Artikel 2:386 BW: afschrijvingen, goodwill en ontwikkelingskosten
Artikel 2:386 BW regelt hoe u afschrijft: elk jaar, ook in een slecht jaar, volgens een vast stelsel, met een harde termijn voor oprichtingskosten en een vangnet van tien jaar voor goodwill en ontwikkelingskosten.
Het korte antwoord
Artikel 2:386 BW bepaalt dat u afschrijft ongeacht de winst van het jaar, de methode toelicht en vaste activa met een beperkte gebruiksduur jaarlijks afschrijft naar die gebruiksduur. Oprichtings- en emissiekosten schrijft u in ten hoogste vijf jaar af; goodwill en ontwikkelingskosten naar hun gebruiksduur, en in ten hoogste tien jaar als die niet betrouwbaar te schatten is.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats in de wet | Afdeling 6 van Titel 9 |
| Voor wie | Elke klasse als waarderingsregel; de toelichting van lid 2 en de redenen van lid 3 niet voor micro (art. 2:395a lid 6 BW) |
| Termijnen | Oprichting en uitgifte van aandelen: ten hoogste vijf jaar. Goodwill en ontwikkeling: gebruiksduur; niet betrouwbaar te schatten: ten hoogste tien jaar |
| Uitwerking | RJ 210 (immateriële vaste activa), RJ 212 (materiële vaste activa), RJ 216 (goodwill bij overnames); RJk B1 en B2 |
Lid 1, 2 en 4: afschrijven is geen keuze
1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2. De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend, worden in de toelichting uiteengezet.
4. Op vaste activa met beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat op de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.
Wat betekent dit. Een bestelbus, een machine of software verliest elk jaar waarde, ook in een jaar waarin de winst tegenvalt. Een jaar overslaan om de cijfers op te poetsen mag dus niet (lid 1). U kiest een stelsel dat past bij hoe het actief wordt gebruikt: lineair, degressief of naar productie-eenheden, en past dat jaarlijks toe (lid 4). In de toelichting zegt u welke methode u gebruikt (lid 2); voor immateriële vaste activa laat de RJk het aan u over of u daarnaast de gebruiksduren of percentages noemt (RJk B1.119). Grond en andere activa zonder beperkte gebruiksduur schrijft u niet af.
RJ 212 werkt dit uit voor materiële vaste activa: afschrijven vanaf ingebruikname, rekening houden met een restwaarde, en belangrijke onderdelen met een duidelijk andere gebruiksduur, zoals het dak en de installaties van een pand, apart afschrijven (RJ 212.418). Een wijziging van de geschatte gebruiksduur is een schattingswijziging die u vanaf dat moment verwerkt, geen stelselwijziging.
Lid 3: oprichtingskosten, ontwikkeling en goodwill
3. De geactiveerde kosten in verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van ontwikkeling voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van goodwill worden afgeschreven naar gelang van de verwachte gebruiksduur. In uitzonderlijke gevallen waarin de gebruiksduur van kosten van ontwikkeling en goodwill niet op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden deze kosten afgeschreven in een periode van ten hoogste tien jaren. In dergelijke gevallen worden in de toelichting de redenen voor de afschrijvingsduur van de kosten van goodwill vermeld.
Wat betekent dit. Activeert u de notariskosten van de oprichting of de kosten van een aandelenemissie, dan zijn die binnen vijf jaar weg. Voor geactiveerde ontwikkelingskosten en gekochte goodwill geldt de verwachte gebruiksduur. Alleen als die echt niet betrouwbaar te schatten is, valt u terug op een periode van hooguit tien jaar; voor goodwill legt u dan uit waarom u die duur kiest. Voor geactiveerde oprichtings- en ontwikkelingskosten houdt u een wettelijke reserve aan zolang ze op de balans staan (art. 2:365 lid 2 BW); zie artikel 2:365. De RJ beveelt overigens aan kosten van oprichting en aandelenuitgifte niet te activeren, omdat ze niet aan de criteria voor een immaterieel actief voldoen; wie ze niet activeert, brengt ze na belasting ten laste van het agio (RJ 240.214).
De RJ voegt een vermoeden toe: de gebruiksduur van goodwill en van andere immateriële vaste activa is niet langer dan twintig jaar. Wie langer afschrijft, moet uitleggen waarom dat vermoeden niet opgaat (RJ 216.403; RJk B1.115). De tienjaarsgrens van de wet is dus geen standaardtermijn maar een vangnet voor het uitzonderlijke geval. Uitwerking: RJ 210 en RJ 216.
Lid 5: het geactiveerde deel van een schuld
5. Op het overeenkomstig artikel 375 lid 5 geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
Wat betekent dit. Moet u bij aflossing meer terugbetalen dan u ontving, bijvoorbeeld een lening van € 950.000 met een aflossing van € 1.000.000, dan mag dat verschil van € 50.000 volgens art. 2:375 lid 5 BW als actief op de balans staan. Lid 5 verplicht u dat bedrag over de looptijd af te schrijven. Onder de effectieverentemethode die RJ 254 en RJ 290 voor leningen kennen, zit het verschil in de geamortiseerde kostprijs van de lening zelf; het resultaat over de looptijd is gelijk.
Afschrijven en toelichten per klasse
| Klasse | Afschrijven (lid 1, 3, 4, 5) | Toelichten (lid 2, slot lid 3) |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Ja; in de winst-en-verliesrekening één regel met waardeverminderingen (art. 2:395a lid 5 BW) | Nee (art. 2:395a lid 6 BW) |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Ja | Ja |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Ja | Ja |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Ja | Ja |
Bij fiscale grondslagen (micro en klein) volgt de afschrijving de fiscale regels. Fiscaal is de afschrijving op goodwill beperkt tot 10% van de aanschaffingskosten per jaar (art. 3.30 lid 2 Wet IB 2001, via art. 8 Wet Vpb 1969 ook voor de BV), zodat de fiscale termijn minstens tien jaar is; commercieel kan zij korter zijn, wat bij commerciële grondslagen een latente belasting oplevert. De wettekst van artikel 2:386 is in de boekjaren 2025, 2026 en 2027 dezelfde; RJ 210 is aangepast voor boekjaren vanaf 2026, RJk B1 is sinds 2021 ongewijzigd.
Casus: een overname met goodwill en een nieuwe machine
Installatiebedrijf Brouwer BV (fictief, klein) neemt op 1 april 2026 de activiteiten van een concurrent over en betaalt € 600.000 meer dan de reële waarde van de overgenomen activa en schulden. Het bestuur verwacht de klantrelaties en het personeel acht jaar te benutten. Op 1 juli 2026 koopt Brouwer een buigmachine van € 250.000 met een verwachte restwaarde van € 10.000 en een gebruiksduur van acht jaar.
| Actief | Grondslag | Afschrijving 2026 | Boekwaarde 31 december 2026 |
|---|---|---|---|
| Goodwill € 600.000 | 8 jaar lineair, vanaf 1 april: € 75.000 per jaar × 9/12 | € 56.250 | € 543.750 |
| Buigmachine € 250.000 | (250.000 − 10.000) / 8 = € 30.000 per jaar × 6/12 | € 15.000 | € 235.000 |
Controle: 600.000 − 56.250 = 543.750 en 250.000 − 15.000 = 235.000. Kan het bestuur de gebruiksduur van de goodwill niet betrouwbaar schatten, dan schrijft het in ten hoogste tien jaar af: € 60.000 per jaar, € 45.000 over de negen maanden van 2026. De toelichting noemt dan de redenen voor die termijn. Voor de vennootschapsbelasting schrijft Brouwer de goodwill in ten minste tien jaar af; bij acht jaar commercieel ontstaat een tijdelijk verschil van € 11.250 in 2026 (56.250 − 45.000).
Fouten bij het afschrijven
- In een verliesjaar de afschrijving overslaan of verlagen om het resultaat op te vijzelen.
- Goodwill standaard in tien jaar afschrijven, terwijl de verwachte gebruiksduur korter is; tien jaar is het maximum voor het uitzonderlijke geval.
- Goodwill in meer dan twintig jaar afschrijven zonder te onderbouwen waarom het vermoeden van de RJ niet opgaat.
- Geactiveerde ontwikkelingskosten zonder wettelijke reserve laten staan.
- Een herziene gebruiksduur met terugwerkende kracht verwerken alsof het een stelselwijziging is.
Bronnen
- Art. 2:386 BW: afschrijvingen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:365 BW: immateriële vaste activa en wettelijke reserve (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:375 BW: geactiveerd deel van een schuld (wetten.overheid.nl)
- Art. 3.30 Wet IB 2001: afschrijving op bedrijfsmiddelen, goodwill ten hoogste 10% per jaar (wetten.overheid.nl)
- RJ-bundel voor middelgrote en grote rechtspersonen (rjnet.nl)
- RJk-bundel voor micro- en kleine rechtspersonen (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
In hoeveel jaar moet goodwill worden afgeschreven?
Naar de verwachte gebruiksduur (art. 2:386 lid 3 BW). De RJ gaat ervan uit dat die niet langer is dan twintig jaar; een langere termijn moet u onderbouwen. Is de gebruiksduur in een uitzonderlijk geval niet betrouwbaar te schatten, dan schrijft u af in ten hoogste tien jaar en vermeldt u de redenen in de toelichting.
Mag ik in een verliesjaar minder afschrijven?
Nee. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar (art. 2:386 lid 1 BW). Een andere gebruiksduur mag wel als de schatting verandert, maar dan vanwege het gebruik van het actief en niet vanwege het resultaat, en u verwerkt dat vanaf dat moment.
Binnen welke termijn schrijf ik oprichtingskosten af?
Geactiveerde kosten van de oprichting en van de uitgifte van aandelen schrijft u af in ten hoogste vijf jaar (art. 2:386 lid 3 BW). Zolang ze geactiveerd zijn, houdt u een wettelijke reserve aan ter hoogte van de boekwaarde (art. 2:365 lid 2 BW).
Moet een micro-BV de afschrijvingsmethode toelichten?
Nee. Een microrechtspersoon heeft geen toelichting volgens afdeling 5 en 6 (art. 2:395a lid 6 BW). Zij schrijft wel af volgens artikel 2:386, en toont afschrijvingen en waardeverminderingen samen als één regel in de winst-en-verliesrekening.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten