Immateriële vaste activa in de jaarrekening
Software, licenties, octrooien en gekochte goodwill kunnen als immaterieel vast actief op de balans staan. De regels voor activeren zijn strenger dan bij machines of gebouwen.
Het korte antwoord
Immateriële vaste activa zijn niet-tastbare activa die de onderneming duurzaam dienen, zoals geactiveerde ontwikkelingskosten, licenties, octrooien en gekochte goodwill (art. 2:365 lid 1 BW). U waardeert ze tegen kostprijs en schrijft af over de gebruiksduur. Onderzoekskosten, zelf opgebouwde goodwill en eigen merken komen niet op de balans.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:365 BW (posten en reserve), art. 2:386 lid 3 BW (afschrijving), art. 2:387 BW (waardevermindering) |
| Richtlijn | RJ 210 Immateriële vaste activa; goodwill uit een overname in RJ 216; voor micro en klein de RJk-bundel |
| Afschrijving | Over de verwachte gebruiksduur. Is die bij ontwikkelingskosten of goodwill niet betrouwbaar te schatten: ten hoogste tien jaar. Oprichtings- en uitgiftekosten: ten hoogste vijf jaar |
| Wettelijke reserve | Ter hoogte van geactiveerde kosten van oprichting, aandelenuitgifte en ontwikkeling (art. 2:365 lid 2 BW) |
Wettelijk kader en RJ 210
De wet noemt vijf soorten immateriële vaste activa die afzonderlijk op de balans staan (art. 2:365 lid 1 BW): kosten van oprichting en aandelenuitgifte, kosten van ontwikkeling, kosten van verwerving van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom, goodwill die van derden is verkregen, en vooruitbetalingen. Goodwill en vooruitbetalingen staan er voor ten hoogste de gedane uitgaven, verminderd met afschrijvingen (art. 2:385 lid 4 BW).
Wie kosten van oprichting, uitgifte of ontwikkeling activeert, licht ze toe en houdt een wettelijke reserve aan voor hetzelfde bedrag. Die reserve beperkt de ruimte voor dividend. Voor oprichtings- en uitgiftekosten beveelt de RJ aan ze niet te activeren; kosten van een aandelenuitgifte gaan dan ten laste van het agio.
RJ 210 werkt uit wanneer een uitgave een actief is. De kern: het actief is identificeerbaar, de rechtspersoon heeft er de beschikkingsmacht over, toekomstige economische voordelen zijn waarschijnlijk en de kostprijs is betrouwbaar vast te stellen. Een afboeking van goodwill neemt u later niet terug (art. 2:387 lid 5 BW).
Wat u wel en niet activeert
| Uitgave | Verwerking |
|---|---|
| Onderzoek: nieuwe kennis en inzichten opdoen | Kosten in het jaar zelf |
| Ontwikkeling: ontwerp en bouw van een nieuw product, proces of systeem | Activeren als aan alle voorwaarden van RJ 210 is voldaan, met een wettelijke reserve |
| Gekochte software, licentie, vergunning of octrooi | Activeren tegen verkrijgingsprijs |
| Goodwill betaald bij de koop van een onderneming | Activeren en afschrijven |
| Zelf opgebouwde goodwill, een eigen merk of klantenbestand | Niet activeren |
| Opleiding, reclame en opstartkosten | Kosten in het jaar zelf |
Voor ontwikkelingskosten moet u kunnen aantonen dat het project technisch uitvoerbaar is, dat u het wilt en kunt voltooien en gebruiken of verkopen, dat het waarschijnlijk economische voordelen oplevert en dat de uitgaven betrouwbaar per project zijn vast te stellen. Zonder urenregistratie en projectadministratie lukt dat niet. Is aan alle voorwaarden voldaan, dan activeert u; het is dan geen vrije keuze meer. Voor micro en klein geldt die plicht volgens de RJk alleen als ontwikkelen een kernactiviteit is.
Afschrijven begint zodra het actief klaar is voor gebruik. Elk jaar toetst u of er aanwijzingen zijn voor een duurzame waardevermindering (art. 2:387 lid 3 BW); de boekwaarde mag niet hoger zijn dan de realiseerbare waarde, de hoogste van opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.
Rekenvoorbeeld: een softwarebedrijf activeert een platform
Een BV bouwt in 2025 een eigen platform. Van januari tot en met maart onderzoekt zij welke techniek geschikt is (€ 30.000). Van april tot en met december bouwt zij: € 96.000 aan uren en € 24.000 aan externe kosten. Het platform gaat op 1 januari 2026 in gebruik en gaat naar verwachting vijf jaar mee.
| Moment | Journaalpost | Bedrag |
|---|---|---|
| 2025, onderzoek | Kosten; niets op de balans | € 30.000 |
| 2025, ontwikkeling | Immateriële vaste activa aan Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf | € 120.000 |
| 2025, reserve | Overige reserves aan Wettelijke reserve ontwikkelingskosten | € 120.000 |
| 2026, afschrijving | Afschrijvingskosten aan Immateriële vaste activa (€ 120.000 : 5) | € 24.000 |
| 2026, reserve | Wettelijke reserve aan Overige reserves | € 24.000 |
Eind 2026 is de boekwaarde € 96.000, gelijk aan de wettelijke reserve. Fiscaal mag de BV de voortbrengingskosten in 2025 ineens afschrijven. Doet zij dat, dan is de fiscale boekwaarde nihil en neemt zij commercieel een latente belastingverplichting op: bij een tarief van 19% is dat eind 2025 € 22.800.
Immateriële vaste activa per grootteklasse
Met de grenzen voor boekjaren vanaf 1 januari 2024 ziet de presentatie van immateriële vaste activa er per klasse zo uit. Een klasse geldt als de rechtspersoon op twee opeenvolgende balansdata aan minstens twee van de drie criteria voldoet; het eerste en tweede boekjaar volgen art. 2:398 lid 1 BW. De reserveplicht van art. 2:365 lid 2 BW geldt voor iedereen die activeert.
| Klasse | Balans | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Alleen het totaal van de vaste activa; geactiveerde oprichtings- en uitgiftekosten apart (art. 2:395a lid 4 BW) | Geen. Fiscale grondslagen zijn toegestaan (art. 2:395a lid 7 BW): dan volgt u de fiscale afschrijving |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Immateriële vaste activa als één post; oprichtings- en uitgiftekosten apart (art. 2:396 lid 3 BW) | Geen verloopoverzicht verplicht; wel de afschrijvingsmethode. Ook de fiscale grondslagen zijn een optie (art. 2:396 lid 6 BW) |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Alle vijf posten; in de openbaar gemaakte balans alleen oprichtings- en uitgiftekosten en goodwill apart (art. 2:397 lid 5 BW) | Verloopoverzicht per post (art. 2:368 BW) |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Alle vijf posten, ook openbaar | Verloopoverzicht en de toelichtingen van RJ 210, met onderscheid tussen gekochte en zelf ontwikkelde activa |
Fiscale behandeling van goodwill en ontwikkelingskosten
De fiscus kent eigen regels (art. 3.30 Wet IB 2001, voor de BV via art. 8 Wet Vpb 1969). Op goodwill schrijft u fiscaal ten hoogste 10% per jaar af, ook als de commerciële gebruiksduur vijf jaar is. De voortbrengingskosten van een zelf gemaakt immaterieel actief mogen in het jaar van voortbrenging ineens ten laste van de winst. Beide regels leiden tot tijdelijke verschillen tussen de commerciële en de fiscale boekwaarde, en daarmee tot een latente belasting in de commerciële jaarrekening.
Veelgemaakte fouten bij activeren
- Onderzoekskosten of algemene overhead meenemen in het geactiveerde bedrag.
- Uren activeren zonder registratie per project en per fase.
- De wettelijke reserve vergeten, of haar niet verlagen als u afschrijft.
- Goodwill standaard in tien jaar afschrijven. De wet vraagt een schatting van de gebruiksduur; tien jaar is alleen het maximum als die schatting niet betrouwbaar kan.
- Een zelf opgebouwd klantenbestand of merk op de balans zetten.
Ontwikkelingskosten vastleggen in Jaarrekening.io
Jaarrekening.io heeft een module die per ontwikkelingsproject uren, kosten, de toets van de voorwaarden, de afschrijving en de wettelijke reserve vastlegt. Zij is gebouwd, maar staat nog niet in het menu van de app en boekt zelf niets; zie ontwikkelingskosten activeren. In de jaarrekening zelf heeft het verloopoverzicht van de vaste activa een regel per post van art. 2:365 BW.
Bronnen
- Art. 2:365 BW: immateriële vaste activa en wettelijke reserve (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:386 BW: afschrijvingen
- Art. 2:387 BW: waardeverminderingen
- Art. 2:395a, 2:396 en 2:397 BW: vrijstellingen per grootteklasse
- Art. 3.30 Wet IB 2001: fiscale afschrijving op goodwill en immateriële activa
- RJ-Uiting 2025-5, Richtlijn 240 (definitief): kosten van oprichting en uitgifte, wettelijke reserves (rjnet.nl)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: RJ-bundel
- Accountancy Vanmorgen (2020): verslaggevingsaspecten van innovatiekosten, RJ 210 en RJk
- Belastingdienst: afschrijving berekenen
Veelgestelde vragen
Hoe lang schrijf ik goodwill af?
Over de verwachte gebruiksduur. Alleen als u die in een uitzonderlijk geval niet betrouwbaar kunt schatten, schrijft u af in ten hoogste tien jaar en vermeldt u in de toelichting waarom (art. 2:386 lid 3 BW). Fiscaal is de afschrijving ten hoogste 10% per jaar.
Telt de wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten mee bij dividend?
Ja. Een BV keert alleen uit voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves (art. 2:216 lid 1 BW). Hoe meer u activeert, hoe kleiner de uitkeerbare ruimte, ook al verandert de winst niet.
Wat gebeurt er als een geactiveerd project mislukt?
Dan waardeert u het actief af ten laste van het resultaat, omdat de waardevermindering duurzaam is (art. 2:387 lid 3 BW). De wettelijke reserve daalt met hetzelfde bedrag en valt vrij naar de overige reserves.
Vanaf wanneer schrijf ik af op geactiveerde ontwikkelingskosten?
Vanaf het moment dat het actief klaar is voor gebruik, volgens een stelsel dat past bij de verwachte gebruiksduur (art. 2:386 lid 4 BW). Tijdens de bouw schrijft u nog niet af, maar toetst u wel of het project levensvatbaar blijft.
Mag ik gekochte software in één keer als kosten nemen?
Alleen als het bedrag van te verwaarlozen betekenis is voor het inzicht (RJk A1.304a). Software die u meerdere jaren gebruikt, is anders een vast actief.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten