Restwaarde
Restwaarde is de geschatte waarde van een actief aan het einde van zijn gebruiksduur. Zij vermindert het bedrag dat wordt afgeschreven.
Wat betekent restwaarde?
Restwaarde is de geschatte waarde van een actief aan het einde van zijn gebruiksduur. Zij vermindert het bedrag dat wordt afgeschreven.
De schatting moet passen bij verwachte verkoop of resterend gebruik. Een hoge restwaarde maakt de jaarlijkse afschrijving lager, maar is geen manier om resultaat zonder grond te verhogen.
Hoe werkt het?
Restwaarde is wat een actief aan het eind van de gebruiksduur naar verwachting nog opbrengt, na aftrek van de kosten van verkoop of sloop. Zij bepaalt het bedrag dat u afschrijft: verkrijgingsprijs min restwaarde. De wet noemt het woord niet; art. 2:386 lid 4 BW eist een afschrijvingsstelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De uitwerking staat in RJ 212 en, voor micro en klein, in hoofdstuk B2 van de RJk-bundel.
Een schatting kan veranderen. Stijgt de prijs van gebruikte bestelbussen of blijkt een machine eerder versleten, dan past u restwaarde of gebruiksduur aan en verdeelt u de resterende boekwaarde over de resterende jaren. Dat is een schattingswijziging: zij werkt vooruit en niet met terugwerkende kracht (RJk-bundel, hoofdstuk A3).
Voorbeeld
Een BV koopt op 1 januari een machine voor € 50.000 en verwacht haar vijf jaar te gebruiken en daarna voor € 5.000 te verkopen. Af te schrijven: 50.000 − 5.000 = € 45.000; per jaar 45.000 / 5 = € 9.000. Na drie jaar is de boekwaarde 50.000 − 27.000 = € 23.000. Dan blijkt dat de machine over twee jaar nog € 9.000 opbrengt. Nieuwe afschrijving: (23.000 − 9.000) / 2 = € 7.000 per jaar voor jaar vier en vijf. De eerste drie jaren blijven op € 9.000 staan.
In de jaarrekening
Onderdeel van waarderingsgrondslag voor vaste activa en W&V-kosten.
Verschil met boekwaarde
Boekwaarde is het bedrag waarvoor het actief nu op de balans staat; restwaarde is de verwachte opbrengst aan het eind. In het voorbeeld is de boekwaarde na drie jaar € 23.000 en de restwaarde € 9.000. Pas op de laatste dag van de gebruiksduur vallen de twee samen.
Veelgemaakte fouten
- Restwaarde altijd nul nemen
- Onrealistische verkoopprijs kiezen
Waar let u op?
- Onderbouw de restwaarde met iets controleerbaars: een inruilwaarde uit het contract, een taxatie of prijzen van vergelijkbare gebruikte activa.
- Zet haar op nul als het actief wordt opgebruikt of alleen sloopkosten oplevert.
- Beoordeel de schatting bij elke jaarafsluiting en vermeld de afschrijvingsmethode in de toelichting (art. 2:386 lid 2 BW); micro heeft die toelichtingsplicht niet (art. 2:395a lid 6 BW).
- Doorrekenen kan met de afschrijvingscalculator.
Wettelijke basis en bron
art. 2:386 BW
Veelgestelde vragen
Mag de restwaarde nul zijn?
Ja, als u aan het eind van de gebruiksduur geen opbrengst verwacht. Bij auto’s en courante machines is nul zelden realistisch; u schrijft dan te snel af.
Speelt restwaarde ook fiscaal een rol?
Ja. Volgens de Belastingdienst mag bij willekeurige afschrijving de boekwaarde niet onder de restwaarde komen, en wordt een bedrijfspand voor de vennootschapsbelasting niet verder afgeschreven dan de WOZ-waarde, die als bodemwaarde geldt.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten