Richtlijnen (RJ)

RJ 272: belastingen naar de winst en latente belastingen

De vennootschapsbelasting in de jaarrekening is zelden precies 19% of 25,8% van de winst. RJ 272 verklaart het verschil: tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale waarden, verliezen en vrijstellingen. Latenties maken die verschillen zichtbaar.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

RJ 272 regelt de winstbelasting in de jaarrekening. U neemt de belasting op die over het jaar verschuldigd is, plus latenties voor tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale boekwaarden: een latente verplichting in beginsel altijd, een latente vordering alleen als verrekening waarschijnlijk is. Permanente verschillen, zoals de deelnemingsvrijstelling, geven geen latentie. Micro en klein volgen RJk B15.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

RichtlijnRJ 272 Belastingen naar de winst; voor micro en klein RJk B15 Belastingen naar de winst
Wettelijke basisart. 2:374 lid 4 onder a BW (voorziening voor belastingverplichtingen), art. 2:375 lid 1 onder h BW (belastingschulden), art. 2:390 lid 5 BW (belasting bij herwaardering)
Tarief Vpb 2024, 2025 en 202619% over de eerste € 200.000 belastbaar bedrag, 25,8% daarboven (Belastingdienst)
Waardering latentiesTegen het tarief dat op de balansdatum vaststaat of materieel is besloten, nominaal of contant (RJ 272.401 tot en met 405)

Acute belasting en latente belasting

De acute belasting is wat u over het boekjaar en eerdere jaren nog moet betalen of terugkrijgt (RJ 272.201). Een fiscaal verlies dat u achterwaarts verrekent met een vorig jaar, levert direct een vordering op (RJ 272.202).

Latente belasting ontstaat doordat de fiscus een post anders waardeert dan de jaarrekening. Is een actief commercieel meer waard dan fiscaal, of een schuld fiscaal hoger dan commercieel, dan betaalt u later meer belasting: een belastbaar tijdelijk verschil, dat u als latente belastingverplichting onder de voorzieningen opneemt (RJ 272.301). Het omgekeerde, een verrekenbaar tijdelijk verschil, levert een latente vordering op, maar alleen voor zover er waarschijnlijk genoeg fiscale winst komt om het te verrekenen (RJ 272.306 en 272.308). Voor nog niet verrekende verliezen geldt hetzelfde, met de kanttekening dat een reeks verliezen zelf een aanwijzing is dat die winst er niet komt (RJ 272.311 en 272.312).

Permanente verschillen geven geen latentie. Een boete die fiscaal niet aftrekbaar is of een dividend onder de deelnemingsvrijstelling verandert alleen de belastingdruk van het jaar (RJ 272.104 en 272.316).

Uitzonderingen en bijzondere gevallen

  • Eerste verwerking. Een actief of verplichting dat u buiten een overname opneemt, zonder effect op het commerciële en fiscale resultaat en zonder gelijke belastbare en verrekenbare verschillen, mag u zonder latentie opnemen (RJ 272.301a en 306a; RJk B15.105 en 106). Deze uitzondering komt uit RJ-Uiting 2025-2 en staat in de edities vanaf boekjaar 2026.
  • Deelnemingen. Voor ingehouden winsten van een dochter vormt u geen latente verplichting als u het moment van uitkeren bepaalt en die uitkering niet voorzienbaar is (RJ 272.316).
  • Herwaardering. De wet dwingt bij een herwaardering geen latentie af, maar de Raad geeft er een sterke voorkeur aan (RJ 272.304; art. 2:390 lid 5 BW).
  • Pijler 2. Voor de minimumbelasting van grote internationale groepen vormt u nooit latenties; u licht de last en de verwerking toe (RJ 272.102a en 272.717).

Tarief, onzekere posities en contante waarde

U waardeert latenties tegen het tarief dat geldt in de jaren waarin het verschil wegvalt, voor zover dat op de balansdatum vaststaat of materieel is besloten (RJ 272.401). Bij de vennootschapsbelasting met twee schijven neemt u het gemiddelde tarief dat u in die jaren verwacht (RJ 272.402): een BV die structureel onder € 200.000 belastbare winst blijft, rekent met 19%. Hoe u een actief wilt realiseren, telt ook mee: verkopen of gebruiken kan tot een ander tarief leiden (RJ 272.403).

Neemt u in de aangifte een standpunt in waarvan het niet waarschijnlijk is dat de Belastingdienst het accepteert, dan waardeert u de belastingpositie op de beste schatting van wat u uiteindelijk betaalt (RJ 272.402a). Latenties mag u nominaal of contant waarderen; contant gebeurt tegen de nettorente, dus de rente op langlopende leningen na belasting (RJ 272.404 en 272.405). Elk jaar kijkt u opnieuw of een latente vordering nog te realiseren is (RJ 272.406).

Casus: herinvesteringsreserve en een boete

Kraanverhuur Delta BV verkoopt in 2025 een oude hoogwerker met een boekwinst van € 50.000. Zij gaat een nieuwe kopen en reserveert de winst fiscaal in een herinvesteringsreserve; commercieel zit de boekwinst gewoon in het resultaat. Het resultaat vóór belastingen is € 150.000; daarin zit ook een boete van € 5.000 die fiscaal niet aftrekbaar is. De BV verwacht ook de komende jaren onder € 200.000 belastbare winst te blijven.

Berekening 2025Bedrag
Resultaat vóór belastingen€ 150.000
+ niet-aftrekbare boete€ 5.000
− boekwinst in de herinvesteringsreserve− € 50.000
Belastbaar bedrag€ 105.000
Acute Vpb: 19% × € 105.000€ 19.950
Tijdelijk verschil: de fiscale reserve, die later de fiscale kostprijs van de nieuwe hoogwerker verlaagt€ 50.000
Latente belastingverplichting: 19% × € 50.000€ 9.500
Belastinglast in de winst-en-verliesrekening€ 29.450

De aansluiting: 19% van € 150.000 is € 28.500, plus 19% over de niet-aftrekbare boete (€ 950), is € 29.450. De effectieve belastingdruk is € 29.450 / € 150.000 = 19,6%, tegen een toepasselijk tarief van 19%. De journaalpost: Belastingen € 29.450 aan Te betalen vennootschapsbelasting € 19.950 en Voorziening latente belastingen € 9.500. Zodra de nieuwe hoogwerker er is, gaat de reserve af van zijn fiscale kostprijs; de BV schrijft dan fiscaal minder af dan commercieel en de latentie valt geleidelijk vrij.

Als kleine BV volstaat Delta met de grondslag voor de latenties in de toelichting (RJk B15.121). Was zij middelgroot, dan nam zij de aansluiting hierboven op, met het effectieve en het toepasselijke tarief (RJ 272.703 en 272.704). Past zij als kleine BV fiscale grondslagen toe (art. 2:396 lid 6 BW), dan volgt de jaarrekening de fiscale waarden, met de herinvesteringsreserve apart in het eigen vermogen, en vervalt de latentie.

Casus: verlies in het eerste jaar

Lumen Analytics BV start in 2025 en sluit het jaar af met een fiscaal en commercieel verlies van € 80.000. Voor 2026 heeft zij contracten met drie klanten getekend die de kosten ruim dekken. Omdat verrekening van het verlies waarschijnlijk is, neemt zij een latente belastingvordering van 19% × € 80.000 = € 15.200 op. Het resultaat na belastingen wordt − € 80.000 + € 15.200 = − € 64.800. Had Lumen al drie verliesjaren achter de rug zonder concreet zicht op winst, dan bleef de vordering weg; een middelgrote of grote rechtspersoon vermeldt dan de niet gewaardeerde verliezen in de toelichting (RJ 272.710).

Fiscale eenheid: wie neemt de belasting op?

In een fiscale eenheid is alleen de moeder belastingplichtig. Hoe de last over de dochters wordt verdeeld, volgt uit de afspraak in de groep. De Richtlijnen kennen vier varianten: afrekenen alsof de dochter zelfstandig belastingplichtig is, afrekenen over de fiscale winst met verdeling van de voordelen, afrekenen over de commerciële winst, of de moeder draagt alles (RJ 272.803). Bij de eerste twee neemt de dochter belasting en latenties op, als vordering of schuld op de moeder; bij de derde wel de last maar geen latenties; bij de vierde legt de dochter uit waarom haar jaarrekening geen belasting bevat (RJ 272.804). Het verdient aanbeveling de afspraak vast te leggen (RJ 272.803); vermeld ook de hoofdelijke aansprakelijkheid van de maatschappijen in de eenheid voor de belastingschuld (RJ 272.808). Meer bij fiscale eenheid.

Wat er verschilt per boekjaar

BoekjaarWijziging
2025De alinea's over Pijler 2 (RJ 272.102a, 717 en 718; voor kleine rechtspersonen RJk B15.127) staan in de bundel, met ingangsdatum 1 januari 2023
2026Uitzondering voor latenties bij de eerste verwerking van een actief of verplichting (RJ-Uiting 2025-2, definitief op 18 juni 2025)
2027RJ 272.717 onder d: vermeld het als de rechtspersoon aansprakelijk is voor Pijler 2-heffingen van andere groepsmaatschappijen

Per grootteklasse

KlasseVerwerkingPresentatie en toelichting
Micro (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers)RJk B15 via de regels voor klein; bij fiscale grondslagen geen latentiesEén post voorzieningen en één post schulden; geen toelichting, behalve de melding dat fiscale grondslagen zijn toegepast
Klein (activa ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers)RJk B15; bij fiscale grondslagen (art. 2:396 lid 6 BW) geen latentiesLatenties en belastingschulden hoeven niet apart (RJk B15.119); de grondslag wel (B15.121); geen aansluiting van de belastingdruk vereist
Middelgroot (activa ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers)RJ 272Latente vordering op een eigen regel, belastingschuld apart of gespecificeerd (RJ 272.602 en 603); aansluiting effectief en toepasselijk tarief; vrijgesteld van 272.707 onder b en c, 709, 713, 714 en 715
GrootRJ 272Alle opgaven van RJ 272.7, ook niet opgenomen verschillen bij deelnemingen en de belastinggevolgen van dividend

Veelgemaakte fouten

  • Een latente vordering op verliezen activeren zonder onderbouwing van toekomstige winst.
  • Het tarief van 25,8% gebruiken terwijl de BV in de jaren van afloop in de eerste schijf blijft.
  • Latenties vormen naast fiscale grondslagen.
  • Een latentie opnemen op een deelneming die onder de deelnemingsvrijstelling valt.
  • In de fiscale eenheid bij de dochter latenties tonen terwijl de afspraak over de commerciële winst afrekent.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Jaarrekening.io vraagt een middelgrote of grote rechtspersoon in de toelichting naar de latente belastingen en naar de aansluiting van de belastingdruk. Kiest een micro- of kleine rechtspersoon fiscale grondslagen en staat er toch een voorziening voor belastingen op de balans, of kiest een kleine rechtspersoon daarbij voor latenties, dan waarschuwt de app. De berekening van de belasting zelf blijft uw werk of dat van uw adviseur.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet ik een latente belastingverplichting opnemen?

Als een actief in de jaarrekening hoger staat dan fiscaal, of een schuld fiscaal hoger dan commercieel, zodat u later meer belasting betaalt. RJ 272.301 vraagt dan in beginsel een latente verplichting, onder de voorzieningen. Uitzonderingen zijn er onder meer voor deelnemingen onder de deelnemingsvrijstelling en voor de eerste verwerking van een actief buiten een overname.

Mag ik een latente belastingvordering opnemen voor fiscale verliezen?

Alleen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst komt om de verliezen mee te verrekenen (RJ 272.311). Na een reeks verliesjaren is dat een zware toets: u hebt sterke aanwijzingen nodig, zoals getekende contracten of belastbare tijdelijke verschillen die in dezelfde periode aflopen.

Welk tarief gebruik ik voor latenties in 2025 en 2026?

Het tarief dat geldt in de jaren waarin het verschil wegvalt, voor zover dat op de balansdatum vaststaat. De Vpb is in 2024, 2025 en 2026 19% over de eerste € 200.000 en 25,8% daarboven. Een BV die naar verwachting in de eerste schijf blijft, rekent met 19%; anders met het gemiddelde tarief dat zij verwacht (RJ 272.402).

Moet een kleine BV de effectieve belastingdruk toelichten?

Nee. RJk B15 vraagt alleen de grondslag voor de waardering van de latenties (B15.121). De aansluiting tussen de belastinglast en het resultaat vóór belastingen (RJ 272.703 en 704) geldt voor middelgrote en grote rechtspersonen.

Heb ik latenties als ik fiscale grondslagen toepas?

Nee. Een micro- of kleine rechtspersoon die alle fiscale grondslagen toepast (art. 2:395a lid 7 of 2:396 lid 6 BW), waardeert commercieel gelijk aan fiscaal. Er ontstaan dan geen tijdelijke verschillen en dus geen latenties.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten