Voorraden waarderen in de jaarrekening
De waarde van de voorraad op de balansdatum bepaalt rechtstreeks uw brutomarge. De wet geeft een hoofdregel, een ondergrens en een paar toegestane rekenmethoden.
Het korte antwoord
Voorraden waardeert u tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, of tegen de lagere actuele waarde op de balansdatum (art. 2:387 lid 2 BW). Voor gelijksoortige goederen bepaalt u de kostprijs met FIFO, gewogen gemiddelde prijzen of LIFO (art. 2:385 lid 2 BW). Incourante of beschadigde voorraad waardeert u af naar wat zij nog opbrengt.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:369 BW (posten), art. 2:385 lid 2 en 3 BW (rekenmethoden), art. 2:387 lid 2 BW (lagere waarde), art. 2:388 BW (kostprijs) |
| Richtlijn | RJ 220 Voorraden; projecten in opdracht van derden in RJ 221; voor micro en klein RJk B4 en B5.3 |
| Posten | Grond- en hulpstoffen, onderhanden werk, gereed product en handelsgoederen, vooruitbetalingen op voorraden |
| Fiscaal | Kostprijs; een lagere waarde alleen voor incourante goederen (Belastingdienst) |
Wettelijk kader en RJ 220
Onder de vlottende activa staan de voorraden in vier posten (art. 2:369 BW). De waardering begint bij de kostprijs. Voor ingekochte goederen is dat de inkoopprijs met bijkomende kosten, zoals vracht en invoerrechten. Voor wat u zelf maakt is het de vervaardigingsprijs: grond- en hulpstoffen en direct toerekenbare kosten, desgewenst met een redelijk deel van de indirecte kosten (art. 2:388 BW). Verkoopkosten en algemene beheerskosten horen er niet in.
Kunt u gelijksoortige artikelen niet per stuk volgen, dan mag u rekenen met gewogen gemiddelde prijzen, met FIFO (eerst in, eerst uit) of met LIFO (laatst in, eerst uit). De gekozen methode houdt u aan. Is de actuele waarde op de balansdatum lager dan de kostprijs, dan waardeert u op die lagere waarde (art. 2:387 lid 2 BW); voor voorraden is dat de opbrengstwaarde: de verkoopprijs min de nog te maken kosten. Vervalt de reden later, dan draait u de afboeking terug (lid 4).
Werk dat u in opdracht van een klant uitvoert, zoals een bouwproject, volgt eigen regels voor winstneming naar voortgang (RJ 221). Zie het begrip onderhanden werk.
Voorraad waarderen in vijf stappen
- Tel. Stel de aantallen op of rond de balansdatum vast en sluit de mutaties tot de balansdatum aan; zie de checklist jaarafsluiting.
- Grens af. Goederen onderweg tellen mee als het risico al op u is overgegaan. Consignatiegoederen van een leverancier zijn niet van u.
- Bepaal de kostprijs per artikel met de gekozen methode, zonder aftrekbare btw.
- Toets de opbrengstwaarde. Beoordeel per artikel of artikelgroep wat oud, beschadigd of uit het assortiment is.
- Licht toe. Vermeld de grondslag en de methode. Een afwaardering die groter is dan gebruikelijk, toont u apart in de winst-en-verliesrekening (art. 2:377 lid 3 BW).
Rekenvoorbeeld: drie methoden, drie uitkomsten
Een groothandel heeft van één artikel een beginvoorraad van 100 stuks à € 10. In maart koopt zij 200 stuks à € 12 en in oktober 100 stuks à € 14. Er zijn 400 stuks beschikbaar voor € 4.800; daarvan worden er 250 verkocht. Eind van het jaar liggen er 150.
| Methode | Eindvoorraad (150 stuks) | Kostprijs van de omzet |
|---|---|---|
| FIFO | 100 × € 14 + 50 × € 12 = € 2.000 | € 2.800 |
| Gewogen gemiddelde | 150 × (€ 4.800 : 400) = € 1.800 | € 3.000 |
| LIFO | 100 × € 10 + 50 × € 12 = € 1.600 | € 3.200 |
Bij stijgende prijzen geeft FIFO de hoogste voorraad en de hoogste winst, LIFO de laagste. Stel dat de groothandel het gewogen gemiddelde gebruikt en dat 20 stuks beschadigd zijn en nog € 5 per stuk opbrengen. De afwaardering is 20 × (€ 12 − € 5) = € 140. De journaalpost: Kostprijs van de omzet € 140 aan Voorraad € 140. Op de balans staat € 1.660.
Voorraden per grootteklasse
De waardering is voor elke klasse dezelfde; de uitsplitsing niet. Onderstaande grenzen horen bij boekjaren die op of na 1 januari 2024 zijn begonnen. Wie op twee balansdata na elkaar aan minstens twee van de drie criteria voldoet, valt in die klasse; een nieuwe rechtspersoon toetst in het eerste en tweede boekjaar op de eerste balansdatum (art. 2:398 lid 1 BW).
| Klasse | Wat u toont | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Alleen het totaal van de vlottende activa (art. 2:395a lid 4 BW) | Met fiscale grondslagen (art. 2:395a lid 7 BW) geldt de fiscale voorraadwaardering |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Voorraden als één post, zonder de vier onderdelen (art. 2:396 lid 3 BW) | Kostprijs van de omzet gaat op in het bruto-bedrijfsresultaat (lid 4); de fiscale waardering is een toegestane keuze (lid 6) |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Vier posten in de opgemaakte jaarrekening; openbaar volstaat het totaal (art. 2:397 lid 5 BW) | Grondslag en methode in de toelichting |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Vier posten, ook openbaar | In de geconsolideerde jaarrekening mag de uitsplitsing bij onevenredige kosten achterwege blijven (art. 2:410 lid 2 BW) |
Fiscale voorraadwaardering
Voor de belastbare winst waardeert u de voorraad volgens de Belastingdienst normaal gesproken tegen kostprijs. Een lagere waarde mag alleen voor incourante goederen, zoals kleding die uit de mode is. Handelt u in textiel, kleding, meubelen of stoffering, dan gelden vaste maximumpercentages voor de afwaardering (Staatscourant 2023, 4100). Onderhanden werk waardeert u fiscaal op het deel van de overeengekomen vergoeding dat aan het werk is toe te rekenen (art. 3.29b Wet IB 2001); commercieel hangt dat af van het soort project. De uitkomsten lopen dus uiteen.
Veelgemaakte fouten bij de voorraadwaardering
- De voorraad waarderen tegen verkoopprijs, waardoor nog niet verdiende winst op de balans komt.
- De saldibalanspost van vorig jaar laten staan zonder telling.
- Aftrekbare btw of verkoopkosten in de kostprijs opnemen.
- Elk jaar een andere methode kiezen. Dat is een stelselwijziging en mag alleen om gegronde redenen (art. 2:384 lid 6 BW).
- Incourante artikelen niet beoordelen omdat de marge gemiddeld goed is.
- Consignatievoorraad of al gefactureerde, nog niet afgehaalde goederen meetellen.
Voorraadwaardering in Jaarrekening.io
De boekhouding van Jaarrekening.io houdt voorraadartikelen bij met inkoop-, verkoop- en correctiemutaties en een telling die het verschil boekt. Het scherm Voorraadwaardering toont per artikel de waarde tegen de gewogen gemiddelde inkoopprijs en volgens FIFO naast elkaar; consignatiegoederen blijven buiten de balanswaarde. Een afwaardering naar lagere opbrengstwaarde beoordeelt en boekt u zelf.
Bronnen
- Art. 2:369 BW: voorraden (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:385 BW: gewogen gemiddelde, FIFO en LIFO
- Art. 2:387 BW: waardering tegen lagere actuele waarde
- Art. 2:388 BW: verkrijgings- en vervaardigingsprijs
- Besluit actuele waarde: definitie van de opbrengstwaarde (art. 5)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: RJ-bundel (RJ 220 en 221)
- Belastingdienst: waardering van voorraad
- Art. 3.29b Wet IB 2001: onderhanden werk
Veelgestelde vragen
Welke methode kies ik: FIFO of gewogen gemiddelde?
Beide zijn toegestaan. FIFO sluit aan bij de werkelijke goederenstroom als u oude voorraad eerst verkoopt en laat de balans de recentste prijzen zien. Het gewogen gemiddelde dempt prijsschommelingen en is eenvoudiger bij veel kleine mutaties. Belangrijker dan de keuze is dat u haar jaar op jaar aanhoudt.
Mag ik LIFO gebruiken in de Nederlandse jaarrekening?
Ja, art. 2:385 lid 2 BW noemt LIFO uitdrukkelijk. Bij stijgende prijzen geeft LIFO een lagere balanswaarde en een lagere winst dan FIFO. Licht de grondslag daarom duidelijk toe en houd de methode aan.
Moet ik de voorraad op 31 december tellen?
De wet noemt geen telmoment. De balans moet wel de voorraad op de balansdatum weergeven en de administratie moet uw rechten en verplichtingen laten kennen (art. 2:10 lid 1 BW). Telt u op een andere dag, dan sluit u de in- en verkopen tussen teldag en balansdatum aan.
Mag ik een afwaardering later terugdraaien?
Ja. Zodra de waardevermindering niet meer bestaat, maakt u de afboeking ongedaan (art. 2:387 lid 4 BW), tot ten hoogste de oorspronkelijke kostprijs. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de marktprijs herstelt of als u alsnog een afnemer vindt.
Hoort btw in de voorraadwaarde?
Alleen btw die u niet kunt aftrekken, bijvoorbeeld omdat u vrijgestelde prestaties verricht. Aftrekbare btw is een vordering op de Belastingdienst en geen onderdeel van de kostprijs.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten