Kennisbank

Materiële vaste activa in de jaarrekening

Gebouwen, machines, inventaris en auto's staan als materiële vaste activa op de balans. Hoe u ze waardeert en afschrijft, bepaalt jarenlang uw resultaat.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Materiële vaste activa zijn tastbare bedrijfsmiddelen die de onderneming duurzaam dienen: gebouwen en terreinen, machines, inventaris en vervoermiddelen (art. 2:366 lid 1 BW). U waardeert ze tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, schrijft af over de gebruiksduur en verwerkt een duurzame waardevermindering. Belangrijke onderdelen met een eigen levensduur schrijft u apart af.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:366 BW (posten), art. 2:368 BW (verloopoverzicht), art. 2:386 tot en met 2:388 BW (afschrijving, waardevermindering, kostprijs)
RichtlijnRJ 212 Materiële vaste activa, met aangescherpte regels voor onderdelen en groot onderhoud voor boekjaren vanaf 1 januari 2023; RJk B2 voor micro en klein
GrondslagKostprijs, of actuele kostprijs met een herwaarderingsreserve (art. 2:390 BW; Besluit actuele waarde, art. 7)
FiscaalTen hoogste 20% afschrijving per jaar; gebouwen niet onder de WOZ-waarde; aankopen onder € 450 direct als kosten

Wettelijk kader en RJ 212

De wet onderscheidt vijf posten: bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen, activa in uitvoering met vooruitbetalingen, en activa die niet aan het productieproces dienstbaar zijn (art. 2:366 lid 1 BW). De verkrijgingsprijs is de inkoopprijs plus bijkomende kosten. Maakt u het actief zelf, dan telt de vervaardigingsprijs: materiaal en direct toerekenbare kosten, desgewenst met een redelijk deel van de indirecte kosten en bouwrente (art. 2:388 BW).

Afschrijven gebeurt onafhankelijk van het resultaat, volgens een stelsel dat past bij de gebruiksduur (art. 2:386 lid 1 en 4 BW). Een waardevermindering die naar verwachting duurzaam is, boekt u af en neemt u terug zodra zij niet meer bestaat (art. 2:387 lid 3 en 4 BW).

RJ 212 voegt daar twee regels aan toe die in de praktijk het verschil maken. Belangrijke bestanddelen met een andere gebruiksduur schrijft u afzonderlijk af: de componentenbenadering. En kosten van groot onderhoud verwerkt u in de boekwaarde van het actief of via een onderhoudsvoorziening, op dezelfde manier voor alle soortgelijke activa. Groot onderhoud ineens als kosten nemen kan sinds boekjaar 2019 niet meer; gewoon onderhoud en reparaties blijven kosten van het jaar.

Van aankoop tot verloopoverzicht

  • Kostprijs. Tel leverings-, installatie- en advieskosten mee. Opleiding van personeel, openingskosten en algemene overhead horen er niet bij.
  • Start en einde. U schrijft af vanaf ingebruikname tot de restwaarde. Op grond schrijft u niet af.
  • Vervanging. Vervangt u een belangrijk onderdeel, dan activeert u de uitgave en boekt u de resterende boekwaarde van het oude onderdeel af.
  • Waardevermindering. Is de realiseerbare waarde duurzaam lager dan de boekwaarde, dan waardeert u af. Zie bijzondere waardevermindering.
  • Verloopoverzicht. Per post toont u de boekwaarde aan het begin, investeringen en desinvesteringen, herwaarderingen, afschrijvingen en waardeverminderingen, en de boekwaarde aan het einde (art. 2:368 lid 1 BW).

Een rekenhulp vindt u bij de afschrijvingscalculator; een voorbeeld van de staat bij het sjabloon afschrijvingsstaat.

Rekenvoorbeeld: een bedrijfspand in componenten

Een BV koopt op 1 januari 2025 een bedrijfspand voor € 600.000, inclusief aankoopkosten. De koopsom verdeelt zij over vier bestanddelen.

BestanddeelKostprijsGebruiksduur en restwaardeAfschrijving per jaar
Grond€ 150.000Onbeperkt–
Casco€ 330.00040 jaar, restwaarde € 30.000€ 7.500
Dak€ 60.00020 jaar€ 3.000
Installaties€ 60.00015 jaar€ 4.000
Totaal€ 600.000€ 14.500

De journaalpost over 2025: Afschrijvingskosten gebouwen € 14.500 aan Cumulatieve afschrijving gebouwen € 14.500. De boekwaarde eind 2025 is € 585.500. Zonder componenten zou de BV (€ 450.000 − € 30.000) : 40 = € 10.500 afschrijven en bij vervanging van het dak in 2045 een onverwacht boekverlies nemen. Fiscaal ligt het anders: is de WOZ-waarde van het pand € 560.000, dan is bij een gelijkblijvende WOZ-waarde in totaal ten hoogste € 40.000 afschrijving aftrekbaar.

Materiële vaste activa per grootteklasse

De waarderingsregels zijn voor iedereen gelijk, tenzij een micro- of kleine rechtspersoon fiscale grondslagen kiest. Wat verschilt, is de uitsplitsing. Tussen haakjes staan de grenzen voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 zijn begonnen: aan minstens twee van de drie moet op twee opeenvolgende balansdata zijn voldaan, met voor het eerste en tweede boekjaar de uitzondering van art. 2:398 lid 1 BW.

KlasseBalansVerloopoverzicht en grondslag
Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers)Alleen het totaal van de vaste activa (art. 2:395a lid 4 BW)Geen overzicht. Fiscaal waarderen kan (art. 2:395a lid 7 BW); de marktwaarde is als grondslag uitgesloten
Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers)Materiële vaste activa als één post (art. 2:396 lid 3 BW)Geen verloopoverzicht verplicht, wel de grondslagen, de verwerking van herstel en groot onderhoud, de afschrijvingsmethode, of rente is geactiveerd, de som van de herwaarderingen en de activa die als zekerheid dienen (RJk B2.131). Fiscaal waarderen kan ook hier (art. 2:396 lid 6 BW)
Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers)De vijf posten van art. 2:366, ook in de openbaar gemaakte balans (art. 2:397 lid 5 BW)Verloopoverzicht per post in de opgemaakte jaarrekening
Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers)De vijf posten van art. 2:366Verloopoverzicht per post en de toelichtingen van RJ 212

Fiscale afschrijving

Voor de belastbare winst gelden eigen grenzen. De afschrijving is per jaar ten hoogste 20% van de aanschafkosten (art. 3.30 lid 2 Wet IB 2001). Op een gebouw schrijft u alleen af zolang de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde, en dat is de WOZ-waarde (art. 3.30a Wet IB 2001). Een bedrijfsmiddel van minder dan € 450 trekt u in één keer af. Verkoopt u met boekwinst, dan kunt u fiscaal een herinvesteringsreserve vormen (art. 3.54 Wet IB 2001). Commercieel schrijft u af op de werkelijke gebruiksduur; het verschil met de fiscale boekwaarde leidt tot een latente belasting.

Veelgemaakte fouten bij afschrijven

  • De fiscale 20% overnemen in de commerciële jaarrekening terwijl de gebruiksduur korter of langer is.
  • Een pand als één actief afschrijven, inclusief de grond.
  • Groot onderhoud ineens als kosten boeken, of per pand een andere methode kiezen.
  • Volledig afgeschreven activa uit het overzicht halen terwijl ze nog in gebruik zijn.
  • Een financiële lease buiten de balans houden.

Het activaregister in Jaarrekening.io

De boekhouding van Jaarrekening.io heeft een activaregister met een lineair afschrijvingsschema per bedrijfsmiddel, de boekwaarde per datum, verkoop, herwaardering en waardevermindering. Het register toont de commerciële afschrijving naast het fiscale maximum. Onderdelen met een eigen levensduur legt u als aparte regels vast. In de toelichting vult u het verloopoverzicht van de vaste activa aan; de boekwaarden komen uit de saldibalans.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk bedrag moet ik een aankoop activeren?

Titel 9 noemt geen bedrag. Een aankoop is een vast actief als hij de onderneming duurzaam dient; een post van te verwaarlozen betekenis hoeft u niet apart te tonen (art. 2:363 lid 3 BW). Fiscaal trekt u een bedrijfsmiddel van minder dan € 450 direct af. Veel ondernemingen leggen in hun grondslagen een eigen ondergrens vast.

Mag ik een pand herwaarderen naar de actuele waarde?

Ja. Materiële vaste activa mag u tegen de actuele kostprijs waarderen, of tegen de lagere bedrijfs- of opbrengstwaarde (Besluit actuele waarde, art. 7). De waardevermeerdering gaat naar een herwaarderingsreserve (art. 2:390 lid 1 BW) en is dus geen winst.

Wat is het verschil tussen groot onderhoud en een vervangingsinvestering?

Een vervangingsinvestering vervangt een belangrijk bestanddeel, zoals een dak of een lift; die uitgave activeert u. Groot onderhoud houdt het actief in stand zonder iets wezenlijks te vervangen, zoals schilderwerk of een periodieke revisie. Dat verwerkt u in de boekwaarde of via een onderhoudsvoorziening (RJ 212).

Wat doe ik met een actief dat volledig is afgeschreven maar nog wordt gebruikt?

Het blijft in de administratie staan met aanschafwaarde en cumulatieve afschrijving tot u het buiten gebruik stelt. Voor de toekomst is het een signaal: schat de gebruiksduur van vergelijkbare activa opnieuw. Zo'n nieuwe schatting verwerkt u vooruitwerkend.

Hoort een leaseauto op de balans?

Bij een financiële lease wel: u draagt de economische risico's, dus u activeert de auto en neemt de leaseverplichting op als schuld. Een operationele lease blijft buiten de balans; de verplichting vermeldt u onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen (art. 2:381 lid 1 BW).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten