- of vervaardigingsprijs, of actuele waarde (uitgewerkt in het Besluit actuele waarde) |
| Beginselen | Voorzichtigheid en realisatie (art. 2:384 lid 2), continuïteit (lid 3), bestendigheid (lid 6), toerekening (art. 2:362 lid 5) |
| Fiscale grondslagen | Toegestaan voor micro (art. 2:395a lid 7 BW) en klein (art. 2:396 lid 6 BW), mits volledig toegepast en gemeld in de toelichting |
Wettelijk kader en de rol van de RJ
De jaarrekening moet een zodanig inzicht geven dat een verantwoord oordeel mogelijk is over vermogen en resultaat (art. 2:362 lid 1 BW). Daaraan toetst u elke grondslag. Artikel 2:384 BW geeft de kaders: winsten neemt u pas als zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt, verplichtingen die vóór het einde van het boekjaar zijn ontstaan en vóór het opmaken bekend worden verwerkt u wel (lid 2), en u gaat uit van voortzetting van de onderneming tenzij dat onjuist of twijfelachtig is (lid 3).
Wat actuele waarde is, staat in het Besluit actuele waarde: de actuele kostprijs, de bedrijfswaarde, de marktwaarde of de opbrengstwaarde, afhankelijk van het soort actief. Verstrekte leningen en gewone vorderingen mogen niet tegen actuele waarde (art. 10 lid 3).
De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving zijn geen wet; zij vullen de normen in die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar gelden. Middelgroot en groot volgen de RJ-bundel, micro en klein de RJk-bundel.
De hoofdregel per balanspost
| Post | Hoofdregel | Verder lezen |
|---|---|---|
| Immateriële en materiële vaste activa | Kostprijs min afschrijvingen en duurzame waardeverminderingen (art. 2:386 en 2:387 BW) | Immaterieel, materieel |
| Deelnemingen met invloed van betekenis | Nettovermogenswaarde (art. 2:389 BW) | Nettovermogenswaarde |
| Voorraden | Kostprijs, of de lagere actuele waarde op de balansdatum (art. 2:387 lid 2 BW) | Voorraden waarderen |
| Vorderingen en schulden | Geamortiseerde kostprijs, bij korte looptijd meestal het nominale bedrag | Vorderingen |
| Voorzieningen | Beste schatting van de uitgaven; contant als het tijdseffect materieel is, nominaal mag bij afwikkeling binnen een jaar (art. 2:374 BW; RJk B10.106) | Voorzieningen |
In de toelichting zet u de grondslagen per post uiteen, met de methode van afschrijven en de omrekening van vreemde valuta (art. 2:384 lid 5 en art. 2:386 lid 2 BW). Beschrijf alleen wat in uw cijfers voorkomt. Een voorbeeldtekst staat bij het grondslagen-sjabloon.
Stelselwijziging, schattingswijziging en foutherstel
- Stelselwijziging. Een andere grondslag kiezen mag alleen om gegronde redenen. U licht de reden toe en laat met aangepaste cijfers zien wat de wijziging betekent voor vermogen en resultaat (art. 2:384 lid 6 BW). De RJ verwerkt het cumulatieve effect in het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar.
- Schattingswijziging. Een nieuwe inschatting van de gebruiksduur of de restwaarde is geen andere grondslag; ook een andere afschrijvingsmethode geldt als schattingswijziging. U verwerkt haar vooruitwerkend.
- Foutherstel. Een materiële fout in een eerdere jaarrekening herstelt u via het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar waarin u haar herstelt. Schiet een vastgestelde jaarrekening ernstig tekort in het vereiste inzicht, dan bericht het bestuur bovendien de aandeelhouders en deponeert het een mededeling bij het handelsregister (art. 2:362 lid 6 BW).
Rekenvoorbeeld: commerciële of fiscale grondslag
Een kleine BV koopt op 1 januari 2025 een machine voor € 60.000. Zij gebruikt haar naar verwachting vier jaar; de restwaarde is € 4.000.
| Commerciële grondslag | Fiscale grondslag | |
|---|---|---|
| Afschrijving 2025 | (€ 60.000 − € 4.000) : 4 = € 14.000 | Ten hoogste 20% van € 60.000 = € 12.000 |
| Boekwaarde 31 december 2025 | € 46.000 | € 48.000 |
| Latente belasting | Vordering van 19% × € 2.000 = € 380, als verrekening waarschijnlijk is | Geen: er is geen waarderingsverschil |
De journaalpost op commerciële grondslag: Afschrijvingskosten € 14.000 aan Cumulatieve afschrijving machines € 14.000, en Latente belastingvordering € 380 aan Belastingen over het resultaat € 380. Op fiscale grondslag boekt de BV € 12.000 afschrijving en vervalt de tweede post; het resultaat vóór belasting is € 2.000 hoger.
Wat per grootteklasse mag en moet
Voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 beginnen, gelden de onderstaande grenzen. Uw klasse hangt af van ten minste twee van de drie criteria op twee balansdata achter elkaar; in het eerste en tweede boekjaar telt de eerste balansdatum (art. 2:398 lid 1 BW). De klasse bepaalt welke grondslagen u mag kiezen en hoeveel u toelicht.
| Klasse | Keuze van grondslagen | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Titel 9 of de fiscale grondslagen voor de belastbare winst (art. 2:395a lid 7 BW); geen waardering tegen marktwaarde | De toelichtingsvoorschriften van afdeling 6 gelden niet (lid 6); gebruik van fiscale grondslagen meldt u wel |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Titel 9 of de fiscale grondslagen (art. 2:396 lid 6 BW); de RJk-bundel is de maatstaf | Grondslagen per post. Bij fiscale grondslagen ook de posten waar de waardering van belang afwijkt van afdeling 6 |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Alleen Titel 9 met de RJ-bundel, of IFRS (art. 2:362 lid 8 BW) | Volledig, per post |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Als middelgroot | Volledig, per post |
Fiscale grondslagen in de jaarrekening
De belastbare winst volgt goed koopmansgebruik (art. 3.25 Wet IB 2001; voor de BV verwijst art. 8 Wet Vpb 1969 daarnaar). Dat lijkt op Titel 9, maar wijkt af bij onder meer afschrijvingen (ten hoogste 20% per jaar, goodwill 10%), gebouwen (niet onder de WOZ-waarde), fiscale reserves en onderhanden werk.
Kiest een micro- of kleine rechtspersoon voor fiscale grondslagen, dan past zij alle fiscale grondslagen toe; één voordelige regel uitkiezen mag niet. Het Besluit fiscale waarderingsgrondslagen regelt de rest: het vermogensverschil bij de overgang verwerkt u rechtstreeks in het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar, de herinvesteringsreserve staat apart onder het eigen vermogen en niet-aftrekbare kosten blijven in de winst-en-verliesrekening. Latente belastingen vervallen. Zie ook fiscale en commerciële jaarrekening.
Veelgemaakte fouten in de grondslagen
- Een standaardtekst overnemen met grondslagen voor posten die de rechtspersoon niet heeft.
- Fiscale afschrijvingspercentages gebruiken in een jaarrekening die verder op Titel 9 rust. Fiscale grondslagen past u volledig toe of niet.
- Twijfel over de continuïteit niet toelichten terwijl de financiering nog niet rond is.
Grondslagen opstellen met Jaarrekening.io
Jaarrekening.io schrijft met AI een concept van de grondslagen voor de posten die in uw cijfers voorkomen. U past de tekst aan en keurt hem goed; de keuze van de grondslag zelf blijft bij het bestuur. Het XBRL-bestand dat de app maakt, een validatiekandidaat, vermeldt bij micro en klein of de grondslag commercieel of fiscaal is; de KvK-modellen voor middelgroot en groot kennen alleen de commerciële grondslag.
Bronnen
- Art. 2:384 BW: grondslagen, voorzichtigheid, continuïteit en bestendigheid (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:362 BW: inzichteis en melding bij ernstig tekortschieten
- Art. 2:395a lid 7 BW: fiscale grondslagen voor micro
- Art. 2:396 lid 6 BW: fiscale grondslagen voor klein
- Besluit actuele waarde: de vier invullingen van actuele waarde
- Besluit fiscale waarderingsgrondslagen
- Art. 3.30 Wet IB 2001: fiscale afschrijving
- RJ-Uiting 2025-7: RJk A3 Stelselwijzigingen, schattingswijzigingen en foutherstel (rjnet.nl)
- Accountant.nl (NBA Helpdesk): eerste jaar fiscale waarderingsgrondslagen
Veelgestelde vragen
Mag ik de afschrijvingsmethode of de gebruiksduur tussentijds aanpassen?
Ja, als nieuwe informatie daarom vraagt. Een ander afschrijvingspercentage en ook een andere afschrijvingsmethode gelden als schattingswijziging: u verwerkt het effect in het lopende en de volgende boekjaren. Van kostprijs naar actuele waarde overstappen is wel een stelselwijziging, en die mag alleen om gegronde redenen (art. 2:384 lid 6 BW).
Mag een kleine BV de jaarrekening op fiscale grondslagen opstellen?
Ja, op grond van art. 2:396 lid 6 BW. Voorwaarden: u past alle fiscale grondslagen toe die voor de BV gelden, u meldt het in de toelichting en u licht toe bij welke posten de waardering van belang afwijkt van Titel 9.
Wanneer mag ik tegen actuele waarde waarderen?
Voor materiële vaste activa mag dat tegen de actuele kostprijs, of de lagere bedrijfs- of opbrengstwaarde. Het verschil met de kostprijs komt in een herwaarderingsreserve (art. 2:390 lid 1 BW). Immateriële vaste activa alleen als er een liquide markt voor bestaat. Verstrekte leningen en gewone vorderingen niet.
Moet een micro-BV de grondslagen in de toelichting zetten?
De wet vraagt het niet: voor micro-rechtspersonen gelden de toelichtingsvoorschriften van afdeling 6 niet (art. 2:395a lid 6 BW). Past de BV fiscale grondslagen toe, dan vermeldt zij dat wel (lid 7).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten