Artikel 2:365 BW: immateriële vaste activa en de wettelijke reserve
Artikel 2:365 BW noemt de immateriële vaste activa en verbindt aan twee daarvan, oprichtingskosten en ontwikkelingskosten, een wettelijke reserve die het uitkeerbare vermogen verkleint.
Het korte antwoord
Artikel 2:365 BW noemt vijf soorten immateriële vaste activa: oprichtings- en emissiekosten, ontwikkelingskosten, gekochte concessies, vergunningen en intellectuele eigendom, gekochte goodwill en vooruitbetalingen. Activeert u oprichtings- of ontwikkelingskosten, dan licht u ze toe en houdt u ter hoogte daarvan een wettelijke reserve aan. Dat deel van het eigen vermogen mag niet worden uitgekeerd.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats | Afdeling 3, § 2 (Activa) |
| Huidige tekst sinds | 1 november 2015 (Stb. 2015, 349) |
| Boekjaren | Voor boekjaar 2025 geldt RJ 210 zoals aangepast in 2023, vanaf 2026 de versie van 2025; de wet zelf is in die jaren niet veranderd |
| Uitwerking | RJ 210 (middelgroot en groot), RJk B1 (micro en klein); reserve: RJ 240.227–240.231, RJk B8.113–B8.116 |
| Afschrijving | Oprichtings- en emissiekosten in ten hoogste vijf jaar; ontwikkeling en goodwill naar gebruiksduur; alleen als die niet betrouwbaar te schatten is in ten hoogste tien jaar, en bij goodwill met de reden in de toelichting (art. 2:386 lid 3 BW) |
Lid 1: vijf soorten immateriële vaste activa
1. Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;
b. kosten van ontwikkeling;
c. kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;
d. kosten van goodwill die van derden is verkregen;
e. vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
Wat betekent dit
- a. Oprichting en uitgifte. Notaris-, advies- en inschrijvingskosten bij de oprichting of een emissie. De wet staat activeren toe, maar de RJ raadt het af omdat deze kosten geen toekomstig voordeel opleveren (RJ 210.103). Activeert u ze niet, dan gaan de emissiekosten na aftrek van belasting rechtstreeks van het agio af (RJ 240.214).
- b. Ontwikkeling. Uitgaven in de fase waarin u een nieuw product, proces of eigen software technisch uitwerkt. Onderzoek gaat altijd ten laste van het resultaat (RJ 210.221).
- c. Concessies, vergunningen en intellectuele eigendom. Alleen wat u van een ander hebt verworven: een gekochte licentie, een gekocht merk, een overgenomen octrooi. Een zelf opgebouwd merk of klantenbestand activeert u niet (RJk B1.104).
- d. Goodwill. Alleen als u haar hebt betaald bij een overname. Zelf opgebouwde goodwill staat nooit op de balans.
- e. Vooruitbetalingen. Een aanbetaling op software in ontwikkeling bij een leverancier, bijvoorbeeld.
Lid 2: toelichten en een reserve aanhouden
2. Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.
Wat betekent dit
Geactiveerde oprichtings- en ontwikkelingskosten zijn onzekere activa: ze hebben vaak geen verkoopwaarde. De wet beschermt schuldeisers door een even groot deel van het eigen vermogen vast te zetten. Die reserve is een wettelijke reserve (art. 2:373 lid 4 BW) en telt niet mee bij de ruimte voor dividend (art. 2:216 lid 1 BW). Voor gekochte licenties, goodwill en vooruitbetalingen geldt de reserve niet.
De reserve volgt de boekwaarde: schrijft u af, dan valt een even groot deel vrij naar de overige reserves (RJ 210.103). U vormt haar ten laste van de overige reserves, het agio of via de winstbestemming (RJ 240.231). Zijn de vrije reserves te klein, dan wordt de post overige reserves negatief; de wettelijke reserve staat altijd op het volle bedrag (RJ 240.230; RJk B8.114). In de geconsolideerde jaarrekening hoeft de reserve niet (art. 2:410 lid 1 BW); onder IFRS blijft zij wel verplicht (art. 2:362 lid 9 BW).
Ontwikkelingskosten: moeten of mogen activeren
De wet laat activeren vrij. De richtlijnen niet helemaal. Voor middelgroot en groot schrijft RJ 210.224 als stellige uitspraak voor dat ontwikkelingskosten "dienen te worden geactiveerd" zodra alle zes criteria zijn aangetoond: technische haalbaarheid, het voornemen om af te maken, het vermogen om te gebruiken of te verkopen, waarschijnlijk economisch voordeel, voldoende middelen en een betrouwbare kostenregistratie. Voor micro en klein zegt RJk B1.105 dat ze dan "mogen worden geactiveerd": een kleine BV kan dus kiezen de kosten direct ten laste van het resultaat te brengen, en heeft dan ook geen wettelijke reserve.
Kunt u de onderzoeksfase niet van de ontwikkelingsfase scheiden, dan behandelt u alles als onderzoek (RJ 210.220). Afschrijven begint zodra het resultaat klaar is voor gebruik; de termijn is de verwachte gebruiksduur (art. 2:386 lid 3 BW). Middelgroot en groot laten bovendien zien hoeveel onderzoek en ontwikkeling in totaal ten laste van het resultaat kwam, inclusief de afschrijving op eerder geactiveerde ontwikkeling (RJ 210.506); voor een kleine rechtspersoon waarvoor ontwikkeling de kern van het bedrijf is, noemt RJk B1.120 dat als iets om te overwegen.
Casus: de planningsmodule en de dividendwens
Lindeveld Software BV (fictief, klein) bouwt in 2025 een planningsmodule. Januari tot en met maart is verkenning: € 40.000, als kosten geboekt. Vanaf april is het ontwerp vastgelegd en is de module technisch haalbaar; de uren en inhuur van april tot en met december, € 150.000, activeert Lindeveld. De module is op 1 januari 2026 klaar en gaat vijf jaar mee: € 30.000 afschrijving per jaar.
Begin 2025 bestaat het eigen vermogen uit € 1.000 geplaatst kapitaal en € 90.000 overige reserves. De winst over 2025 is € 25.000. De aandeelhouder wil in juni 2026 € 50.000 dividend.
| Eigen vermogen | 31-12-2025 | 31-12-2026 (na € 30.000 afschrijving) |
|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal | € 1.000 | € 1.000 |
| Wettelijke reserve ontwikkelingskosten | € 150.000 | € 120.000 |
| Overige reserves | − € 60.000 | − € 5.000 |
| Onverdeelde winst | € 25.000 | € 20.000 |
| Totaal | € 116.000 | € 136.000 |
Toelichting op de cijfers: eind 2025 is € 90.000 − € 150.000 = − € 60.000 overige reserves. In 2026 gaat de winst over 2025 naar de overige reserves (+ € 25.000), valt € 30.000 van de wettelijke reserve vrij (+ € 30.000) en is de winst over 2026 € 20.000. Overige reserves eind 2026: − € 60.000 + € 25.000 + € 30.000 = − € 5.000.
De dividendwens: volgens de vastgestelde balans per 31 december 2025 is het eigen vermogen € 116.000 en de wettelijke reserve € 150.000. Het eigen vermogen is niet groter dan de wettelijke reserve, dus er is geen uitkeringsruimte; ook halverwege 2026, met een half jaar winst en afschrijving erbij, blijft het eigen vermogen eronder. Het dividend kan niet. Had Lindeveld als kleine rechtspersoon gekozen de € 150.000 als kosten te boeken, dan was het eigen vermogen ook € 150.000 lager geweest. Activeren maakt het vermogen op papier groter, niet uitkeerbaar.
Per grootteklasse
| Klasse | Op de balans | Reserve en toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Alleen de geactiveerde oprichtingskosten apart onder de vaste activa (art. 2:395a lid 4 BW) | Reserve aanhouden, ook al staat het eigen vermogen als één bedrag op de balans; zij beperkt de uitkeringsruimte |
| Klein | Alleen oprichtingskosten (onderdeel a) apart; de rest mag in één post immateriële vaste activa (art. 2:396 lid 3 BW) | Reserve apart onder het eigen vermogen; de toelichting van lid 2 hoort niet bij de verplichte opgaven van klein. Ontwikkeling activeren mag (RJk B1.105) |
| Middelgroot | Alle vijf de posten; in de openbaar gemaakte balans zijn alleen a en d verplicht apart (art. 2:397 lid 5 BW) | Reserve en toelichting; ontwikkeling activeren als aan de criteria is voldaan (RJ 210.224) |
| Groot | Alle vijf de posten | Als middelgroot |
Veelgemaakte fouten
- Geactiveerde ontwikkelingskosten zonder wettelijke reserve, waardoor het uitkeerbare vermogen te hoog lijkt.
- De reserve niet laten meedalen met de afschrijving, zodat zij na een paar jaar hoger is dan het actief.
- Onderzoekskosten of een zelf opgebouwd merk activeren.
- De wettelijke reserve verlagen om de overige reserves positief te houden. Een negatieve post overige reserves is dan de juiste uitkomst.
- Oprichtingskosten langer dan vijf jaar afschrijven (art. 2:386 lid 3 BW).
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Jaarrekening.io vergelijkt de geactiveerde oprichtings-, emissie- en ontwikkelingskosten met de wettelijke reserves op de balans, voor het boekjaar en het vorige jaar. Is de reserve te laag, dan meldt de app dat ter hoogte van die kosten een wettelijke reserve moet worden aangehouden.
Bronnen
- Art. 2:365 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Wijzigingenoverzicht art. 2:365 BW (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:373 BW: wettelijke reserves (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:386 BW: afschrijvingen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:216 BW: uitkeringen door de BV (wetten.overheid.nl)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: grote bundel
Veelgestelde vragen
Wat is de wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten?
Activeert een rechtspersoon kosten van ontwikkeling, dan moet zij ter hoogte van het geactiveerde bedrag een reserve aanhouden (art. 2:365 lid 2 BW). Dat is een wettelijke reserve: dat deel van het eigen vermogen mag niet als dividend worden uitgekeerd. De reserve daalt mee met de afschrijving op de ontwikkelingskosten.
Uit welke reserve vormt u de wettelijke reserve?
Ten laste van de overige reserves, het agio of via de winstbestemming, naar keuze van het bevoegde orgaan. Zijn de vrije reserves te klein, dan wordt de post overige reserves negatief en staat de wettelijke reserve toch op het volle bedrag (RJ 240.230 en RJk B8.114).
Moet een kleine BV ontwikkelingskosten activeren?
Nee. Volgens RJk B1.105 mag een micro- of kleine rechtspersoon ontwikkelingskosten activeren als aan de criteria is voldaan, maar dat hoeft niet. Middelgrote en grote rechtspersonen moeten ze activeren zodra alle criteria van RJ 210.224 zijn aangetoond. Wie activeert, houdt een wettelijke reserve aan.
Geldt de wettelijke reserve ook voor goodwill of gekochte software?
Nee. Art. 2:365 lid 2 BW noemt alleen de kosten van oprichting en uitgifte van aandelen en de kosten van ontwikkeling. Gekochte goodwill, licenties en software vallen onder lid 1 onder c of d en vragen geen reserve.
Mag ik oprichtingskosten van de BV activeren?
De wet staat het toe, met een wettelijke reserve en afschrijving in ten hoogste vijf jaar. De RJ raadt het af, omdat deze kosten geen toekomstig voordeel opleveren (RJ 210.103). In de praktijk boekt u ze als kosten; emissiekosten gaan dan rechtstreeks ten laste van het agio.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten