RJ 222 Vorderingen en de voorziening voor oninbaarheid
RJ 222 regelt de waardering en presentatie van vorderingen: debiteuren, verstrekte leningen en andere geldvorderingen. U neemt ze op tegen reële waarde en daarna tegen geamortiseerde kostprijs, in de praktijk het nominale bedrag min een voorziening voor oninbaarheid. Onder de RJ bepaalt u die voorziening op de balansdatum, niet als percentage van de omzet; de RJk staat dat wel toe.
Het korte antwoord
RJ 222 regelt de waardering en presentatie van vorderingen: debiteuren, verstrekte leningen en andere geldvorderingen. U neemt ze op tegen reële waarde en daarna tegen geamortiseerde kostprijs, in de praktijk het nominale bedrag min een voorziening voor oninbaarheid. Onder de RJ bepaalt u die voorziening op de balansdatum, niet als percentage van de omzet; de RJk staat dat wel toe.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:370 BW (indeling en looptijd), art. 2:383 lid 2 BW (leningen aan bestuurders en commissarissen), art. 2:387 lid 2 BW |
| Richtlijn | RJ 222 in de versie van 2025, toegepast vanaf boekjaar 2026; RJk B5.1 voor de kleinere klassen |
| Waardering | Eerst reële waarde inclusief transactiekosten, daarna geamortiseerde kostprijs; zonder agio, disagio of kosten is dat het nominale bedrag min de voorziening (RJ 222.201 tot en met 203) |
| Elders geregeld | Vorderingen in een handelsportefeuille en gekochte leningen (RJ 290), belastingvorderingen (RJ 272), personeelsvorderingen (RJ 271), leasevorderingen (RJ 292) |
Waar RJ 222 over gaat
Een vordering is een recht op geld van een ander op de balansdatum. RJ 222 behandelt de vorderingen in de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen, zowel onder de vlottende als onder de financiële vaste activa: handelsdebiteuren, leningen die u zelf verstrekt, schadevergoedingen die u tegoed heeft (RJ 222.101 en 103). Staat het bedrag nog niet vast, bijvoorbeeld door een geschil, en is het niet betrouwbaar te schatten, dan is het een niet in de balans opgenomen actief (RJ 222.107; RJ 252). Vooruitbetaalde kosten zijn geen vordering maar een overlopend actief.
Bij de indeling vraagt de wet per groep vorderingen het deel met een looptijd langer dan een jaar:
Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.
Wat veranderde in 2026
Tot en met boekjaar 2025 noemde RJ 222.203 de betalingskorting en de kredietbeperkingstoeslag: die gingen van de vordering af of kwamen erbij, in lijn met de bepaling van de netto-omzet. Vanaf boekjaar 2026 staat in RJ 222.203 alleen nog dat de voorziening voor oninbaarheid op de vordering in mindering komt. Een betalingskorting verwerkt u voortaan via de omzetregels van RJ 270: als financieringscomponent als die belangrijk is, anders als variabele vergoeding die u schat. De RJk schrapte de vergelijkbare zin uit B5.103 per dezelfde datum (RJ-Uitingen 2025-3A en 2025-3B). Boekjaar 2027 brengt voor vorderingen niets nieuws.
De voorziening voor oninbaarheid: statisch of dynamisch
Op elke balansdatum gaat u na of er objectieve aanwijzingen zijn dat een vordering of groep vorderingen niet volledig binnenkomt: betalingsachterstand, faillissement of surseance van de klant, een opgezegde betalingsregeling (RJ 222.204, met verwijzing naar RJ 290.534 en verder). Grote vorderingen beoordeelt u eerst één voor één. De rest mag per stuk of als groep, bijvoorbeeld met een ouderdomsanalyse waarbij u per leeftijdsklasse een verliespercentage uit ervaringscijfers toepast. Dat heet de statische methode.
Een vast percentage van de omzet als jaarlijkse dotatie, de dynamische methode, staat RJ 222.204 niet toe. De RJk wel: een kleine rechtspersoon mag dynamisch, statisch of met een combinatie werken, mits hij de dynamisch opgebouwde voorziening op toereikendheid toetst, meestal met een statische berekening, en haar verhoogt als zij tekortschiet (RJk B5.104).
Financiert u feitelijk een vaste afnemer, omdat een blijvend hoog saldo voor die afnemer een wezenlijk deel van zijn krediet is, dan kijkt u bij de voorziening naar die permanente kern en naar de financiële positie van de klant (RJ 222.205). En de voorziening staat op de vordering in mindering, nooit als ‘voorziening debiteuren’ aan de passiefzijde (art. 2:374 lid 2 BW).
Presentatie: wat apart moet
- Vorderingen op groepsmaatschappijen en op deelnemingen staan apart van gewone debiteuren (art. 2:370 lid 1 BW; RJ 222.302). Middelgroot en groot noemen daarnaast de vorderingen op deelnemingen met invloed van betekenis, kort en lang gesplitst (RJ 222.313).
- Leningen en voorschotten aan houders van aandelen op naam vermeldt u afzonderlijk; handelsvorderingen op die aandeelhouders vallen daar niet onder (RJ 222.305 en 310). Zie ook rekening-courant met de DGA.
- Leningen, voorschotten en garanties voor bestuurders en commissarissen: bedrag, openstaand saldo, afwaarderingen, kwijtschelding, rente, voorwaarden en aflossingen (art. 2:383 lid 2 BW; RJ 222.311). Anders dan bij de bezoldiging mag u dit niet weglaten omdat het tot één persoon herleidbaar is.
- Vooruitbetalingen op voorraden horen bij de voorraden, op materiële vaste activa bij die activa; voor diensten kiest u overige vorderingen of overlopende activa (RJ 222.307).
- Een getrokken maar niet verdisconteerde wissel blijft een debiteur. Wie verdisconteert terwijl het risico bij hem blijft, houdt de vordering en neemt een schuld aan de bank op (RJ 222.309).
Per grootteklasse
| Klasse | Balans | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Vlottende activa als totaal, met alleen opgevraagde stortingen apart (art. 2:395a lid 4 BW) | Geen. Leningen aan bestuurders mag u onder de balans vermelden, maar dat is niet verplicht (lid 6). |
| Klein | Alleen opgevraagde stortingen apart; de andere soorten mogen samen (art. 2:396 lid 3 BW; RJk B5.101) | Totaal van de vorderingen met looptijd langer dan een jaar; leningen aan bestuurders volgens art. 2:383 lid 2 BW (lid 5 stelt alleen lid 1 vrij) |
| Middelgroot | Volledige indeling; in de openbaar gemaakte balans mogen handelsdebiteuren en overige vorderingen samen (art. 2:397 lid 5 BW noemt lid 1 onder b tot en met d) | Looptijd per groep, leningen aan bestuurders, RJ 222.311 en 313, en RJ 290 paragraaf 9 met de vrijstellingen voor middelgroot (RJ 222.314) |
| Groot | Volledige indeling volgens art. 2:370 BW | Als middelgroot, maar RJ 290 paragraaf 9 zonder vrijstellingen |
Casus: dynamisch onder de RJk, statisch onder de RJ
Tegelgroothandel Zuidwest BV (fictief) heeft € 5.000.000 omzet en op 31 december 2026 € 500.000 aan openstaande debiteuren (bedragen exclusief btw). De voorziening stond op 1 januari 2026 op € 18.000. In 2026 boekte de BV € 11.000 af op definitief oninbare facturen, zodat er vóór de jaarafsluiting € 7.000 over is. Haar vaste beleid is een dotatie van 0,4% van de omzet: € 20.000.
| Statische toets per 31 december 2026 | Openstaand | Verliespercentage | Nodig |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen (waarvan de grootste klant, € 60.000, afzonderlijk beoordeeld: geen aanwijzing) | € 320.000 | 0,5% | € 1.600 |
| 1 tot 60 dagen vervallen | € 120.000 | 3% | € 3.600 |
| 61 tot 180 dagen vervallen | € 40.000 | 15% | € 6.000 |
| Klant in surseance | € 12.000 | 75% | € 9.000 |
| Klant met afgebroken betalingsregeling | € 8.000 | 50% | € 4.000 |
| Totaal | € 500.000 | € 24.200 |
Als kleine rechtspersoon op de RJk mag Zuidwest haar dynamische dotatie aanhouden: € 7.000 + € 20.000 = € 27.000. Die stand is hoger dan de statisch berekende € 24.200 en dus toereikend; de debiteuren staan op € 473.000.
Volgt Zuidwest de RJ, als middelgrote rechtspersoon of als kleine die voor de volledige RJ kiest, dan moet de voorziening de statisch bepaalde € 24.200 zijn. De dotatie is € 24.200 − € 7.000 = € 17.200, de debiteuren staan op € 475.800 en het resultaat is € 2.800 hoger dan onder de dynamische methode.
Daarnaast leende Zuidwest op 1 juli 2026 € 30.000 aan haar bestuurder, tegen 4% rente en met een aflossing van € 6.000 per jaar vanaf 1 juli 2027. Omdat het geld grotendeels pas na meer dan een jaar terugkomt, staat de lening onder de financiële vaste activa; de € 6.000 die binnen twaalf maanden opeisbaar is, licht Zuidwest apart toe (RJ 190.207). In de toelichting van klein, middelgroot en groot staan het openstaande bedrag van € 30.000, de rente van 4%, de aflossingsregeling, dat er niets is afgewaardeerd of kwijtgescholden en dat er in 2026 niets is afgelost (art. 2:383 lid 2 BW). Als micro hoeft Zuidwest dit niet te vermelden.
Veelgemaakte fouten
- Onder de RJ blijven doorgaan met een vast omzetpercentage, terwijl de voorziening op de balansdatum moet aansluiten op de stand van de debiteuren.
- De voorziening als passiefpost presenteren in plaats van op de debiteuren in mindering te brengen.
- Een lening aan de DGA als bestuurder niet vermelden, met als argument dat het om één persoon gaat; voor leningen geldt die uitzondering juist niet.
- Na boekjaar 2025 een betalingskorting nog als aftrek op de vordering verwerken zonder de omzetregels van RJ 270 te volgen.
- Vergeten dat een deel van een lange vordering binnen een jaar opeisbaar is, of andersom het deel na een jaar niet vermelden.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
In de Boekhouding van Jaarrekening.io toont het overzicht van de openstaande posten de debiteuren in ouderdomsklassen (niet vervallen, 1-30, 31-60, 61-90 en meer dan 90 dagen), het vertrekpunt voor een statische toets. Een aparte pagina zoekt de verkoopfacturen waarvan de betaaltermijn een jaar of langer verstreken is: de btw daarover verrekent u in de btw-aangifte (art. 29 Wet OB). Het verliespercentage per klasse en het oordeel over afzonderlijke klanten blijven uw beslissing.
Bronnen
- Art. 2:370 BW over de soorten vorderingen en hun looptijd (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:383 BW: leningen aan bestuurders en commissarissen
- Art. 2:374 BW: geen voorziening voor waardevermindering van activa
- RJ-Uiting 2025-3A: betalingskortingen in RJ 222, 270 en 273 (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2025-3B: betalingskortingen in RJk B5 en B13 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Mag ik de voorziening dubieuze debiteuren als percentage van de omzet berekenen?
Onder de RJ niet: RJ 222.204 staat een dynamische bepaling, zoals een vast percentage van de omzet, niet toe. Dat geldt voor middelgroot, groot en klein die de volledige RJ volgt. Micro- en kleine rechtspersonen op de RJk mogen het wel, mits zij de opgebouwde voorziening op elke balansdatum toetsen, meestal statisch, en haar verhogen als zij tekortschiet (RJk B5.104).
Staat de voorziening dubieuze debiteuren bij de voorzieningen op de balans?
Nee. Een waardevermindering van een actief mag niet door een voorziening aan de passiefzijde worden uitgedrukt (art. 2:374 lid 2 BW). De voorziening voor oninbaarheid komt in mindering op de debiteuren (RJ 222.203). Op de balans staat dus het nettobedrag; in de toelichting kunt u het brutobedrag en de voorziening noemen.
Moet ik een lening aan de DGA in de toelichting vermelden?
Is de DGA bestuurder, dan ja, voor klein, middelgroot en groot: het bedrag, het openstaande saldo, afwaarderingen en kwijtscheldingen, de rente, de belangrijkste voorwaarden en de aflossingen van het jaar (art. 2:383 lid 2 BW; RJk B5.106). Herleidbaarheid tot één persoon is voor leningen geen reden om het weg te laten. Een micro-onderneming is vrijgesteld.
Wat veranderde er in 2026 voor betalingskortingen op vorderingen?
Vanaf boekjaar 2026 noemt RJ 222.203 de betalingskorting niet meer. U verwerkt haar volgens de omzetregels van RJ 270: als belangrijke financieringscomponent of anders als geschatte variabele vergoeding die de omzet en de vordering verlaagt. Voor micro en klein verviel de vergelijkbare zin in RJk B5.103 per hetzelfde boekjaar (RJ-Uitingen 2025-3A en 2025-3B).
Wat geldt als objectieve aanwijzing dat een debiteur niet volledig betaalt?
Voorbeelden zijn een flinke betalingsachterstand, faillissement of surseance van de klant, een schuldsanering of het niet nakomen van een betalingsregeling (RJ 290.534 en 535, waar RJ 222.204 naar verwijst). Grote posten beoordeelt u afzonderlijk; de rest mag als groep, met een ouderdomsanalyse en ervaringspercentages.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten