RJ 212 Materiële vaste activa: componenten, groot onderhoud en actuele waarde
Een machine, een pand of een vrachtwagen bestaat uit onderdelen die niet even lang meegaan. RJ 212 bepaalt hoe u dat in de afschrijving en in het onderhoud verwerkt.
Het korte antwoord
RJ 212 schrijft voor dat u belangrijke onderdelen met een eigen gebruiksduur afzonderlijk afschrijft. Groot onderhoud verwerkt u in de boekwaarde van het actief of via een onderhoudsvoorziening, voor gelijksoortige activa op dezelfde manier. Vanaf boekjaar 2026 spreidt u een gewijzigde schatting in die voorziening over de resterende opbouwperiode, zonder inhaaldotatie. Voor micro en klein staat dit in RJk B2.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 212; de bundel 2027 noemt boekjaren vanaf 1 januari 2025 als ingangsdatum, de nieuwe regel voor de onderhoudsvoorziening geldt vanaf 1 januari 2026 (RJ 212.451 en 212.810) |
| Micro en klein | RJk B2.1 (aangepast 2025, boekjaren vanaf 2026); de microrechtspersoon past dezelfde waarderingsregels toe (RJk M1.301) |
| Wet | art. 2:366 BW, art. 2:368 BW, art. 2:374 lid 1 BW, art. 2:386 tot en met 2:388 BW, art. 2:390 BW; Besluit actuele waarde art. 2 en 7 |
| Waardering | Per categorie het kostprijsmodel of het actuele-waardemodel (actuele kostprijs, of de lagere realiseerbare waarde) |
De kern van RJ 212
Een materieel vast actief komt op de balans als het voordeel waarschijnlijk is en de kostprijs betrouwbaar vaststaat (RJ 212.201). Bij de eerste opname waardeert u tegen kostprijs: de aanschafprijs plus wat nodig is om het actief op zijn plaats en klaar voor gebruik te krijgen, zoals transport, montage, testen en adviseurs (RJ 212.302–303). Openingskosten, opleiding, reclame en algemene overhead horen er niet bij (RJ 212.304). Koopt u grond met een opstal om die te slopen, dan horen de resterende boekwaarde van de opstal en de sloopkosten bij de grond.
Daarna kiest u per categorie (grond, gebouwen, machines, vervoermiddelen, inventaris) het kostprijsmodel of het actuele-waardemodel (RJ 212.401 en 212.410). Bij het kostprijsmodel trekt u cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen af. Uitgaven na de aanschaf activeert u als ze capaciteit of kwaliteit toevoegen of een belangrijk onderdeel vervangen; gewone reparaties zijn kosten (RJ 212.206 en 212.447).
De componentenbenadering
Heeft een actief onderdelen waarvan de kostprijs ten opzichte van het geheel belangrijk is en die een andere gebruiksduur of een ander gebruikspatroon hebben, dan schrijft u die onderdelen afzonderlijk af (RJ 212.418). Onderdelen met dezelfde duur en methode mag u samen nemen (RJ 212.420). Vervangt u later zo'n onderdeel, dan activeert u het nieuwe en boekt u de resterende boekwaarde van het oude af, ook als u het nooit apart had onderscheiden. Weet u die boekwaarde niet, dan mag de prijs van de vervanging als aanwijzing dienen (RJ 212.508).
Sinds boekjaren vanaf 1 januari 2023 is dit de vaste lijn in de RJ (RJ 212.809). De RJk schrijft het afzonderlijk afschrijven van onderdelen bij aanschaf niet met zoveel woorden voor, maar ook daar activeert u de vervanging van een belangrijk onderdeel en boekt u het vervangen deel af (RJk B2.109 en B2.129). In de praktijk werkt een kleine BV dus het makkelijkst ook met componenten.
Groot onderhoud: in de boekwaarde of via een voorziening
RJ 212 onderscheidt drie soorten uitgaven. Vervanging van een belangrijk onderdeel gaat via de componenten. Klein, frequent onderhoud is direct kosten. Daartussen zit groot onderhoud: een revisie, renovatie of periodieke inspectie na een langere gebruiksperiode, die de staat van het actief op peil houdt (RJ 212.445). Het onderscheid vraagt een oordeel van het bestuur, en de gekozen indeling houdt u vast.
Voor groot onderhoud zijn er twee methoden, die u voor alle gelijksoortige activa gelijk toepast (RJ 212.445–446):
- In de boekwaarde. U behandelt het onderhoud vanaf de aanschaf als een eigen component en schrijft het af tot de volgende beurt. Wat bij de volgende beurt nog op de balans staat, gaat ineens ten laste van het resultaat (RJ 212.448–449).
- Via een onderhoudsvoorziening. U doteert per onderhoudscomponent het geschatte bedrag, gespreid over de periode tot de beurt. Wijkt de werkelijke rekening af van de voorziening, dan gaat het verschil door de winst-en-verliesrekening (RJ 212.451–452). De voorziening staat onder de overige voorzieningen (RJ 212.605); een kleine BV mag haar geen reserve noemen (RJk B2.122).
Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.
Nieuw vanaf boekjaar 2026. Verandert de schatting van het bedrag of het moment van de beurt, dan verdeelt u het nog op te bouwen bedrag over de resterende opbouwperiode. Een inhaaldotatie om de voorziening in één keer op het nieuwe niveau te brengen, is niet meer toegestaan (RJ 212.451; RJ-Uiting 2025-3A). Werkte u tot nu toe anders, dan is de overgang een stelselwijziging die u vooruitkijkend mag verwerken; u licht haar toe in het jaar van overgang (RJ 212.810). Eerder toepassen mag. Voor wijzigingen in de onderhoudsvoorziening verwijst de RJk naar dezelfde alinea's van RJ 212 (RJk B2.135).
Casus: een drukpers met revisie, twee methoden naast elkaar
Drukkerij Kolfmeer BV koopt op 1 januari 2025 een drukpers voor € 1.200.000. De pers gaat vijftien jaar mee, zonder restwaarde. Elke vijf jaar is een revisie nodig, geschat op € 150.000. De eerste revisie valt begin 2030.
| Methode boekwaarde (component) | Methode voorziening | |
|---|---|---|
| Revisiecomponent | € 150.000 over 5 jaar: € 30.000 per jaar | – |
| Rest van de pers | € 1.050.000 over 15 jaar: € 70.000 per jaar | € 1.200.000 over 15 jaar: € 80.000 per jaar |
| Dotatie onderhoudsvoorziening | – | € 150.000 over 5 jaar: € 30.000 per jaar |
| Last per jaar 2025 | € 100.000 | € 110.000 |
Begin 2026 blijkt de revisie € 180.000 te gaan kosten. Bij de voorziening staat eind 2025 € 30.000. Volgens de regel van 2026 verdeelt Kolfmeer het tekort van € 150.000 over de vier resterende jaren: € 37.500 per jaar in 2026 tot en met 2029. Met de oude inhaalmethode zou zij in 2026 € 42.000 doteren (de voorziening naar 2/5 van € 180.000, dus € 72.000) en daarna € 36.000 per jaar. Het totaal is in beide gevallen € 180.000; alleen de verdeling over de jaren verschilt.
Bij de boekwaardemethode verandert er in 2026 niets: de component van € 150.000 blijft afschrijven. In 2030 activeert Kolfmeer de werkelijke revisie van € 180.000 als nieuwe component, af te schrijven tot de volgende beurt. De keuze tussen beide methoden legt zij vast in de grondslagen, en houdt zij aan voor al haar persen.
Per klasse. Als middelgrote of grote BV vermeldt Kolfmeer de gekozen methode, de gebruiksduren, het verloopoverzicht van de machines en, bij de voorziening, het verloop daarvan (RJ 212.701, 212.702 en 212.708). Als kleine BV vermeldt zij de methode van groot onderhoud en de afschrijvingsmethode (RJk B2.131); een verloopoverzicht hoeft niet (art. 2:396 lid 3 BW). Als micro neemt zij alleen het totaal van de vaste activa en de voorzieningen op.
Het actuele-waardemodel in cijfers
Kiest u voor actuele waarde, dan waardeert u de hele categorie tegen de actuele kostprijs: wat het actief u nu zou kosten in de ouderdom waarin u het kocht, of de lagere realiseerbare waarde (RJ 212.403–405; art. 7 Besluit actuele waarde). U herwaardeert vaak genoeg om grote verschillen te voorkomen; bij stabiele prijzen kan eens in de drie tot vijf jaar volstaan (RJ 212.408). De cumulatieve afschrijving past u in dezelfde verhouding aan (RJ 212.406).
Voorbeeld: Kolfmeer heeft ook vouwmachines, gekocht op 1 januari 2023 voor € 500.000, tien jaar gebruiksduur. Eind 2026 staat er € 200.000 aan afschrijving op, boekwaarde € 300.000. De prijzen van zulke machines zijn 10% gestegen. Na herwaardering is de actuele kostprijs € 550.000 en de cumulatieve afschrijving € 220.000: boekwaarde € 330.000. De € 30.000 gaat naar de herwaarderingsreserve, eventueel na aftrek van een latente belasting. In 2027 schrijft zij € 55.000 af in plaats van € 50.000; het verschil van € 5.000 is gerealiseerd en gaat van de herwaarderingsreserve naar de overige reserves, of als aparte post via de winst-en-verliesrekening (RJ 212.415).
Een daling neemt u eerst ten laste van de herwaarderingsreserve van hetzelfde actief en pas daarna ten laste van het resultaat (RJ 212.413). Een microrechtspersoon mag de actuele kostprijs gebruiken; alleen marktwaarde is voor haar uitgesloten (RJk M1.303).
Toelichting per grootteklasse
| Klasse | Wat u over materiële vaste activa vermeldt |
|---|---|
| Micro | Niets in een toelichting; de vaste activa staan als één post op de balans (art. 2:395a lid 4 en 6 BW) |
| Klein (RJk) | Grondslagen, verwerking van groot onderhoud en herstel, afschrijvingsmethoden, of rente is geactiveerd, de som van de herwaarderingen en activa die tot zekerheid dienen (RJk B2.131). Gebruiksduren en investeringsverplichtingen zijn een overweging (RJk B2.132). De vijf posten van art. 2:366 BW en het verloopoverzicht zijn niet verplicht |
| Middelgroot | Per categorie de grondslagen, gebruiksduren of percentages, methoden en geactiveerde rente; een sluitend verloopoverzicht met onder meer investeringen, overnames, herwaarderingen, bijzondere waardeverminderingen en terugnemingen apart; beperkingen in eigendom, activa in uitvoering en investeringsverplichtingen (RJ 212.701–703). Bij actuele waarde ook het jaar van de laatste herwaardering, de rol van een taxateur en de gebruikte methoden (RJ 212.705). In de openbaar gemaakte balans blijven de vijf posten staan (art. 2:397 lid 5 BW) |
| Groot | Als middelgroot, zonder de beperkingen bij openbaarmaking: de volledige jaarrekening wordt gedeponeerd |
Wat er per boekjaar verandert
- 2025. Achterhaalde overgangsbepalingen zijn vervallen; de vermelding bij een eerdere overgang van actuele waarde naar kostprijs staat nu in RJ 212.709 (RJ-Uiting 2024-13).
- 2026. Gewijzigde schattingen in de onderhoudsvoorziening spreidt u over de resterende opbouwperiode (RJ 212.451, overgang 212.810). Voor klein vulde RJk B2 de regels over de samenstelling van de kostprijs aan (RJk B2.107a–c), in lijn met wat de RJ al zei.
- 2027. Geen wijziging in RJ 212 volgens de Ten geleide bij editie 2027.
Veelgemaakte fouten
- Groot onderhoud direct als kosten nemen. Dat mag alleen bij klein, frequent onderhoud (RJ 212.447; RJk B2.123).
- Voor het ene pand een voorziening en voor het andere de componentenmethode gebruiken.
- Bij een hogere onderhoudsraming in 2026 nog een inhaaldotatie boeken.
- Bij een vervanging het nieuwe onderdeel activeren zonder het oude af te boeken.
- Bij herwaardering alleen de aanschafwaarde ophogen en de cumulatieve afschrijving laten staan.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
In de activaadministratie van de Boekhouding kunt u een actief opdelen in componenten, een component vervangen en herwaarderen; als methode kiest u lineair, degressief, annuïtair, naar productie of ineens. Het voorzieningenregister rekent bij groot onderhoud de dotaties per onderhoudspost uit en verdeelt een gewijzigde raming over de resterende perioden. Bij de jaarrekening vraagt de app hoe u groot onderhoud verwerkt en, voor middelgroot en groot, of u in dit boekjaar overgaat op de spreiding van RJ 212.810.
Bronnen
- Art. 2:366 BW: indeling van de materiële vaste activa (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:368 BW: het verloopoverzicht van de vaste activa
- Art. 2:374 BW: voorzieningen, waaronder de egalisatievoorziening
- Art. 2:390 BW: herwaarderingsreserve
- Besluit actuele waarde, art. 2 en 7 (wetten.overheid.nl)
- RJ-Uiting 2025-3A: RJ 212.451 en overgangsbepaling 212.810, boekjaren vanaf 2026 (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2024-13: aanpassingen RJ 212 per boekjaar 2025 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Is de componentenbenadering verplicht?
Onder de RJ wel: belangrijke onderdelen van een materieel vast actief met een andere gebruiksduur of een ander gebruikspatroon schrijft u afzonderlijk af (RJ 212.418), sinds boekjaren vanaf 2023. De RJk voor micro en klein zegt dat niet zo expliciet, maar ook daar activeert u de vervanging van een belangrijk onderdeel en boekt u de boekwaarde van het vervangen deel af (RJk B2.109 en B2.129).
Mag ik groot onderhoud direct als kosten verwerken?
Nee. Groot onderhoud verwerkt u in de boekwaarde van het actief als aparte component, of via een onderhoudsvoorziening, en voor gelijksoortige activa op dezelfde manier (RJ 212.445–446; RJk B2.122). Alleen frequent, klein onderhoud zoals reparaties en kleine onderdelen neemt u direct als kosten.
Wat verandert er in 2026 voor de onderhoudsvoorziening?
Voor boekjaren vanaf 1 januari 2026 verdeelt u het effect van een nieuwe raming over de jaren die nog resteren tot de onderhoudsbeurt. Een inhaaldotatie mag niet meer (RJ 212.451). Wie eerder wel inhaalde, mag de overgang vooruitkijkend verwerken en licht haar toe in het jaar van overgang (RJ 212.810). Eerder toepassen mag.
Moet een kleine BV een verloopoverzicht van de materiële vaste activa opnemen?
Nee. Art. 2:396 lid 3 BW stelt de kleine rechtspersoon vrij van het verloopoverzicht van art. 2:368 lid 1 BW en van de uitsplitsing van art. 2:366 BW. Wel vermeldt zij de som van de herwaarderingen (art. 2:368 lid 2 onder a BW) en de toelichtingen van RJk B2.131.
Hoe vaak moet ik herwaarderen bij actuele waarde?
Zo vaak dat de boekwaarde niet ver afwijkt van de actuele kostprijs op balansdatum. Bij weinig prijsbeweging kan eens in de drie tot vijf jaar volstaan; wijkt de actuele kostprijs flink af, dan herwaardeert u (RJ 212.408). U herwaardeert steeds de hele categorie tegelijk (RJ 212.409).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten