De balans van een BV in cijfers: welke posten, hoe groot
Wat er werkelijk op een gedeponeerde balans staat, van de micro-BV met vijf regels tot de grote holding met vooral deelnemingen, en wat de wet per klasse vraagt.
Het korte antwoord
Een micro-BV hoeft weinig meer te tonen dan vaste en vlottende activa, één bedrag eigen vermogen, voorzieningen en schulden naar looptijd. Dat is te zien: over boekjaar 2024 stonden vorderingen apart op 22,5% van de micro-balansen en op 46,7% van de kleine. Bij grote balansen waren financiële vaste activa, als ze er stonden, in de mediaan 71,7% van het totaal.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Balansen | 851.125 over boekjaar 2024 |
| Gemeten | Hoe vaak een post apart staat, en zijn aandeel in het balanstotaal als hij er staat |
| Wettelijke basis | Art. 2:364 tot en met 2:376 BW, beperkt door art. 2:395a (micro), 2:396 (klein) en 2:397 BW (middelgroot) |
Wat de wet per klasse op de balans vraagt
| Grootteklasse | Wat apart op de gedeponeerde balans staat | Grondslag |
|---|---|---|
| Micro | Vaste en vlottende activa; kosten van oprichting en uitgifte van aandelen; opgevraagde stortingen; het eigen vermogen als één bedrag; voorzieningen; de schulden als één bedrag, met het deel dat binnen een jaar vervalt | art. 2:395a lid 4 BW |
| Klein | Daarnaast onder meer immateriële, materiële en financiële vaste activa; voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen; de posten van het eigen vermogen | art. 2:396 lid 3 BW |
| Middelgroot | Een ruimere selectie, onder meer de soorten materiële vaste activa en schulden aan banken en groepsmaatschappijen | art. 2:397 lid 5 BW |
| Groot | Alle posten van de balansartikelen | art. 2:364 tot en met 2:376 BW |
De wet stelt een minimum. Meer detail mag altijd, en een post zonder bedrag hoeft er niet te staan. De cijfers hieronder gaan over de balansen zoals ze zijn gedeponeerd, ingedeeld naar balanstotaal. Een balansklasse valt niet samen met de wettelijke grootteklasse; dat verklaart een deel van wat volgt.
Micro: balanstotaal tot en met € 450.000
| Post | Staat apart op | Mediaan, als deel van het balanstotaal | Middelste helft |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 2,9% | 3,0% | 0,0% – 20,9% |
| Materiële vaste activa | 12,7% | 7,1% | 1,4% – 24,5% |
| Financiële vaste activa | 11,8% | 32,9% | 3,0% – 72,6% |
| Vaste activa, totaal | 76,6% | 30,9% | 5,3% – 70,9% |
| Voorraden | 4,5% | 7,8% | 1,1% – 29,0% |
| Vorderingen | 22,5% | 33,6% | 9,7% – 71,5% |
| Effecten | 1,4% | 0,0% | 0,0% – 24,9% |
| Liquide middelen | 22,2% | 19,2% | 3,8% – 51,5% |
| Vlottende activa, totaal | 97,2% | 88,1% | 44,7% – 100,0% |
| Eigen vermogen | 99,5% | 51,3% | −0,5% – 86,9% |
| Voorzieningen | 20,9% | 27,2% | 0,0% – 85,4% |
| Langlopende schulden | 27,4% | 22,6% | 0,9% – 71,1% |
| Kortlopende schulden | 92,9% | 25,7% | 6,1% – 75,5% |
De vlottende activa staan op vrijwel elke micro-balans en zijn in de mediaan 88,1% van het totaal: een micro-BV bezit vooral geld en vorderingen. Vorderingen en liquide middelen staan op ongeveer een op de vijf balansen apart. Een deel daarvan komt waarschijnlijk van rechtspersonen die met hun kleine balans toch wettelijk klein zijn, omdat omzet en personeel boven de microgrenzen liggen; anderen geven vrijwillig meer dan de wet vraagt.
Voorzieningen staan op 20,9% van de micro-balansen, en als ze er staan zijn ze groot: de mediaan is 27,2% van het balanstotaal. Om welke voorziening het gaat, vermeldt de micro-balans niet.
De twee bijzondere posten die de wet ook voor de micro-balans noemt, komen voor: kosten van oprichting en uitgifte van aandelen in 2,8% van alle deponeringen en opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal, een vordering op de aandeelhouders, in 2,9%.
Klein: balanstotaal boven € 450.000 tot en met € 7,5 mln
| Post | Staat apart op | Mediaan, als deel van het balanstotaal | Middelste helft |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 8,8% | 3,1% | 0,3% – 14,8% |
| Materiële vaste activa | 35,9% | 9,4% | 1,9% – 32,6% |
| Financiële vaste activa | 31,5% | 35,3% | 7,1% – 67,6% |
| Vaste activa, totaal | 94,1% | 59,1% | 21,2% – 86,3% |
| Voorraden | 15,3% | 12,1% | 2,4% – 36,2% |
| Vorderingen | 46,7% | 19,7% | 5,1% – 45,6% |
| Effecten | 3,4% | 15,8% | 1,1% – 42,7% |
| Liquide middelen | 46,0% | 10,1% | 1,9% – 28,5% |
| Vlottende activa, totaal | 98,4% | 45,3% | 15,5% – 84,9% |
| Eigen vermogen | 99,7% | 73,4% | 40,0% – 94,0% |
| Voorzieningen | 30,0% | 5,2% | 1,4% – 14,8% |
| Langlopende schulden | 42,4% | 18,5% | 5,2% – 44,1% |
| Kortlopende schulden | 98,0% | 8,1% | 1,6% – 31,8% |
Een wettelijk kleine rechtspersoon moet de vlottende activa splitsen in voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen (art. 2:396 lid 3 BW, dat verwijst naar art. 2:364), voor zover zij die posten heeft. Toch staan de liquide middelen maar op 46,0% van de balansen in deze klasse apart. Een waarschijnlijke verklaring is de indeling naar balanstotaal: een beleggingsholding zonder dochters met € 2 mln op de balans maar zonder omzet en personeel kan wettelijk micro zijn en dan een micro-balans met alleen totalen deponeren.
De vaste activa zijn hier in de mediaan 59,1% van de balans. Financiële vaste activa staan op 31,5% van de kleine balansen apart, met een mediaan van 35,3%; bij holdings zijn dat vaak de deelnemingen. Materiële vaste activa staan op 35,9%, met een mediaan van 9,4%.
Middelgroot en groot
| Post | Middelgroot: staat apart op | Middelgroot: mediaan | Groot: staat apart op | Groot: mediaan |
|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 13,8% | 1,9% | 11,3% | 1,2% |
| Materiële vaste activa | 42,1% | 11,5% | 26,9% | 5,7% |
| Financiële vaste activa | 47,2% | 40,1% | 48,2% | 71,7% |
| Vaste activa, totaal | 96,3% | 82,2% | 96,1% | 95,1% |
| Voorraden | 14,6% | 11,6% | 7,1% | 2,1% |
| Vorderingen | 58,1% | 8,2% | 53,4% | 2,9% |
| Effecten | 5,9% | 15,2% | 4,7% | 7,8% |
| Liquide middelen | 56,2% | 2,8% | 51,5% | 1,0% |
| Vlottende activa, totaal | 97,7% | 19,7% | 95,8% | 5,6% |
| Eigen vermogen | 99,7% | 76,7% | 99,6% | 84,9% |
| Voorzieningen | 34,6% | 1,6% | 26,6% | 1,1% |
| Langlopende schulden | 50,4% | 21,9% | 50,1% | 32,0% |
| Kortlopende schulden | 97,7% | 5,4% | 94,8% | 2,4% |
Hoe groter de balans, hoe meer vaste activa. Bij grote balansen zijn de vaste activa in de mediaan 95,1% van het totaal en de financiële vaste activa, als ze apart staan, 71,7%. Dat past bij een tussenholding of concernhoofd: aandelen in dochters, gefinancierd met eigen vermogen. De mediane solvabiliteit van grote balansen is 84,9%. Liquide middelen zijn er in de mediaan 1,0%.
Het eigen vermogen: welke posten en reserves
Hoe vaak de posten van het eigen vermogen voorkomen, geteld over alle 2.237.553 deponeringen en alle boekjaren. Een micro-balans toont het eigen vermogen als één bedrag; mede daarom ligt het aandeel van de afzonderlijke posten rond of onder de helft.
| Post | Vermeldingen | Aandeel van de deponeringen |
|---|---|---|
| Gestort en opgevraagd kapitaal | 835.874 | 37,4% |
| Agio | 246.493 | 11,0% |
| Herwaarderingsreserve | 35.467 | 1,6% |
| Andere wettelijke reserves | 93.338 | 4,2% |
| Statutaire reserves | 20.830 | 0,9% |
| Overige reserves | 685.531 | 30,6% |
| Niet verdeelde winsten | 188.564 | 8,4% |
| Resultaat van het boekjaar | 46.900 | 2,1% |
| Herinvesteringsreserve | 10.576 | 0,5% |
| Overige fiscale reserves | 19.103 | 0,9% |
Telt een deponering een post twee keer, bijvoorbeeld in de enkelvoudige en de geconsolideerde balans, dan staan er twee vermeldingen. Bij de meeste posten maakt dat weinig uit. Herinvesteringsreserve en overige fiscale reserves horen bij een jaarrekening op fiscale grondslagen, die micro- en kleine rechtspersonen mogen kiezen. Andere wettelijke reserves vormt een rechtspersoon onder meer voor geactiveerde ontwikkelingskosten en voor ingehouden winst van deelnemingen die zij niet zelf kan laten uitkeren; de herwaarderingsreserve staat apart. Zie eigen vermogen in de jaarrekening.
Waarom de medianen niet optellen tot 100%
Tel bij micro de mediaan van de vaste activa (30,9%) op bij die van de vlottende activa (88,1%) en u komt boven de 100% uit. Dat is geen fout. Elke mediaan is apart berekend, over de balansen waarop die post staat. De vaste activa staan op 76,6% van de micro-balansen; de BV's zonder vaste activa tellen voor die mediaan niet mee, maar wel voor die van de vlottende activa.
De tabellen beschrijven dus geen gemiddelde balans. Ze zeggen per post: zo vaak staat hij er, en zo groot is hij dan. Wie een balans van een bepaald type wil zien, kijkt naar één sector en één klasse tegelijk.
Rekenvoorbeeld: een micro-balans naast de cijfers
Een adviesbureau in een BV deponeert deze micro-balans per 31 december 2024:
| Post | Bedrag | Deel van het totaal | Mediaan micro 2024 |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | € 40.000 | 26,7% | 30,9% |
| Vlottende activa | € 110.000 | 73,3% | 88,1% |
| Totaal activa | € 150.000 | ||
| Eigen vermogen | € 70.000 | 46,7% | 51,3% |
| Schulden, looptijd langer dan een jaar | € 30.000 | 20,0% | 22,6% |
| Schulden, looptijd ten hoogste een jaar | € 50.000 | 33,3% | 25,7% |
| Totaal passiva | € 150.000 |
Het eigen vermogen ligt iets onder de mediaan, de kortlopende schulden iets erboven. De current ratio is 110.000 / 50.000 = 2,20, tegen een mediaan van 2,08 voor micro-balansen. Niets aan deze balans valt buiten de middelste helft. Wat de balans niet laat zien: of de BV winst maakt. Die winst-en-verliesrekening hoeft zij niet te deponeren.
Bron en licentie
Bron: KVK Handelsregister Open Dataset Jaarrekeningen, bewerking Jaarrekening.io, CC BY 4.0. Gegevens gedownload en verwerkt op 2 november 2026.
Berekening, definities, beperkingen en de download van alle cellen: methode en bronnen.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Welke posten staan op de balans van een micro-BV?
Volgens art. 2:395a lid 4 BW: vaste en vlottende activa, kosten van oprichting en uitgifte van aandelen, opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal, het eigen vermogen als één bedrag, voorzieningen en de schulden als één bedrag, met het deel dat binnen een jaar vervalt en het deel dat later vervalt. Meer detail mag, maar hoeft niet. Alleen deze beperkte balans wordt openbaar (art. 2:395a lid 8 BW).
Waarom toont maar de helft van de kleine BV's de liquide middelen apart?
In balansklasse klein (balanstotaal boven € 450.000) stonden liquide middelen over boekjaar 2024 op 46,0% van de balansen apart. Een waarschijnlijke verklaring: veel holdings in deze klasse hebben geen omzet en geen personeel en kunnen daardoor wettelijk micro zijn. Zij mogen een micro-balans deponeren met alleen het totaal van de vlottende activa. Een post zonder bedrag hoeft bovendien niet op de balans.
Hoeveel van de balans bestaat uit vaste activa?
Dat hangt sterk af van de omvang. Over boekjaar 2024 waren de vaste activa, als ze apart op de balans stonden, in de mediaan 30,9% van het balanstotaal bij micro-, 59,1% bij kleine, 82,2% bij middelgrote en 95,1% bij grote balansen. Grote balansen zijn vaak die van holdings met deelnemingen.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten