RJ 271: personeelsbeloningen en pensioenen in de jaarrekening
Elke werkgever krijgt met RJ 271 te maken: bij vakantiegeld en bonussen, bij jubilea en vitaliteitsregelingen, en bij het pensioen. Voor Nederlandse pensioenen is de vuistregel kort: de premie is de last, tenzij u op de balansdatum meer verschuldigd bent.
Het korte antwoord
RJ 271 regelt hoe u beloningen aan personeel verwerkt: tijdens het dienstverband, na afloop ervan (pensioen), bij vervroegde uittreding en bij ontslag. Voor een Nederlandse pensioenregeling is de te betalen premie de last; een voorziening vormt u alleen voor wat u daarnaast op de balansdatum al verschuldigd bent. Micro en klein volgen RJk B14.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 271 Personeelsbeloningen; voor micro en klein RJk B14 Personeelsbeloningen |
| Wettelijke basis | art. 2:377 lid 3 onder e en f BW (lonen, sociale lasten, pensioenlasten), art. 2:382 BW (aantal werknemers), art. 2:383 BW (bezoldiging en leningen bestuurders) |
| Pensioen in Nederland | Premie als last; voorziening alleen voor aanvullende verplichtingen (RJ 271.306 en 271.307) |
| Wet toekomst pensioenen | In werking sinds 1 juli 2023; alle regelingen uiterlijk op 1 januari 2028 over; RJ 271 daarop aangepast vanaf boekjaar 2025 |
Vier soorten beloningen, één uitgangspunt
RJ 271 onderscheidt beloningen tijdens het dienstverband (loon, vakantiegeld, vakantiedagen, bonussen, jubilea, sabbaticals, vitaliteitsregelingen, doorbetaling bij ziekte), uitkeringen na afloop ervan (pensioen), regelingen voor vervroegde uittreding en ontslagvergoedingen. Aandelen en opties voor personeel staan in RJ 275.
Het uitgangspunt: de last hoort bij het jaar waarin het werk is gedaan (RJ 271.202). Bouwt een werknemer rechten op die hij later opneemt of verzilvert, zoals vakantiedagen, dan staat op de balansdatum een verplichting. Bij een voorwaardelijk recht, zoals een jubileumuitkering, houdt u rekening met de kans dat iemand eerder vertrekt (RJ 271.203). Een recht dat niet wordt opgebouwd, zoals doorbetaling bij zwangerschapsverlof, komt ten laste van de periode waarover het verschuldigd is (RJ 271.204). Ook een verplichting die alleen uit vaste gewoonte volgt, telt mee (RJ 271.102).
Pensioen: de premie is de last, tenzij
Een Nederlandse werkgever moet pensioentoezeggingen onderbrengen bij een pensioenfonds, een verzekeraar of een premiepensioeninstelling. Omdat de risico's daar liggen, verwerkt u de regeling vanuit de afspraken met die uitvoerder: de premie over het jaar is de last, en wat nog niet is betaald een schuld (RJ 271.306). Een voorziening komt er alleen bij als u op de balansdatum méér verschuldigd bent, die uitstroom waarschijnlijk is en het bedrag betrouwbaar te schatten valt (RJ 271.307). Voorbeelden:
- een afgesproken extra storting omdat de dekkingsgraad van het fonds onder de grens uit de uitvoeringsovereenkomst zakt (RJ 271.311);
- een indexatie die al is toegekend, voor rekening van de werkgever komt en nog niet is gefinancierd (RJ 271.307);
- het niet gefinancierde deel van een al toegezegde salarisverhoging in een eindloonregeling (RJ 271.314);
- bij een verzekerde regeling bijvoorbeeld een premienaheffing op grond van het contract (RJ 271.313).
Bij een premiepensioeninstelling bestaat alleen de premie (RJ 271.313a). Een pensioenvordering neemt u op als u over het overschot kunt beschikken, het voordeel waarschijnlijk naar u toevloeit en het bedrag betrouwbaar vaststaat (RJ 271.308). U waardeert een voorziening op de beste schatting, contant gemaakt tegen de rente op hoogwaardige bedrijfsobligaties als het tijdseffect materieel is (RJ 271.315 en 271.316). Een buitenlandse regeling die niet op het Nederlandse stelsel lijkt, waardeert u actuarieel of volgens IFRS of US GAAP (RJ 271.320 en 271.321).
Wet toekomst pensioenen: wat verandert in de jaarrekening
De Wet toekomst pensioenen geldt sinds 1 juli 2023. Op 1 januari 2028 moeten alle regelingen in het nieuwe stelsel passen; die uiterste datum bevestigde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 2 juli 2026 in een brief aan de Eerste Kamer. De Raad paste RJ 271 aan in RJ-Uiting 2024-18 (29 augustus 2024), opgenomen in de editie voor boekjaren vanaf 1 januari 2025. Twee regels zijn sindsdien van belang:
- Een compensatie die u alleen betaalt zolang de werknemer in dienst blijft, is een beloning voor toekomstig werk. U vormt er op de balansdatum geen voorziening voor; de last komt in de jaren waarin het werk wordt gedaan (RJ 271.314a).
- Bent u op de balansdatum al gehouden een eenmalig bedrag in het fonds te storten, bijvoorbeeld voor de reserve die risico's tussen deelnemers deelt, dan neemt u die verplichting wel op (RJ 271.311).
De overstap zelf verandert de balans van een werkgever bij een fonds niet zolang er niets extra verschuldigd is. Het algemeen pensioenfonds staat sinds de aanpassing ook als uitvoerder in de richtlijn.
Casus: installatiebedrijf in een bedrijfstakpensioenfonds
Installatietechniek Vechtdal BV heeft 120 werknemers in een bedrijfstakpensioenfonds. De premie over 2025 is € 840.000, waarvan op 31 december € 70.000 nog niet is betaald. Volgens een cao-afspraak die op de balansdatum al vaststond, stort elke werkgever in maart 2026 € 1.250 per actieve deelnemer voor de overgang naar het nieuwe stelsel. Werknemers die erop achteruitgaan, krijgen vanaf 2026 tien jaar extra premie zolang zij in dienst blijven. Na 25 dienstjaren krijgt een werknemer een maandsalaris; de geschatte verplichting, rekening houdend met verloop, is € 36.000.
| Post op 31-12-2025 | Als middelgroot (RJ 271) | Als klein (RJk B14) |
|---|---|---|
| Pensioenpremie 2025 | Last € 840.000; schuld € 70.000 | Gelijk |
| Overgangsstorting 120 × € 1.250 | Verplichting € 150.000, last in 2025 | Gelijk: ook een klein bedrijf neemt andere verschuldigde bedragen op (RJk B14.115) |
| Compensatiepremie vanaf 2026 | Geen voorziening; last per jaar vanaf 2026 | Gelijk |
| Jubileumuitkeringen | Voorziening € 36.000 | Mag ook pas als last bij uitbetaling (RJk B14.106a) |
| Toelichting | Kenmerken van de regeling, uitvoeringsovereenkomst, dekkingsgraad van het fonds en het verloop van de voorziening (RJ 271.324) | Pensioenlasten apart; een beschrijving van de regeling is een keuze (RJk B14.117) |
De pensioenlast in de winst-en-verliesrekening over 2025 is € 840.000 + € 150.000 = € 990.000. Met 120 werknemers kan de BV geen micro-onderneming zijn. Een micro-onderneming met een pensioenregeling verwerkt dezelfde soorten posten (RJk M1.301), tenzij zij fiscale grondslagen toepast, maar geeft geen toelichting en vermeldt de pensioenlasten niet apart (art. 2:395a lid 5 BW).
Het pensioen van de DGA
Sinds de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (1 april 2017) hebben veel BV's een oudedagsverplichting in plaats van een pensioenvoorziening. Die staat onder de schulden, tegen de fiscale boekwaarde (RJ 271.318b; RJk B14.110a). Heeft de DGA zijn pensioen in eigen beheer gehouden, dan blijft er een voorziening, actuarieel berekend met een marktrente en zonder voorwaardelijke indexaties (RJ 271.318 en 271.318a). Een kleine BV vermeldt dan de berekeningsgrondslagen en de rekenrente (RJk B14.110).
Voorbeeld: de fiscale boekwaarde van de oudedagsverplichting van Ter Heide Holding BV stijgt van € 204.230 op 31 december 2024 naar € 212.400 op 31 december 2025. De schuld wordt € 212.400 en de toename van € 8.170 komt ten laste van het resultaat over 2025. Een actuarieel bedrag of een andere rente gebruikt u hier niet.
Vitaliteitsregelingen, vervroegde uittreding en ontslag
Sinds boekjaar 2025 behandelen RJ 271 en RJk B14 vitaliteitsregelingen uitdrukkelijk. Mag een werknemer na een aantal dienstjaren minder werken met behoud van een deel van het loon, dan bouwt hij dat recht in die dienstjaren op en vormt u een verplichting over die periode (RJ 271.204a tot en met 204c). Een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) verwerkt u volgens RJ 271.4. Een ontslagvergoeding neemt u op zodra u zich onvoorwaardelijk hebt verbonden, bijvoorbeeld met een onherroepelijk aanbod, of als onderdeel van een reorganisatievoorziening (RJ 271.503; RJk B14.124). De kleine rechtspersoon mag voorwaardelijke rechten zoals jubilea, sabbaticals en vitaliteitsverlof ook pas verwerken bij uitkering of opname (RJk B14.106a).
Per grootteklasse
| Klasse | Verwerking | Opgaven in de jaarrekening |
|---|---|---|
| Micro (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | RJk B14 via de regels voor klein (RJk M1.301) | Alleen de post lonen in de winst-en-verliesrekening; geen toelichting |
| Klein (activa ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | RJk B14: premie als last plus andere verschuldigde bedragen; voorwaardelijke rechten mogen bij uitkering; RJ 271 paragraaf 3 mag ook (RJk B14.130) | Lonen, sociale lasten en pensioenlasten apart; gemiddeld aantal werknemers; geen bezoldiging bestuurders (art. 2:396 lid 5 BW); leningen aan bestuurders wel (art. 2:383 lid 2 BW) |
| Middelgroot (activa ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | RJ 271 volledig | RJ 271.324; werknemers per categorie en buiten Nederland (art. 2:382 BW); bezoldiging bestuurders en commissarissen (art. 2:383 lid 1 BW), tenzij herleidbaar tot één persoon; een NV die niet besloten en niet beursgenoteerd is, vermeldt haar per bestuurder en commissaris (art. 2:383b tot en met 383e BW) |
| Groot | RJ 271 volledig | Als middelgroot |
Veelgemaakte fouten
- Een pensioenvoorziening vormen voor de dekkingsgraad van een bedrijfstakfonds terwijl de werkgever niets bij hoeft te storten.
- Een compensatiepremie onder de Wet toekomst pensioenen die afhangt van voortzetting van het dienstverband, in één keer als voorziening opnemen.
- De oudedagsverplichting actuarieel waarderen in plaats van tegen de fiscale boekwaarde.
- Niet opgenomen vakantiedagen en opgebouwd vakantiegeld op de balansdatum vergeten.
- De bezoldiging van een enige bestuurder opgeven, terwijl art. 2:383 lid 1 BW het weglaten toestaat als het bedrag tot één persoon herleidbaar is.
Bronnen
- Art. 2:383 BW: bezoldiging en leningen van bestuurders en commissarissen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:396 BW: vrijstellingen voor de kleine rechtspersoon
- RJ-Uiting 2024-18: aanpassingen in RJ 271 door de Wet toekomst pensioenen (rjnet.nl)
- Brief minister van SZW aan de Eerste Kamer, 2 juli 2026 (Kamerstukken I 2025/26, 36 067, CS): uiterste transitiedatum 1 januari 2028
- Raad voor de Jaarverslaggeving: de Richtlijnen en de bundels (rjnet.nl)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: Ten geleides per jaareditie, met de wijzigingen per boekjaar
Veelgestelde vragen
Moet ik een pensioenvoorziening vormen als mijn werknemers in een bedrijfstakpensioenfonds zitten?
Meestal niet. Onder RJ 271 is de premie aan het fonds de last en een openstaande premie een schuld. Alleen als u op de balansdatum meer verschuldigd bent, bijvoorbeeld een afgesproken extra storting of een toegekende indexatie voor uw rekening, vormt u een voorziening. Een tekort in het fonds zelf leidt niet tot een voorziening zolang u niet hoeft bij te betalen.
Wat betekent de Wet toekomst pensioenen voor mijn jaarrekening?
De overstap verandert de balans meestal niet. Een compensatie die u alleen betaalt zolang werknemers in dienst blijven, komt ten laste van de jaren waarin zij werken; daar vormt u geen voorziening voor (RJ 271.314a). Een eenmalige storting die op de balansdatum al vaststaat, neemt u wel op als verplichting. De regels gelden sinds boekjaar 2025; de overstap moet uiterlijk op 1 januari 2028 rond zijn.
Hoe verwerk ik de oudedagsverplichting van de DGA?
Als schuld, tegen de fiscale boekwaarde (RJ 271.318b; RJk B14.110a). De jaarlijkse toename komt ten laste van het resultaat. Een pensioen dat nog in eigen beheer is gebleven, waardeert u wel actuarieel, met een marktrente.
Moet een kleine BV een jubileumvoorziening vormen?
Dat mag, maar hoeft niet. RJk B14.106a staat de kleine rechtspersoon toe jubileumuitkeringen, sabbaticals en vitaliteitsregelingen met een voorwaardelijk recht pas als last te nemen in het jaar van uitkering of opname. Middelgrote en grote rechtspersonen vormen wel een verplichting volgens RJ 271.203.
Moet ik de bezoldiging van de directeur in de toelichting zetten?
Een middelgrote of grote rechtspersoon vermeldt de bezoldiging van bestuurders en commissarissen gezamenlijk (art. 2:383 lid 1 BW). Is die opgave herleidbaar tot één persoon, zoals bij een enige directeur, dan mag zij achterwege blijven. Een NV die niet besloten en niet beursgenoteerd is, vermeldt de bezoldiging per persoon (art. 2:383b tot en met 383e BW). Een kleine rechtspersoon is van deze opgaven vrijgesteld, maar vermeldt wel leningen en voorschotten aan bestuurders (art. 2:383 lid 2 BW).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten