Vorderingen op de balans
Een factuur die nog niet betaald is, staat als vordering op de balans. Hoeveel daarvan werkelijk binnenkomt, moet u op de balansdatum inschatten.
Het korte antwoord
Vorderingen zijn bedragen die de rechtspersoon nog te ontvangen heeft: handelsdebiteuren, vorderingen op groepsmaatschappijen en overige vorderingen (art. 2:370 lid 1 BW). U waardeert ze tegen geamortiseerde kostprijs, bij een korte looptijd meestal het factuurbedrag, en trekt daarvan af wat u naar verwachting niet int.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:370 BW (vlottende vorderingen), art. 2:367 BW (vorderingen onder de financiële vaste activa), art. 2:387 lid 2 BW (lagere waarde) |
| Richtlijn | RJ 222 Vorderingen en RJ 290 Financiële instrumenten; voor micro en klein RJk B5 Vorderingen en overlopende activa |
| Looptijd | Per groep het bedrag met een resterende looptijd van meer dan een jaar (art. 2:370 lid 2 BW) |
| Actuele waarde | Niet toegestaan voor verstrekte leningen en te innen vorderingen buiten een handelsportefeuille (Besluit actuele waarde, art. 10 lid 3) |
Vorderingen in de wet en in de RJ
Artikel 2:370 lid 1 BW noemt vijf groepen: vorderingen op handelsdebiteuren, op groepsmaatschappijen, op deelnemingen en participanten, opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal en overige vorderingen. Leningen en voorschotten aan aandeelhouders vermeldt u binnen de overige vorderingen afzonderlijk. Overlopende activa, zoals vooruitbetaalde huur, staan apart als u ze niet onder de vorderingen opneemt (art. 2:364 lid 3 BW).
Een vordering die bestemd is om de onderneming duurzaam te dienen, zoals een meerjarige lening aan een deelneming, hoort bij de financiële vaste activa (art. 2:367 BW). De rest is vlottend. Salderen met schulden aan dezelfde partij mag niet als de wet aparte posten voorschrijft (art. 2:363 lid 2 BW).
Volgens de RJ neemt u een vordering bij eerste verwerking op tegen reële waarde en daarna tegen geamortiseerde kostprijs. Bij een gewone handelsvordering is dat het factuurbedrag. Is de waarde op de balansdatum lager, dan waardeert u af (art. 2:387 lid 2 BW). Die afboeking is een correctie op het actief en geen voorziening aan de passiefzijde: een waardevermindering van een actief brengt u niet door een voorziening tot uitdrukking (art. 2:374 lid 2 BW). De term voorziening dubieuze debiteuren is dus spraakgebruik.
Debiteuren beoordelen op de balansdatum
- Per post of per groep. Grote en afwijkende posten beoordeelt u afzonderlijk: is er een geschil, een betalingsregeling of een faillissement? Voor de rest werkt een percentage per ouderdomsgroep, onderbouwd met uw eigen ervaring.
- Gebeurtenissen na de balansdatum. Gaat een klant in januari failliet, dan zegt dat meestal iets over de toestand op 31 december. U verwerkt het als de jaarrekening nog niet is opgemaakt; zie gebeurtenissen na balansdatum.
- Creditsaldi. Een debiteur met een creditsaldo is een schuld en hoort bij de kortlopende schulden.
- Aandeelhouder en dga. Een rekening-courant met debetsaldo is een vordering op de aandeelhouder; zie rekening-courant dga.
- Rente. Een langlopende renteloze vordering neemt u op tegen de contante waarde; het verschil met het nominale bedrag is rentebate over de looptijd (RJ 290).
Rekenvoorbeeld: de debiteurenpost op 31 december
Een BV heeft op 31 december 2025 voor € 242.100 aan openstaande facturen. Eén klant, goed voor € 12.100 inclusief € 2.100 btw, is failliet; de curator heeft bevestigd dat er geen uitkering volgt.
| Ouderdom | Openstaand | Verwacht verlies | Afboeking |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen | € 150.000 | 0% | – |
| 1 tot 30 dagen vervallen | € 50.000 | 2% | € 1.000 |
| 31 tot 90 dagen vervallen | € 30.000 | 10% | € 3.000 |
| Failliete klant | € 12.100 | 100%, waarvan € 2.100 btw terug te vragen | € 10.000 |
| Totaal | € 242.100 | € 14.000 |
De journaalpost: Kosten oninbare vorderingen € 14.000 en Terug te vorderen btw € 2.100 aan Waardevermindering debiteuren € 16.100. Op de balans staan de handelsdebiteuren voor € 242.100 − € 16.100 = € 226.000. De btw vraagt de BV terug in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid vaststaat.
Vorderingen per grootteklasse
Hoe gedetailleerd u vorderingen toont, hangt af van de klasse. De bedragen in de eerste kolom zijn de grenzen voor boekjaren vanaf 1 januari 2024. Beslissend zijn minstens twee van de drie criteria, getoetst op twee opeenvolgende balansdata; art. 2:398 lid 1 BW regelt de uitzondering voor het eerste en tweede boekjaar.
| Klasse | Balans en toelichting | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Alleen het totaal van de vlottende activa; opgevraagde stortingen apart (art. 2:395a lid 4 BW) | Overlopende activa voor overige bedrijfskosten mogen achterwege blijven, met vermelding onderaan de balans (lid 3). Fiscale grondslagen mogen (lid 7) |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Vorderingen als één post; opgevraagde stortingen apart; één totaalbedrag met een looptijd langer dan een jaar (art. 2:396 lid 3 BW) | De fiscale grondslag is een alternatief (art. 2:396 lid 6 BW) |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Alle groepen in de opgemaakte jaarrekening; openbaar ten minste de vorderingen op groepsmaatschappijen en deelnemingen en de opgevraagde stortingen (art. 2:397 lid 5 BW) | Looptijd langer dan een jaar voor het totaal en voor de afzonderlijk getoonde posten |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Alle groepen met looptijd per groep | Volledige toelichting over financiële instrumenten (RJ 290) |
Fiscaal: winst en btw
Voor de winstbelasting volgt de waardering goed koopmansgebruik (art. 3.25 Wet IB 2001). Onderbouw een afwaardering daarom per vordering of met uw eigen ervaringscijfers.
Voor de btw geldt een eigen regel. Past u het factuurstelsel toe, dan vraagt u de afgedragen btw terug zodra zeker is dat de vordering oninbaar is. Zij geldt in ieder geval als oninbaar één jaar na de uiterste betaaldatum; zonder afgesproken termijn is dat dertig dagen na ontvangst van de factuur. U verwerkt de teruggaaf in de aangifte over het tijdvak waarin dat moment valt. Betaalt de klant later toch, dan geeft u de btw over het ontvangen deel weer aan.
Veelgemaakte fouten bij vorderingen
- De afboeking voor dubieuze debiteuren als voorziening onder de passiva presenteren.
- Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen tegen elkaar wegstrepen zonder dat de saldi zijn afgestemd.
- Een lening aan de aandeelhouder onder de overige vorderingen laten opgaan zonder afzonderlijke vermelding.
- De looptijd langer dan een jaar niet vermelden bij een lening die in termijnen wordt afgelost.
- De btw-teruggaaf vergeten, of haar boeken als omzetcorrectie in het verkeerde tijdvak.
Openstaande posten in Jaarrekening.io
De boekhouding van Jaarrekening.io toont de openstaande posten per debiteur en signaleert facturen waarvan de betaaltermijn een jaar of langer is verstreken, met de btw die u kunt terugvragen. De afboeking zelf boekt u als memoriaalpost; de app stelt geen waardevermindering voor. In de toelichting vult u een overzicht van de vorderingen naar looptijd in.
Bronnen
- Art. 2:370 BW: vorderingen onder de vlottende activa (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:367 BW: financiële vaste activa
- Art. 2:374 lid 2 BW: waardevermindering is geen voorziening
- Art. 2:387 BW: lagere waarde en terugneming
- Besluit actuele waarde: geen actuele waarde voor leningen en vorderingen (art. 10)
- RJ-Uiting 2022-13: effectieve-rentemethode bij geamortiseerde kostprijs (rjnet.nl)
- Belastingdienst: btw-teruggaaf door oninbare vorderingen
Veelgestelde vragen
Wanneer boek ik een vordering definitief af?
Als vaststaat dat er niets meer binnenkomt: na een slotuitdelingslijst zonder uitkering, een kwijtschelding of een verjaarde vordering. Tot dat moment houdt u de vordering in de administratie en corrigeert u de waarde met een afboeking die u kunt terugnemen als de klant toch betaalt (art. 2:387 lid 4 BW).
Hoe verwerk ik een lening aan mijn eigen holding of aan de dga?
Als vordering, met afzonderlijke vermelding van leningen en voorschotten aan aandeelhouders (art. 2:370 lid 1 onder e BW, of art. 2:367 onder f bij een langlopende lening). Leg rente, aflossing en zekerheden schriftelijk vast en beoordeel elk jaar of de schuldenaar kan terugbetalen.
Mag ik een vordering en een schuld bij dezelfde klant salderen?
In de jaarrekening niet als de wet aparte posten voorschrijft (art. 2:363 lid 2 BW). Een klant die ook leverancier is, staat dus in beginsel bij de debiteuren én bij de crediteuren; salderen mag alleen met een afdwingbaar recht op verrekening en het vaste plan per saldo of gelijktijdig af te wikkelen (RJk A2.115). Verrekenen bij de betaling zelf is een andere zaak; dat regelt het verbintenissenrecht.
Wat is het verschil tussen debiteuren en overlopende activa?
Debiteuren zijn gefactureerde bedragen. Overlopende activa zijn vooruitbetaalde kosten en nog te ontvangen bedragen waarvoor geen factuur is verstuurd, zoals vooruitbetaalde verzekeringspremie of nog te factureren omzet.
Moet ik rente rekenen over een renteloze lening aan een dochter?
Voor de jaarrekening neemt u de lening volgens RJ 290 op tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs; bij een lange looptijd zonder rente wijkt de contante waarde af van het nominale bedrag. Fiscaal wordt de winst bepaald alsof gelieerde partijen zakelijke voorwaarden hebben afgesproken (art. 8b Wet Vpb 1969). Leg de voorwaarden daarom vast.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten