Werkkapitaal per sector en balansklasse
Hoeveel van hun balans rechtspersonen als werkkapitaal aanhouden, gemeten in 797.623 gedeponeerde jaarrekeningen over boekjaar 2024.
Het korte antwoord
Werkkapitaal is vlottende activa min kortlopende schulden. Om balansen van verschillende omvang te vergelijken, delen we het door het balanstotaal. Over boekjaar 2024 was de mediaan 28,9% bij micro-, 24,2% bij kleine, 7,9% bij middelgrote en 0,7% bij grote rechtspersonen, ingedeeld naar balanstotaal. In de horeca is negatief werkkapitaal gewoon.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Definitie | (Vlottende activa − kortlopende schulden) / balanstotaal |
| Gemeten in | 797.623 deponeringen, boekjaar 2024 |
| Mediaan, alle klassen | 24,4% van het balanstotaal |
Waarom werkkapitaal als percentage
Werkkapitaal is het bedrag waarmee een bedrijf zijn lopende uitgaven financiert: wat binnen een jaar geld wordt, min wat binnen een jaar betaald moet worden. Als bedrag is het niet te vergelijken. € 100.000 werkkapitaal is veel voor een kapsalon en weinig voor een groothandel.
Daarom delen we het door het balanstotaal. Een BV met € 300.000 vlottende activa, € 180.000 kortlopende schulden en een balanstotaal van € 600.000 heeft € 120.000 werkkapitaal: 20,0% van de balans. Een negatieve uitkomst betekent dat de kortlopende schulden groter zijn dan de vlottende activa.
Kortlopende schulden mogen nul zijn; die balansen tellen hier wel mee, anders dan bij de current ratio. Ontbreken de vlottende activa of de kortlopende schulden helemaal op de balans, dan valt de deponering af.
Landelijk per balansklasse
| Balansklasse | Balansen | p10 | p25 | Mediaan | p75 | p90 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Micro (balans tot en met € 450.000) | 384.779 | −117,0% | −6,4% | 28,9% | 69,6% | 92,8% |
| Klein (balans boven € 450.000 tot en met € 7,5 mln) | 368.352 | −11,9% | 2,2% | 24,2% | 54,6% | 80,2% |
| Middelgroot (balans boven € 7,5 mln tot en met € 25 mln) | 31.448 | −16,2% | −1,1% | 7,9% | 35,0% | 65,9% |
| Groot (balans boven € 25 mln) | 13.044 | −16,2% | −1,2% | 0,7% | 12,6% | 46,4% |
| Alle klassen | 797.623 | −38,2% | −0,3% | 24,4% | 60,7% | 87,3% |
Hoe groter de balans, hoe kleiner het werkkapitaal als deel ervan. Bij grote balansen is de mediaan 0,7%. Daar bestaat de balans grotendeels uit vaste activa: als ze apart staan, maken ze in de mediaan 95,1% van het balanstotaal uit. Bij micro is het andersom: de vlottende activa zijn in de mediaan 88,1% van de balans.
Werkkapitaal per SBI-sectie, boekjaar 2024
Gesorteerd op de mediaan van balansklasse klein, met de mediaan van micro en middelgroot in dezelfde sectie. Een streepje betekent dat er minder dan 25 balansen waren.
| Sectie (SBI 2008) | Micro, mediaan | Klein (p25, mediaan, p75) | Middelgroot, mediaan |
|---|---|---|---|
| Q · Zorg en welzijn | 39,3% | 13,8% – 42,8% – 69,2% | 18,8% |
| G · Groot- en detailhandel, auto's | 28,4% | 14,9% – 41,4% – 64,8% | 34,8% |
| B · Winning van delfstoffen | 41,1% | 0,6% – 37,3% – 70,2% | 8,5% |
| C · Industrie | 26,9% | 11,3% – 35,5% – 58,3% | 32,2% |
| P · Onderwijs | 29,6% | 5,2% – 32,6% – 58,4% | 20,5% |
| F · Bouw | 32,0% | 6,0% – 32,0% – 55,4% | 11,7% |
| J · Informatie en communicatie | 34,5% | 2,1% – 29,1% – 55,9% | 18,5% |
| E · Water en afval | 22,8% | 5,2% – 26,6% – 51,9% | 8,2% |
| S · Overige dienstverlening | 23,3% | 1,6% – 26,3% – 53,7% | 8,9% |
| N · Verhuur en overige zakelijke diensten | 27,9% | 0,7% – 23,8% – 49,4% | 4,3% |
| M · Advies en onderzoek, met niet-financiële holdings | 30,5% | 1,5% – 22,0% – 51,7% | 9,6% |
| K · Financiële instellingen en financiële holdings | 26,8% | 1,9% – 19,6% – 49,1% | 6,5% |
| H · Vervoer en opslag | 24,5% | −0,1% – 19,0% – 46,6% | 9,3% |
| A · Landbouw, bosbouw, visserij | 22,3% | −0,2% – 17,4% – 48,6% | 5,4% |
| R · Cultuur, sport en recreatie | 10,5% | −4,7% – 13,9% – 42,4% | 4,7% |
| I · Horeca | −1,7% | −8,9% – 13,3% – 43,0% | 1,2% |
| D · Energie | 0,1% | −7,4% – 6,2% – 32,8% | 0,8% |
| L · Onroerend goed | 15,5% | −6,3% – 2,0% – 22,7% | 0,0% |
Waar negatief werkkapitaal gewoon is
In balansklasse micro is de mediaan in één sectie nul of negatief: horeca (−1,7%). In de horeca heeft ten minste de helft van de micro-balansen meer kortlopende schulden dan vlottende activa. Bij klein heeft onroerend goed de laagste mediaan: 2,0%, met een eerste kwartiel van −6,3%.
Voor beide ligt een verklaring voor de hand. Een restaurant wordt direct betaald en betaalt zijn leveranciers later; voorraad en vorderingen zijn klein. Een vastgoed-BV bezit vooral panden, die vaste activa zijn, terwijl rente en aflossing van het komende jaar bij de kortlopende schulden staan. Negatief werkkapitaal is daar geen alarmsignaal op zich. Bij een groothandel of producent, die voorraad en debiteuren moet financieren, is het dat wel eerder.
Rekenvoorbeeld: een groothandel
| Post op 31 december | Bedrag |
|---|---|
| Voorraden | € 700.000 |
| Debiteuren | € 600.000 |
| Liquide middelen | € 200.000 |
| Vlottende activa | € 1.500.000 |
| Kortlopende schulden (leveranciers, bank, belastingen) | € 900.000 |
| Werkkapitaal | € 600.000 |
| Balanstotaal | € 2.000.000 |
| Werkkapitaal / balanstotaal | 30,0% |
Een groothandel in een BV, balansklasse klein, heeft 30,0% van zijn balans als werkkapitaal. In sectie G (groot- en detailhandel) lag de middelste helft over 2024 tussen 14,9% en 64,8%, met een mediaan van 41,4%. Deze groothandel zit dus in de onderste helft. Een lager aandeel dan de sector kan komen door een rekening-courantkrediet bij de bank, dat als kortlopende schuld telt, of door ruime betaaltermijnen bij leveranciers. Welke van de twee het is, ziet u niet in het kengetal maar in de specificatie van de schulden.
Werkkapitaal aflezen uit een gedeponeerde balans
- Micro: de balans toont de vlottende activa als één bedrag en de schulden gesplitst in ten hoogste een jaar en langer (art. 2:395a lid 4 BW). Werkkapitaal is het eerste bedrag min het kortlopende deel van de schulden.
- Klein en groter: tel voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen op, of neem het totaal van de vlottende activa als dat er staat. Trek de kortlopende schulden af.
- Let op overlopende posten. Staan die apart onder de passiva, dan horen ze meestal bij het kortlopende deel.
- Deel door het balanstotaal om het met de tabellen hierboven te vergelijken.
Bron en licentie
Bron: KVK Handelsregister Open Dataset Jaarrekeningen, bewerking Jaarrekening.io, CC BY 4.0. Gegevens gedownload en verwerkt op 2 november 2026.
Berekening, definities, beperkingen en de download van alle cellen: methode en bronnen.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wat is een gezond werkkapitaal?
Dat hangt af van het bedrijfsmodel. Over boekjaar 2024 was het mediane werkkapitaal in balansklasse klein 24,2% van het balanstotaal, maar in sectie G (groot- en detailhandel) 41,4% en bij onroerend goed 2,0%. Een handelsbedrijf heeft meer werkkapitaal nodig dan een verhuurder. Vergelijk met de eigen sector en met de eigen cijfers van vorig jaar.
Is negatief werkkapitaal een probleem?
Niet altijd. In de horeca is het gewoon: de mediaan van micro-BV's in sectie I was over boekjaar 2024 −1,7% van het balanstotaal, omdat gasten direct betalen en leveranciers later worden betaald. Bij een bedrijf dat voorraad en debiteuren moet financieren, is negatief werkkapitaal wel een teken dat kortlopend geld langlopende bezittingen financiert.
Hoe bereken ik het werkkapitaal uit een jaarrekening?
Trek de kortlopende schulden af van de vlottende activa. In een micro-balans staan de vlottende activa als één bedrag en is van het totaal van de schulden aangegeven welk deel binnen een jaar vervalt. In een kleine of grotere balans telt u voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen op, of neemt u het totaal van de vlottende activa. Deel de uitkomst door het balanstotaal om haar met andere bedrijven te vergelijken.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten