Hoe verwerkt u pensioen in eigen beheer in de jaarrekening van de BV?
Een BV die een pensioen in eigen beheer voor de dga heeft, neemt op de balans een voorziening op voor de tot de balansdatum opgebouwde verplichting (RJ 271.318; RJk B14.110). Een oudedagsverplichting uit de Wet uitfasering staat apart onder de schulden, tegen fiscale boekwaarde. Dit gaat alleen over de jaarrekening.
Het korte antwoord
Een BV die een pensioen in eigen beheer voor de dga heeft, neemt op de balans een voorziening op voor de tot de balansdatum opgebouwde verplichting (RJ 271.318; RJk B14.110). Een oudedagsverplichting uit de Wet uitfasering staat apart onder de schulden, tegen fiscale boekwaarde. Dit gaat alleen over de jaarrekening.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Twee verschillende posten
Pensioen in eigen beheer is een pensioenregeling die de BV zelf uitvoert, of via een houdstermaatschappij of directiepensioenlichaam, in plaats van via een verzekeraar of pensioenfonds. Sinds 1 april 2017 is de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer in werking en kon de dga tot en met 2019 gebruikmaken van uitfaseermogelijkheden (Belastingdienst). In de jaarrekening kunt u daardoor twee soorten posten tegenkomen.
| Pensioenvoorziening | Oudedagsverplichting | |
|---|---|---|
| Wat is het | De BV heeft een pensioentoezegging die zij zelf moet nakomen | Verplichting die voortkomt uit omzetting onder de Wet uitfasering |
| Waar op de balans | Onder de voorzieningen (art. 2:374 BW) | Apart onder de schulden |
| Waardering | Opgebouwde verplichting, actuarieel berekend en contant gemaakt | Fiscale boekwaarde |
| Bron | RJ 271.318; RJk B14.110 | RJ 271.318b; RJk B14.110a |
Hoe u de voorziening bepaalt
De BV neemt een voorziening op voor wat op de balansdatum is opgebouwd. Daar horen de opgebouwde aanspraken bij, inclusief toekomstige indexaties die onvoorwaardelijk zijn overeengekomen. Indexaties die van een toekomstige gebeurtenis afhangen, horen niet bij de opgebouwde verplichting; ze meenemen is een keuze (RJ 271.318a). Verwachte toekomstige salarisstijgingen zijn sinds de uitfasering geen onderdeel meer van de berekening.
De berekening is actuarieel: een in Nederland algemeen aanvaarde methode, met veronderstellingen die uw beste schatting weergeven. De verwachte uitgaven worden contant gemaakt tegen de marktrente op de balansdatum voor hoogwaardige ondernemingsobligaties (RJ 271.316); als er geen liquide markt voor bestaat, de rente op staatsleningen. Een actuaris of uw adviseur voert de berekening uit; de jaarrekening neemt de uitkomst op.
Veranderingen in de voorziening gaan via de winst-en-verliesrekening, ten laste of ten gunste van het resultaat (RJ 271.317). Een stijgende rente verlaagt de contante waarde en geeft een vrijval; een dalende rente verhoogt haar. De oprenting, doordat de uitbetaling een jaar dichterbij komt, is een vaste last.
Casus: Van Dijk Installatie BV
Van Dijk Installatie BV (fictief, klein) heeft sinds lang een pensioenregeling in eigen beheer voor de dga. De pensioenvoorziening stond op 31 december 2024 op € 412.000. In 2025 berekent de actuaris een oprenting van € 9.800 (de contante waarde komt een jaar dichterbij) en een vrijval van € 14.000 doordat de marktrente is gestegen. Verder is er geen opbouw.
| Mutatie pensioenvoorziening | Bedrag |
|---|---|
| Stand 1 januari 2025 | € 412.000 |
| Oprenting (last) | + € 9.800 |
| Vrijval door hogere rente (bate) | − € 14.000 |
| Stand 31 december 2025 | € 407.800 |
Per saldo is er in 2025 € 4.200 vrijgevallen, een bate in de winst-en-verliesrekening (14.000 − 9.800). Het eigen vermogen ligt € 407.800 lager dan zonder voorziening. Een lezer die dat niet weet, ziet een BV met veel liquide middelen of beleggingen zonder dat die vrij beschikbaar zijn voor uitkeringen; vandaar dat de toelichting de regeling en de grondslag noemt. Heeft de BV ook een oudedagsverplichting van € 153.000 (31 december 2025, volgens de fiscale boekwaarde die de adviseur berekent), dan staat die als aparte post onder de schulden en niet in de voorziening.
Per grootteklasse
- Micro: de balans heeft een regel voor voorzieningen; de waardering volgt afdeling 6 van Titel 9 (RJk M1). Een micro-BV met pensioen in eigen beheer neemt de voorziening dus ook op. Zij kan fiscale waarderingsgrondslagen toepassen, maar dan alle voor haar geldende fiscale grondslagen (art. 2:395a lid 7 BW en RJk M1).
- Klein: RJk B14 (B14.110). Ook hier de voorziening of de oudedagsverplichting. De toelichting is korter dan bij middelgroot of groot, maar noemt wel de gehanteerde grondslagen en de rekenrente (art. 2:384 lid 5 BW); een kleine BV kan ook kiezen voor de volledige RJ.
- Middelgroot en groot: RJ 271, inclusief de toelichting van RJ 271.324 waar die van toepassing is: de regeling, de grondslagen, de kenmerken van de uitvoeringsafspraken.
Voor de pensioenpost zelf, dus de voorziening en de oudedagsverplichting, maakt de klasse geen verschil: beide bestaan altijd als er een verplichting is. Alleen de hoeveelheid toelichting verschilt. Lees RJ 271 personeelsbeloningen en wat is een voorziening.
Wat deze pagina niet beantwoordt
De fiscale kant, zoals afkoop, omzetting, partnerinstemming en belasting, valt buiten deze pagina. De Belastingdienst beschrijft de uitfaseermogelijkheden op haar eigen pagina; raadpleeg uw adviseur voor uw regeling. Dit is een uitleg van de jaarrekening, geen pensioenadvies.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De actuariële berekening van de voorziening maakt Jaarrekening.io niet; die levert uw adviseur. De app helpt bij de balans en de publicatieversie per grootteklasse. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse.
Bronnen
- Art. 2:374 BW: voorzieningen, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:395a BW: micro-onderneming, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:396 BW: kleine rechtspersonen, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Belastingdienst: uitfaseermogelijkheden pensioen in eigen beheer vanaf 1 april 2017
- Raad voor de Jaarverslaggeving: RJ 271 en RJk B14
Veelgestelde vragen
Moet pensioen in eigen beheer op de balans van de BV?
Ja. De BV neemt een voorziening op voor de tot de balansdatum opgebouwde pensioenverplichting (RJ 271.318; RJk B14.110). Voor een oudedagsverplichting uit de Wet uitfasering geldt een aparte schuld tegen fiscale boekwaarde.
Wat is het verschil tussen de pensioenvoorziening en de oudedagsverplichting?
De voorziening dekt een pensioentoezegging die de BV zelf nog moet nakomen en wordt actuarieel gewaardeerd. De oudedagsverplichting ontstaat door omzetting onder de Wet uitfasering en staat als schuld, tegen fiscale boekwaarde.
Hoe waardeer ik de pensioenvoorziening?
Actuarieel, volgens een in Nederland algemeen aanvaarde methode, met contant maken tegen de marktrente op hoogwaardige ondernemingsobligaties (RJ 271.316). Een actuaris voert de berekening uit.
Geldt dit ook voor micro-BV's?
Ja. De waardering volgt afdeling 6 van Titel 9 en de balans heeft een regel voor voorzieningen. De micro-BV kan wel fiscale waarderingsgrondslagen kiezen als zij alle voor haar geldende fiscale grondslagen toepast (art. 2:395a lid 7 BW voor micro, art. 2:396 lid 6 BW voor klein; RJk M1).
Mag ik de pensioenverplichting weglaten als de BV weinig winst maakt?
Nee. Een bestaande verplichting hoort op de balans. Het kan het eigen vermogen sterk verlagen of negatief maken; dan speelt ook de continuïteitsvraag (art. 2:384 lid 3 BW).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten