RJ 330: transacties met verbonden partijen toelichten
Huurt de BV een pand van de directeur, leent zij geld aan de aandeelhouder of koopt zij in bij een zustermaatschappij? Dan wil een lezer weten of dat tegen zakelijke voorwaarden gebeurt. RJ 330 en de wet bepalen wanneer u dat moet vertellen.
Het korte antwoord
Een grote rechtspersoon vermeldt belangrijke transacties met verbonden partijen die niet tegen normale marktvoorwaarden zijn aangegaan: omvang, aard van de relatie en wat verder nodig is voor het inzicht (art. 2:381 lid 3 BW; RJ 330). Een middelgrote NV doet dat beperkt; andere middelgrote rechtspersonen, zoals de BV, en kleine rechtspersonen hoeven het niet. Leningen aan bestuurders vermeldt ook klein.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 330 Verbonden partijen (ongewijzigd sinds de versie van 2020, van kracht vanaf boekjaar 2019); in de RJk is A5 vervallen en is de opgave voor klein een keuze (RJk B18.102) |
| Wettelijke basis | art. 2:381 lid 3 BW, met de definitie van IAS 24; leningen aan bestuurders en commissarissen in art. 2:383 lid 2 BW |
| Verplicht voor | Groot volledig; middelgrote NV beperkt (art. 2:397 lid 6 BW); niet voor andere middelgrote rechtspersonen, zoals de BV, en niet voor klein en micro |
| Groepsvrijstelling | Transacties met dochters die volledig in handen van de groep zijn, hoeven niet te worden vermeld |
Wie is een verbonden partij?
Vermeld wordt welke van betekenis zijnde transacties door de rechtspersoon niet onder normale marktvoorwaarden met verbonden partijen als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden zijn aangegaan, de omvang van die transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over die transacties die nodig is voor het verschaffen van inzicht in de financiële positie van de rechtspersoon.
De wet verwijst voor de definitie naar IAS 24. Verbonden zijn in de kern: wie zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis heeft op de rechtspersoon; de bestuurders en andere sleutelfunctionarissen van de rechtspersoon en van haar moeder; de naaste familie van al die personen; en de maatschappijen die zij beheersen. Daarnaast de moeder, dochters en zusters in de groep, deelnemingen, joint ventures en pensioenfondsen voor het personeel. Voor de gemiddelde DGA-structuur betekent dat: de holding, de DGA, zijn partner en kinderen, de werkmaatschappijen en elke andere BV van de DGA.
Wat u vermeldt
De wettelijke plicht betreft alleen transacties die van betekenis zijn en niet tegen normale marktvoorwaarden zijn gesloten. U vermeldt de omvang, de aard van de relatie en wat verder nodig is om de gevolgen voor de financiële positie te begrijpen. Vergelijkbare transacties mag u samenvoegen. Wat binnen de groep gebeurt met dochters die volledig in eigendom zijn, mag u weglaten (art. 2:381 lid 3, tweede en derde zin).
RJ 330 vult dat aan. Of een transactie van betekenis is, beoordeelt u met de gewone materialiteitsregels (RJ 330.202). Bruikbaar zijn de omvang als bedrag of percentage, het openstaande saldo en het prijsbeleid (RJ 330.204). U groepeert per soort relatie: moeder, partijen met gezamenlijke zeggenschap of invloed, groepsmaatschappijen, deelnemingen, joint ventures, sleutelfunctionarissen en overige (RJ 330.206). Transacties tegen marktvoorwaarden hoeft u niet te vermelden, maar de Raad beveelt het aan (RJ 330.201). RJ 330 gaat alleen over de toelichting; de verwerking van winst op transacties binnen de groep staat in RJ 260.
Leningen aan bestuurders: ook voor de kleine BV
Naast de opgave over verbonden partijen vraagt art. 2:383 lid 2 BW een vermelding van leningen, voorschotten en garanties aan bestuurders en commissarissen: het openstaande bedrag, wat is afgeboekt of kwijtgescholden, de rente, de belangrijkste voorwaarden en de aflossingen in het jaar. Die bepaling geldt ook voor een kleine rechtspersoon; alleen de micro-onderneming is vrijgesteld (RJk B5.106; art. 2:395a lid 6 BW). Een debetstand in rekening-courant met de DGA is zo'n lening als de DGA bestuurder is.
Casus: huur, rekening-courant en inkoop bij een zuster
Bouwbedrijf Van Leeuwen is in handen van Van Leeuwen Holding BV, die volledig van de DGA is. De DGA is ook bestuurder van het bouwbedrijf. In 2025 gebeurt het volgende:
- Het bouwbedrijf huurt een loods van de DGA privé voor € 96.000 per jaar. Een taxateur schat de markthuur op € 60.000.
- De DGA heeft een debetstand in rekening-courant van € 80.000, renteloos, zonder aflossingsschema.
- Het bouwbedrijf koopt voor € 1,2 mln materiaal in bij een zustermaatschappij onder de holding, tegen dezelfde prijzen als voor derden.
| Vermelding | Als grote BV | Als middelgrote NV | Als middelgrote of kleine BV |
|---|---|---|---|
| Huur van de DGA boven markthuur | Ja: € 96.000 per jaar, relatie bestuurder en indirect aandeelhouder, verschil met de markt | Ja: transactie met een bestuurder en de grootaandeelhouder | Niet verplicht; klein mag vrijwillig |
| Rekening-courant DGA € 80.000 | Ja, als lening aan een bestuurder (bedrag, 0% rente, geen aflossingsschema) én als niet-zakelijke transactie met een verbonden partij | Idem: lening aan een bestuurder en transactie met de grootaandeelhouder | Alleen als lening aan een bestuurder; ook klein vermeldt dit |
| Inkoop bij de zuster € 1,2 mln | Niet verplicht (marktconform); aanbevolen | Niet verplicht | Niet verplicht |
Fiscaal speelt bij huur boven de markt en een renteloze lening ook de vraag naar onzakelijkheid; dat is een andere toets dan de vermelding in de jaarrekening.
Per grootteklasse
| Klasse | Verbonden partijen (art. 2:381 lid 3 BW) | Leningen aan bestuurders (art. 2:383 lid 2 BW) |
|---|---|---|
| Micro (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Nee | Nee |
| Klein (activa ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Nee (art. 2:396 lid 5 BW); vrijwillig mogelijk (RJk B18.102) | Ja |
| Middelgroot (activa ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | NV: alleen transacties met grootaandeelhouders en met bestuurders en commissarissen (RJ 330.203); andere middelgrote rechtspersonen, zoals de BV: nee | Ja |
| Groot | Ja, per categorie (RJ 330.206) | Ja; de open NV per persoon (art. 2:383e BW) |
De vrijstelling voor middelgroot geldt niet voor een beursgenoteerde vennootschap (RJ 330.203). Ook andere hoofdstukken vragen gegevens over verwante partijen, zoals pensioenfondsen in RJ 271 en aandelenregelingen die een aandeelhouder afwikkelt in RJ 275 (RJ 330.207).
Wat er per boekjaar verschilt
Voor boekjaren 2025, 2026 en 2027 is RJ 330 gelijk. Eén wijziging eromheen: vanaf 2026 hoeft een aandelenregeling die een aandeelhouder buiten de consolidatiekring afwikkelt, niet volgens RJ 275 verwerkt te worden, maar blijft de toelichting als transactie met een verbonden partij gelden (RJ 275.103a en 275.511). Los daarvan geldt sinds 2019 voor beursvennootschappen een meldplicht bij materiële transacties met verbonden partijen buiten de normale bedrijfsvoering of marktvoorwaarden, op het moment dat zij worden aangegaan (art. 2:167 tot en met 2:170 BW; RJ 330.101).
Veelgemaakte fouten
- Alleen de holding als verbonden partij zien en de DGA, zijn familie en zijn andere BV's vergeten.
- Bij een middelgrote BV uitgebreid verbonden partijen toelichten, terwijl een lening aan de bestuurder wel ontbreekt.
- Een renteloze rekening-courant zonder rente of aflossingsafspraken vermelden.
- Marktconforme intercompany-inkoop als niet-zakelijke transactie presenteren.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Jaarrekening.io vraagt een grote rechtspersoon naar niet-zakelijke transacties met verbonden partijen per categorie, een middelgrote NV naar de beperkte opgave, en een kleine alleen of zij vrijwillig iets wil vermelden; een middelgrote BV krijgt de vragen alleen als zij het onderdeel zelf aanzet. De vraag naar leningen aan bestuurders en commissarissen is verplicht voor klein, middelgroot en groot en voor micro een vrije keuze.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Moet een kleine BV transacties met verbonden partijen vermelden?
Nee. Art. 2:381 lid 3 BW geldt niet voor kleine rechtspersonen (art. 2:396 lid 5 BW); de RJk laat het aan de rechtspersoon over (RJk B18.102). Een lening of voorschot aan een bestuurder, zoals een debetstand in rekening-courant van de DGA, vermeldt een kleine BV wel, met rente, voorwaarden en aflossingen (art. 2:383 lid 2 BW).
Moet ik ook transacties tegen marktvoorwaarden vermelden?
De wet vraagt alleen transacties van betekenis die niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. RJ 330.201 beveelt aan ook belangrijke transacties tegen marktvoorwaarden te vermelden. Dat is een aanbeveling, geen plicht.
Wie zijn verbonden partijen van een BV met een holding en een DGA?
In elk geval de holding, de DGA en zijn naaste familie, de andere maatschappijen die de DGA of de holding beheerst, en de bestuurders en commissarissen. De wet verwijst voor de definitie naar IAS 24.
Geldt de vrijstelling voor middelgroot ook voor een NV?
Gedeeltelijk. Een middelgrote NV vermeldt transacties die direct of indirect zijn aangegaan met haar voornaamste aandeelhouders en met haar bestuurders en commissarissen (art. 2:397 lid 6 BW). Een middelgrote BV is volledig vrijgesteld, en een beursgenoteerde vennootschap kan de vrijstelling niet gebruiken.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten