Artikel 2:369 tot en met 2:372 BW: voorraden, vorderingen, effecten en geld
Vier korte artikelen delen de vlottende activa in. Ze vragen ook twee dingen die vaak worden vergeten: de looptijd van vorderingen en geld dat niet vrij beschikbaar is.
Het korte antwoord
Artikel 2:369 tot en met 2:372 BW delen de vlottende activa in: voorraden in vier soorten, vorderingen in vijf groepen met de looptijd boven een jaar, effecten met de waarde van beursgenoteerde stukken, en liquide middelen. Effecten en geld die niet vrij beschikbaar zijn, vermeldt u. Een kleine rechtspersoon geeft alleen de opgevraagde stortingen en de looptijd van het totaal.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats | Afdeling 3, § 2 (Activa) |
| Huidige tekst sinds | 2:369 en 2:372: 1 januari 1984 (Stb. 1983, 663); 2:370: 1 maart 1990 (Stb. 1990, 1); 2:371: 1 november 2007 (Stb. 2007, 406) |
| Boekjaren | De vier artikelen gelden ongewijzigd; RJ 220 en RJ 222 hebben een versie van 2025 die vanaf boekjaar 2026 van kracht is |
| Uitwerking | RJ 220, RJ 221, RJ 222, RJ 226 en 228; RJk B4 tot en met B7 |
Artikel 2:369: voorraden
Onder de tot de vlottende activa behorende voorraden worden afzonderlijk opgenomen:
a. grond- en hulpstoffen;
b. onderhanden werk;
c. gereed produkt en handelsgoederen;
d. vooruitbetalingen op voorraden.
Wat betekent dit
Grondstoffen gaan in het product op, hulpstoffen worden bij de productie verbruikt. Onderhanden werk is half afgemaakte productie in eigen beheer. Gereed product heeft u zelf gemaakt, handelsgoederen ingekocht om door te verkopen. Vooruitbetalingen zijn aanbetalingen aan leveranciers op voorraad die nog moet komen (RJ 220.501).
Onderhanden projecten in opdracht van een klant, zoals een verbouwing of een softwareproject met een vaste prijs, zijn iets anders. Die staan als eigen post op de balans, met de gefactureerde termijnen ertegenover (RJ 221.406). Hoe u voorraden waardeert, staat in voorraden waarderen.
Artikel 2:370: vorderingen
1. Onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen op handelsdebiteuren;
b. vorderingen op groepsmaatschappijen;
c. vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;
d. opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal;
e. overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de artikelen 371 en 372 van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
2. Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.
Wat betekent dit
De indeling spiegelt die van de financiële vaste activa: debiteuren, de groep, deelnemingen en deelnemers, en de rest, met apart wat aandeelhouders schuldig zijn. Onderdeel d is het bedrag dat de vennootschap bij haar aandeelhouders heeft opgevraagd op aandelen die nog niet zijn volgestort. Een rekening-courant van de directeur-grootaandeelhouder met een debetsaldo hoort bij e, met de aparte vermelding.
Lid 2 vraagt per groep welk deel van de vorderingen pas na meer dan een jaar binnenkomt, bijvoorbeeld bij een betalingsregeling met een klant. Een vordering die de onderneming duurzaam dient, zoals een lening voor vijf jaar, hoort niet hier maar bij de financiële vaste activa. Een voorziening voor dubieuze debiteuren trekt u van de vordering af; zij staat niet bij de voorzieningen aan de passiefzijde (RJ 222.203; art. 2:374 lid 2 BW).
Artikel 2:371 en 2:372: effecten en liquide middelen
1. Behoren tot de vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in artikel 361 lid 4, dan worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
2. Omtrent de effecten wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.
1. Onder de liquide middelen worden opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en girorekeningen, alsmede de wissels en cheques.
2. Omtrent de tegoeden wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.
Wat betekent dit
Effecten onder de vlottende activa zijn aandelen en obligaties die u niet duurzaam aanhoudt, zoals een tijdelijke belegging van overtollig geld (RJk B6.102). Belangen in verbonden maatschappijen buiten de consolidatie staan apart, en van de beursgenoteerde rest noemt u de totale waarde. Houdt u ze tegen kostprijs en is de beurswaarde hoger, dan noemt de RJ voor middelgroot en groot ook die hogere waarde (RJ 226.303).
Liquide middelen zijn kas, bank en wissels en cheques. Een deposito mag erbij als u er direct over kunt beschikken, eventueel met renteverlies (RJ 228.301; RJk B7.101). Geld dat vastzit, vermeldt u: een G-rekening voor loonheffingen en btw, een saldo dat als zekerheid voor een bankgarantie is geblokkeerd, een rekening in een land met transferbeperkingen. Zit het langer dan twaalf maanden vast, dan hoort het niet bij de liquide middelen maar bij de financiële vaste activa (RJ 228.301; RJk B7.102). Bij de waardering houdt u rekening met de blokkade (RJ 228.201).
Casus: de installateur met een G-rekening
Hendriksveen Installatie BV (fictief, middelgroot) leent personeel uit en werkt als onderaannemer, en heeft daarom een G-rekening. Voor een bankgarantie aan een opdrachtgever staat € 25.000 tot medio 2028 geblokkeerd. Eén klant betaalt een oude factuur van € 24.000 in 24 maandelijkse termijnen; de helft komt na 2026 binnen. De vlottende activa op 31 december 2025:
| Post | Bedrag | Opmerking |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen (materiaal) | € 140.000 | 2:369 onder a |
| Handelsgoederen (onderdelen voor verkoop) | € 60.000 | 2:369 onder c |
| Vooruitbetaald op voorraden | € 15.000 | 2:369 onder d |
| Onderhanden projecten | € 95.000 | Eigen post (RJ 221.406) |
| Handelsdebiteuren | € 410.000 | Waarvan € 12.000 met een looptijd langer dan een jaar |
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | € 35.000 | Kortlopend |
| Overige vorderingen | € 22.000 | Kortlopend |
| Liquide middelen | € 248.000 | Waarvan € 18.000 op de G-rekening, niet vrij beschikbaar |
| Totaal vlottende activa | € 1.025.000 |
De geblokkeerde € 25.000 zit langer dan twaalf maanden vast en staat daarom niet hier, maar onder de financiële vaste activa, met een vermelding van de blokkade. De debiteuren zijn al verminderd met een voorziening voor oninbaarheid. De € 18.000 op de G-rekening telt mee als geld, maar Hendriksveen mag het alleen gebruiken voor loonheffingen en btw; dat staat in de toelichting.
Als kleine rechtspersoon had Hendriksveen één post voorraden van € 215.000 en één post vorderingen van € 467.000 mogen tonen, met alleen het totaal langer dan een jaar (€ 12.000); de vermelding van de G-rekening is dan niet wettelijk verplicht, maar wel nuttig. Als micro staat alles in het totaal vlottende activa van € 1.025.000.
Per grootteklasse
| Klasse | Voorraden (2:369) | Vorderingen (2:370) | Effecten en geld (2:371, 2:372) |
|---|---|---|---|
| Micro | In het totaal vlottende activa | Alleen de opgevraagde stortingen apart (art. 2:395a lid 4) | In het totaal vlottende activa |
| Klein | Eén post | Opgevraagde stortingen apart; looptijd langer dan een jaar voor het totaal (art. 2:396 lid 3) | Eén post per rubriek; de vermeldingen over beschikbaarheid zijn niet verplicht |
| Middelgroot | Uitsplitsing in de opgemaakte jaarrekening; in de publicatie één post mag | Openbaar: groep, deelnemingen en opgevraagde stortingen apart, met looptijden (art. 2:397 lid 5) | In de opgemaakte jaarrekening volledig; in de publicatie niet verplicht |
| Groot | Volledig | Volledig, looptijd per groep | Volledig |
Veelgemaakte fouten
- De voorziening voor dubieuze debiteuren als voorziening aan de passiefzijde boeken in plaats van haar van de debiteuren af te trekken.
- Een deposito dat drie jaar vastzit onder de liquide middelen laten staan.
- Een G-rekening of geblokkeerde rekening niet noemen, terwijl het geld niet vrij te besteden is.
- Een rood staande bankrekening wegstrepen tegen een tegoed bij een andere bank (art. 2:363 lid 2 BW).
- Een betalingsregeling van twee jaar zonder vermelding van het deel dat na een jaar binnenkomt.
Bronnen
- Art. 2:369 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Wijzigingenoverzicht art. 2:369 BW (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:370 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Wijzigingenoverzicht art. 2:370 BW (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:371 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Wijzigingenoverzicht art. 2:371 BW (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:372 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Wijzigingenoverzicht art. 2:372 BW (wetten.overheid.nl)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: grote bundel
- Raad voor de Jaarverslaggeving: kleine bundel
Veelgestelde vragen
Hoort een G-rekening bij de liquide middelen?
Ja, het saldo is een banktegoed. Omdat u het alleen mag gebruiken voor het betalen van loonheffingen en btw of voor overboeking naar een andere G-rekening, staat het niet ter vrije beschikking. Middelgrote en grote rechtspersonen vermelden dat in de toelichting (art. 2:372 lid 2 BW); voor een kleine rechtspersoon is die vermelding niet verplicht maar wel aan te raden.
Waar staat de voorziening voor dubieuze debiteuren?
Niet bij de voorzieningen aan de passiefzijde: art. 2:374 lid 2 BW verbiedt dat. U trekt het bedrag af van de debiteuren en toont per saldo de vordering die u verwacht te ontvangen.
Moet een kleine BV de looptijd van vorderingen vermelden?
Ja, maar alleen voor het totaal: een kleine rechtspersoon geeft aan welk deel van de vorderingen een resterende looptijd van meer dan een jaar heeft, zonder uitsplitsing naar soort (art. 2:396 lid 3 BW). Een microrechtspersoon hoeft dat niet.
Wanneer is een deposito geen liquide middel meer?
Als u er niet direct over kunt beschikken. Een opvraagbaar deposito mag bij de liquide middelen, ook als u bij opvraging rente verliest. Staat het geld naar verwachting langer dan twaalf maanden vast, dan hoort het bij de financiële vaste activa (RJ 228.301; RJk B7.102).
Wat zijn opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal?
Bedragen die de vennootschap bij haar aandeelhouders heeft opgevraagd op aandelen die bij uitgifte niet volledig zijn gestort. Ze staan als aparte vordering onder de vlottende activa (art. 2:370 lid 1 onder d BW), ook bij micro en klein.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten