Eigen vermogen in de jaarrekening
Het eigen vermogen is wat overblijft als u voorzieningen en schulden van de activa aftrekt. De wet bepaalt uit welke posten het bestaat en welk deel u niet mag uitkeren.
Het korte antwoord
Het eigen vermogen is het saldo van de activa min de voorzieningen en schulden. In de jaarrekening van een BV of NV splitst u het in geplaatst kapitaal, agio, herwaarderingsreserves, andere wettelijke reserves, statutaire reserves, overige reserves en niet verdeelde winst (art. 2:373 lid 1 BW). Wettelijke en statutaire reserves zijn niet uitkeerbaar.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:373 BW (posten), art. 2:378 BW (mutatieoverzicht), art. 2:216 BW (uitkeringen door de BV) |
| Richtlijn | RJ 240 Eigen vermogen, herzien in 2025 en in die vorm van kracht voor boekjaren vanaf 1 januari 2026; voor micro en klein RJk B8 |
| Niet uitkeerbaar | Wettelijke en statutaire reserves; bij de NV ook het gestorte en opgevraagde kapitaal (art. 2:105 lid 2 BW) |
Eigen vermogen in de wet en in RJ 240
Artikel 2:373 lid 1 BW noemt zeven posten die afzonderlijk onder het eigen vermogen staan: het geplaatste kapitaal, agio, herwaarderingsreserves, andere wettelijke reserves naar hun aard, statutaire reserves, overige reserves en niet verdeelde winsten. Ingekochte eigen aandelen activeert u niet (art. 2:385 lid 5 BW); de verkrijgingsprijs, inclusief transactiekosten, gaat af van de overige reserves, of van een andere reserve als de statuten dat toestaan (RJk B8.107).
Wettelijke reserves zijn reserves die de wet verplicht stelt (art. 2:373 lid 4 BW). Bij de meeste BV's gaat het om vier gevallen:
- geactiveerde kosten van oprichting, aandelenuitgifte en ontwikkeling (art. 2:365 lid 2 BW);
- ingehouden winsten van deelnemingen tegen nettovermogenswaarde, voor zover u de uitkering niet zonder beperkingen kunt bewerkstelligen (art. 2:389 lid 6 BW);
- omrekeningsverschillen op buitenlandse deelnemingen (art. 2:389 lid 8 BW);
- herwaarderingen van activa boven de kostprijs (art. 2:390 lid 1 BW).
RJ 240 werkt dit uit. Twee regels daaruit worden vaak gemist. Elke wettelijke reserve bepaalt u afzonderlijk, zonder te salderen. En is er te weinig vrije reserve om haar te vormen, dan komt het tekort ten laste van de overige reserves, die daardoor negatief kunnen worden.
Resultaat, dividend, agio en verlies verwerken
- Resultaat. U stelt de balans op vóór of na winstbestemming en vermeldt bovenaan welke van de twee (art. 2:362 lid 2 BW).
- Dividend. De algemene vergadering van een BV keert alleen uit voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves. Het besluit werkt pas na goedkeuring van het bestuur, dat toetst of de BV haar opeisbare schulden kan blijven betalen (art. 2:216 lid 1 en 2 BW).
- Agio. Wat aandeelhouders boven de nominale waarde storten, is agio. Ook een informele kapitaalstorting, zoals een lening die de aandeelhouder kwijtscheldt, verwerkt u volgens RJ 240 als agio.
- Verlies. Een verlies gaat af van de niet verdeelde winsten of de overige reserves. Wordt het eigen vermogen negatief, dan beoordeelt u of er gerede twijfel is over de continuïteit en zet u dat in de toelichting uiteen (art. 2:384 lid 3 BW); zie negatief eigen vermogen.
- Eigen of vreemd vermogen. In de enkelvoudige jaarrekening deelt u een financieel instrument in naar juridische vorm of naar economische realiteit; in de geconsolideerde jaarrekening beslist de economische realiteit (RJ 240).
Rekenvoorbeeld: het mutatieoverzicht van een kleine BV
Een BV begint 2025 met een eigen vermogen van € 200.000. In 2025 voegt de algemene vergadering de winst over 2024 (€ 30.000) toe aan de overige reserves en keert zij € 20.000 dividend uit. De BV activeert voor het eerst € 25.000 ontwikkelingskosten en maakt € 42.000 winst.
| Post | 1 januari 2025 | Mutaties | 31 december 2025 |
|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal | € 1.000 | – | € 1.000 |
| Agio | € 49.000 | – | € 49.000 |
| Wettelijke reserve ontwikkelingskosten | – | + € 25.000 | € 25.000 |
| Overige reserves | € 120.000 | + € 30.000 − € 20.000 − € 25.000 | € 105.000 |
| Niet verdeelde winst | € 30.000 | − € 30.000 + € 42.000 | € 42.000 |
| Totaal | € 200.000 | + € 22.000 | € 222.000 |
De journaalposten: bij het dividendbesluit Overige reserves € 20.000 aan Te betalen dividend € 20.000, waarvan de BV 15% dividendbelasting inhoudt; bij de activering Overige reserves € 25.000 aan Wettelijke reserve € 25.000. Voor een volgende uitkering is ten hoogste € 222.000 − € 25.000 = € 197.000 beschikbaar, en alleen als ook de uitkeringstoets slaagt.
Eigen vermogen per grootteklasse
De grenzen hieronder gelden voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 beginnen. De grootteklasse volgt uit minstens twee van de drie criteria op twee opeenvolgende balansdata; voor het eerste en tweede boekjaar geldt de uitzondering van art. 2:398 lid 1 BW. Wat verschilt is hoeveel u uitsplitst en toelicht; de wettelijke reserves houdt elke klasse aan.
| Klasse | Eigen vermogen op de balans | Mutatieoverzicht |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Eén bedrag (art. 2:395a lid 4 BW). Kiest u fiscale grondslagen (art. 2:395a lid 7 BW), dan is het fiscale vermogen het uitgangspunt. | Niet vereist (lid 6) |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Alle posten afzonderlijk, plus het ingehouden deel van het resultaat (art. 2:396 lid 3 BW). Bij fiscale grondslagen (art. 2:396 lid 6 BW) staat een herinvesteringsreserve apart. | Alleen voor de herwaarderingsreserve (lid 5) |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Volledige uitsplitsing, ook in de openbaar gemaakte balans (art. 2:397 lid 5 BW) | Volledig per post, met vergelijkende cijfers |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Volledige uitsplitsing; RJ 240 vraagt daarnaast het fiscaal niet erkende deel van kapitaal en agio te vermelden | Als bij middelgroot |
Fiscaal en commercieel eigen vermogen
Het fiscale vermogen wijkt meestal af van het commerciële. De fiscus begrenst afschrijvingen en kent eigen reserves, zoals de herinvesteringsreserve en de egalisatiereserve (art. 3.53 Wet IB 2001), die commercieel geen aparte vermogenspost zijn. Het verschil komt terug als latente belasting, niet als reserve. Stelt een micro- of kleine rechtspersoon de jaarrekening op fiscale grondslagen op, dan vallen beide vermogens samen; zie waarderingsgrondslagen.
Veelgemaakte fouten bij het eigen vermogen
- Geen wettelijke reserve vormen bij geactiveerde ontwikkelingskosten, of bij deelnemingen tegen nettovermogenswaarde waarvan u de ingehouden winst niet zonder beperking kunt laten uitkeren (art. 2:389 lid 6 BW; RJk B3.120).
- Dividend al als schuld opnemen terwijl het besluit na de balansdatum valt; zie dividend na balansdatum.
- Een creditsaldo in rekening-courant met de aandeelhouder als eigen vermogen presenteren. Het is een schuld, ook als zij is achtergesteld (art. 2:375 lid 4 BW).
- Uitkeren op de balanstest alleen, zonder vastgelegde uitkeringstoets.
Het mutatieoverzicht in Jaarrekening.io
In Jaarrekening.io vult u het mutatieoverzicht per vermogenspost in: beginstand, resultaat, uitkeringen, stortingen, herwaarderingen, overboekingen en eindstand. Elke mutatie voert u zelf in; een onverklaard verschil wordt niet als overige mutatie weggeboekt. Het overzicht volgt het kapitaalmodel van de BV en de NV. Of een uitkering verantwoord is, blijft het oordeel van het bestuur.
Bronnen
- Art. 2:373 BW: indeling van het eigen vermogen en wettelijke reserves (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:378 BW: verloop van het eigen vermogen
- Art. 2:216 BW: uitkeringen door de BV
- Art. 2:389 BW: wettelijke reserve deelnemingen
- Art. 2:396 BW: wat een kleine rechtspersoon van het eigen vermogen toont
- RJ-Uiting 2025-5: ontwerp-Richtlijn 240 Eigen vermogen, definitief sinds 18 juni 2025 (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2023-4: eigen of vreemd vermogen, definitief sinds 17 mei 2023
- Besluit fiscale waarderingsgrondslagen, art. 2
- KVK: de besloten vennootschap, dividendbelasting
Veelgestelde vragen
Mag een BV dividend uitkeren bij een negatief eigen vermogen?
Nee. De algemene vergadering kan alleen uitkeren voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves (art. 2:216 lid 1 BW). Keurt het bestuur een uitkering goed terwijl het wist of behoorde te voorzien dat de BV haar opeisbare schulden niet kan blijven betalen, dan zijn de bestuurders hoofdelijk verbonden voor het tekort (lid 3).
Is het gestorte kapitaal van een BV gebonden vermogen?
Niet op grond van de wet. De balanstest van de BV kijkt alleen naar wettelijke en statutaire reserves. Bij de NV ligt dat anders: zij keert uit voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde kapitaal plus die reserves (art. 2:105 lid 2 BW).
Moet een kleine BV een mutatieoverzicht van het eigen vermogen opnemen?
Alleen voor de herwaarderingsreserve (art. 2:396 lid 5 BW). De posten zelf staan wel afzonderlijk op de balans.
Wanneer valt een wettelijke reserve vrij?
Zodra de reden vervalt. De reserve voor ontwikkelingskosten daalt met de afschrijving, de herwaarderingsreserve bij verkoop van het actief (art. 2:390 lid 3 BW) en de reserve deelnemingen als de deelneming uitkeert (art. 2:389 lid 6 BW). Volgens RJ 240 komt de afname ten gunste van de overige reserves of maakt zij deel uit van de winstbestemming.
Telt een achtergestelde lening van de aandeelhouder mee als eigen vermogen?
Nee. Een achtergestelde lening is een schuld. Middelgrote en grote rechtspersonen vermelden het bedrag en de aard van de achterstelling (art. 2:375 lid 4 BW); een kleine rechtspersoon neemt de lening op in de totalen van schulden langer dan een en vijf jaar (art. 2:396 lid 3 BW).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten