Richtlijnen (RJ)

RJ 140 stelselwijzigingen: wanneer mag het en hoe verwerkt u het?

Een andere waarderingsgrondslag kiezen mag, maar niet zomaar. RJ 140 bepaalt welke redenen gelden en hoe u het effect met terugwerkende kracht in beginvermogen en vergelijkende cijfers zet.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Een stelselwijziging is een andere grondslag of regel dan vorig jaar, bijvoorbeeld van kostprijs naar actuele waarde. Dat mag alleen met gegronde redenen (art. 2:384 lid 6 BW). U verwerkt haar met terugwerkende kracht: het cumulatieve effect gaat rechtstreeks in het eigen vermogen aan het begin van het jaar en de vergelijkende cijfers worden aangepast.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:384 lid 6 BW (grondslagen), art. 2:363 lid 4 en 5 BW (indeling, vergelijkende cijfers)
VersieRJ 140 (versie 2021) geldt sinds boekjaar 2022, ongewijzigd in de edities 2025 tot en met 2027
Micro en kleinRJk A3.1 (versie 2025, boekjaar 2026: voorbeeld van het mutatieoverzicht toegevoegd)
HoofdregelRetrospectief, cumulatief effect in de overige reserves tenzij een andere reserve voorgeschreven is, na belasting

Wat de wet zegt

Slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande boekjaar.

art. 2:384 lid 6 BW

Voor de indeling van balans en winst-en-verliesrekening geldt hetzelfde: afwijken van vorig jaar alleen met gegronde redenen, met uitleg (art. 2:363 lid 4 BW). RJ 140 bepaalt wat een stelselwijziging is, wanneer zij moet of mag en hoe u haar verwerkt. Voor micro en klein staat het in RJk A3.1.

Wat wel en geen stelselwijziging is

Het stelsel omvat de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de regels voor rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen, de consolidatiegrondslagen, de indeling en presentatie, en de opzet van het kasstroomoverzicht (RJ 140.0; RJk A3.101).

Wel een stelselwijzigingGeen stelselwijziging
Vastgoedbeleggingen van kostprijs naar actuele waardeEen andere levensduur of afschrijvingsmethode: dat is een schattingswijziging
Voorraad van FIFO naar gewogen gemiddelde prijzenEen eerste grondslag voor een post die nieuw is of eerder niet belangrijk was
Winst-en-verliesrekening van categoriaal naar functioneel modelEen grondslag voor transacties die naar hun aard anders zijn dan vroeger
Overstap van een niet langer aanvaardbaar stelsel naar een aanvaardbaar stelselEen andere consolidatiekring door een overname, verkoop of wegvallende zeggenschap

Het herstel van een fout is evenmin een stelselwijziging; daarvoor geldt RJ 150. Als twijfel bestaat of iets een stelsel- of schattingswijziging is, behandelt de RJ het als schattingswijziging met een passende toelichting (RJ 145.102).

Wanneer het moet en wanneer het mag

Een eenmaal gekozen stelsel houdt u vast (RJ 140.203; RJk A3.104). U moet wijzigen als de wet of de Richtlijnen dat eisen, of als de wijziging het inzicht belangrijk verbetert (RJ 140.206; RJk A3.105). U mag wijzigen bij een gegronde reden in de zin van art. 2:384 lid 6 BW. De RJ noemt daarvan voorbeelden: een voorkeur of nieuw alternatief in wet of Richtlijnen, wat in de branche gebruikelijk is, aansluiting bij internationale opvattingen, het stelsel van de moedermaatschappij, of een wezenlijk andere aard van de activiteiten (RJ 140.207). Een mooier resultaat is geen reden.

Hoe u een stelselwijziging verwerkt

  1. Herreken het eigen vermogen aan het einde van het vorige boekjaar alsof het nieuwe stelsel altijd gold.
  2. Boek het verschil, na belasting, rechtstreeks in het eigen vermogen aan het begin van het huidige boekjaar: in de overige reserves, tenzij de wet een andere reserve voorschrijft, zoals de herwaarderingsreserve (RJ 140.208; RJk A3.106).
  3. Pas de vergelijkende cijfers aan. Het deel van het effect dat ouder is dan het vorige boekjaar, toont u als mutatie in het beginvermogen van dat vorige jaar, niet in het vorige resultaat (RJ 140.211; RJk A3.111).
  4. Pas het nieuwe stelsel toe op alles wat in het jaar van de wijziging gebeurde, ook als het besluit later in het jaar viel (RJ 140.210).

De vergelijkende cijfers aanpassen verandert de vastgestelde jaarrekening van vorig jaar niet; het dient alleen de vergelijkbaarheid. Kan het cumulatieve effect redelijkerwijs niet worden bepaald, dan neemt u de boekwaarden aan het begin van het jaar als vertrekpunt (RJ 140.209). Zijn de vergelijkende cijfers praktisch niet aan te passen, dan zegt u waarom en wat de aanpassing zou zijn geweest.

Casus: vastgoedbelegging naar actuele waarde bij Vastgoed Rietveld BV

Vastgoed Rietveld BV (fictief, klein) verhuurt een kantoorpand dat zij op 1 januari 2020 kocht voor € 1.400.000. Zij schreef het af in 40 jaar: € 35.000 per jaar. In 2027 neemt een groep die al haar vastgoed tegen actuele waarde waardeert, alle aandelen over. Rietveld stapt mee over op actuele waarde, met waardeveranderingen via de winst-en-verliesrekening en een herwaarderingsreserve, zoals RJk B2.206 toestaat. De gegronde reden: het stelsel van de moedermaatschappij. Aangenomen is dat de fiscale boekwaarde gelijk is aan de oude boekwaarde; de latente belasting is 25,8%.

31-12-202531-12-2026
Boekwaarde tegen kostprijs (oud)€ 1.190.000€ 1.155.000
Actuele waarde volgens taxatie (nieuw)€ 1.540.000€ 1.600.000
Verschil vóór belasting€ 350.000€ 445.000
Latente belastingverplichting 25,8%€ 90.300€ 114.810
Effect op het eigen vermogen€ 259.700€ 330.190
  • In de jaarrekening 2027 komt € 330.190 rechtstreeks bij het eigen vermogen per 1 januari 2027.
  • De vergelijkende cijfers over 2026 worden herrekend: de afschrijving van € 35.000 vervalt en de waardestijging van € 60.000 komt erbij. Het resultaat 2026 stijgt vóór belasting met € 95.000, na belasting met € 70.490.
  • De € 259.700 die op eerdere jaren betrekking heeft, staat in het vergelijkende mutatieoverzicht als mutatie per 1 januari 2026. Controle: € 259.700 + € 70.490 = € 330.190.
  • Herwaarderingsreserve per 31 december 2026: actuele waarde min verkrijgingsprijs, € 200.000, verminderd met € 51.600 latente belasting: € 148.400 (art. 2:390 BW). De overige € 181.790 komt in de overige reserves. Kiest Rietveld de methode waarbij de verkrijgingsprijs wordt verminderd met de afschrijvingen die bij kostprijs zouden zijn genomen, dan is de hele € 330.190 herwaarderingsreserve (RJk B2.206).

Een micro had deze stap niet kunnen zetten: zij mag vastgoedbeleggingen niet tegen marktwaarde waarderen (RJk M1.303).

Bijzondere overgangen

  • Naar fiscale grondslagen. Kiest een micro of kleine rechtspersoon voor fiscale grondslagen, dan gaat het vermogensverschil rechtstreeks in het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar; het vergelijkende cijfer hoeft niet te worden herzien (art. 1 Besluit fiscale waarderingsgrondslagen).
  • Naar het microregime. Het eerste jaar als micro is een stelselwijziging met aangepaste vergelijkende cijfers, maar zonder toelichting (RJk M1.304).
  • Van klein naar middelgroot. Moet de rechtspersoon daardoor grondslagen wijzigen, dan volgt zij RJ 140 (RJk A3.101).
  • Overgangsregels in een Richtlijn. Een nieuwe Richtlijn kan een vereenvoudigde overgang toestaan, zoals prospectieve verwerking voor de onderhoudsvoorziening vanaf 2026 (RJ 212.810) of het ongemoeid laten van vergelijkende cijfers bij aandelenbeloningen (RJ 275.603). Zie Wijzigingen RJ 2026 en 2027.
  • Naar liquidatiebasis. Dat is geen stelselwijziging: u verwerkt de overgang vooruit en past de vergelijkende cijfers niet aan (RJ 170.205).

Wat elke klasse toelicht

KlasseToelichting bij een stelselwijziging
MicroGeen toelichting op grond van afdeling 5 en 6 (art. 2:395a lid 6 BW). Afdeling 2 geldt wel: een herziening van de vergelijkende cijfers vermeldt u kort onder de balans (art. 2:363 lid 5 BW), behalve bij de overgang naar het microregime zelf.
KleinWat er veranderde en waarom, de verwerkingswijze, het effect op vermogen en resultaat en op de afzonderlijke posten (RJk A3.114, met art. 2:363 lid 4 BW en art. 2:384 lid 6 BW); bij voorkeur ook het effect op het lopende jaar (A3.115).
Middelgroot en grootAls klein, en daarnaast een cijfermatige indicatie van de invloed op volgende boekjaren als die belangrijk is, of de mededeling dat die niet te geven is (RJ 140.213 tot en met 140.216). Meerjarenoverzichten herrekent u waar dat praktisch kan (RJ 140.212).

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

De vragenlijst van Jaarrekening.io vraagt of de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gewijzigd. De uitleg bij die vraag helpt het verschil met een schattingswijziging te maken en noemt de redenen die als gegrond gelden. Uw antwoorden over aard, reden en effect komen in de toelichting; de herrekening van beginvermogen en vergelijkende cijfers voert u zelf door in de cijfers.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wat is een stelselwijziging?

Een stelselwijziging is een wijziging in de grondslagen of regels waarmee de jaarrekening is opgesteld, vergeleken met vorig jaar. Voorbeelden: van kostprijs naar actuele waarde, van FIFO naar gewogen gemiddelde prijzen, of een ander model voor de winst-en-verliesrekening. Een andere levensduur of afschrijvingsmethode is geen stelselwijziging maar een schattingswijziging.

Mag ik zomaar van grondslag wisselen?

Nee. Art. 2:384 lid 6 BW staat een andere grondslag alleen toe wegens gegronde redenen, die u in de toelichting uitlegt. Volgens RJ 140.207 kan dat bijvoorbeeld een nieuwe keuze in wet of Richtlijnen zijn, de gewoonte in de branche of het stelsel van de moedermaatschappij. Een hoger resultaat is geen gegronde reden.

Hoe verwerk ik het effect van een stelselwijziging?

Met terugwerkende kracht. U herrekent het eigen vermogen aan het einde van vorig jaar volgens het nieuwe stelsel en boekt het verschil, na belasting, rechtstreeks in het eigen vermogen aan het begin van dit jaar. De vergelijkende cijfers past u aan (RJ 140.208 en 140.211, RJk A3.106 en A3.111).

Moet een micro-BV een stelselwijziging toelichten?

Een micro heeft geen toelichting volgens afdeling 5 en 6 van Titel 9. Afdeling 2 geldt wel; daarom vermeldt zij een herziening van de vergelijkende cijfers kort onder de balans (art. 2:363 lid 5 BW). Voor de overgang naar het microregime zelf hoeft dat niet (RJk M1.304).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten