RJ 121 bijzondere waardeverminderingen: de impairmenttest in de jaarrekening
Wanneer moet u een machine, pand of goodwill afwaarderen, hoe rekent u de realiseerbare waarde uit en wat mag u later terugnemen? RJ 121 stap voor stap, met een volledig doorgerekende casus.
Het korte antwoord
RJ 121 werkt art. 2:387 lid 3 en 4 BW uit. Op elke balansdatum gaat u na of een vast actief mogelijk minder waard is. Zo ja, dan bepaalt u de realiseerbare waarde: de hoogste van opbrengstwaarde en bedrijfswaarde. Ligt die onder de boekwaarde, dan boekt u af. Herstelt de waarde, dan neemt u terug, behalve bij goodwill.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:387 lid 3, 4 en 5 BW; Besluit actuele waarde |
| Versie | RJ 121 (versie 2020) geldt sinds boekjaar 2021, ongewijzigd in de edities 2025 tot en met 2027 |
| Micro en klein | RJk A2.3; voor kasstroomgenererende eenheden en goodwill verwijst die naar RJ 121 |
| Valt erbuiten | Financiële instrumenten onder RJ 290, activa uit personeelsbeloningen en latente belastingvorderingen |
Wat de wet vraagt
3. Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden gehouden.
4. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel 390 lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
5. De tweede zin van lid 4 geldt niet voor afboekingen van goodwill.
RJ 121 maakt dit concreet voor immateriële, materiële en financiële vaste activa, of die nu tegen kostprijs, actuele waarde of nettovermogenswaarde staan. Omdat de bedrijfswaarde de kasstromen over de hele resterende levensduur meeneemt, voldoet een afwaardering op basis van RJ 121 aan de eis dat het verlies duurzaam is (RJ 121.104).
Stap 1: zijn er aanwijzingen?
U hoeft niet elk jaar een volledige test te doen. Wel kijkt u op elke balansdatum of er signalen zijn (RJ 121.202 en 121.203; RJk A2.303 en A2.304). Denk aan:
- een marktwaarde die veel harder daalt dan door slijtage en tijd te verwachten was;
- nadelige ontwikkelingen in techniek, markt, economie of regelgeving;
- een gestegen marktrente die de disconteringsvoet en dus de waarde merkbaar raakt;
- fysieke schade, veroudering, of plannen om de activiteit te stoppen of eerder af te stoten;
- interne cijfers die duidelijk slechter uitvallen dan begroot, zoals hogere onderhoudskosten of verliezen;
- alleen in de RJ: een beurswaarde van het aandelenkapitaal die onder het eigen vermogen ligt.
Raakt een gestegen rente de berekening niet wezenlijk, bijvoorbeeld omdat alleen de korte rente steeg, dan hoeft u niet opnieuw te rekenen (RJ 121.204). Ook zonder afwaardering kan een signaal reden zijn om levensduur, afschrijvingsmethode of restwaarde te herzien; dat is een schattingswijziging.
Stap 2: de realiseerbare waarde
De realiseerbare waarde is de hoogste van twee bedragen. Is één ervan al hoger dan de boekwaarde, dan is er geen afwaardering en hoeft u de andere niet te berekenen.
| Opbrengstwaarde | Bedrijfswaarde | |
|---|---|---|
| Wat | Wat u bij verkoop ontvangt, min de directe verkoopkosten | Contante waarde van de kasstromen uit verder gebruik en uiteindelijke verkoop |
| Bron | Bindend bod; anders een actieve markt; anders de best beschikbare schatting, geen gedwongen verkoop | Recente, goedgekeurde begrotingen; in de RJ in beginsel hooguit vijf jaar, daarna voortzetten met een gelijke of dalende groei |
| Let op | Ontslagvergoedingen en reorganisatiekosten na de verkoop zijn geen verkoopkosten | Kasstromen vóór belasting en zonder rente; geen reorganisatie waartoe u nog niet verplicht bent; geen capaciteitsuitbreiding |
| Rekenrente | n.v.t. | Vóór belasting, met de marktrente en de specifieke risico's van het actief, zonder risico's die al in de kasstromen zitten |
Wordt het actief binnenkort verkocht en is er geen reden om te denken dat de bedrijfswaarde wezenlijk hoger is, dan mag u met de opbrengstwaarde volstaan (RJ 121.303; RJk A2.305).
Stap 3: de kasstroomgenererende eenheid en goodwill
Veel activa verdienen hun geld niet los van andere. Dan toetst u de kleinste groep activa met eigen, grotendeels onafhankelijke kasstromen: de kasstroomgenererende eenheid (RJ 121.501 tot en met 121.512). Goodwill levert nooit zelfstandig kasstromen op en toetst u daarom altijd via de eenheden die van de overname profiteren. Gemeenschappelijke activa, zoals een hoofdkantoor, rekent u toe waar dat redelijk kan (RJ 121.517 tot en met 121.519).
Een verlies op een eenheid gaat eerst van de goodwill af en daarna naar rato van de boekwaarden over de andere activa. Geen enkel actief komt daarbij lager dan de hoogste van zijn eigen opbrengstwaarde, bedrijfswaarde of nul; wat daardoor overblijft, schuift door naar de andere activa (RJ 121.520 en 121.521).
Verwerking, terugname en verzekeringsuitkeringen
- Het verlies gaat direct ten laste van het resultaat. Staat het actief tegen actuele waarde met een herwaarderingsreserve, dan gaat het eerst af van die reserve (art. 2:390 lid 3 BW; RJ 121.402).
- Daarna schrijft u de verlaagde boekwaarde af over de resterende gebruiksduur (RJ 121.404).
- Terugnemen doet u alleen als de onderliggende schatting is veranderd, niet omdat de kasstromen dichterbij komen. De boekwaarde wordt nooit hoger dan zonder afwaardering na afschrijving zou zijn geweest. Goodwill neemt u nooit terug (RJ 121.605 tot en met 121.613; art. 2:387 lid 5 BW).
- Een verzekeringsuitkering voor een beschadigd actief is een aparte gebeurtenis: het verlies boekt u nu, de uitkering zodra die waarschijnlijk is (RJ 121.702; RJk A2.322).
Casus: regio Noord van Liftverhuur Holland BV
Liftverhuur Holland BV (fictief, middelgroot) verhuurt bouwliften. Op 31 december 2026 verliest de regio Noord haar grootste klant en blijven de resultaten ver onder begroting. Regio Noord is een kasstroomgenererende eenheid met deze boekwaarden: goodwill uit een overname € 150.000, liften € 900.000 en een bedrijfshal € 450.000, samen € 1.500.000.
| Jaar | Kasstroom vóór belasting | Disconteringsfactor 9% | Contante waarde |
|---|---|---|---|
| 2027 | € 260.000 | 0,9174 | € 238.524 |
| 2028 | € 250.000 | 0,8417 | € 210.425 |
| 2029 | € 240.000 | 0,7722 | € 185.328 |
| 2030 | € 240.000 | 0,7084 | € 170.016 |
| 2031, inclusief verkoop € 200.000 aan het einde | € 440.000 | 0,6499 | € 285.956 |
| Bedrijfswaarde | € 1.090.249 |
Een makelaar schat dat de hele regio € 1.020.000 opbrengt, met € 40.000 verkoopkosten: opbrengstwaarde € 980.000. De realiseerbare waarde is de hoogste, afgerond € 1.090.000. Het verlies is € 1.500.000 − € 1.090.000 = € 410.000.
| Actief | Boekwaarde | Eerst goodwill | Naar rato | Na ondergrens hal | Nieuwe boekwaarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Goodwill | € 150.000 | − € 150.000 | € 0 | ||
| Liften | € 900.000 | − € 173.333 | − € 230.000 | € 670.000 | |
| Bedrijfshal | € 450.000 | − € 86.667 | − € 30.000 | € 420.000 | |
| Totaal | € 1.500.000 | − € 410.000 | € 1.090.000 |
De hal heeft volgens een taxatie een eigen opbrengstwaarde van € 420.000 en mag daar niet onder komen. Van haar aandeel van € 86.667 blijft dus € 30.000 over; de resterende € 56.667 schuift naar de liften. De liften worden vanaf 2027 in vijf jaar afgeschreven: € 134.000 per jaar in plaats van € 180.000. Verbetert de markt in 2028 aantoonbaar, dan mag de afwaardering op liften en hal terug tot het bedrag dat zonder afwaardering na afschrijving op de balans had gestaan; de goodwill blijft € 0.
Wat elke klasse toelicht
| Klasse | Verwerking | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Dezelfde test (RJk M1.301), tenzij fiscale grondslagen: dan volgt de waardering de fiscale regels | Geen; het verlies zit in de post afschrijvingen en waardeverminderingen |
| Klein | RJk A2.3; eenheden en goodwill via RJ 121 | Per categorie het bedrag in de winst-en-verliesrekening en wat rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen ging, en de terugnemingen (art. 2:387 lid 4 BW; RJk A2.324 en A2.327). Oorzaak, aard van het actief en gebruikte waarde: kan overwegen (A2.325) |
| Middelgroot | RJ 121 | Bedragen en terugnemingen per categorie; bij een materieel verlies de oorzaak, de eenheid, welke waarde is gebruikt en de belangrijkste veronderstellingen, zoals rekenrente en periode (RJ 121.801 en 121.805), zonder segmentinformatie |
| Groot | RJ 121 | Als middelgroot, en per segment als RJ 350 wordt toegepast (RJ 121.804) |
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Voert u de boekhouding in Jaarrekening.io, dan boekt u een waardevermindering of terugneming per actief, met een verplichte onderbouwing zoals een taxatie. De vragenlijst voor de toelichting vraagt daarna of er waardeverminderingen zijn afgeboekt of teruggenomen, met het bedrag per groep vaste activa en de post waaronder het staat. De test zelf, met kasstroomprognose en rekenrente, blijft een oordeel van het bestuur; de app rekent de bedrijfswaarde niet voor u uit.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen bedrijfswaarde en opbrengstwaarde?
De opbrengstwaarde is wat u bij verkoop van het actief ontvangt, min de directe verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de kasstromen die het actief bij verder gebruik en uiteindelijke verkoop nog oplevert, berekend vóór belasting. De realiseerbare waarde is de hoogste van de twee; ligt die onder de boekwaarde, dan waardeert u af.
Moet ik elk jaar een impairmenttest doen?
Nee. Op elke balansdatum gaat u na of er aanwijzingen zijn voor een waardevermindering, zoals schade, verlies van een grote klant, slechtere resultaten dan begroot of een gestegen marktrente. Alleen als zo'n aanwijzing er is, berekent u de realiseerbare waarde (RJ 121.202, RJk A2.303).
Mag een bijzondere waardevermindering worden teruggenomen?
Ja, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan (art. 2:387 lid 4 BW), maar alleen als de schattingen achter de realiseerbare waarde zijn veranderd. De nieuwe boekwaarde wordt niet hoger dan zonder afwaardering het geval was geweest. Een afwaardering van goodwill mag nooit worden teruggenomen (art. 2:387 lid 5 BW).
Welke disconteringsvoet gebruik ik voor de bedrijfswaarde?
Een rentevoet vóór belasting die de actuele marktrente en de specifieke risico's van het actief weerspiegelt, zonder risico's waarvoor u de kasstromen al hebt aangepast. Als vertrekpunt kunt u de gewogen gemiddelde vermogenskosten of de marginale leenrente nemen en die aanpassen aan het risico van het actief (RJ 121.323 tot en met 121.326).
Hoe toetst een kleine BV op bijzondere waardevermindering?
Een kleine BV volgt RJk A2.3, met dezelfde test: aanwijzingen, realiseerbare waarde en afwaardering. Voor eenheden met goodwill verwijst de RJk naar RJ 121. Verplicht toe te lichten zijn de bedragen per categorie activa en de terugnemingen; de achtergrond van een groot verlies kan de BV overwegen te vermelden.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten