Artikel 2:387 BW: waardeverminderingen en de lagere marktwaarde
Artikel 2:387 BW is de wettelijke basis van "kostprijs of lagere marktwaarde": wanneer u voorraden, vorderingen en vaste activa afwaardeert, en wanneer u een afwaardering terugdraait.
Het korte antwoord
Artikel 2:387 BW verplicht vlottende activa, zoals voorraden en vorderingen, af te waarderen naar de actuele waarde als die lager is dan de kostprijs, en vaste activa bij een naar verwachting duurzame waardedaling. De afwaardering gaat ten laste van het resultaat, tenzij er een herwaarderingsreserve is, en wordt teruggenomen zodra de daling verdwijnt; bij goodwill nooit.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats in de wet | Afdeling 6 van Titel 9 |
| Voor wie | Elke klasse; de afzonderlijke vermelding van lid 4 niet voor micro |
| Vlottende activa | Lagere actuele waarde (bij voorraden meestal de opbrengstwaarde) of een andere lagere waarde als dat het inzicht dient |
| Vaste activa | Bij een naar verwachting duurzame daling; bij financiële vaste activa mag ook een daling op de balansdatum |
| Uitwerking | RJ 121 (bijzondere waardeverminderingen), RJ 220 (voorraden), RJ 222 (vorderingen), RJ 214; RJk A2 en B4 |
Lid 1 en 2: vlottende activa tegen de lagere waarde
1. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2. Vlottende activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
Wat betekent dit. Net als bij afschrijvingen is afwaarderen geen keuze die u laat afhangen van de winst (lid 1). Voorraden, vorderingen en effecten staan tegen kostprijs, tenzij hun actuele waarde op de balansdatum lager is; dan gaat u naar die lagere waarde (lid 2). In de praktijk heet dat "kostprijs of lagere marktwaarde". Voor voorraad is de maatstaf meestal de opbrengstwaarde: de verwachte verkoopprijs min de kosten om te verkopen en, bij halffabricaten, om af te maken (RJ 220.322; RJk B4.108). Grondstoffen waardeert u niet af zolang het eindproduct met winst verkoopt. Voor een vordering is de lagere waarde het bedrag dat u naar verwachting ontvangt, zie vorderingen.
Lid 3: vaste activa bij een duurzame daling
3. Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden gehouden.
Wat betekent dit. Een machine of een pand waardeert u af als de waarde naar verwachting blijvend onder de boekwaarde ligt. RJ 121 maakt dat meetbaar: bij een aanwijzing, zoals een sterk dalende omzet van het product of een beschadiging, berekent u de realiseerbare waarde. Dat is de hoogste van de opbrengstwaarde bij verkoop en de bedrijfswaarde, de contante waarde van wat het actief nog oplevert. Ligt die onder de boekwaarde, dan waardeert u af. Omdat de bedrijfswaarde de hele resterende gebruiksduur meeneemt, is aan de eis van duurzaamheid daarmee voldaan (RJ 121.104). Voor financiële vaste activa, zoals een lening aan een deelneming, mag u ook een daling op de balansdatum verwerken die misschien tijdelijk is.
Lid 4 en 5: verwerking, terugneming en goodwill
4. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel 390 lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
5. De tweede zin van lid 4 geldt niet voor afboekingen van goodwill.
Wat betekent dit. Een afwaardering gaat door de winst-en-verliesrekening. Alleen als het actief eerder boven de kostprijs is geherwaardeerd, gaat de afwaardering eerst van de herwaarderingsreserve af. Verdwijnt de oorzaak later, dan draait u de afwaardering terug, maar nooit verder dan de boekwaarde die het actief zonder afwaardering zou hebben gehad (RJ 121). Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa en hun terugnemingen ziet de lezer apart, in de winst-en-verliesrekening of in de toelichting. Een afwaardering van goodwill is definitief.
Voor de categoriale winst-en-verliesrekening sluit dit aan op artikel 2:377: waardeverminderingen van vaste activa staan bij de afschrijvingen, gewone afwaarderingen van voorraad en debiteuren bij de kosten, en alleen ongebruikelijk grote afwaarderingen van vlottende activa op een eigen regel.
Van micro tot groot, en de edities per boekjaar
Artikel 2:387 is een waarderingsregel en geldt voor elke klasse, ook voor de micro. Een micro toont afschrijvingen en waardeverminderingen in één regel en hoeft de afzonderlijke vermelding van lid 4 niet te geven (art. 2:395a lid 5 en 6 BW). Kleine rechtspersonen volgen RJk A2 paragraaf 3, die de toets van RJ 121 samenvat en voor details naar de RJ-bundel verwijst, en geven per categorie activa het bedrag van de afwaarderingen en de post waarin ze zitten (RJk A2.324). Bij fiscale grondslagen gelden de fiscale regels voor afwaardering naar lagere bedrijfswaarde. De wettekst is in de boekjaren 2025, 2026 en 2027 dezelfde; RJ 121 is sinds 2021 ongewijzigd, RJ 220 en RJ 222 zijn aangepast voor boekjaren vanaf 2026. Zie ook RJ 220 voorraden en RJ 222 vorderingen.
Casus: fietsen, een machine en goodwill
Fietshandel Lindeboom BV (fictief, klein) heeft eind 2026 nog 40 e-bikes van model 2025 in voorraad, ingekocht voor € 1.200 per stuk. Het nieuwe model is uit; de oude fietsen gaan naar verwachting weg voor € 1.050, met € 50 verkoopkosten per fiets. Haar werkplaatsmachine staat op € 400.000; door een nieuwe techniek bij de concurrentie daalt de vraag naar reparaties. En op de goodwill van een in 2024 overgenomen winkel, boekwaarde € 120.000, is de omzet blijvend gehalveerd.
| Post | Berekening | Afwaardering 2026 |
|---|---|---|
| E-bikes (lid 2) | Opbrengstwaarde 1.050 − 50 = € 1.000; 40 × (1.200 − 1.000) | € 8.000 |
| Werkplaatsmachine (lid 3) | Bedrijfswaarde € 310.000, opbrengstwaarde € 260.000; realiseerbaar € 310.000; 400.000 − 310.000 | € 90.000 |
| Goodwill winkel (lid 3 en 5) | Realiseerbare waarde € 70.000; 120.000 − 70.000 | € 50.000 |
| Totaal ten laste van het resultaat | € 148.000 |
Controle: 8.000 + 90.000 + 50.000 = 148.000. Trekt de reparatiemarkt in 2027 weer aan en is de realiseerbare waarde van de machine dan € 380.000, terwijl de boekwaarde zonder afwaardering (na een extra jaar afschrijving) € 350.000 zou zijn, dan neemt Lindeboom terug tot € 350.000 en niet verder. De afwaardering op de goodwill blijft staan, hoe goed de winkel later ook draait. In de winst-en-verliesrekening van een kleine BV staan de € 140.000 voor machine en goodwill bij de afschrijvingen en waardeverminderingen, met het bedrag van de bijzondere waardevermindering apart op de rekening of in de toelichting; de € 8.000 op de fietsen hoort bij de inkoopwaarde, tenzij hij voor Lindeboom ongebruikelijk groot is.
Fouten bij het afwaarderen
- Incourante voorraad laten staan op kostprijs omdat "we hem nog kunnen verkopen", zonder de verwachte prijs en verkoopkosten te toetsen.
- Grondstoffen afwaarderen terwijl het eindproduct met winst verkoopt.
- Een bijzondere waardevermindering terugnemen tot boven de boekwaarde die zonder afwaardering zou hebben bestaan.
- Een afwaardering van goodwill terugdraaien in een beter jaar.
- Een afwaardering op een geherwaardeerd pand direct in de winst-en-verliesrekening boeken in plaats van eerst ten laste van de herwaarderingsreserve.
Bronnen
- Art. 2:387 BW: waardeverminderingen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:390 BW: herwaarderingsreserve (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:377 BW: plaats in de winst-en-verliesrekening (wetten.overheid.nl)
- RJ-bundel voor middelgrote en grote rechtspersonen (rjnet.nl)
- RJk-bundel voor micro- en kleine rechtspersonen (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Wat betekent kostprijs of lagere marktwaarde?
Dat vlottende activa, zoals voorraden, tegen kostprijs staan tenzij hun actuele waarde op de balansdatum lager is; dan gaat u naar die lagere waarde (art. 2:387 lid 2 BW). Bij voorraden is dat meestal de opbrengstwaarde: de verwachte verkoopprijs min de kosten om te verkopen.
Wanneer moet ik een vast actief afwaarderen?
Als de waarde naar verwachting duurzaam onder de boekwaarde ligt (art. 2:387 lid 3 BW). Volgens RJ 121 toetst u bij een aanwijzing de realiseerbare waarde, de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Ligt die lager dan de boekwaarde, dan waardeert u af ten laste van het resultaat.
Mag een afwaardering later worden teruggenomen?
Ja, zodra de waardevermindering ophoudt te bestaan (art. 2:387 lid 4 BW), en niet verder dan de boekwaarde die het actief zonder afwaardering zou hebben gehad. Een afwaardering van goodwill wordt nooit teruggenomen (lid 5).
Moet een kleine BV een afwaardering apart vermelden?
Ja. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa en hun terugnemingen staan afzonderlijk in de winst-en-verliesrekening of in de toelichting (art. 2:387 lid 4 BW). Een microrechtspersoon toont afschrijvingen en waardeverminderingen in één regel en geeft geen toelichting.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten