Afschrijven: hoe lang en vanaf welk bedrag activeren?
Een bestelbus, een laptop, een bureau: wanneer zet u het op de balans en over hoeveel jaar schrijft u het af? De wet noemt geen bedragen en geen jaren. Zij geeft wel de regels waarmee u beide zelf onderbouwt.
Het korte antwoord
Er is geen wettelijk bedrag waarbij u moet activeren: een uitgave die langer dan een jaar nut heeft en betrouwbaar te meten is, hoort op de balans. De grens is uw eigen beleid. Fiscaal mag u onder € 450 per bedrijfsmiddel direct aftrekken. De afschrijvingsduur is de verwachte gebruiksduur, geen vast percentage.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wet | art. 2:386 lid 1 en 4 BW: afschrijven los van het resultaat, volgens een stelsel dat past bij de verwachte gebruiksduur |
| Richtlijn | RJ 212.201 (opname), 212.417 tot en met 212.434 (afschrijving); voor micro en klein RJk B2.116 tot en met B2.119 |
| Geldt voor | Boekjaar 2025, 2026 en 2027. RJk B2.116 tot en met B2.119 zijn tussen de edities voor 2025 en 2027 niet gewijzigd |
| Bedragen | Activeringsgrens en gebruiksduur kent de wet niet: ze staan in uw eigen grondslagen |
Vanaf welk bedrag activeert u?
Een uitgave komt als materieel vast actief op de balans als het waarschijnlijk is dat het voordeel ervan naar uw rechtspersoon vloeit en de kostprijs betrouwbaar vaststaat (RJ 212.201). Het actief moet bovendien meer dan één periode dienen. Een bedrag noemt de RJ niet, de RJk ook niet.
De activeringsgrens is daarom beleid. U legt per categorie een bedrag vast, bijvoorbeeld € 750 per zelfstandig bruikbaar bedrijfsmiddel, en past dat elk jaar hetzelfde toe. Dat is verdedigbaar: de jaarrekening moet een verantwoord inzicht geven (art. 2:362 lid 1 BW) en gegevens die dat inzicht niet dienen, laat u weg (RJ 115.201). Wordt de grens zo hoog dat alle kleine aankopen samen een zichtbare last vormen, dan is de grens te hoog.
Fiscaal noemt de Belastingdienst wel een grens: de Belastingdienst vermeldt dat u een bedrijfsmiddel van minder dan € 450 in één keer als kosten mag aftrekken (bron). Die grens bindt uw jaarrekening niet. Houdt u commercieel € 1.000 aan, dan hebt u voor aankopen tussen € 450 en € 1.000 een klein verschil met de aangifte; dat is geen fout.
- Eén geheel. Een inrichting die alleen samen werkt, beoordeelt u als één actief, ook als de onderdelen elk onder de grens blijven.
- Uitgaven na de aanschaf. Uitbreiding van capaciteit, kwaliteitsverbetering en vervanging van een belangrijk onderdeel activeert u; gewoon onderhoud en reparatie zijn kosten (RJ 212.206 en 212.447).
- Verbouwing van een gehuurd pand. U heeft geen juridisch eigendom, maar wel het economisch voordeel. Voldoet de uitgave aan de opnamecriteria, dan activeert u haar (RJ 212.207).
Hoe lang schrijft u af: de gebruiksduur beslist
U verdeelt de kostprijs min restwaarde over de periode waarin u het actief denkt te gebruiken (art. 2:386 lid 4 BW; RJ 212.417). Die gebruiksduur kan korter zijn dan de technische levensduur, bijvoorbeeld omdat u het actief eerder vervangt, omdat het veroudert of omdat een huurcontract afloopt (RJ 212.432 en 212.433). De methode kiest u naar het gebruikspatroon; lineair is de gewone keuze (RJ 212.425).
De bandbreedtes hieronder zijn oriëntatie, geen norm. Pas ze aan op uw eigen ervaring met vergelijkbare activa.
| Categorie | Gangbare bandbreedte | Wat de duur verkort of verlengt |
|---|---|---|
| Grond | niet afschrijven | alleen bij een beperkte gebruiksduur, zoals een stortlocatie (RJ 212.434) |
| Gebouwen (los van de grond) | 25 tot 50 jaar | onderhoudsniveau; onderdelen als dak en installaties korter |
| Machines en installaties | 5 tot 15 jaar | intensief gebruik, technische veroudering |
| Inventaris en inrichting | 5 tot 10 jaar | slijtage; bij een verbouwing de looptijd van de huur |
| Bedrijfsauto's | 4 tot 8 jaar | kilometrage en eigen vervangingsbeleid |
| Computers en telefoons | 3 tot 5 jaar | veroudering en compatibiliteit |
| Gekochte software | 3 tot 5 jaar | valt onder de immateriële vaste activa (RJ 210) |
Heeft een actief onderdelen met een duidelijk andere gebruiksduur en een belangrijke kostprijs, zoals het dak van een pand, dan schrijft u die afzonderlijk af (RJ 212.418 tot en met 212.420). De afschrijving begint wanneer het actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik, niet op de betaaldatum (RJ 212.427). Herziet u later de gebruiksduur of de restwaarde, dan werkt dat alleen vooruit, als schattingswijziging (RJ 212.428).
Restwaarde en de fiscale rekenwijze
De restwaarde is wat u aan het eind van de gebruiksduur voor het actief verwacht te ontvangen, na aftrek van verkoopkosten, uitgedrukt in de prijzen van nu voor een actief van die leeftijd en staat. U schrijft af tot dat bedrag (RJ 212.429 en 212.430). Vaak is zij gering en is nul verdedigbaar. Een bedrijfsauto die u na vijf jaar nog kunt verkopen, heeft die waarde niet: een te lage restwaarde drukt de winst in de eerste jaren en levert later boekwinst op.
De Belastingdienst rekent met (aanschafkosten min restwaarde) gedeeld door de verwachte gebruiksduur in hele jaren, met een maximum van 20% van de aanschafkosten per jaar; voor goodwill is dat 10% (bron). Dat maximum bindt uw commerciële afschrijving niet. Alleen als u als micro- of kleine rechtspersoon de fiscale grondslagen toepast, geldt het ook in de jaarrekening, en dan uitsluitend alle fiscale grondslagen samen (art. 2:395a lid 7 BW; art. 2:396 lid 6 BW). Meer daarover: fiscale en commerciële jaarrekening.
Casus: een bestelbus en twaalf stoelen
Van Vliet Installatietechniek BV, een kleine rechtspersoon, koopt op 1 april 2025 een bestelbus voor € 38.000 (de btw is aftrekbaar en telt niet mee). De BV rekent op vijf jaar gebruik en verwacht de bus dan voor € 8.000 te verkopen, na aftrek van verkoopkosten. Af te schrijven: € 30.000, lineair € 6.000 per jaar. De bus is op 1 april klaar voor gebruik, dus 2025 krijgt negen maanden.
| Boekjaar | Afschrijving | Boekwaarde per 31 december |
|---|---|---|
| 2025 (9 maanden) | € 4.500 | € 33.500 |
| 2026 | € 6.000 | € 27.500 |
| 2027 | € 6.000 | € 21.500 |
| 2028 | € 6.000 | € 15.500 |
| 2029 | € 6.000 | € 9.500 |
| 2030 (3 maanden) | € 1.500 | € 8.000 |
| Totaal | € 30.000 | restwaarde € 8.000 |
Begin 2028 blijkt dat de bus nog vier jaar mee kan. De boekwaarde van € 21.500 min € 8.000 restwaarde, verdeeld over vier jaar, geeft € 3.375 per jaar vanaf 2028. De jaren 2025 tot en met 2027 blijven ongewijzigd; u vermeldt de aard en het effect als dat van belang is. Fiscaal mag de BV maximaal € 7.600 per volledig jaar (20% van € 38.000) afschrijven; zij hoeft dat maximum niet te benutten. De commerciële € 6.000 past daaronder.
Dezelfde BV koopt twaalf kantoorstoelen van € 280 (samen € 3.360). Haar beleid is € 750 per zelfstandig bruikbaar bedrijfsmiddel: de stoelen gaan direct naar de kosten, en fiscaal ligt elke stoel onder € 450. Koopt zij een scheidingswand-inrichting van € 18.000 die alleen als geheel werkt, dan activeert zij die als één actief, ook als de onderdelen afzonderlijk goedkoop zijn.
Wat vermeldt u per grootteklasse?
| Klasse | Vermelding over afschrijving |
|---|---|
| Micro-onderneming (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Geen toelichting op de posten en geen verloopoverzicht (art. 2:395a lid 6 BW). De waarderingsregels zijn dezelfde (RJk M1.301) |
| Kleine rechtspersoon (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Grondslagen en afschrijvingsmethoden in de toelichting (RJk B2.131); gebruiksduur of percentage is een aanbeveling (RJk B2.132). Geen verloopoverzicht (art. 2:396 lid 3 BW) |
| Middelgrote rechtspersoon (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Gebruiksduur of percentages en een sluitend verloopoverzicht in de opgemaakte jaarrekening (RJ 212.701 en 212.702); de openbare versie mag beperkter (art. 2:397 lid 5 BW) |
| Grote rechtspersoon (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Alles uit RJ 212.701 tot en met 212.703 en het verloopoverzicht van art. 2:368 BW |
Veelgemaakte fouten
- Afschrijven wanneer het uitkomt. De wet vraagt afschrijving onafhankelijk van het resultaat van het jaar (art. 2:386 lid 1 BW). Een goed jaar is geen reden om extra af te schrijven, een slecht jaar geen reden om over te slaan.
- Grond meeafschrijven. Grond en gebouw verwerkt u afzonderlijk, ook als u ze samen kocht (RJ 212.434). Splits de koopsom volgens de akte of een taxatie.
- De fiscale 20% als gebruiksduur nemen. Zo ontbreekt de onderbouwing van uw eigen verwachting. Onderbouw de duur zelf.
- Beginnen bij betaling. De afschrijving begint bij beschikbaarheid voor gebruik, niet bij de factuur.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Vanaf welk bedrag moet ik een bedrijfsmiddel activeren?
Er is geen wettelijk bedrag. U activeert een uitgave die langer dan een jaar nut heeft en waarvan de kostprijs betrouwbaar vaststaat. Voor kleine aankopen stelt u zelf een grens vast en past u die consequent toe. Fiscaal trekt u een bedrijfsmiddel van minder dan € 450 direct af, maar die grens bindt uw jaarrekening niet.
Hoeveel jaar schrijf ik een bedrijfsauto, laptop of machine af?
Zo lang als u het actief verwacht te gebruiken. Gangbaar zijn voor auto's 4 tot 8 jaar, voor computers 3 tot 5 jaar en voor machines 5 tot 15 jaar, maar dat is oriëntatie. Beslissend zijn uw ervaring, veroudering en uw vervangingsbeleid.
Mag ik een aankoop direct afschrijven in het jaar van aanschaf?
Commercieel schrijft u een actief met een gebruiksduur van meer dan een jaar stelselmatig af. Direct in de kosten nemen mag als het bedrag onder uw activeringsgrens blijft. Fiscale faciliteiten zoals willekeurige afschrijving wijzigen uw commerciële afschrijving niet vanzelf.
Moet ik blijven afschrijven als het actief nog waarde heeft?
Ja, tot de restwaarde is bereikt, ook als de opbrengstwaarde hoger is dan de boekwaarde. Reparatie en onderhoud doen niets af aan de noodzaak om af te schrijven (RJ 212.429). Is de restwaarde gestegen tot de boekwaarde, dan is de afschrijving nul.
Schrijf ik grond en gebouw samen af?
Nee. Grond schrijft u in beginsel niet af, een gebouw wel. U splitst de koopsom in grond en gebouw. Een waardestijging van de grond verandert het af te schrijven bedrag van het gebouw niet (RJ 212.434).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten