Artikel 2:381 BW: wat niet op de balans staat, maar wel in de toelichting
Artikel 2:381 BW gaat over verplichtingen en rechten die niet op de balans staan. De artikelen 2:381a en 2:381b vragen extra gegevens over financiële instrumenten.
Het korte antwoord
Artikel 2:381 BW verplicht tot vermelding van belangrijke meerjarige verplichtingen buiten de balans, zoals huur en lease, en van voorwaardelijke activa en verplichtingen (lid 1). Lid 2 vraagt regelingen buiten de balans, lid 3 transacties met verbonden partijen tegen niet-marktconforme voorwaarden. Artikel 2:381a en 2:381b gaan over financiële instrumenten. Klein geeft lid 1, 2:381a en 2:381b onder b.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Lid 1 | Klein, middelgroot en groot. Micro: niet verplicht (art. 2:395a lid 6 BW) |
| Lid 2 | Groot volledig; middelgroot alleen aard en zakelijk doel (art. 2:397 lid 6 BW); klein niet (art. 2:396 lid 5 BW) |
| Lid 3 | Groot; middelgroot alleen als NV, beperkt tot voornaamste aandeelhouders, bestuurders en commissarissen; klein niet |
| 2:381a en 2:381b | 2:381a en 2:381b onder b ook voor klein; 2:381b onder a niet voor klein |
| Uitwerking | RJ 252 en RJk B10 (verplichtingen en voorwaardelijke posten), RJ 330 (verbonden partijen), RJ 290 en RJk B12 (financiële instrumenten) |
Lid 1: meerjarige verplichtingen en voorwaardelijke posten
1. Vermeld wordt tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten voortvloeien. Tevens wordt vermeld tot welke voorwaardelijke activa, voorwaardelijke verplichtingen en niet verwerkte verplichtingen de rechtspersoon is verbonden. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. Artikel 375 lid 3 is van overeenkomstige toepassing.
Wat betekent dit. Een huurcontract voor vijf jaar, een operationele lease van bedrijfsauto's, een bestelde machine die nog niet geleverd is: het zijn verplichtingen die nog niet op de balans staan, maar die de komende jaren geld kosten. Die noemt u, met de bedragen. Daarnaast noemt u wat afhangt van een onzekere gebeurtenis: een claim van een klant die u betwist, een garantie aan een derde, een schadevergoeding die u zelf misschien ontvangt. Verplichtingen aan groepsmaatschappijen staan apart, en hebt u zekerheden gegeven, zoals een hypotheek of pandrecht, dan zegt u dat ook (de verwijzing naar art. 2:375 lid 3 BW).
Voor kleine rechtspersonen maakt RJk B10 het concreet: het totaal van de toegezegde betalingen voor vaste activa, het totaal van langlopende huur- en gebruiksverplichtingen (met de keuze aan te geven welk deel na één jaar en welk deel na vijf jaar vervalt), ongebruikelijk grote inkoop- of verkoopverplichtingen voor voorraden en de hoofdelijke aansprakelijkheid binnen een fiscale eenheid voor vennootschapsbelasting of btw (RJk B10.205 tot en met B10.208). In de editie voor boekjaren vanaf 2027 noemt RJk B10.205 ook aansprakelijkheid voor Pijler 2-winstbelastingen. Voor middelgroot en groot werkt RJ 252 dit lid uit; RJ 252.517 vraagt daar dezelfde vermelding van een fiscale eenheid en van aansprakelijkheid voor Pijler 2-winstbelastingen.
Lid 2: regelingen buiten de balans
2. Tevens wordt vermeld wat de aard, het zakelijk doel en de financiële gevolgen van niet in de balans opgenomen regelingen van de rechtspersoon zijn, indien de risico's of voordelen die uit deze regelingen voortvloeien van betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de rechtspersoon.
Wat betekent dit. Dit lid mikt op constructies waarbij risico's of voordelen buiten de balans blijven: verkoop en terughuur van een pand, het verkopen van debiteuren aan een factormaatschappij met een restrisico, consignatievoorraad, een vennootschap die alleen voor één project is opgericht. Is het effect van betekenis, dan beschrijft u wat de regeling is, waarom u haar aanging en wat ze financieel betekent. Een middelgrote rechtspersoon beschrijft alleen aard en zakelijk doel; RJ 390 werkt het lid verder uit.
Lid 3: transacties met verbonden partijen
3. Vermeld wordt welke van betekenis zijnde transacties door de rechtspersoon niet onder normale marktvoorwaarden met verbonden partijen als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden zijn aangegaan, de omvang van die transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over die transacties die nodig is voor het verschaffen van inzicht in de financiële positie van de rechtspersoon. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard ervan worden samengevoegd, tenzij gescheiden informatie nodig is om inzicht te verschaffen in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de rechtspersoon. Vermelding van transacties tussen twee of meer leden van een groep kan achterwege blijven, mits dochtermaatschappijen die partij zijn bij de transactie geheel in eigendom zijn van een of meer leden van de groep.
Wat betekent dit. Wie een verbonden partij is, volgt de definitie uit de IFRS-standaard over verbonden partijen: onder meer aandeelhouders met zeggenschap of invloed van betekenis, bestuurders en hun naaste familie, groepsmaatschappijen en deelnemingen. De wet vraagt alleen de transacties die van betekenis zijn én niet tegen marktvoorwaarden zijn gesloten: een pand dat de BV ver onder de markthuur huurt van haar directeur-grootaandeelhouder, of een renteloze lening aan een zusterbedrijf. U noemt de omvang, de relatie en wat verder nodig is om het effect te begrijpen. Transacties met dochters die volledig binnen de groep vallen, mogen weg. RJ 330 werkt dit uit.
Artikel 2:381a en 2:381b: financiële instrumenten
Artikel 381a: Indien financiële instrumenten tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:
a. indien de actuele waarde met behulp van waarderingsmodellen en -technieken is bepaald, de aannames die daaraan ten grondslag liggen;
b. per categorie van financiële instrumenten, de actuele waarde, de waardeveranderingen die in de winst- en verliesrekening zijn opgenomen, de waardeveranderingen die op grond van artikel 390 lid 1 in de herwaarderingsreserve zijn opgenomen, en de waardeveranderingen die op de vrije reserves in mindering zijn gebracht; en
c. per categorie van afgeleide financiële instrumenten, informatie over de omvang en de aard van de instrumenten, alsmede de voorwaarden die op het bedrag, het tijdstip en de zekerheid van toekomstige kasstromen van invloed kunnen zijn.
Artikel 381b: Indien financiële instrumenten niet tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:
a. voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten:
1°. de actuele waarde van de instrumenten, indien deze kan worden bepaald door middel van een van de krachtens artikel 384 lid 4 voorgeschreven methoden;
2°. informatie over de omvang en de aard van de instrumenten; en
b. voor financiële vaste activa die zijn gewaardeerd tegen een hoger bedrag dan de actuele waarde en zonder dat uitvoering is gegeven aan de tweede zin van artikel 387 lid 4:
1°. de boekwaarde en de actuele waarde van de afzonderlijke activa of van passende groepen van de afzonderlijke activa;
2°. de reden waarom de boekwaarde niet is verminderd, alsmede de aard van de aanwijzingen die ten grondslag liggen aan de overtuiging dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Wat betekent dit. Waardeert u beleggingen of derivaten tegen actuele waarde, dan legt u uit hoe die waarde is bepaald en waar de waardeveranderingen terecht zijn gekomen: in de winst-en-verliesrekening, in de herwaarderingsreserve of ten laste van de vrije reserves. Waardeert u tegen kostprijs, dan geeft u voor derivaten, zoals een renteswap bij een banklening, toch de actuele waarde en de omvang. En staat een financieel vast actief, bijvoorbeeld een lening aan een deelneming, hoger in de boeken dan het waard is zonder dat u het afwaardeert, dan verklaart u waarom u verwacht de boekwaarde toch te halen.
De verwijzing in 2:381b onder b naar "de tweede zin van artikel 387 lid 4" stamt uit de nummering van vóór 1 november 2015. Toen stond daar de bevoegdheid om financiële vaste activa af te waarderen voor een waardedaling op de balansdatum; die zin is nu art. 2:387 lid 3, tweede zin. Zie artikel 2:387 en RJ 290.
Wat micro, klein, middelgroot en groot vermelden
| Klasse | 2:381 | 2:381a | 2:381b |
|---|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Niet verplicht; vrijwillig onder de balans | Niet aan de orde: een micro mag financiële instrumenten niet tegen marktwaarde waarderen (art. 5a Besluit actuele waarde; RJk M1.303) | Niet verplicht |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Lid 1; lid 2 en 3 niet (art. 2:396 lid 5 BW) | Ja | Onder b ja, onder a niet |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Lid 1; lid 2 beperkt tot aard en zakelijk doel; lid 3 alleen bij een NV en beperkt (art. 2:397 lid 6 BW) | Ja | Ja |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Volledig | Ja | Ja |
Voor 2025, 2026 en 2027 gelden lid 1 tot en met 3 en de artikelen 2:381a en 2:381b in ongewijzigde vorm. Aan de RJk-kant is B10 aangepast voor boekjaren vanaf 2026 en opnieuw vanaf 2027. De editie voor 2027 bevat alinea's over activa die niet op de balans staan, zoals een schadeclaim die u zelf indient (RJk B10.301 en B10.302), die in de editie voor 2025 nog ontbraken.
Casus: een kleine transportonderneming
Transportbedrijf Hoekstra BV (fictief, klein) huurt haar loods nog vijf jaar voor € 60.000 per jaar en least vier trekkers voor € 2.000 per trekker per maand, nog dertig maanden. In december 2026 bestelt zij een nieuwe trekker van € 145.000, te leveren in maart 2027. Zij vormt met haar holding een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een klant eist € 50.000 voor beschadigde lading; Hoekstra betwist de claim en haar advocaat schat de kans op toewijzing klein in.
| Verplichting | Binnen 1 jaar | 1 tot 5 jaar | Totaal |
|---|---|---|---|
| Huur loods (5 × € 60.000) | € 60.000 | € 240.000 | € 300.000 |
| Lease trekkers (4 × € 2.000 × 30 maanden) | € 96.000 | € 144.000 | € 240.000 |
| Totaal huur en lease | € 156.000 | € 384.000 | € 540.000 |
In de toelichting staan: de tabel met € 540.000 aan huur- en leaseverplichtingen, de investeringsverplichting van € 145.000 voor de trekker, de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelasting van de fiscale eenheid en de betwiste claim met haar aard, zonder voorziening omdat een uitstroom niet waarschijnlijk is. Hoekstra is klein, dus lid 2 en 3 gelden niet. Was zij een middelgrote NV die haar loods huurt van de grootaandeelhouder voor € 90.000 per jaar terwijl de markthuur € 150.000 is, dan noemt zij die huur, de relatie en het verschil van € 60.000 per jaar op grond van lid 3.
Wat vaak ontbreekt
- De hoofdelijke aansprakelijkheid binnen een fiscale eenheid voor vennootschapsbelasting of btw.
- Het totaal van de huur- en leaseverplichtingen, omdat de maandbedragen "gewoon kosten" zijn.
- Een gegeven bankgarantie of een borgstelling voor een groepsmaatschappij apart van de andere verplichtingen.
- Bij een renteswap die tegen kostprijs is gewaardeerd: de actuele waarde van de swap (art. 2:381b onder a BW, voor middelgroot en groot).
- Een claim die waarschijnlijk tot betaling leidt alleen vermelden, terwijl die tot een voorziening hoort.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De toelichting vraagt bij elke klasse naar voorwaardelijke verplichtingen en vanaf klein naar langlopende financiële verplichtingen. Regelingen buiten de balans en transacties met verbonden partijen komen alleen bij middelgroot en groot aan bod. Bij een micro zijn deze vermeldingen vrijwillig; ze gaan alleen mee in de deponering als u daarvoor kiest. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse.
Bronnen
- Art. 2:381 BW: niet in de balans opgenomen verplichtingen en verbonden partijen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:381a BW: financiële instrumenten tegen actuele waarde (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:381b BW: financiële instrumenten niet tegen actuele waarde (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:397 BW: beperkingen voor middelgrote rechtspersonen (wetten.overheid.nl)
- Besluit actuele waarde (wetten.overheid.nl)
- RJ-bundel voor middelgrote en grote rechtspersonen (rjnet.nl)
- RJk-bundel voor micro- en kleine rechtspersonen (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Moet een kleine BV haar huur- en leaseverplichtingen in de toelichting vermelden?
Ja, als het gaat om belangrijke verplichtingen voor meerdere toekomstige jaren (art. 2:381 lid 1 BW). Dat geldt voor klein, middelgroot en groot. RJk B10 vraagt het totaalbedrag en laat de splitsing naar looptijd binnen één jaar en na vijf jaar over aan de rechtspersoon.
Moet een micro-BV niet in de balans opgenomen verplichtingen vermelden?
Nee. Afdeling 5 van Titel 9, waarin artikel 2:381 staat, geldt niet voor een microrechtspersoon (art. 2:395a lid 6 BW). De micro mag ze vrijwillig onder de balans vermelden, en mag die vermelding bij de deponering weglaten (RJk M1.402).
Wat is een voorwaardelijke verplichting?
Een mogelijke verplichting die afhangt van een onzekere toekomstige gebeurtenis, zoals een betwiste claim of een gegeven garantie, waarvoor geen voorziening is gevormd omdat een uitstroom niet waarschijnlijk is of het bedrag niet betrouwbaar te schatten is. Artikel 2:381 lid 1 BW vraagt haar te vermelden.
Geldt de vermelding van transacties met verbonden partijen voor een middelgrote BV?
Nee. Artikel 2:397 lid 6 BW verklaart artikel 2:381 lid 3 niet van toepassing op een middelgrote rechtspersoon, tenzij het een NV is. Een middelgrote NV beperkt de vermelding tot transacties met haar voornaamste aandeelhouders en met leden van bestuur en raad van commissarissen.
Moet ik een fiscale eenheid in de toelichting vermelden?
Ja. Wie in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting of btw zit, is hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting van de hele eenheid. RJk B10.205 (klein) en RJ 252.517 (middelgroot en groot) vragen die aansprakelijkheid te vermelden als niet in de balans opgenomen verplichting op grond van artikel 2:381 lid 1 BW.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten