Hoe ziet de jaarrekening van een stichting eruit? Een voorbeeld met cijfers
Een stichting zonder grote onderneming maakt binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten (art. 2:10 BW). Hieronder staat een volledig voorbeeld: baten € 61.000, lasten € 51.000, saldo € 10.000, balanstotaal € 66.000. Het opmaken is verplicht, deponeren bij de KVK meestal niet.
Het korte antwoord
Een stichting zonder grote onderneming maakt binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten (art. 2:10 BW). Hieronder staat een volledig voorbeeld: baten € 61.000, lasten € 51.000, saldo € 10.000, balanstotaal € 66.000. Het opmaken is verplicht, deponeren bij de KVK meestal niet.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Wat de wet van een gewone stichting vraagt
Een stichting waarvan de ondernemingen niet in twee opeenvolgende boekjaren ten minste € 7,5 miljoen netto-omzet halen (of die geen onderneming heeft), valt buiten Titel 9. Voor haar geldt alleen art. 2:10 BW: het bestuur voert een administratie en maakt binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op. Een model schrijft de wet niet voor. Wie wil weten welke onderwerpen zinvol zijn, kan terugvallen op RJ 640 voor organisaties zonder winststreven of, voor een kleine organisatie, RJk C1 (C1.102 hanteert dezelfde drempels als voor kleine rechtspersonen: activa tot € 7,5 miljoen, baten tot € 15 miljoen, minder dan 50 werknemers). Een stichting die geld ophaalt bij het publiek kijkt naar RJ 650 of RJk C2.
Valt de stichting wel onder Titel 9, dan wordt het een gewone jaarrekening naar grootteklasse; lees daarvoor de drempel van artikel 2:360 lid 3. Dit voorbeeld gaat uit van een stichting ver onder die grens.
De stichting in het voorbeeld
Stichting Buurtmoestuin Zuid (fictief) beheert een gemeenschapstuin met een kas, een schuur en een zaaltje. Er werkt één betaalde projectleider; verder helpen vrijwilligers. Het bestuur telt drie personen, er is geen raad van toezicht. Boekjaar: kalenderjaar 2025. Het bestuur maakt de stukken op vóór 30 juni 2026.
Staat van baten en lasten over 2025
| Post | 2025 |
|---|---|
| Subsidie gemeente | € 38.000 |
| Giften en donaties | € 12.500 |
| Verhuur zaaltje en schuur | € 6.500 |
| Bijdragen deelnemers | € 4.000 |
| Totaal baten | € 61.000 |
| Huur terrein | € 9.000 |
| Zaden, planten en materiaal | € 8.500 |
| Salaris projectleider (incl. sociale lasten) | € 24.000 |
| Verzekeringen | € 2.400 |
| Afschrijving kas en gereedschap | € 3.100 |
| Overige beheerkosten | € 4.000 |
| Totaal lasten | € 51.000 |
| Saldo van baten en lasten | € 10.000 |
Balans per 31 december 2025
| Activa | 31-12-2025 | Passiva | 31-12-2025 |
|---|---|---|---|
| Kas en gereedschap (materiële vaste activa) | € 18.600 | Continuïteitsreserve | € 30.000 |
| Nog te ontvangen subsidie en overige vorderingen | € 6.400 | Vrije reserve | € 14.600 |
| Bank en spaarrekening | € 41.000 | Bestemmingsfonds kinderproject | € 8.000 |
| Crediteuren | € 3.900 | ||
| Vooruit ontvangen deelnemersbijdragen | € 2.500 | ||
| Nog te betalen kosten | € 7.000 | ||
| Totaal activa | € 66.000 | Totaal passiva | € 66.000 |
De rekenkundige controle: 18.600 + 6.400 + 41.000 = 66.000. Eigen vermogen 30.000 + 14.600 + 8.000 = 52.600, schulden 3.900 + 2.500 + 7.000 = 13.400, samen 66.000. De kas en het gereedschap stonden op 1 januari op € 21.700; zonder nieuwe aankopen en na € 3.100 afschrijving blijft € 18.600 over.
Wat de reserves en het fonds vertellen
Bij een stichting is er geen aandeelhouder die winst krijgt. Het resultaat blijft in de stichting en wordt toegewezen aan een reserve of fonds (volgens art. 2:285 lid 3 BW mag het doel van de stichting niet het doen van uitkeringen aan oprichters of orgaanleden inhouden, en aan anderen alleen als die een ideële of sociale strekking hebben). Daarom laat de balans zien waarvoor het geld bestemd is:
- Continuïteitsreserve € 30.000: een buffer om de lopende kosten een tijd te kunnen blijven betalen. Het bestuur bepaalt de hoogte en kan haar toelichten, bijvoorbeeld als vier maanden vaste lasten.
- Bestemmingsfonds € 8.000: een gever heeft bepaald dat het geld naar het kinderproject gaat. Het fonds steeg van € 4.000 naar € 8.000, dus € 4.000 van het saldo ging daarheen.
- Vrije reserve € 14.600: het bestuur mag dit zelf besteden aan het doel. Begin 2025 was dit € 8.600; erbij kwam het restant van het saldo, € 6.000.
Het saldo van € 10.000 is zo verdeeld: € 4.000 naar het bestemmingsfonds en € 6.000 naar de vrije reserve. Het eigen vermogen begon op € 42.600 (30.000 + 8.600 + 4.000) en eindigt op € 52.600.
Een korte toelichting: wat erin hoort
Omdat de wet geen toelichting voorschrijft, houdt de stichting haar toelichting kort en nuttig voor wie de cijfers leest: subsidiegever, bank, toezichthouder. Een bruikbare toelichting heeft vier delen.
- Grondslagen: gewaardeerd tegen aanschafprijs minus afschrijving; kas en gereedschap lineair over tien jaar afgeschreven.
- Herkomst van de baten: wat is subsidie, wat is gift, wat is eigen opbrengst. Subsidiegevers vragen dit vaak apart.
- Bestemming: de werking van het bestemmingsfonds en de opbouw van de reserves.
- Gebeurtenissen na balansdatum en een zin over continuïteit: bijvoorbeeld dat de subsidie voor 2026 is toegekend.
Veelgemaakte fouten
- Een toegezegde subsidie voor volgend jaar al als bate in dit jaar opnemen.
- Geld dat een gever aan een doel heeft verbonden in de vrije reserve zetten.
- De bank- en spaarstand niet afstemmen met de afschriften op 31 december.
- Het saldo niet toewijzen: dan klopt de balans niet of is onduidelijk waar het geld voor is.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Jaarrekening.io stelt de jaarrekening van een stichting alleen op als zij onder artikel 2:360 lid 3 BW valt. Een stichting onder die grens heeft in de app geen jaarrekeningroute; de boekhouding met btw-aangifte is er wel. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse. De app deponeert niets bij de KVK.
Bronnen
- Art. 2:10 BW: administratie en jaarlijkse balans en staat van baten en lasten, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:300 BW: jaarrekening van de stichting onder Titel 9, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:360 BW: toepassingsbereik Titel 9, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- KVK: Ben ik verplicht mijn jaarrekening te deponeren?
- Raad voor de Jaarverslaggeving: richtlijnen (RJ 640, RJk C1 en C2)
Veelgestelde vragen
Wat staat er in de jaarrekening van een stichting?
Bij een gewone stichting minimaal een balans en een staat van baten en lasten, binnen zes maanden na het boekjaar opgemaakt (art. 2:10 BW). Daarbij horen een korte toelichting op grondslagen, herkomst van de baten en reserves. Alleen als Titel 9 geldt, is het een volledige jaarrekening naar grootteklasse, waarbij de stichting de winst-en-verliesrekening vervangt door een exploitatierekening (art. 2:361 lid 2 BW).
Is een bestemmingsfonds hetzelfde als een bestemmingsreserve?
Nee. Een bestemmingsfonds ontstaat doordat een derde, bijvoorbeeld een gever, het geld aan een doel heeft gebonden; het bestuur kan dat niet opheffen. Een bestemmingsreserve stelt het bestuur zelf in en kan het ook weer opheffen.
Moet een stichting de jaarrekening laten controleren?
De wet vraagt dat niet van een stichting buiten Titel 9. Een subsidiegever, een bank of de statuten kunnen een controle of samenstelverklaring wel eisen. Valt de stichting wel onder Titel 9, dan gelden de controleregels van art. 2:393 BW naar grootteklasse.
Wie stelt de jaarrekening van een stichting vast?
Voor een stichting onder Titel 9 het orgaan dat de statuten aanwijzen, anders het toezicht houdende orgaan, anders het bestuur (art. 2:300 lid 3 BW). Daarbuiten bepalen de statuten het.
Moet ik de jaarrekening van mijn stichting deponeren bij de KVK?
Alleen als de stichting een ingeschreven onderneming in stand houdt met in twee opeenvolgende boekjaren een netto-omzet van ten minste € 7,5 miljoen (art. 2:360 lid 3 BW). Daaronder hoeft u niets te deponeren. Een ANBI-status brengt wel een aparte publicatieplicht op internet mee.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten