Artikel 2:377 BW: de winst-en-verliesrekening uitgelegd
Artikel 2:377 BW bepaalt welke regels in de winst-en-verliesrekening staan. U kiest een indeling naar kostensoort of naar functie; kleinere rechtspersonen mogen regels samenvoegen.
Het korte antwoord
Artikel 2:377 BW schrijft de opbouw van de winst-en-verliesrekening voor: resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, belastingen en resultaat na belastingen, uitgesplitst naar kostensoort (lid 3) of naar functie (lid 4). Lid 6 definieert de netto-omzet, lid 8 vraagt uitzonderlijke posten apart. Micro, klein en middelgroot mogen regels samenvoegen (art. 2:395a lid 5, 2:396 lid 4 en 2:397 lid 3 BW).
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats in de wet | Titel 9 Boek 2 BW, afdeling 4: voorschriften over de winst-en-verliesrekening en de toelichting daarop |
| Voor wie | Elke rechtspersoon onder Titel 9 (art. 2:360 BW); de micro alleen voor de regels die art. 2:395a lid 5 BW noemt |
| Modellen | Besluit modellen jaarrekening: model E (indeling naar kostensoort) en F (indeling naar functie); een kleine rechtspersoon mag ook model I of J gebruiken |
| Uitwerking | RJ 270 voor middelgroot en groot, RJk B13 en M1 voor klein en micro |
| Tekst | Geldend vanaf 1 juli 2026; lid 7 en lid 8 hebben hun huidige vorm sinds 1 november 2015 en zijn voor de boekjaren 2025 tot en met 2027 gelijk |
Lid 1 en 2: het geraamte en de keuze tussen twee indelingen
1. Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:
a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
b. de overige belastingen;
c. het resultaat na belastingen.
2. De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij overeenkomstig lid 4 gesplitst.
Wat betekent dit. Lid 1 geeft drie verplichte stappen: eerst alles wat uit de normale bedrijfsvoering komt, met de belasting die daarop drukt; dan eventuele andere belastingen; tot slot het resultaat na belastingen. Omdat de wet sinds 1 november 2015 geen buitengewone baten en lasten meer kent, valt vrijwel elk bedrag onder de eerste stap. De post overige belastingen staat volgens het Besluit modellen jaarrekening direct boven het resultaat na belastingen; bij de meeste BV's blijft hij leeg.
Lid 2 laat u kiezen hoe u de bedrijfslasten uitsplitst: naar hun soort (lonen, afschrijvingen, inkopen) of naar de functie waarvoor ze zijn gemaakt (productie, verkoop, beheer). Die keuze legt u niet elk jaar opnieuw vast. Een andere indeling dan vorig jaar mag alleen om gegronde redenen, en dan legt u in de toelichting uit wat er verschuift en waarom (art. 2:363 lid 4 BW; zie artikel 2:363).
Lid 3: de indeling naar kostensoort (categoriaal)
3. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de toe- of afneming van de voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum;
c. de geactiveerde produktie ten behoeve van het eigen bedrijf;
d. de overige bedrijfsopbrengsten;
e. de lonen;
f. de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;
g. de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten;
h. de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;
i. waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;
j. de overige bedrijfskosten;
k. het resultaat uit deelnemingen;
l. opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;
m. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
n. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
o. de rentelasten en soortgelijke kosten.
Wat betekent dit. De onderdelen a tot en met j vormen samen het bedrijfsresultaat, k tot en met o de financiële baten en lasten. Een producent die meer maakt dan hij verkoopt, telt de groei van de eigen voorraad bij de opbrengst op (onderdeel b), en een aannemer die een eigen werkplaats bouwt, toont die productie als opbrengst (onderdeel c), zodat de kosten daarvan de winst niet vertekenen. De loonkosten splitst u in lonen en sociale lasten, met de pensioenlasten apart. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa staan in twee bedragen.
Onderdeel i wordt vaak verkeerd gelezen. Een normale afwaardering van incourante voorraad of een gewone dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren hoort bij de kosten waar zij bij horen. Alleen een afwaardering die duidelijk groter is dan wat bij uw bedrijf gebruikelijk is, krijgt een eigen regel. Deze indeling heet in het Besluit modellen jaarrekening model E; zij is in Nederland de meest gebruikte.
Lid 4: de indeling naar functie
4. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
c. het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b;
d. de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen;
e. de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
f. de overige bedrijfsopbrengsten;
g. het resultaat uit deelnemingen;
h. opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;
i. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
j. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
k. de rentelasten en soortgelijke kosten.
Wat betekent dit. Bij de functionele indeling verdeelt u alle bedrijfslasten over drie bakken: wat nodig was om de verkochte producten of diensten te maken, wat de verkoop kostte en wat het algemene beheer kostte. Afschrijvingen gaan mee in de bak waar het actief voor wordt gebruikt; de vrachtwagen van de verkoopafdeling drukt dus op de verkoopkosten. Rente blijft buiten de kostprijs van de omzet. Dit is model F van het Besluit modellen jaarrekening.
Bij de functionele indeling verliest de lezer het zicht op de loonkosten. Daarom vraagt art. 2:382 BW (laatste zin) dan in de toelichting de lonen en de sociale lasten, met de pensioenlasten apart; zie artikel 2:382. Voor een grote rechtspersoon vraagt RJ 270.504 daarnaast het totaal van de afschrijvingen; een middelgrote mag volstaan met de loongegevens.
Lid 5 tot en met 8: groepsrelaties, netto-omzet, andere boekjaren en uitzonderlijke posten
5. Bij de posten k-o van lid 3 en de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.
Lid 5. Rente die u betaalt op een lening van uw moedermaatschappij, of rente die u ontvangt van een zusterbedrijf, staat apart van rente aan of van de bank. Zo ziet de lezer welk deel van het financiële resultaat binnen de groep blijft.
6. Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.
Lid 6. Netto-omzet is wat u met uw eigen bedrijf verdient, zonder btw en accijns en na kortingen. Een omzetbonus aan een afnemer gaat eraf; provisie aan uw eigen verkopers en de vracht bij franco levering niet, dat zijn kosten (RJ 270.202). Geld dat u alleen int en doorgeeft namens een ander, zoals de ticketprijs die een reisbureau als agent ontvangt voor een touroperator, is geen omzet; de provisie die het reisbureau zelf verdient, wel. Rente of dividend kan wel omzet zijn als het innen daarvan uw kernactiviteit is, bijvoorbeeld bij een financieringsmaatschappij (RJ 270.201, RJk B13.110). Zie ook netto-omzet.
7. Baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, worden naar aard en omvang toegelicht.
8. Vermeld wordt het bedrag en de aard van de posten van baten en lasten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen.
Lid 7. Komt er dit jaar een bedrag binnen of uit dat bij een eerder jaar hoort, zoals een naheffing over 2024 of een vrijval van een te ruim geraamde garantievoorziening, dan zegt u in de toelichting wat het is en hoe groot het is. Een materiële fout in een vastgestelde jaarrekening is iets anders: die herstelt u volgens de regels voor foutherstel.
Lid 8. Een opbrengst of last die uitzonderlijk groot is of zelden voorkomt (de boekwinst op de verkoop van het bedrijfspand, een schadevergoeding, een reorganisatie) noemt u met bedrag en aard. Voor middelgroot en groot stelt RJ 270.404 dat u zo'n post afzonderlijk en ongesaldeerd toelicht en, als hij over meer regels is verspreid, met een specificatie per regel. De RJk legt dezelfde uitsplitsing aan kleine rechtspersonen voor als iets wat zij "kan overwegen" (RJk B13.112); het wettelijke minimum blijft bedrag en aard.
Wat elke grootteklasse in de winst-en-verliesrekening opneemt
De klasse volgt uit art. 2:395a tot en met 2:397 BW: twee van de drie grenzen op twee opeenvolgende balansdata. De grenzen hieronder gelden voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 beginnen.
| Klasse | Wat in de winst-en-verliesrekening staat | Openbaar maken |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Minimaal acht regels: netto-omzet en overige bedrijfsopbrengsten; aan de kostenkant de lonen, de grond- en hulpstoffen, één regel voor afschrijvingen plus waardeverminderingen en de overige bedrijfskosten; daarna belastingen en resultaat na belastingen (art. 2:395a lid 5 BW; RJk M1.205). Lid 5, 7 en 8 gelden niet. | Niet; alleen de balans (art. 2:395a lid 8 BW) |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Netto-omzet, voorraadmutatie, geactiveerde productie, overige bedrijfsopbrengsten en de kosten van grond- en hulpstoffen en overige externe kosten samen als bruto-bedrijfsresultaat (bij functionele indeling: lid 4 a tot en met c en f); de overige regels blijven, net als lid 5, 7 en 8 (art. 2:396 lid 4 BW) | Niet; alleen balans en toelichting (art. 2:396 lid 8 BW) |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Dezelfde samentrekking tot bruto-bedrijfsresultaat, plus een verhoudingscijfer voor de stijging of daling van de netto-omzet ten opzichte van vorig jaar (art. 2:397 lid 3 BW) | Ja, en mag in die verkorte vorm (art. 2:397 lid 5 BW) |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | De volledige indeling van lid 3 of lid 4, met lid 5 tot en met 8 | Ja, volledig |
Twee gevolgen worden vaak gemist. Een kleine BV hoeft haar winst-en-verliesrekening niet te deponeren, maar moet haar wel opstellen, vaststellen en aan de aandeelhouders voorleggen; zie moet ik de winst-en-verliesrekening publiceren. En een middelgrote rechtspersoon die samentrekt, geeft het verhoudingscijfer van de omzetontwikkeling erbij: dat cijfer hoort bij de verkorte opstelling en vervangt voor de lezer het weggelaten omzetbedrag.
Boekjaren 2025, 2026 en 2027
De wettekst van artikel 2:377 is voor deze drie boekjaren dezelfde. Wat per jaar wisselt, is de editie van de richtlijnen: voor middelgroot en groot geldt vanaf boekjaar 2027 RJ 270 in de editie 2027, voor micro en klein vanaf boekjaar 2026 RJk B13 zoals aangepast in 2025. Wie in 2026 de jaarrekening over 2025 afmaakt, past de RJk-editie voor 2025 toe; de definitie van netto-omzet en de samentrekkingen per klasse zijn in die editie gelijk.
Uitwerking per onderwerp: RJ 270 opbrengsten en winst-en-verliesrekening, RJ 271 personeelsbeloningen voor de loonkosten en de RJk voor micro en klein.
Casus: een kleine productie-BV en dezelfde cijfers als middelgrote
Meubelmakerij Oosterveld BV (fictief) maakt eiken tafels. Over 2026 verkoopt zij voor € 3.200.000 exclusief btw, na € 45.000 omzetbonus aan twee woonwinkels. De voorraad gereed product groeit met € 40.000, de verzekeraar keert € 25.000 uit voor een week stilstand van de zaagstraat, en zij koopt hout, lijm en energie in voor € 1.780.000. De lonen zijn € 820.000, de sociale lasten € 190.000 (waarvan pensioen € 60.000), de afschrijvingen € 110.000 en de overige bedrijfskosten € 145.000. Op de banklening betaalt zij € 30.000 rente.
| Regel | Volledig (lid 3) | Klein (2:396 lid 4) |
|---|---|---|
| Netto-omzet | € 3.200.000 | – |
| Toename voorraad gereed product | € 40.000 | – |
| Overige bedrijfsopbrengsten | € 25.000 | – |
| Kosten van grond- en hulpstoffen en overige externe kosten | − € 1.780.000 | – |
| Bruto-bedrijfsresultaat | – | € 1.485.000 |
| Lonen | − € 820.000 | − € 820.000 |
| Sociale lasten (waarvan pensioenlasten € 60.000) | − € 190.000 | − € 190.000 |
| Afschrijvingen materiële vaste activa | − € 110.000 | − € 110.000 |
| Overige bedrijfskosten | − € 145.000 | − € 145.000 |
| Bedrijfsresultaat | € 220.000 | € 220.000 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | − € 30.000 | − € 30.000 |
| Resultaat voor belastingen | € 190.000 | € 190.000 |
| Vennootschapsbelasting (19% over € 190.000) | − € 36.100 | − € 36.100 |
| Resultaat na belastingen | € 153.900 | € 153.900 |
Controle: 3.200.000 + 40.000 + 25.000 − 1.780.000 = 1.485.000, en 1.485.000 − 820.000 − 190.000 − 110.000 − 145.000 = 220.000. Als kleine BV deponeert Oosterveld deze rekening niet. Een middelgrote rechtspersoon publiceert de verkorte opstelling wel, met het verhoudingscijfer erbij. Met deze cijfers en een netto-omzet van € 2.900.000 in 2025 is dat 3.200.000 / 2.900.000 = 1,103: een stijging van 10,3%.
Verkoopt de meubelmakerij in hetzelfde jaar haar oude werkplaats met € 60.000 boekwinst, dan noemt zij die winst met bedrag en aard in de toelichting (lid 8). Zij boekt hem bij de overige bedrijfsopbrengsten; in de verkorte opstelling verdwijnt hij in het bruto-bedrijfsresultaat, en juist daarom hoort de vermelding erbij.
Waar het in de praktijk misgaat
- Omzet inclusief btw boeken, of de omzetbonus als kostenpost tonen in plaats van hem van de omzet af te trekken.
- Een boekwinst op een bedrijfspand als "buitengewone bate" onder de streep zetten. Die categorie bestaat niet meer; het bedrag hoort in het bedrijfsresultaat, met een vermelding op grond van lid 8.
- Bij de functionele indeling de lonen en sociale lasten niet in de toelichting geven (art. 2:382 BW).
- Rente op een lening van de moedermaatschappij samenvoegen met bankrente, zodat lid 5 niet is gevolgd.
- Als micro denken dat er geen winst-en-verliesrekening hoeft omdat zij niet wordt gedeponeerd, of als kleine BV de lonen in het bruto-bedrijfsresultaat stoppen. Lonen, sociale lasten en afschrijvingen vallen buiten de samentrekking.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Bij het aanmaken van de rechtspersoon kiest u het categoriale of het functionele model; dat model geldt daarna voor alle boekjaren van die rechtspersoon. Voor een kleine of middelgrote rechtspersoon kunt u de winst-en-verliesrekening verkort tonen met een bruto-bedrijfsresultaat; voor een grote rechtspersoon biedt de app die verkorting niet aan. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse.
Bronnen
- Art. 2:377 BW: inrichting van de winst-en-verliesrekening (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:382 BW: werknemers en loonkosten bij functionele indeling (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:395a BW: micro-vrijstellingen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:396 BW: vrijstellingen voor kleine rechtspersonen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:397 BW: vrijstellingen voor middelgrote rechtspersonen (wetten.overheid.nl)
- Besluit modellen jaarrekening (wetten.overheid.nl)
- RJ-bundel voor middelgrote en grote rechtspersonen (rjnet.nl)
- RJk-bundel voor micro- en kleine rechtspersonen (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Moet een kleine BV een winst-en-verliesrekening opstellen als zij die niet hoeft te deponeren?
Ja. Artikel 2:396 lid 8 BW beperkt alleen wat openbaar wordt: de balans en de toelichting. De winst-en-verliesrekening hoort bij de jaarrekening die het bestuur opmaakt en de algemene vergadering vaststelt. Een kleine BV mag daarin wel de eerste regels samenvoegen tot een bruto-bedrijfsresultaat (art. 2:396 lid 4 BW).
Wat is het verschil tussen een categoriale en een functionele winst-en-verliesrekening?
Categoriaal (art. 2:377 lid 3 BW) deelt de kosten in naar soort: lonen, sociale lasten, afschrijvingen, inkopen en overige kosten. Functioneel (lid 4) deelt ze in naar functie: kostprijs van de omzet, verkoopkosten en algemene beheerskosten, telkens inclusief de afschrijvingen. Bij functioneel moet u de lonen en sociale lasten in de toelichting geven (art. 2:382 BW).
Valt btw onder de netto-omzet?
Nee. Artikel 2:377 lid 6 BW trekt de over de omzet geheven belastingen af, dus btw en bijvoorbeeld accijns. Ook kortingen en omzetbonussen gaan eraf. Bedragen die u alleen namens een ander int en doorbetaalt, horen evenmin bij de netto-omzet.
Bestaan buitengewone baten en lasten nog?
Nee. Sinds de wetswijziging die op 1 november 2015 in werking trad, kent artikel 2:377 BW geen buitengewone posten meer. Een opbrengst of last van uitzonderlijke omvang of die zelden voorkomt, blijft in het gewone resultaat en wordt met bedrag en aard vermeld op grond van lid 8.
Welke regels heeft de winst-en-verliesrekening van een micro-BV?
Minimaal acht regels: netto-omzet en overige bedrijfsopbrengsten; dan de lonen, de grond- en hulpstoffen, afschrijvingen plus waardeverminderingen als één regel en de overige bedrijfskosten; tot slot belastingen en het resultaat na belastingen (art. 2:395a lid 5 BW). De micro mag meer regels tonen. Openbaar wordt alleen de balans (art. 2:395a lid 8 BW).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten