Richtlijnen (RJ)

RJ 110 en 115: uitgangspunten, opname en afzonderlijke vermelding

Twee korte hoofdstukken met grote gevolgen: wat de jaarrekening moet laten zien, wanneer een post op de balans hoort en wanneer u posten apart toont of tegen elkaar wegstreept.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

RJ 110 legt de uitgangspunten vast: inzicht, continuïteit, voorzichtigheid, het wezen boven de vorm en stelselmatigheid. RJ 115 bepaalt wanneer een actief of verplichting op de balans komt (waarschijnlijk voordeel of uitstroom, betrouwbaar meetbaar), wanneer u een post apart toont en wanneer u mag salderen. Voor micro en klein staat hetzelfde in RJk A1 en A2.1.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:362, 2:363 en 2:385 BW
RJ 110Versie 2024, van kracht vanaf boekjaar 2025; ongewijzigd in 2026 en 2027
RJ 115Boekjaar 2026: versie 2025; boekjaar 2027: versie 2026 met kwalitatieve criteria (115.213a) en het Besluit modellen als aanbeveling (115.216)
Micro en kleinRJk A1 (uitgangspunten) en A2.1 (opname, vermelding, salderen)

De uitgangspunten van RJ 110

RJ 110 vertaalt de wettelijke opdracht van art. 2:362 BW in werkregels. Sinds editie 2025 staan de begrippen uit het vroegere Stramien, zoals relevantie, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid, in een inleidende paragraaf van de bundel. De regels die u in de praktijk tegenkomt:

  • Herkenbaar. De jaarrekening vermeldt de naam van de rechtspersoon, of het om een enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekening gaat, balansdatum en periode, de valuta en de eenheid, zoals duizenden euro's (RJ 110.103; voor klein RJk A1.306).
  • Afwijkend boekjaar. Beslaat de jaarrekening meer of minder dan twaalf maanden, dan legt een middelgrote of grote rechtspersoon uit waarom en dat de vergelijkende cijfers daardoor niet vergelijkbaar zijn (RJ 110.104, stellig). Voor klein is dat iets wat zij kan overwegen (RJk A1.305).
  • Aanvullen en afwijken. Geeft de jaarrekening ondanks de wettelijke voorschriften onvoldoende inzicht, dan vult u aan; in uitzonderlijke gevallen wijkt u af van een voorschrift buiten afdeling 2 van Titel 9, met uitleg in de toelichting (art. 2:362 lid 4 BW; RJ 110.106 tot en met 110.109).
  • Eigen vermogen is geen bedrijfswaarde. Het eigen vermogen is het saldo van afzonderlijk gewaardeerde posten; zelf opgebouwde goodwill zet u niet op de balans (RJ 110.111 en 110.115; art. 2:365 lid 1 onder d BW).
  • Stelselmatig. Gelijksoortige posten krijgen dezelfde grondslag en die keuze houdt u vast; wijzigen loopt via RJ 140 (RJ 110.124; RJk A1.308).
  • De toelichting repareert niets. Een verkeerd verwerkte post wordt niet goed door hem uit te leggen (RJ 110.125; RJk A1.309).
  • Vergelijkende cijfers. Niet alleen bij balans- en resultaatposten, maar ook in het kasstroomoverzicht, het mutatieoverzicht van het eigen vermogen en zoveel mogelijk bij bedragen in de toelichting (RJ 110.127; art. 2:363 lid 5 BW).
  • Oordelen en schattingen. Zijn die belangrijk en niet vanzelfsprekend, zoals de vraag of een lease financieel is of hoe groot een claimvoorziening moet zijn, dan beschrijft een middelgrote of grote rechtspersoon ze met de veronderstellingen erachter (RJ 110.129).

Wanneer een post op de balans komt

Een actief is een middel waarover de rechtspersoon beschikt, dat voortkomt uit het verleden en dat naar verwachting economisch voordeel oplevert. Een verplichting is een bestaande plicht uit het verleden die naar verwachting tot een uitstroom van middelen leidt. Op de balans komen ze pas als twee voorwaarden samen gelden (RJ 115.104 en 115.105; RJk A2.102 en A2.103):

  1. het voordeel komt waarschijnlijk naar binnen, of de uitstroom vindt waarschijnlijk plaats; en
  2. het bedrag is betrouwbaar te bepalen.

Voldoet een post daar niet aan, dan blijft hij buiten de balans en komt hij zo nodig in de toelichting, als niet in de balans opgenomen verplichting of actief (zie RJ 252). Lopende contracten waarin geen van beide partijen al heeft gepresteerd, zoals een getekende huur die nog moet ingaan, verwerkt u niet, tenzij het contract voor de rechtspersoon verlieslatend is geworden (RJ 115.113; RJk A2.104). In Nederland rekent u vooruitbetaalde kosten tot de activa en vooruitontvangen bedragen tot het vreemd vermogen (RJ 115.102).

Het wezen gaat boven de vorm

De jaarrekening volgt de economische werkelijkheid, niet alleen de juridische vorm (RJ 115.106 tot en met 115.112; RJk A2.108 en A2.108a). Daarbij beoordeelt u samenhangende transacties als één geheel. Verandert een transactie per saldo weinig aan de risico's en voordelen die u realistisch gezien loopt, dan blijft het actief op de balans en ontstaat er geen winst; het is dan eerder een financiering dan een verkoop. Gaan vrijwel alle risico's en voordelen over naar een ander, dan verdwijnt het actief van de balans en neemt u het resultaat meteen. Neemt u een actief op waarvan u niet de juridische eigenaar bent, dan vermeldt u dat (RJ 115.112).

Apart vermelden of samenvoegen

Een post behoeft niet afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de artikelen 378, 382 en 383 mogen evenwel niet achterwege blijven.

art. 2:363 lid 3 BW

Wat "van te verwaarlozen betekenis" is, vult de RJ in met vuistregels, geen harde grenzen (RJ 115.213 tot en met 115.215; RJk A2.114):

  • een balanspost groter dan 5% van het balanstotaal of 10% van de rubriek waartoe hij hoort, toont u bij voorkeur apart; onder 1% van het balanstotaal mag hij meestal op in een andere post;
  • een post in de winst-en-verliesrekening groter dan 5% van het bruto-bedrijfsresultaat of 10% van zijn rubriek, toont u bij voorkeur apart;
  • vanaf boekjaar 2027 weegt u ook de kenmerken van de post mee: aard, functie, liquiditeit, waarderingsgrondslag, onzekerheid, looptijd en beperkingen in gebruik (RJ 115.213a; RJk A2.113a).

Vermeldingen over het eigen vermogen (art. 2:378 BW), het aantal werknemers (art. 2:382 BW) en de bezoldiging van bestuurders en commissarissen (art. 2:383 BW) laat u nooit weg vanwege materialiteit, voor zover ze voor uw klasse gelden. Het Besluit modellen jaarrekening geldt voor de BV en NV, niet voor de micro (art. 1 lid 3 van het besluit). Waar het niet verplicht is, beveelt de RJ aan het zoveel mogelijk te volgen (RJ 115.216 vanaf 2027; RJk A2.114a vanaf 2026).

Salderen en verrekenen

Activa en passiva of baten en lasten die apart horen, mag u niet tegen elkaar wegstrepen (art. 2:363 lid 2 BW). Salderen in de balans mag alleen als u een afdwingbaar recht hebt om beide posten verrekend en gelijktijdig af te wikkelen, én u dat ook stellig van plan bent (RJ 115.305; RJk A2.115). Iets anders is verrekening in het vermogensrecht (art. 6:127 BW): door een verrekeningsverklaring of een lopende rekening-courant gaan vordering en schuld juridisch teniet, en dan staat alleen het saldo op de balans.

Casus: debiteuren verkocht aan een factor

Groothandel Lindenhof BV (fictief, klein) verkoopt op 1 december 2026 debiteuren van € 240.000 aan een factormaatschappij voor € 232.800. De korting van € 7.200 dekt een looptijd van 90 dagen. Lindenhof verwacht op basis van ervaring 1,5% oninbaar (€ 3.600) en heeft daarvoor in 2026 een voorziening gevormd. Bij variant A draagt Lindenhof elk verlies door wanbetaling, bij variant B de factor.

A. Met volledig regres (risico blijft bij Lindenhof)B. Zonder regres (factor draagt het risico)
Economische realiteitHet verwachte kredietrisico verandert niet: dit is een financieringVrijwel alle risico's en voordelen gaan over: dit is een verkoop
Debiteuren op 31-12-2026€ 240.000 min voorziening € 3.600 = € 236.400€ 0
Schuld aan de factor op 31-12-2026€ 232.800 plus opgelopen korting € 2.400 (30 van 90 dagen) = € 235.200€ 0
Resultaat 2026Dotatie voorziening € 3.600 en financieringslast € 2.400; de rest van de korting, € 4.800, valt in 2027Dotatie voorziening € 3.600 en verlies bij verkoop € 3.600 (boekwaarde € 236.400 min opbrengst € 232.800): samen de korting van € 7.200

Bij Groothandel Merwede BV (fictief, middelgroot, balanstotaal € 18 mln) staat een waarborgsom van € 300.000 bij de verhuurder tussen de overige vorderingen. Dat is 1,7% van het balanstotaal, maar 12,5% van de rubriek vorderingen (€ 2,4 mln): apart tonen of toelichten ligt voor de hand. Vanaf 2027 telt ook mee dat het geld tot het einde van de huur in 2031 vastligt.

Per grootteklasse

KlasseWat geldt
MicroDezelfde opnamecriteria (RJk M1.301). Geen overlopende posten nodig voor overige bedrijfskosten (art. 2:395a lid 3 BW); de balans is sterk samengetrokken (art. 2:395a lid 4 BW); het Besluit modellen geldt niet.
KleinRJk A1 en A2.1 met dezelfde criteria en vuistregels. Modellen C, D, I en J van het Besluit modellen mogen.
MiddelgrootRJ 110 en 115; oordelen en schattingen toelichten (RJ 110.129); publicatie volgens art. 2:397 BW.
GrootAls middelgroot, zonder groottevrijstellingen.

Veelgemaakte fouten

  • Een factoring- of sale-and-leasebackconstructie als verkoop boeken terwijl het risico bij de rechtspersoon blijft.
  • Een bankrekening met een creditsaldo salderen met een rekening met een debetsaldo bij een andere bank.
  • Een fout op de balans laten staan en hem in de toelichting uitleggen.
  • Een post onder de 5%-grens automatisch samenvoegen, terwijl hij door zijn aard voor de lezer belangrijk is, zoals een lening aan een bestuurder.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet een post apart op de balans?

Als hij voor het inzicht niet van te verwaarlozen betekenis is (art. 2:363 lid 3 BW). De RJ geeft als vuistregel: groter dan 5% van het balanstotaal of 10% van de rubriek. Vanaf boekjaar 2027 tellen ook kenmerken als aard, liquiditeit, onzekerheid en beperkingen in gebruik mee (RJ 115.213a, RJk A2.113a).

Mag ik een positief en een negatief banksaldo salderen?

Alleen als u een afdwingbaar recht hebt om beide saldi verrekend en gelijktijdig af te wikkelen, en u dat ook van plan bent (RJ 115.305, RJk A2.115). Bij twee rekeningen bij verschillende banken is dat meestal niet zo. Een rekening-courant waarin vorderingen en schulden van rechtswege worden verrekend, toont wel alleen het saldo.

Wat betekent 'het wezen gaat boven de vorm'?

Dat de jaarrekening de economische werkelijkheid van een transactie toont en niet alleen de juridische vorm. Verkoopt u een actief maar houdt u in feite de risico's, zoals bij een verkoop met terugkoopplicht of factoring met volledig regres, dan blijft het actief op de balans en is de ontvangst een lening (RJ 115.107 tot en met 115.110).

Geldt RJ 115 ook voor een kleine BV?

De kleine BV volgt RJk A2.1, met dezelfde opnamecriteria, vuistregels voor materialiteit en regels voor salderen. Een micro volgt die regels ook voor verwerking en waardering, maar heeft een sterk samengetrokken balans en geen toelichting.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten