Richtlijnen (RJ)

RJ 105: IFRS of Dutch GAAP in de Nederlandse jaarrekening

Een Nederlandse rechtspersoon mag haar jaarrekening volgens EU-IFRS opstellen. Titel 9 verdwijnt dan niet: reserves, bestuursverslag, controle en deponering blijven wettelijk geregeld.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Een rechtspersoon met effecten op een gereglementeerde markt stelt haar geconsolideerde jaarrekening verplicht op volgens EU-IFRS. Iedere andere rechtspersoon mag kiezen (art. 2:362 lid 8 BW), maar de enkelvoudige jaarrekening volgt IFRS alleen als de geconsolideerde dat ook doet. RJ 105 werkt de vier combinaties uit en noemt de Titel 9-regels die ook bij IFRS gelden.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:362 lid 8, 9 en 10 BW; voor beursfondsen de IAS-verordening (EG) nr. 1606/2002
RichtlijnRJ 105, nieuw voor boekjaren vanaf 1 januari 2026 (RJ-Uiting 2025-4); de regels stonden daarvoor verspreid over de bundel
IFRS*De standaarden van de IASB en interpretaties van het IFRS IC zoals de Europese Unie ze heeft aanvaard
GroottevrijstellingenVervallen bij IFRS: afdeling 11 van Titel 9 staat niet in lid 9 (RJ 315.104)
Altijd vermeldenVolgens welke standaarden de jaarrekening is opgesteld (art. 2:362 lid 10 BW), ook bij Dutch GAAP

Wie IFRS moet toepassen en wie mag kiezen

Voor een rechtspersoon met aandelen of obligaties op een gereglementeerde markt beslist Europa: de geconsolideerde jaarrekening volgt de door de EU aanvaarde IFRS. RJ 105 noemt dat IFRS*, met een sterretje, om het verschil te maken met de versie van de IASB zelf. Voor alle andere rechtspersonen opent Titel 9 de keuze.

8. Een rechtspersoon kan de jaarrekening opstellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde vastgestelde en goedgekeurde standaarden toepast. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens deze titel, kan niet de enkelvoudige jaarrekening opstellen volgens de vastgestelde en goedgekeurde standaarden. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens de in de eerste zin van dit lid genoemde standaarden, kan in de enkelvoudige jaarrekening de waarderingsgrondslagen toepassen die hij ook in de geconsolideerde jaarrekening heeft toegepast.

art. 2:362 lid 8 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

IFRS is dus alles of niets, en de geconsolideerde jaarrekening gaat voor: pas als die IFRS volgt, mag de enkelvoudige het ook. Maakt een rechtspersoon geen geconsolideerde jaarrekening, dan mag de enkelvoudige zelfstandig IFRS volgen (RJ 105.103).

RJ 105 gaat niet over het lenen van één standaard, zoals IAS 19 voor pensioenen via RJ 271: de jaarrekening blijft dan Titel 9 (RJ 105.104). Wie geen IFRS kiest, mag ook niet met een beroep op IFRS van Titel 9 afwijken (RJ 105.105). Los daarvan laat art. 2:362 lid 1 BW een internationale groep de normen van een andere EU-lidstaat volgen; dat valt buiten RJ 105.

De vier combinaties van RJ 105

CombinatieGeconsolideerde jaarrekeningEnkelvoudige jaarrekeningGevolg voor het eigen vermogen
1Titel 9Titel 9Groeps- en enkelvoudig vermogen meestal gelijk
2IFRS*Titel 9 met eigen Nederlandse grondslagenVerschillen ontstaan; de aansluiting staat in de enkelvoudige toelichting (art. 2:389 lid 10 BW)
3IFRS*Titel 9, met de waarderingsgrondslagen uit de geconsolideerde jaarrekeningIn beginsel gelijk; presentatie en toelichting blijven Nederlands
4IFRS*IFRS*Beide IFRS, aangevuld met de artikelen uit lid 9

Combinatie 3 is in trek bij groepen die al IFRS rapporteren: één set waarderingen, met een enkelvoudige jaarrekening in de Nederlandse opstelling. De waarden komen uit IFRS, indeling en toelichting uit Titel 9 en het Besluit modellen jaarrekening. Een voorziening staat daarom in de enkelvoudige balans als aparte post, ook als de IFRS-balans haar onder de schulden schuift (RJ 105.315).

Ook in combinatie 3 kan het vermogen verschillen, bijvoorbeeld bij een belang van minder dan 100%: de geconsolideerde jaarrekening elimineert onderlinge winsten volledig, de enkelvoudige naar rato (RJ 105.306). Zo'n verschil licht u toe.

Wat van Titel 9 blijft gelden

9. De rechtspersoon die de jaarrekening opstelt volgens de in lid 8 bedoelde standaarden, past van deze titel slechts de afdelingen 7 tot en met 10 en de artikelen 362, lid 6, een na laatste volzin, lid 7, laatste volzin en lid 10, 365 lid 2, 373, 379 leden 1 en 2, 380b, onderdeel d, 382, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 8 en 10, en 390 toe. Banken passen tevens artikel 421 lid 5 toe. Verzekeraars passen tevens artikel 441 lid 10 toe.

art. 2:362 lid 9 BW

In gewone taal: IFRS bepaalt de cijfers, Titel 9 regelt wat eromheen zit. Bestuursverslag, overige gegevens, controle en deponering blijven gelden. De kapitaalbescherming ook: wettelijke reserves voor ontwikkelingskosten, omrekeningsverschillen en herwaarderingen, en de indeling van het eigen vermogen. Daarbij komen vermeldingen die IFRS niet kent, zoals het KVK-nummer, het aantal werknemers, de accountantshonoraria, de bezoldiging van bestuur en toezicht en de aansluiting tussen enkelvoudig en geconsolideerd vermogen.

Wat in lid 9 ontbreekt, is afdeling 11 met de groottevrijstellingen. Wie vrijwillig IFRS toepast, verliest de vrijstellingen voor inrichting en openbaarmaking (RJ 315.104). In afdeling 11 staat ook de vrijstelling van bestuursverslag en controle voor klein (art. 2:396 lid 7 BW); bespreek met uw accountant wat dat voor u betekent voordat u kiest. En wat tussen opmaken en vaststellen nog blijkt, verwerkt het bestuur bij IFRS door de jaarrekening opnieuw op te maken (RJ 105.110).

Herwaarderingsreserve: de rem op uitkeringen bij IFRS

Omdat art. 2:390 BW ook bij IFRS geldt, vormt de enkelvoudige jaarrekening een herwaarderingsreserve waar IFRS boven de kostprijs waardeert zonder gerealiseerde winst. Dat speelt bij:

  • een actief dat bij de overstap op reële waarde als veronderstelde kostprijs is gezet (IFRS 1); de reserve loopt af met afschrijving of verkoop, rechtstreeks naar de overige reserves (RJ 105.304 en 105.403);
  • schuldinstrumenten tegen reële waarde via het overig totaalresultaat, waar de reserve negatief mag worden; bij aandelenbelangen gaat een daling direct af van de vrije reserves (RJ 105.313 en 105.404);
  • het herwaarderen van een bestaand belang bij een stapsgewijze overname of verlies van zeggenschap, tenzij er frequente marktnoteringen zijn (RJ 105.310 en 105.311).

Een negatieve herwaarderingsreserve gaat af van de vrij uitkeerbare reserves, en de toelichting zegt dat; RJ 105.317 maakt dat tot een stellige uitspraak.

Casus: Kade Logistiek Holding BV kiest combinatie 2 of 3

Kade Logistiek Holding BV (fictief) heeft drie dochters en stelt vanaf boekjaar 2026 een geconsolideerde jaarrekening op volgens IFRS, omdat haar financier dat vraagt. De overgangsdatum is 1 januari 2025. Op die datum zet de groep een distributiecentrum met een boekwaarde van € 2.400.000 op zijn reële waarde van € 3.100.000 als veronderstelde kostprijs. De meerwaarde van € 700.000 geeft een latente belastingverplichting van € 175.000. De resterende levensduur is 25 jaar.

Per 31 december 2026Combinatie 2Combinatie 3
Eigen vermogen geconsolideerd (IFRS)€ 6.200.000€ 6.200.000
Meerwaarde na twee jaar afschrijving: € 700.000 − 2 × € 28.000niet in de enkelvoudige balans€ 644.000
Daarop latente belasting: € 175.000 − 2 × € 7.000niet in de enkelvoudige balans€ 161.000
Eigen vermogen enkelvoudig€ 5.717.000€ 6.200.000
Herwaarderingsreserve (€ 644.000 − € 161.000)–€ 483.000
Ruimte voor uitkering op de balanstest€ 5.717.000€ 6.200.000 − € 483.000 = € 5.717.000

Stel dat dit het enige verschil tussen beide stelsels is. In combinatie 2 blijft het pand in de enkelvoudige jaarrekening op de oude kostprijs staan. Het enkelvoudige vermogen is dan € 483.000 lager dan het geconsolideerde, en de toelichting sluit beide op elkaar aan. In combinatie 3 is het vermogen gelijk, maar zit hetzelfde bedrag vast in de herwaarderingsreserve. Elk jaar valt € 21.000 (€ 28.000 extra afschrijving min € 7.000 belasting) rechtstreeks vrij naar de overige reserves. De ruimte voor dividend is in beide gevallen dus even groot; alleen de presentatie verschilt. Of een uitkering ook verantwoord is, toetst het bestuur daarnaast met de uitkeringstoets van art. 2:216 BW.

Kade is groot. Was zij klein geweest en had zij ook enkelvoudig IFRS gekozen (combinatie 4), dan had zij de vrijstellingen van afdeling 11 verloren.

IFRS per grootteklasse

KlasseMag IFRS?Wat u opgeeft
Micro en kleinJa, maar zelden zinvolHet lichte regime van art. 2:395a en 2:396 BW en de RJk
MiddelgrootJaDe vrijstellingen van art. 2:397 BW
GrootJaNiets; wel dubbel werk bij combinatie 2
BeursgenoteerdVerplicht voor de geconsolideerde jaarrekeningCombinatie 1; enkelvoudig blijft de keuze tussen 2, 3 en 4

Van 2025 naar 2027: wat er verandert

  • Boekjaar 2025: hoofdstuk 105 bestond nog niet. De regels over de combinaties, de herwaarderingsreserve en lid 9 stonden in andere hoofdstukken, onder meer RJ 100 en RJ 240. Inhoudelijk gold hetzelfde.
  • Boekjaar 2026: RJ 105 bundelt die regels voor verslagjaren vanaf 1 januari 2026. De Raad publiceerde het ontwerp in RJ-Uiting 2025-4 (8 mei 2025) en maakte het op 2 juli 2025 ongewijzigd definitief.
  • Boekjaar 2027: RJ 105 is ongewijzigd. Naar aanleiding van IFRS 18 heeft de Raad wel andere hoofdstukken aangepast, zoals RJ 115 en RJ 360 (RJ-Uiting 2026-6); die gelden voor wie Dutch GAAP blijft toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • De enkelvoudige jaarrekening volgens IFRS opstellen terwijl de geconsolideerde Titel 9 volgt. Lid 8 sluit dat uit.
  • Bij de overstap een veronderstelde kostprijs opnemen zonder herwaarderingsreserve in de enkelvoudige jaarrekening.
  • Na een vrijwillige overstap naar IFRS toch een verkorte publicatieversie deponeren.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Jaarrekening.io stelt alleen jaarrekeningen op volgens Titel 9 met de RJ of de RJk; een IFRS-jaarrekening maakt de app niet, en bij een beursnotering stopt de jaarrekeningroute. De toelichting noemt het toegepaste stelsel; een kleine rechtspersoon kiest daar tussen de RJk en de volledige RJ. Kiest uw groep voor combinatie 2, dan kunt u de Nederlandse enkelvoudige jaarrekening wel in de app maken; de aansluiting met het IFRS-vermogen levert u zelf aan.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Mag een kleine BV haar jaarrekening volgens IFRS opstellen?

Ja, art. 2:362 lid 8 BW staat dat iedere rechtspersoon toe. Maar lid 9 noemt afdeling 11 van Titel 9 niet, zodat de groottevrijstellingen vervallen (RJ 315.104). De BV past dan alle door de EU aanvaarde standaarden toe, met de volledige IFRS-toelichting, plus de Titel 9-artikelen uit lid 9.

Wat is het verschil tussen combinatie 2 en combinatie 3?

In beide gevallen is de geconsolideerde jaarrekening IFRS en de enkelvoudige Titel 9. Bij combinatie 2 gebruikt de enkelvoudige jaarrekening eigen Nederlandse waarderingsgrondslagen, zodat het vermogen kan afwijken van het geconsolideerde. Bij combinatie 3 neemt zij de IFRS-waarderingen over, zodat het vermogen in beginsel gelijk is; indeling en toelichting blijven Nederlands.

Moet een IFRS-jaarrekening ook bij de KVK worden gedeponeerd?

Ja. Afdeling 10 van Titel 9, met de deponeringsplicht van art. 2:394 BW, blijft volgens art. 2:362 lid 9 BW gelden. Dat geldt ook voor het bestuursverslag (afdeling 7), de overige gegevens (afdeling 8) en de controleverklaring (afdeling 9).

Moet een Nederlandse dochter van een IFRS-concern zelf IFRS toepassen?

Nee. Een niet-beursgenoteerde dochter kiest zelf tussen Titel 9 en IFRS. Veel dochters houden Titel 9 aan of gebruiken de groepsvrijstelling van art. 2:403 BW als aan de voorwaarden daarvan is voldaan.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten