Eigen vermogen berekenen: twee manieren, één uitkomst
Het eigen vermogen volgt uit de balans op twee manieren. Beide moeten hetzelfde bedrag geven. Zo niet, dan zit er ergens een fout.
Het korte antwoord
Eigen vermogen is activa min voorzieningen en schulden (inclusief overlopende passiva). Het is ook de som van geplaatst kapitaal, agio, reserves en niet verdeelde winst (art. 2:373 lid 1 BW). Beide wegen geven hetzelfde bedrag. Delen door het balanstotaal geeft de solvabiliteit.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Wet | art. 2:373 BW: posten van het eigen vermogen; art. 2:362 lid 2 BW: voor of na winstbestemming |
| Richtlijn | RJ 240 (herzien in 2026, van kracht voor boekjaren vanaf 2027); RJk B8 (ongewijzigd sinds boekjaar 2024) |
| Geldt voor | Boekjaar 2025, 2026 en 2027: de posten van art. 2:373 BW zijn in die jaren gelijk |
Manier 1: vanaf de activa
Tel alle activa op en trek de voorzieningen en de schulden af, inclusief overlopende passiva. Wat overblijft, is het eigen vermogen: wat de aandeelhouders in de rechtspersoon hebben. Zijn de schulden en voorzieningen groter dan de activa, dan is het eigen vermogen negatief.
Manier 2: vanaf de bronnen
Tel op wat de aandeelhouders hebben ingebracht en wat de rechtspersoon heeft behouden. De wet noemt zeven posten (art. 2:373 lid 1 BW):
- geplaatst kapitaal; is het niet volgestort, dan vermeldt u het gestorte en opgevraagde kapitaal en noemt u het geplaatste kapitaal apart (art. 2:373 lid 2 BW);
- agio: wat boven de nominale waarde is gestort (begrip);
- herwaarderingsreserves;
- andere wettelijke reserves, naar hun aard onderscheiden, zoals de reserve voor geactiveerde ontwikkelingskosten;
- statutaire reserves;
- overige reserves;
- niet verdeelde winsten, met het resultaat na belastingen van het boekjaar afzonderlijk, voor zover de bestemming niet in de balans is verwerkt.
Het kapitaal wordt niet verminderd met eigen aandelen die de rechtspersoon of een dochter houdt (art. 2:373 lid 3 BW). Meer over de reserves: eigen vermogen in de jaarrekening en wettelijke reserves.
Casus: Bakker Techniek BV
De balans van Bakker Techniek BV per 31 december 2025, vóór winstbestemming:
| Activa | Bedrag | Passiva | Bedrag |
|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa (ontwikkeling) | € 15.000 | Voorzieningen | € 25.000 |
| Materiële vaste activa | € 165.000 | Langlopende schulden | € 120.000 |
| Financiële vaste activa | € 20.000 | Kortlopende schulden en overlopende passiva | € 130.000 |
| Voorraden | € 60.000 | Eigen vermogen | € 225.000 |
| Vorderingen en overlopende activa | € 95.000 | ||
| Liquide middelen | € 145.000 | ||
| Totaal | € 500.000 | Totaal | € 500.000 |
Manier 1: € 500.000 − € 25.000 − € 120.000 − € 130.000 = € 225.000.
| Post van het eigen vermogen | Bedrag |
|---|---|
| Geplaatst kapitaal | € 10.000 |
| Agio | € 30.000 |
| Wettelijke reserve ontwikkelingskosten | € 15.000 |
| Overige reserves | € 140.000 |
| Resultaat na belastingen van het boekjaar (nog niet bestemd) | € 30.000 |
| Eigen vermogen | € 225.000 |
Manier 2: € 10.000 + € 30.000 + € 15.000 + € 140.000 + € 30.000 = € 225.000. De wettelijke reserve is even groot als de geactiveerde ontwikkelingskosten (art. 2:365 lid 2 BW).
Na winstbestemming. Besluit de algemene vergadering de winst van € 30.000 toe te voegen aan de overige reserves, dan zijn die € 170.000 en vervalt de aparte winstregel: het totaal blijft € 225.000. Keert zij € 20.000 dividend uit, dan gaat € 10.000 naar de overige reserves (€ 150.000) en is het eigen vermogen € 205.000 (€ 10.000 + € 30.000 + € 15.000 + € 150.000), en de schulden stijgen met € 20.000 aan nog te betalen dividend, zolang dat niet is uitbetaald.
Solvabiliteit: € 225.000 gedeeld door € 500.000 is 45,0%. Zie hoe BV's per sector scoren op solvabiliteit per sector en reken zelf met de kengetallencalculator. De rentabiliteit op eigen vermogen is € 30.000 gedeeld door € 225.000: 13,3%.
Het resultaat afleiden uit het eigen vermogen
Met het eigen vermogen aan het begin en aan het einde van het jaar kunt u ook het resultaat berekenen, zonder de winst-en-verliesrekening te lezen. Het resultaat is de groei van het eigen vermogen, gecorrigeerd voor wat niet uit de bedrijfsvoering komt: wat aandeelhouders bijstorten is geen winst en een uitgekeerd dividend is geen verlies. Deze berekening heet de vermogensvergelijking. Zoekt u de balansmethode voor het eigen vermogen, dan komt deze berekening het dichtst in de buurt: u leidt het resultaat af uit twee balansen. Geeft uw opdracht of cursus dat woord een eigen definitie, volg dan die.
In het voorbeeld van Bakker Techniek BV was het eigen vermogen per 31 december 2024 (vóór winstbestemming) € 200.000. In 2025 stortte een aandeelhouder € 10.000 bij als agio en besloot de algemene vergadering € 15.000 dividend uit te keren over 2024.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Eigen vermogen per 31 december 2025 (zie de balans hierboven) | € 225.000 |
| Min: eigen vermogen per 31 december 2024 | − € 200.000 |
| Groei van het eigen vermogen | € 25.000 |
| Min: kapitaalstorting in 2025 | − € 10.000 |
| Plus: dividend in 2025 uitgekeerd | + € 15.000 |
| Resultaat 2025 | € 30.000 |
Dat is hetzelfde bedrag als het resultaat na belastingen in de casus. Controle andersom: € 200.000 + € 10.000 storting − € 15.000 dividend + € 30.000 resultaat = € 225.000.
Het klopt alleen als u alle mutaties kent die niet via de winst-en-verliesrekening lopen. Een herwaardering die rechtstreeks naar de herwaarderingsreserve gaat (art. 2:390 lid 1 BW) verhoogt het eigen vermogen zonder dat er resultaat is behaald: haal haar eruit. Ziet u alleen twee gedeponeerde balansen van een andere rechtspersoon, dan kent u dividend en stortingen vaak niet en is het verschil slechts een benadering. De uitkomst is het commerciële resultaat; de fiscale winst volgt uit de aangifte en kan afwijken.
Per grootteklasse
| Klasse | Wat u toont |
|---|---|
| Micro-onderneming (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Het eigen vermogen als één post, samengetrokken (art. 2:395a lid 4 BW) |
| Kleine rechtspersoon (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | De posten van art. 2:373 lid 1 tot en met 5, eerste volzin (art. 2:396 lid 3 BW) |
| Middelgrote rechtspersoon (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Idem, volledig (art. 2:397 lid 5 BW) |
| Grote rechtspersoon (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Volledig, met het mutatieoverzicht van art. 2:378 BW |
Veelgemaakte fouten
- Een lening van de aandeelhouder meetellen. Zij blijft een schuld. Alleen als de aandeelhouder afstand doet van terugbetaling, verwerkt u dat als kapitaalstorting.
- Voorzieningen of overlopende passiva vergeten, waardoor het eigen vermogen te hoog uitkomt.
- De winst van het jaar niet meenemen in manier 2, waardoor beide uitkomsten niet sluiten.
- Fiscaal en commercieel mengen. Het fiscale eigen vermogen is een andere grootheid.
- De rekening-courant met de DGA als eigen vermogen zien: het is een vordering of een schuld.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik het eigen vermogen?
Trek van het totaal van de activa de voorzieningen en de schulden af, inclusief overlopende passiva. Dezelfde uitkomst krijgt u door geplaatst kapitaal, agio, reserves en niet verdeelde winst op te tellen.
Uit welke posten bestaat het eigen vermogen?
Uit geplaatst kapitaal, agio, herwaarderingsreserves, andere wettelijke reserves, statutaire reserves, overige reserves en niet verdeelde winsten (art. 2:373 lid 1 BW).
Kan het eigen vermogen negatief zijn?
Ja. Zijn de schulden en voorzieningen groter dan de activa, dan is het eigen vermogen negatief, meestal doordat de overige reserves negatief zijn. Zie de pagina over negatief eigen vermogen.
Telt een lening van de aandeelhouder mee als eigen vermogen?
Nee, een lening is een schuld. Doet de aandeelhouder afstand van terugbetaling zonder tegenprestatie, dan verwerkt u dat als kapitaalstorting, meestal als agio. Laat zo'n situatie toetsen.
Wat is het verband met solvabiliteit?
Solvabiliteit, ook solvabiliteitsratio genoemd, is eigen vermogen gedeeld door balanstotaal. Bij € 225.000 eigen vermogen op een balanstotaal van € 500.000 is dat 45,0%.
Wat is de balansmethode voor het eigen vermogen?
Bedoelt u daarmee het afleiden van het resultaat uit twee balansen, dan heet dat de vermogensvergelijking: eigen vermogen aan het eind min eigen vermogen aan het begin, min wat aandeelhouders hebben bijgestort, plus dividend en andere uitkeringen. Bij € 200.000 aan het begin, € 225.000 aan het eind, € 10.000 storting en € 15.000 dividend is het resultaat 225.000 − 200.000 − 10.000 + 15.000 = € 30.000.
Kan ik de winst berekenen uit het verschil in eigen vermogen?
Ja, als u ook de kapitaalstortingen en uitkeringen van het jaar kent. Zonder die correcties telt een storting ten onrechte als winst en een dividend als verlies. Mutaties die rechtstreeks in het eigen vermogen lopen, zoals een herwaardering naar de herwaarderingsreserve, moet u eruit halen.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten