Richtlijnen (RJ)

RJ 226 Effecten en RJ 228 Liquide middelen

RJ 226 bepaalt hoe u aandelen, obligaties en fondsen waardeert die u als belegging of handelspositie aanhoudt; RJ 228 doet dat voor kas, banktegoeden en deposito's. Onder de RJ staan beursgenoteerde aandelen verplicht tegen reële waarde. Onder de RJk mag ook kostprijs of lagere marktwaarde, en een micro-onderneming moet die kostprijs kiezen. Liquide middelen staan op nominale waarde.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

RJ 226 bepaalt hoe u aandelen, obligaties en fondsen waardeert die u als belegging of handelspositie aanhoudt; RJ 228 doet dat voor kas, banktegoeden en deposito's. Onder de RJ staan beursgenoteerde aandelen verplicht tegen reële waarde. Onder de RJk mag ook kostprijs of lagere marktwaarde, en een micro-onderneming moet die kostprijs kiezen. Liquide middelen staan op nominale waarde.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:371 en 2:372 BW (presentatie), art. 2:384 lid 1 en 7 BW, art. 2:387 BW, art. 2:390 lid 1 BW; art. 5a en 10 Besluit actuele waarde
RichtlijnenRJ 226 Effecten en RJ 228 Liquide middelen, beide aangepast 2019 en sinds boekjaar 2020 ongewijzigd; micro en klein: RJk B6 en B7
Valt erbuitenDeelnemingen en joint ventures (RJ 214 en 215), derivaten (RJ 290)
MicroGeen waardering tegen marktwaarde (art. 5a Besluit actuele waarde), dus effecten tegen kostprijs of lagere waarde

Effecten: de categorie bepaalt de waardering

Effecten zijn waardepapieren zoals aandelen, certificaten, obligaties en fondsen; opties en andere derivaten volgen RJ 290. RJ 226 geldt voor wat u als belegging of voor de handel houdt, zowel onder de vlottende als onder de financiële vaste activa; belangen in deelnemingen en joint ventures volgen RJ 214 en 215 (RJ 226.102). Bij de eerste opname staat een effect op reële waarde, in de praktijk de aankoopprijs. Transactiekosten gaan direct naar het resultaat als de waardeveranderingen ook via het resultaat lopen, en anders in de eerste waardering (RJ 226.201). Daarna hangt het af van de categorie:

CategorieWaardering onder de RJAlinea
Handelsportefeuille (gekocht om op korte termijn te verkopen)Reële waarde, veranderingen in het resultaatRJ 226.203
Beursgenoteerde aandelen als beleggingReële waarde; keuze tussen verwerking in het resultaat of via de herwaarderingsreserveRJ 226.204
Niet-beursgenoteerde aandelen als beleggingKostprijs of reële waardeRJ 226.205
Obligaties die u tot het einde van de looptijd houdtGeamortiseerde kostprijsRJ 226.206
Overige obligatiesGeamortiseerde kostprijs of reële waardeRJ 226.208

Is voor een niet-genoteerd effect geen betrouwbare marktprijs, dan benadert u de reële waarde via vergelijkbare instrumenten of een gangbaar waarderingsmodel; lukt ook dat niet, dan blijft de kostprijs (art. 10 Besluit actuele waarde; RJ 226.209). Dividend en rente staan in de winst-en-verliesrekening bij de opbrengst van vorderingen en effecten (RJ 226.302). Wie tegen kostprijs waardeert terwijl de reële waarde hoger ligt, vermeldt die hogere waarde (RJ 226.303).

Herwaarderingsreserve en waardedalingen

Of u bij een waardestijging een herwaarderingsreserve vormt, hangt af van de route en de notering (art. 2:390 lid 1 BW). Loopt de stijging via het resultaat en is het effect frequent genoteerd, dan is er geen reserve nodig. Loopt zij via het resultaat zonder frequente notering, dan houdt u ter hoogte van de stijging een reserve aan. Kiest u voor verwerking via het eigen vermogen, dan staat de stijging altijd in de reserve, en gaat zij bij verkoop alsnog naar het resultaat.

Per effect mag de reserve niet negatief worden (RJ 226.204, 205 en 208; RJ 240). Zakt een effect onder de kostprijs, dan gaat dat deel ten laste van het resultaat. Een latere stijging tot de kostprijs is dan eerst terugneming in het resultaat; pas daarboven begint de reserve weer.

De RJk-route: hoofdstuk B6 voor micro en klein

De RJk laat een eenvoudiger keuze: kostprijs, met afwaardering naar een lagere reële waarde, of actuele waarde (art. 2:384 lid 1 BW; RJk B6.103). Bij de kostprijsroute mag u afwaarderen per soort effect of collectief, voor zover de hele groep onder de aankoopprijs zakt; welke methode u gebruikt, vermeldt u (RJk B6.103 en B6.107). Kiest u actuele waarde, dan mogen waardestijgingen direct in het resultaat, maar voor niet-beursgenoteerde effecten vormt u dan wel een herwaarderingsreserve (RJk B6.106). Een hogere marktwaarde dan de boekwaarde noemen is voor klein een overweging, geen plicht (RJk B6.107).

Voor de micro-onderneming beslist een besluit, niet de richtlijn:

Waardering tegen marktwaarde is niet toegestaan voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 395a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 5a Besluit actuele waarde, geldende tekst sinds 1 november 2015

Omdat financiële instrumenten bij actuele waarde tegen marktwaarde moeten staan (art. 10 lid 1 Besluit actuele waarde), waardeert een micro-onderneming haar effecten tegen kostprijs of de lagere marktwaarde. Afwaarderen naar een lagere marktwaarde is geen waardering tegen marktwaarde en mag dus wel (RJk M1.303).

Liquide middelen: nominaal, en let op wat vastzit

1. Onder de liquide middelen worden opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en girorekeningen, alsmede de wissels en cheques.

2. Omtrent de tegoeden wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.

Art. 2:372 BW, geldende tekst per 1 juli 2026
  • Waardering. Nominale waarde. Is geld geblokkeerd of niet over te maken, dan weegt u dat mee in de waardering (RJ 228.201; RJk B7.103). Vreemde valuta rekent u om volgens RJ 122.
  • Deposito's. Een deposito dat u direct kunt opvragen, eventueel met renteverlies, mag onder de liquide middelen. Staat geld naar verwachting langer dan twaalf maanden vast, dan hoort het bij de financiële vaste activa (RJ 228.301; RJk B7.102).
  • Beperkingen vermelden. Middelgrote en grote rechtspersonen geven aard en omvang van niet vrij beschikbare tegoeden (art. 2:372 lid 2 BW; RJ 228.302). Voor klein staat art. 2:372 niet in de lijst van art. 2:396 lid 3 BW; bij een wezenlijk bedrag kan het inzicht het toch vragen.
  • G-rekening. Het saldo op een geblokkeerde rekening voor keten- of inlenersaansprakelijkheid kunt u alleen gebruiken voor loonheffingen, omzetbelasting en overboekingen naar een andere G-rekening. Het blijft doorgaans bij de liquide middelen, met de vermelding dat het niet vrij beschikbaar is.
  • Rood staan. Een negatief banksaldo is een schuld aan de bank (art. 2:375 lid 1 BW). Salderen met een positief saldo mag alleen als u een afdwingbaar recht hebt én van plan bent netto af te wikkelen (RJ 115.305).

Welke tekst geldt voor 2025, 2026 en 2027

Voor effecten en liquide middelen is er de komende drie boekjaren niets veranderd. RJ 226 en RJ 228 gelden in de versie van 2019 sinds boekjaar 2020. RJk B6 dateert van 2017 (van kracht sinds 2016) en B7 van 2023 (van kracht sinds boekjaar 2024); beide zijn in de edities 2025 tot en met 2027 gelijk gebleven. Wat wel bewoog, zit in RJ 290: de algemene toelichtingsregels voor financiële instrumenten, waar RJ 226.306 naar verwijst, zie RJ 290.

Per grootteklasse

KlasseEffectenLiquide middelen
MicroKostprijs of lagere marktwaarde; geen actuele waarde (art. 5a Besluit actuele waarde)Nominaal; geen toelichting
KleinKostprijs of actuele waarde (RJk B6); afwaarderingsmethode vermelden; geen uitsplitsing van de effecten verplichtNominaal; beperkingen vermelden is niet verplicht maar soms nodig voor het inzicht
MiddelgrootRJ 226 per categorie, beursgenoteerde aandelen tegen reële waarde; art. 2:371 BW; RJ 290 paragraaf 9 met de vrijstellingen voor middelgrootBeperkingen vermelden (art. 2:372 lid 2 BW), in de openbaar gemaakte versie niet verplicht (art. 2:397 lid 5 BW)
GrootAls middelgroot, maar RJ 290 paragraaf 9 volledigBeperkingen vermelden, ook in de openbaar gemaakte versie

Casus: een installatiebedrijf met een beleggingsfonds en vastgezet geld

Installatiebedrijf Duinkerk BV (fictief) zet op 1 maart 2025 € 200.000 aan overtollig geld in één beursgenoteerd aandelenindexfonds, zonder het doel daarmee de bedrijfsvoering duurzaam te dienen: het zijn vlottende effecten. De koers geeft een waarde van € 190.000 op 31 december 2025 en € 230.000 op 31 december 2026. De transactiekosten zijn verwaarloosbaar.

GrondslagResultaat 2025Resultaat 2026Herwaarderingsreserve eind 2026Balans eind 2026
RJ: reële waarde via het resultaat− € 10.000+ € 40.000Geen (frequent genoteerd)€ 230.000
RJ: reële waarde via de herwaarderingsreserve− € 10.000+ € 10.000€ 30.000€ 230.000
RJk of micro: kostprijs of lagere marktwaarde− € 10.000+ € 10.000 (terugneming tot kostprijs)Geen€ 200.000

Bij de tweede route komt de daling van 2025 in het resultaat, omdat het fonds onder de kostprijs zakte. In 2026 is het herstel tot € 200.000 een terugneming in het resultaat; alleen de € 30.000 daarboven gaat de reserve in, en die valt bij verkoop vrij in het resultaat. Bij de kostprijsroute mag Duinkerk als kleine rechtspersoon de marktwaarde van € 230.000 in de toelichting noemen; als middelgrote rechtspersoon mag zij die route voor beursgenoteerde aandelen niet kiezen.

Daarnaast zet Duinkerk op 1 oktober 2026 € 100.000 vast in een deposito van achttien maanden dat niet eerder op te vragen is. Op de balansdatum resteert vijftien maanden, dus staat het onder de financiële vaste activa, niet onder de liquide middelen; de opgebouwde rente is een overlopend actief. Op haar G-rekening staat € 8.000: dat blijft bij de liquide middelen, en als middelgrote rechtspersoon vermeldt Duinkerk in de opgemaakte toelichting dat dit bedrag niet vrij beschikbaar is.

Veelgemaakte fouten

  • Onder de RJ beursgenoteerde beleggingen op kostprijs laten staan; RJ 226.204 vraagt reële waarde.
  • Als micro-onderneming effecten of een beleggingsfonds tegen beurskoers waarderen.
  • Een herwaarderingsreserve vormen voor frequent genoteerde aandelen waarvan de stijging al via het resultaat liep, of juist vergeten bij een niet-genoteerd belang.
  • Een deposito dat langer dan een jaar vastzit bij de liquide middelen laten staan.
  • Een rood staande bankrekening wegstrepen tegen een andere rekening zonder salderingsafspraak.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

In de toelichtingsvragen van Jaarrekening.io krijgt een middelgrote of grote rechtspersoon de vraag of tegoeden en effecten niet vrij beschikbaar zijn, zoals een geblokkeerde rekening of verpande effecten, en tot welk bedrag. Bij micro en klein stelt de app die vraag niet, omdat de wet haar daar niet voorschrijft. De keuze tussen kostprijs en reële waarde voor uw beleggingen maakt u zelf.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Moet een BV beursgenoteerde aandelen tegen beurskoers waarderen?

Onder de RJ, dus voor middelgrote en grote rechtspersonen en kleine die de volledige RJ volgen, wel: beursgenoteerde aandelen die geen deelneming zijn, staan tegen reële waarde (RJ 226.204). Onder de RJk mag een kleine BV kiezen voor kostprijs of lagere marktwaarde (RJk B6.103). Een micro-BV mag niet tegen marktwaarde waarderen (art. 5a Besluit actuele waarde).

Moet ik een herwaarderingsreserve vormen voor koerswinst op mijn beleggingen?

Niet als de koerswinst via het resultaat loopt en de effecten frequent genoteerd zijn (art. 2:390 lid 1 BW). Wel als u de winst rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt, of als het om niet-genoteerde effecten gaat waarvan de waardestijging in het resultaat is genomen. De reserve is per effect nooit negatief.

Is een deposito een liquide middel?

Als u het direct kunt opvragen, ook met renteverlies, mag het onder de liquide middelen (RJ 228.301). Staat het naar verwachting langer dan twaalf maanden vast, dan rubriceert u het onder de financiële vaste activa (RJ 228.301; RJk B7.102). Een deposito dat binnen twaalf maanden vrijkomt maar tot dan geblokkeerd is, vermelden middelgroot en groot als niet vrij beschikbaar.

Hoe neem ik een G-rekening op in de jaarrekening?

Het saldo blijft meestal bij de liquide middelen, omdat u het binnen een jaar gebruikt voor de betaling van loonheffingen en omzetbelasting. Omdat u er niet vrij over beschikt, vermelden middelgrote en grote rechtspersonen het bedrag en de beperking (art. 2:372 lid 2 BW; RJ 228.302). Voor klein is die vermelding wettelijk niet verplicht.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten