RJ 260 Intercompany-transacties: wanneer u winst binnen de groep elimineert
Verkoopt de moeder goederen aan haar dochter met winst, dan is die winst voor de groep nog niet behaald zolang de goederen in de groep zitten. RJ 260 bepaalt hoeveel u elimineert, en in welke jaarrekening.
Het korte antwoord
Geconsolideerd elimineert u winst op leveringen binnen de groep volledig, tot het actief aan een derde is verkocht of is afgeschreven. Enkelvoudig hangt het af van de waardering van de deelneming: bij nettovermogenswaarde neemt u alleen het deel dat derden toekomt, bij kostprijs of actuele waarde neemt u winst op een verkoop aan de deelneming meestal direct.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 260 (herzien 2023), van kracht voor boekjaren vanaf 1 januari 2024; ongewijzigd voor 2025, 2026 en 2027 |
| Micro en klein | RJk B3.4: kostendoorbelastingen zijn meestal direct gerealiseerd; wordt de levering bij de afnemer geactiveerd, dan geldt RJ 260 |
| Wet | art. 2:384 lid 2 BW (alleen gerealiseerde winst), art. 2:389 lid 10 BW (verschil enkelvoudig en geconsolideerd vermelden) |
| Richtingen | Downstream (moeder aan deelneming), upstream (deelneming aan moeder) en sidestream (tussen deelnemingen) |
Wat een intercompany-transactie is
Een intercompany-transactie is een transactie tussen groepsmaatschappijen, tussen een rechtspersoon en een niet-geconsolideerde deelneming, of tussen zulke deelnemingen onderling, ook als zij buiten de gewone bedrijfsuitoefening valt (RJ 260.0 en 260.104). Een belang dat geen deelneming is maar een belegging, valt erbuiten: winst daarop neemt u gewoon (RJ 260.103).
Diensten tussen groepsmaatschappijen, zoals een managementfee, zijn enkelvoudig meestal direct gerealiseerd, omdat de afnemer ze als kosten boekt. Geconsolideerd valt de opbrengst weg tegen de kosten. Activeert de afnemer de dienst, bijvoorbeeld als ontwikkelingskosten, dan behandelt u haar als een levering van een actief (RJ 260.103; RJk B3.403).
Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt.
Enkelvoudig: het hangt af van de waardering van de deelneming
Bij nettovermogenswaarde ziet RJ 260 de deelneming als een verzameling activa en passiva waarin u een belang houdt (RJ 260.201). Van de winst op een overdracht neemt u alleen het deel dat bij anderen terechtkomt; het deel dat via uw belang in de groep blijft, elimineert u (RJ 260.202).
- Downstream. U neemt winst naar rato van het belang van derden in de kopende deelneming (RJ 260.208).
- Upstream. Uw aandeel in de winst die de deelneming op de verkoop aan u maakt, neemt u pas op als u het actief doorverkoopt of afschrijft (RJ 260.209).
- Sidestream. U beperkt uw aandeel in de winst van de verkopende deelneming tot de afname van uw relatieve belang in het verkochte actief (RJ 260.210).
- Realisatie. Het geëlimineerde deel valt vrij bij doorverkoop aan een derde, via afschrijving bij vaste activa, of als u de kopende deelneming verkoopt (RJ 260.203 en 260.205). Staat de deelneming op nul, dan houdt u de eliminatie als overlopende post aan (RJ 260.204).
Bij kostprijs of actuele waarde is de deelneming één ondeelbaar actief. Winst op een verkoop aan haar neemt u direct en volledig, tenzij er in wezen niets is gerealiseerd, bijvoorbeeld omdat de koper de prijs schuldig blijft en die niet zelf kan betalen (RJ 260.301–302). Bij een levering van de deelneming aan u verwerkt u geen resultaat (RJ 260.303).
De deelneming zelf elimineert in haar eigen jaarrekening niets: zij boekt de gekochte goederen tegen haar inkoopprijs en de verkochte met volledige winst (RJ 260.501–502).
Geconsolideerd: alles eruit tot een derde koopt
In de geconsolideerde jaarrekening is de groep één onderneming. Winst op leveringen tussen groepsmaatschappijen elimineert u volledig uit de waardering van het actief en uit het groepsresultaat, totdat het actief de groep heeft verlaten of is afgeschreven. Omzet en kostprijs van de onderlinge levering vallen volledig weg (RJ 260.401). Gaat het om een upstream- of sidestreamverkoop door een dochter met een minderheidsaandeelhouder, dan rekent u het passende deel van de eliminatie toe aan het aandeel van derden.
Daardoor kunnen eigen vermogen en resultaat enkelvoudig en geconsolideerd uiteenlopen (RJ 260.402). Dat verschil vermeldt u in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening (art. 2:389 lid 10 BW).
Casus: een groothandel levert aan haar winkelketen
Groothandel Rietveld BV bezit 60% van Rietveld Retail BV; 40% ligt bij een franchisepartner. Rietveld waardeert Retail tegen nettovermogenswaarde en consolideert haar. In december 2026 verkoopt Rietveld goederen met een inkoopprijs van € 80.000 voor € 120.000 aan Retail. Op 31 december heeft Retail 75% daarvan aan klanten verkocht en ligt 25% nog op voorraad, tegen € 30.000.
| Bedrag | Uitleg | |
|---|---|---|
| Winst van Rietveld op de levering | € 40.000 | € 120.000 − € 80.000 |
| Ongerealiseerd deel in de voorraad van Retail | € 10.000 | 25% van € 40.000 |
| Enkelvoudig: te elimineren | € 6.000 | Het eigen belang van 60% in dat deel |
| Enkelvoudig: winst in 2026 | € 34.000 | € 40.000 − € 6.000 |
| Geconsolideerd: te elimineren | € 10.000 | Volledig; downstream, dus niet naar het aandeel van derden |
| Geconsolideerd: winst uit deze levering in 2026 | € 30.000 | € 40.000 − € 10.000 |
In de geconsolideerde cijfers vallen de omzet van € 120.000 en de daarbij horende kostprijs weg, en daalt de voorraad met € 10.000. In de enkelvoudige jaarrekening brengt Rietveld de € 6.000 in mindering op de omzet en neemt zij die op als overlopende passiefpost of als verlaging van de deelneming (RJ 260.206–207). Het verschil van € 4.000 tussen enkelvoudig en geconsolideerd vermogen noemt zij in de toelichting. Verkoopt Retail de laatste goederen in 2027, dan valt de eliminatie in beide jaarrekeningen vrij.
Varianten. Waardeerde Rietveld Retail tegen kostprijs, dan nam zij enkelvoudig de volle € 40.000. Was de levering andersom gegaan, van Retail aan Rietveld, dan stelde Rietveld haar 60%-aandeel in de winst van Retail op de goederen die zij zelf nog heeft, uit tot zij ze doorverkoopt. Als kleine groep zonder geconsolideerde jaarrekening past Rietveld alleen de enkelvoudige regels toe: het gaat om goederen die Retail op voorraad neemt, dus RJ 260 geldt via RJk B3.403. Een microrechtspersoon verwerkt het op dezelfde manier, zonder toelichting.
Per grootteklasse
| Klasse | Wat geldt |
|---|---|
| Micro | Dezelfde verwerking via de RJk-waarderingsregels (RJk M1.301); geen toelichting |
| Klein (RJk) | RJk B3.4: doorbelaste kosten zijn meestal direct gerealiseerd; bij geactiveerde leveringen RJ 260. De grondslag voor intercompany-resultaten noemt u in de toelichting (art. 2:384 lid 5 BW). Transacties met verbonden partijen buiten marktvoorwaarden hoeft u niet te vermelden (art. 2:396 lid 5 BW) |
| Middelgroot | RJ 260 volledig. Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden vermeldt alleen de NV, beperkt tot grootaandeelhouders en bestuurders en commissarissen (art. 2:397 lid 6 BW) |
| Groot | RJ 260 volledig, plus de vermelding van niet-marktconforme transacties met verbonden partijen (art. 2:381 lid 3 BW; RJ 330) |
Wat er per boekjaar verandert
De herziene RJ 260 geldt sinds boekjaren vanaf 1 januari 2024. De RJ maakte het hoofdstuk toen overzichtelijker en verduidelijkte het; in de voorbeelden blijft winstbelasting over de geëlimineerde winst buiten beschouwing, terwijl die volgens RJ 272 wel tot een latente belasting kan leiden (RJ-Uiting 2023-8). Voor 2025, 2026 en 2027 is RJ 260 gelijk. In RJk B3 is per boekjaar 2025 de definitie van een intercompany-transactie gelijkgetrokken met de RJ (RJ-Uiting 2024-13).
Veelgemaakte fouten
- Enkelvoudig bij nettovermogenswaarde de volle winst nemen op een verkoop aan een dochter die de goederen nog heeft.
- Geconsolideerd alleen het eigen aandeel elimineren in plaats van alles.
- Een pand met winst verkopen aan een dochter en de eliminatie niet laten meelopen met haar afschrijving.
- Een winstgevende verkoop aan een deelneming tegen kostprijs boeken terwijl de koper de prijs nooit zelf kan betalen.
- Het verschil tussen enkelvoudig en geconsolideerd vermogen niet toelichten.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De consolidatiemodule elimineert onderlinge vorderingen en schulden en zet onderlinge omzet weg tegen de kosten. Het bedrag van de ongerealiseerde winst per groepsrelatie berekent u zelf en voert u in; de app verwerkt het in voorraad of vaste activa en in het groepsresultaat. Het deel van een eliminatie dat bij een minderheidsaandeelhouder hoort, past u handmatig aan.
Bronnen
- Art. 2:384 BW: voorzichtigheid en het realisatiebeginsel (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:389 BW, lid 10: verschillen tussen enkelvoudig en geconsolideerd
- RJ-Uiting 2023-8: herziene RJ 260 definitief (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2024-13: definitie van intercompany-transactie in RJk B3 (rjnet.nl)
- Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Moet ik de managementfee tussen holding en werkmaatschappij elimineren?
In de enkelvoudige jaarrekeningen niet: de fee is een dienst die de werkmaatschappij als kosten boekt, dus de opbrengst is gerealiseerd (RJ 260.103; RJk B3.403). In de geconsolideerde jaarrekening vallen opbrengst en kosten wel tegen elkaar weg, omdat de groep geen omzet heeft op diensten aan zichzelf.
Wanneer is geëlimineerde intercompany-winst alsnog gerealiseerd?
Als het actief de groep verlaat door verkoop aan een derde, naarmate de koper een vast actief afschrijft, of als u de kopende deelneming verkoopt (RJ 260.203 en 260.205). Op dat moment valt de eliminatie vrij ten gunste van het resultaat.
Waarom verschilt het eigen vermogen in de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening?
Onder meer doordat u enkelvoudig bij een deelneming tegen nettovermogenswaarde alleen uw eigen aandeel in de ongerealiseerde winst elimineert, en geconsolideerd alles. Dat verschil, en andere verschillen tussen beide jaarrekeningen, vermeldt u in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening (art. 2:389 lid 10 BW).
Mijn holding verkoopt een pand met winst aan de werkmaatschappij. Wat nu?
Waardeert de holding de werkmaatschappij tegen nettovermogenswaarde, dan elimineert zij enkelvoudig de winst naar rato van haar belang, bij 100% dus volledig. Die eliminatie valt vrij naarmate de werkmaatschappij het pand afschrijft, en de rest bij verkoop aan een derde. Geconsolideerd blijft het pand op de oorspronkelijke boekwaarde staan (RJ 260.203, 260.208 en 260.401).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten