Hoe lees ik een jaarrekening?
U heeft een jaarrekening van uw eigen BV, van een klant of van een bedrijf dat u wilt overnemen. Waar begint u en waar let u op? Vijf stappen, van de totalen naar de details.
Het korte antwoord
Lees een jaarrekening in vijf stappen: (1) welke grootteklasse en welke periode, (2) de balans: wat bezit het bedrijf en hoe is het betaald, (3) de winst-en-verliesrekening: wat bleef er over, (4) de toelichting, (5) drie kengetallen: solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door balanstotaal), current ratio en werkkapitaal. Vergelijk altijd met het vorige jaar.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Onderdelen | Balans, winst-en-verliesrekening en toelichting (art. 2:361 lid 1 BW) |
| Vergelijkende cijfers | Bij elke post staat zoveel mogelijk het bedrag van het vorige boekjaar (art. 2:363 lid 5 BW) |
| Wat wordt openbaar | Micro: de balans met vermeldingen. Klein: de balans met toelichting, zonder winst-en-verliesrekening (art. 2:396 lid 8 BW). Middelgroot en groot: alles, bij middelgroot in vereenvoudigde vorm |
| Kengetallen | Solvabiliteit, current ratio en werkkapitaal: zie de kengetallencalculator |
Stap 1: weet wat u in handen heeft
Kijk eerst naar de kop: welke rechtspersoon, welk boekjaar, en welke vorm van de jaarrekening. Een gedeponeerde jaarrekening van een kleine BV bevat geen winst-en-verliesrekening, want die hoeft een kleine rechtspersoon niet openbaar te maken (art. 2:396 lid 8 BW). Een micro-rechtspersoon deponeert alleen een beperkte balans. Mist u de winst, dan zit er dus niets verborgen: dat mag. De grenzen van de klassen staan bij wanneer word ik een kleine rechtspersoon.
Kijk daarna naar de grondslagen en de datum van de jaarrekening. Is zij vastgesteld of nog niet? Is het een gebroken boekjaar? Dat bepaalt of u cijfers over een volledig jaar vergelijkt.
Stap 2: de balans, links en rechts
De balans is een momentopname per balansdatum. De ene kant laat zien waarin het geld zit: vaste activa (langer dan een jaar in gebruik), voorraad, vorderingen en liquide middelen. De andere kant laat zien waar het van komt: eigen vermogen, voorzieningen en schulden, langlopend of kortlopend. Beide kanten zijn per definitie gelijk. De wet vraagt dat de balans 'getrouw, duidelijk en stelselmatig' de grootte en samenstelling van het vermogen weergeeft (art. 2:362 lid 2 BW).
- Eigen vermogen: wat de aandeelhouders erin hebben gestoken en wat het bedrijf heeft ingehouden. Is het negatief, lees dan de toelichting over de continuïteit.
- Kortlopende schulden: wat binnen een jaar betaald moet zijn. Zet ze naast de liquide middelen en de vorderingen.
- Vorderingen: zijn de debiteuren hoger dan de omzet van één à twee maanden, dan is dat een vraag aan het management.
Stap 3: de winst-en-verliesrekening, van boven naar beneden
De winst-en-verliesrekening laat zien hoe het resultaat van het boekjaar ontstond (art. 2:362 lid 3 BW). Lees haar als een trap: netto-omzet, minus de kosten van wat verkocht is, geeft de brutomarge. Daar gaan personeelskosten, afschrijvingen en overige bedrijfskosten af, wat het bedrijfsresultaat geeft. Daarna komen financiële baten en lasten, de belasting en het nettoresultaat. Let niet alleen op de laatste regel, maar op de marge in elke trede.
Let ook op wat er niet staat. De wet verbiedt het met elkaar verrekenen van posten die apart moeten staan (art. 2:363 lid 2 BW).
Stap 4: de toelichting
De toelichting vertelt hoe de cijfers tot stand kwamen. Zoek vier dingen: de grondslagen van waardering (bijvoorbeeld de afschrijvingsduur), de specificatie van de grootste balansposten, de langlopende schulden en zekerheden, en gebeurtenissen na balansdatum. Bij micro-rechtspersonen is de toelichting teruggebracht tot enkele vermeldingen onder de balans (art. 2:395a BW); bij kleine zijn vrijstellingen mogelijk (art. 2:396 BW). Een korte toelichting is dus geen teken van slordigheid.
Stap 5: drie kengetallen
- Solvabiliteit = eigen vermogen gedeeld door balanstotaal. Het zegt hoeveel van het bedrijf met eigen geld is betaald.
- Current ratio = vlottende activa gedeeld door kortlopende schulden. Boven 1 kan het bedrijf zijn korte schulden uit zijn vlottende middelen betalen.
- Werkkapitaal = vlottende activa min kortlopende schulden, in euro's.
Er is geen wettelijke ondergrens voor deze getallen; ze verschillen per sector. De cijfers per sector laten zien hoe BV's die deponeren er gemiddeld voor staan.
Casus: Meubelmakerij Houtkamp BV
Een kleine BV: 12 werknemers, netto-omzet € 960.000, balanstotaal € 400.000. Alleen het balanstotaal blijft onder de microgrens, dus de BV is klein.
| Balans 31 december 2025 | Bedrag | Bedrag | |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | € 120.000 | Eigen vermogen | € 180.000 |
| Voorraad | € 60.000 | Langlopende lening | € 80.000 |
| Debiteuren | € 90.000 | Crediteuren | € 70.000 |
| Liquide middelen | € 130.000 | Belastingen en premies | € 40.000 |
| Overige kortlopende schulden | € 30.000 | ||
| Totaal | € 400.000 | Totaal | € 400.000 |
| Winst-en-verliesrekening 2025 | Bedrag |
|---|---|
| Netto-omzet | € 960.000 |
| Kostprijs van de omzet | € 576.000 |
| Brutomarge (40,0%) | € 384.000 |
| Personeelskosten | € 190.000 |
| Afschrijvingen | € 24.000 |
| Overige bedrijfskosten | € 100.000 |
| Bedrijfsresultaat (7,3% van de omzet) | € 70.000 |
| Rentelasten | € 5.000 |
| Belasting | € 16.000 |
| Nettoresultaat | € 49.000 |
De vlottende activa zijn 60.000 + 90.000 + 130.000 = € 280.000; de kortlopende schulden 70.000 + 40.000 + 30.000 = € 140.000. De kengetallen:
- Solvabiliteit: 180.000 / 400.000 = 45,0%. Vorig jaar was het eigen vermogen € 144.000 op een balanstotaal van € 360.000: 40,0%. Het eigen vermogen groeide met de winst van € 49.000, min € 13.000 dividend (144.000 + 49.000 - 13.000 = 180.000).
- Current ratio: 280.000 / 140.000 = 2,0.
- Werkkapitaal: 280.000 - 140.000 = € 140.000.
Het beeld: gezond gefinancierd en ruim in staat om korte schulden te betalen. Vragen die een lezer nog stelt: waaruit bestaat de voorraad van € 60.000 en hoe is zij gewaardeerd, en wat zijn de aflossingsvoorwaarden van de lening van € 80.000? Dat zoekt u in de toelichting op.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Hoe lees ik een jaarrekening als beginner?
Begin bij de totalen. Kijk op de balans naar het eigen vermogen, de schulden en de liquide middelen, op de winst-en-verliesrekening naar de omzet en het nettoresultaat. Vergelijk elk getal met het vorige jaar, dat de wet zoveel mogelijk naast het huidige zet (art. 2:363 lid 5 BW). Lees dan de toelichting over de grondslagen.
Wat zegt de solvabiliteit in een jaarrekening?
Solvabiliteit is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Bij € 180.000 eigen vermogen op een balanstotaal van € 400.000 is het 45,0%. Het zegt hoeveel van het vermogen met eigen middelen is gefinancierd. Er is geen wettelijke norm; sector en leeftijd van het bedrijf bepalen wat gebruikelijk is.
Waarom staat er geen winst-en-verliesrekening bij mijn gedeponeerde jaarrekening?
Omdat een micro- of kleine rechtspersoon die niet openbaar hoeft te maken. Een kleine rechtspersoon maakt de balans met toelichting openbaar (art. 2:396 lid 8 BW). De winst-en-verliesrekening bestaat wel en staat in de opgemaakte jaarrekening.
Wat is het verschil tussen de balans en de winst-en-verliesrekening?
De balans is een momentopname van bezit en financiering op de balansdatum. De winst-en-verliesrekening beschrijft het verloop over het hele boekjaar: de baten en lasten die samen het resultaat vormen.
Waar vind ik de jaarrekening van een ander bedrijf?
Gedeponeerde jaarrekeningen staan in het Handelsregister van de KVK. Wat u daar ziet, hangt af van de grootteklasse van het bedrijf: bij kleine en micro-rechtspersonen is het een beperkter beeld.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten