RJ 214 Financiële vaste activa: deelnemingen, nettovermogenswaarde en joint ventures
Een holding met een werkmaatschappij, een minderheidsbelang in een leverancier of een joint venture met een partner: RJ 214 en RJ 215 bepalen hoe die belangen in uw eigen jaarrekening staan.
Het korte antwoord
Heeft u invloed van betekenis in een deelneming, vermoed vanaf een vijfde van de stemmen, dan waardeert u haar tegen nettovermogenswaarde: uw aandeel in haar vermogen, gemeten met uw eigen grondslagen. Haar resultaat neemt u op; dividend verlaagt de boekwaarde. Zonder die invloed waardeert u tegen verkrijgingsprijs of actuele waarde. Voor micro en klein: RJk B3.1.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 214 (aangepast 2026, boekjaren vanaf 2027); voor 2025 en 2026 dezelfde opzet, met kleine verduidelijkingen per jaar. Joint ventures: RJ 215 (aangepast 2019) |
| Micro en klein | RJk B3.1 (aangepast 2026, boekjaren vanaf 2027); de microrechtspersoon past dezelfde waarderingsregels toe (RJk M1.301) |
| Wet | art. 2:24a tot en met 2:24d BW, art. 2:367 BW, art. 2:379 BW, art. 2:389 BW; art. 10 lid 3 Besluit actuele waarde |
| Vermoedens | Deelneming bij een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal (art. 2:24c lid 1 BW); invloed van betekenis bij een vijfde of meer van de stemmen (art. 2:389 lid 1 BW). Beide weerlegbaar |
Deelneming, belegging of dochter
Onder de financiële vaste activa vallen deelnemingen, leningen aan groepsmaatschappijen en deelnemingen, overige effecten en andere langlopende vorderingen (art. 2:367 BW). RJ 214 gaat vooral over de deelnemingen; voor leningen en effecten verwijst zij naar RJ 222, RJ 226 en RJ 290 (RJ 214.101).
Een deelneming heeft u als u voor eigen rekening kapitaal verschaft om duurzaam met de vennootschap verbonden te zijn ten dienste van uw eigen werkzaamheid. Vanaf een vijfde van het kapitaal wordt dat vermoed, maar het blijft weerlegbaar in beide richtingen (RJ 214.201–204). Wie onbeperkt aansprakelijk vennoot is in een vof of cv, heeft daarin altijd een deelneming. Een belang dat u alleen als belegging houdt, zoals bij een participatiemaatschappij, is een overig effect.
Voor de waardering telt iets anders: oefent u invloed van betekenis uit op het zakelijke en financiële beleid? Bij een vijfde of meer van de stemmen wordt dat vermoed. Aanwijzingen zijn een zetel in het bestuur, meebeslissen over beleid, belangrijke onderlinge transacties, uitwisseling van managers en het leveren van essentiële technische kennis. Ook opties die u direct kunt uitoefenen tellen mee voor die vraag, maar niet voor de omvang van uw aandeel (RJ 214.306–309 en 214.410).
Nettovermogenswaarde stap voor stap
De deelnemingen in maatschappijen waarin de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden verantwoord overeenkomstig de leden 2 en 3. Indien de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten of aandeelhouders naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen, wordt vermoed dat de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent.
De rechtspersoon bepaalt de netto-vermogenswaarde van de deelneming door de activa, voorzieningen en schulden van de maatschappij waarin hij deelneemt te waarderen en haar resultaat te berekenen op de zelfde grondslagen als zijn eigen activa, voorzieningen, schulden en resultaat. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
- Bij de verwerving waardeert u de identificeerbare activa en verplichtingen van de deelneming tegen reële waarde; die waarden gelden voor u voortaan als kostprijs, ook als de deelneming ze zelf niet verwerkt (RJ 214.404).
- Het verschil tussen wat u betaalde en uw aandeel in die reële waarden is goodwill, die u activeert en afschrijft; is het negatief, dan is het negatieve goodwill volgens RJ 216 (art. 2:389 lid 7 BW; RJ 214.414–415).
- Elk jaar herrekent u het resultaat van de deelneming naar uw eigen grondslagen en neemt u uw aandeel op als resultaat uit deelnemingen, in de modellen na het resultaat voor belastingen (RJ 214.405–406 en 214.702).
- Dividend dat de deelneming uitkeert, verlaagt de boekwaarde; het is geen opbrengst.
- Lukt herrekenen niet, bijvoorbeeld omdat buitenlandse wetgeving het belet, dan mag u uitgaan van het zichtbare eigen vermogen van de deelneming; u vermeldt dat (RJ 214.402 en 214.407–408).
Tegen actuele waarde waarderen mag bij invloed van betekenis niet (art. 10 lid 3 Besluit actuele waarde). Wel mag u om gegronde, toegelichte redenen afwijken van de nettovermogenswaarde, bijvoorbeeld als u de vrijstelling van art. 2:408 BW toepast; dan waardeert u tegen verkrijgingsprijs (RJ 214.304).
Negatieve waarde en de wettelijke reserve
Zakt de nettovermogenswaarde naar nul, dan blijft de deelneming op nul staan. Verdere verliezen verwerkt u alleen als u instaat voor haar schulden of feitelijk verplicht bent haar te steunen; dan vormt u een voorziening. Eerst boekt u langlopende leningen af die in wezen extra investering zijn. Winst in latere jaren neemt u pas weer op als het niet verwerkte verlies is ingelopen (RJ 214.418–420). Middelgrote en grote rechtspersonen vermelden het niet verwerkte verlies, over het jaar en cumulatief (RJ 214.818).
De wettelijke reserve deelnemingen vormt u voor uw aandeel in winst en rechtstreekse vermogensgroei sinds de eerste waardering tegen nettovermogenswaarde, voor zover u die niet zonder beperking kunt laten uitkeren. Bij een 100%-dochter waarvan u de dividenden zelf bepaalt, is die reserve meestal nul. Een bankconvenant dat uitkeringen blokkeert of een minderheidsbelang verandert dat (art. 2:389 lid 6 BW). Sinds boekjaar 2026 staat er uitdrukkelijk bij dat dit ook geldt als u overstapt van kostprijs naar nettovermogenswaarde (RJ 214.510).
Casus: een 100%-dochter en een belang van 30%
Holding Lindeveld BV bezit sinds 2022 alle aandelen van Werkplaats Lindeveld BV. Op 1 januari 2026 koopt zij daarnaast 30% van Koelnet BV voor € 360.000, inclusief advieskosten, en krijgt zij een zetel in het bestuur. De reële waarde van de netto-activa van Koelnet is op dat moment € 1.000.000, gelijk aan haar boekwaarde. Alle cijfers zijn al herrekend naar de grondslagen van de holding.
| 2026 | Werkplaats (100%) | Koelnet (30%) |
|---|---|---|
| Nettovermogenswaarde 1 januari | € 640.000 | € 300.000 (30% × € 1.000.000) |
| Goodwill bij verwerving | – | € 60.000, apart onder de immateriële vaste activa |
| Resultaat van de deelneming | + € 150.000 | − € 200.000 |
| Aandeel holding | + € 150.000 | − € 60.000 |
| Gedeclareerd dividend | − € 100.000 | – |
| Nettovermogenswaarde 31 december | € 690.000 | € 240.000 |
In de winst-en-verliesrekening van de holding staat een resultaat uit deelnemingen van € 90.000 (€ 150.000 − € 60.000). De goodwill op Koelnet schrijft zij af in tien jaar, € 6.000 in 2026. Het dividend van € 100.000 is geen opbrengst: het komt binnen als geld en verlaagt de boekwaarde van Werkplaats. Een wettelijke reserve deelnemingen is niet nodig: de holding kan bij Werkplaats elke uitkering zelf afdwingen, en bij Koelnet is het resultaat sinds de eerste waardering negatief.
Had de holding geen invloed van betekenis in Koelnet, dan stond het belang tegen € 360.000 kostprijs op de balans, zonder aandeel in het verlies. De aanhoudende verliezen zouden dan wel een reden zijn om te toetsen op een bijzondere waardevermindering (RJ 214.602). Bij Werkplaats zou het dividend van € 100.000 bij kostprijswaardering de opbrengst zijn, als eerste post van de financiële baten (RJ 214.601).
Per klasse. Is de holding middelgroot of groot, dan volgt een mutatieoverzicht per post waarin resultaat en dividend apart zichtbaar zijn (RJ 214.804), en de lijst van deelnemingen met naam, woonplaats en aandeel (art. 2:379 BW). Een kleine holding is van die lijst vrijgesteld (art. 2:396 lid 5 BW) en mag de financiële vaste activa als één post tonen (RJk B3.101). Een microholding toont alleen het totaal van de vaste activa; de waardering tegen nettovermogenswaarde blijft voor haar gelden, tenzij zij fiscale grondslagen kiest.
Belangen zonder invloed van betekenis
Zonder invloed van betekenis waardeert u een deelneming tegen verkrijgingsprijs of actuele waarde (RJ 214.305; RJk B3.109). Bij kostprijs is gedeclareerd dividend uw opbrengst. Een beursgenoteerd belang zonder invloed staat volgens RJ 290 tegen reële waarde.
Kiest u actuele waarde, dan mag u waardeveranderingen direct in het resultaat nemen; voor stijgingen bij aandelen zonder frequente beursnotering vormt u dan een herwaarderingsreserve. Neemt u de stijging niet in het resultaat, dan gaat zij rechtstreeks naar de herwaarderingsreserve en gaat zij bij verkoop alsnog door de winst-en-verliesrekening. Voor boekjaren vanaf 2027 heeft de RJ deze keuze in RJ 214.305 verduidelijkt (RJ-Uiting 2026-5A); de RJk had haar al in B3.109.
Joint ventures (RJ 215)
Een joint venture is een samenwerking waarover een beperkt aantal deelnemers op grond van een overeenkomst samen de zeggenschap heeft; beslissend is de verdeling van zeggenschap, niet die van het eigendom (RJ 215.202). Kan één partner overheersende zeggenschap uitoefenen, dan is het geen joint venture in deze zin en kijkt u naar consolidatie volgens RJ 217.
- In een rechtspersoon of vennootschap. In de enkelvoudige jaarrekening waardeert u het belang volgens RJ 214, meestal tegen nettovermogenswaarde. In de geconsolideerde jaarrekening mag u proportioneel consolideren als dat het vereiste inzicht geeft (art. 2:409 BW; RJ 215.201).
- Zonder eigen rechtspersoon, met eigen middelen. Elke deelnemer verwerkt zijn eigen activa, schulden en kosten en zijn deel van de opbrengsten (RJ 215.205).
- Zonder eigen rechtspersoon, met gezamenlijke middelen. Elke deelnemer neemt zijn aandeel in die gezamenlijke activa, schulden, kosten en opbrengsten op, enkelvoudig en geconsolideerd (RJ 215.205).
- Inbreng of verkoop aan de joint venture. U neemt alleen het deel van de winst dat toekomt aan de andere deelnemers (RJ 215.208), net als bij intercompany-transacties.
Wat er per boekjaar verandert
- 2025. RJ 214 kreeg een nieuwe indeling met meer kopjes; dubbele alinea's verdwenen. Inhoudelijke wijzigingen waren niet beoogd (RJ-Uiting 2024-11; Ten geleide editie 2025).
- 2026. Verduidelijkt dat bij een overstap van kostprijs naar nettovermogenswaarde ingehouden winst die u niet vrij kunt laten uitkeren in de wettelijke reserve deelnemingen gaat (RJ 214.510; RJ-Uiting 2025-3A). Enkele alinea's over IFRS verhuisden naar het nieuwe RJ 105.
- 2027. Verduidelijkt dat waardeveranderingen van deelnemingen zonder invloed van betekenis bij actuele waarde direct in het resultaat mogen (RJ 214.305; RJ-Uiting 2026-5A). RJk B3.1 kreeg in de edities 2026 en 2027 dezelfde verduidelijkingen, onder meer in B3.109, B3.121 en B3.126.
Veelgemaakte fouten
- Dividend van een deelneming tegen nettovermogenswaarde als opbrengst boeken, zodat het resultaat dubbel telt.
- De cijfers van de dochter overnemen zonder ze te herrekenen naar de eigen grondslagen, bijvoorbeeld een dochter met fiscale afschrijvingen onder een holding die commerciële grondslagen volgt.
- Een negatieve deelneming als negatief actief tonen terwijl u niet voor haar schulden instaat.
- Een lening aan een dochter met een negatief vermogen volledig laten staan terwijl zij in wezen extra kapitaal is.
- Goodwill op een deelneming niet afschrijven omdat de deelneming winst maakt.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De app vraagt welke waarderingsgrondslag u voor deelnemingen gebruikt, met nettovermogenswaarde als keuze. In het mutatieoverzicht voert u per deelneming het aandeel in het resultaat, het dividend en kapitaalstortingen in. De nettovermogenswaarde en de wettelijke reserve deelnemingen rekent de app niet zelf uit: die bedragen vult u in, en de app gebruikt de reserve bij de berekening van de uitkeringsruimte. Middelgrote en grote rechtspersonen vullen de lijst van deelnemingen van art. 2:379 BW in.
Bronnen
- Art. 2:389 BW: deelnemingen, nettovermogenswaarde en wettelijke reserve (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:24c BW: het begrip deelneming
- Art. 2:367 BW: indeling van de financiële vaste activa
- Art. 2:379 BW: gegevens over deelnemingen in de toelichting
- RJ-Uiting 2024-11: herschreven RJ 214, geen inhoudelijke wijziging beoogd (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2025-3A: RJ 214.510, boekjaren vanaf 2026 (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2026-5A: RJ 214.305, boekjaren vanaf 2027 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Wanneer waardeer ik een deelneming tegen nettovermogenswaarde?
Als u invloed van betekenis heeft op het beleid van de deelneming, zakelijk en financieel (art. 2:389 lid 1 BW). Bij een vijfde of meer van de stemmen wordt die invloed vermoed. Zonder invloed van betekenis waardeert u tegen verkrijgingsprijs of actuele waarde (RJ 214.305; RJk B3.109).
Is dividend van mijn werkmaatschappij een opbrengst voor de holding?
Niet als de holding de werkmaatschappij tegen nettovermogenswaarde waardeert. Dan neemt de holding het aandeel in het resultaat als opbrengst, en verlaagt het dividend alleen de boekwaarde van de deelneming. Waardeert de holding tegen kostprijs, bijvoorbeeld omdat zij geen invloed van betekenis heeft, dan is het gedeclareerde dividend wel de opbrengst (RJ 214.601).
Wat doe ik als de nettovermogenswaarde van een deelneming negatief wordt?
U waardeert de deelneming op nul en verwerkt verdere verliezen alleen als u instaat voor haar schulden of feitelijk verplicht bent haar te steunen; dan vormt u een voorziening. Langlopende leningen die in wezen extra investering zijn, boekt u eerst af (RJ 214.418–420; RJk B3.119 en B3.119a).
Moet mijn holding een wettelijke reserve deelnemingen vormen?
Alleen voor het deel van de winst sinds de eerste waardering tegen nettovermogenswaarde dat de holding niet zonder beperking kan laten uitkeren (art. 2:389 lid 6 BW). Bij een 100%-dochter zonder belemmering is dat meestal nul. Een minderheidsbelang, een blokkerend bankconvenant of een buitenlandse uitkeringsbeperking kan een reserve nodig maken.
Hoe verwerk ik een joint venture?
In de enkelvoudige jaarrekening waardeert u het belang in een joint-venturevennootschap volgens RJ 214, meestal tegen nettovermogenswaarde. In de geconsolideerde jaarrekening mag u haar proportioneel consolideren als dat het vereiste inzicht geeft (art. 2:409 BW; RJ 215.201). Een samenwerking zonder eigen rechtspersoon verwerkt u via de eigen en gezamenlijke activa en kosten (RJ 215.205).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten