RJ 240 Eigen vermogen, met RJ 265 over het totaalresultaat
RJ 240 werkt de eigen-vermogensposten van art. 2:373 BW uit: agio, herwaarderingsreserve, wettelijke en statutaire reserves, overige reserves en eigen aandelen, plus de vraag of een instrument eigen of vreemd vermogen is. Het hoofdstuk is herschreven voor boekjaren vanaf 2026, zonder inhoudelijke koerswijziging. Micro en klein volgen RJk B8; RJ 265 geldt alleen voor grote groepen.
Het korte antwoord
RJ 240 werkt de eigen-vermogensposten van art. 2:373 BW uit: agio, herwaarderingsreserve, wettelijke en statutaire reserves, overige reserves en eigen aandelen, plus de vraag of een instrument eigen of vreemd vermogen is. Het hoofdstuk is herschreven voor boekjaren vanaf 2026, zonder inhoudelijke koerswijziging. Micro en klein volgen RJk B8; RJ 265 geldt alleen voor grote groepen.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:373 BW (posten), art. 2:378 BW (mutatieoverzicht), art. 2:365 lid 2, 2:389 en 2:390 BW (wettelijke reserves), art. 2:216 BW (uitkeringen door de BV) |
| Richtlijn | RJ 240, herzien via RJ-Uiting 2025-5 voor boekjaren vanaf 2026, met een correctie van alinea 222 vanaf 2027; micro en klein: RJk B8 (aangepast 2023) |
| RJ 265 | Overzicht van het totaalresultaat: alleen voor grote rechtspersonen die een geconsolideerde jaarrekening opstellen |
| Niet uitkeerbaar | Wettelijke en statutaire reserves; daarna toetst het bestuur nog of de BV haar schulden kan blijven betalen |
Wat RJ 240 regelt
Onder het eigen vermogen worden afzonderlijk opgenomen:
a. het geplaatste kapitaal;
b. agio;
c. herwaarderingsreserves;
d. andere wettelijke reserves, onderscheiden naar hun aard;
e. statutaire reserves;
f. overige reserves;
g. niet verdeelde winsten, met afzonderlijke vermelding van het resultaat na belastingen van het boekjaar, voor zover de bestemming daarvan niet in de balans is verwerkt.
RJ 240 behandelt die posten één voor één (paragraaf 2), het groepsvermogen in de geconsolideerde jaarrekening (paragraaf 3), welke mutaties buiten de winst-en-verliesrekening om lopen (paragraaf 4), de grens tussen eigen en vreemd vermogen (paragraaf 5) en de toelichting (paragraaf 6). Enkelvoudig en geconsolideerd eigen vermogen kunnen verschillen, bijvoorbeeld door intercompanywinsten of door een andere indeling van een financieringsinstrument; die verschillen sluit u in de toelichting aan (art. 2:389 lid 10 BW; RJ 240.618).
Drie boekjaren, twee nummeringen
| Boekjaar | Geldende tekst | Wat u merkt |
|---|---|---|
| 2025 | RJ 240 (aangepast 2023) | De oude alineanummering; toelichtingseisen staan verspreid door het hoofdstuk |
| 2026 | RJ 240 (herzien 2025), via RJ-Uiting 2025-5, op 18 juni 2025 ongewijzigd definitief | Nieuwe opbouw en nummering; de IFRS-alinea's verhuisden naar RJ 105. De RJ beoogde geen inhoudelijke wijziging, met één verduidelijking: ingekochte eigen aandelen gaan nooit van een wettelijke reserve af. |
| 2027 | RJ 240 (herzien 2026) | Correctie in alinea 222: een gerealiseerde herwaardering die via het resultaat loopt, staat bruto, inclusief de vrijval van de latente belasting, op een eigen regel vóór de financiële baten en lasten (RJ-Uiting 2026-5A) |
De alineanummers op deze pagina volgen de edities 2026 en 2027; voor boekjaar 2025 staan dezelfde regels onder andere nummers (transponeringstabel in RJ-Uiting 2025-5). RJk B8 is sinds boekjaar 2024 ongewijzigd.
Agio, informele kapitaalstorting en uitgiftekosten
- Agio is alles wat aandeelhouders boven het nominale kapitaal inbrengen, ook zonder dat er aandelen tegenover staan. Scheldt een aandeelhouder als aandeelhouder een lening kwijt, of zuivert hij verliezen aan, dan is dat een informele kapitaalstorting: agio, geen winst (RJ 240.213 en 403; RJk B8.108).
- Inbreng in natura neemt u op tegen de reële waarde op het moment van inbreng (RJ 240.203).
- Kosten van een aandelenuitgifte activeert u bij voorkeur niet; ze gaan dan na belastingeffect van het agio af, of van de overige reserves als het agio te klein is (RJ 240.214).
- Fiscaal niet erkend. Erkent de Belastingdienst een deel van het kapitaal of agio niet als gestort, dan noemt een grote rechtspersoon dat bedrag; middelgroot is vrijgesteld (RJ 240.611).
Wettelijke en statutaire reserves
Wettelijke reserves zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de artikelen 67a leden 2 en 3, 94a lid 6 onder f, 98c lid 4, 365 lid 2, 389 leden 6 en 8, 390, 401 lid 2 en 423 lid 4.
Bij een gewone BV gaat het vrijwel altijd om drie: de reserve voor geactiveerde oprichtings- en ontwikkelingskosten (art. 2:365 lid 2 BW), de reserve deelnemingen en omrekeningsverschillen (art. 2:389 lid 6 en 8 BW) en de herwaarderingsreserve (art. 2:390 BW). Vier regels uit RJ 240 bepalen hoe ze werken:
- Elke wettelijke reserve bepaalt u apart, zonder salderen. Alleen de reserve omrekeningsverschillen en de herwaarderingsreserve voor kasstroomafdekkingen kunnen negatief zijn (RJ 240.232).
- Is er te weinig vrij vermogen om een wettelijke of statutaire reserve te vormen, dan komt het tekort ten laste van de overige reserves, die daardoor negatief worden (RJ 240.230 en 233). Een geleden verlies mag die overige reserves eveneens onder nul brengen (RJ 240.235).
- Wat de wet of de statuten aan reserves voorschrijven, staat al in de opgemaakte balans, ook als de balans vóór winstbestemming is (RJ 240.231 en 234).
- De reserve deelnemingen volgt de ingehouden winst van een deelneming tegen nettovermogenswaarde, voor zover u uitkering daarvan niet zonder beperking kunt afdwingen (RJ 240.228).
De herwaarderingsreserve bepaalt u per actief, is niet negatief (behalve bij kasstroomafdekkingen) en daalt mee met afschrijving of verkoop (RJ 240.219 tot en met 223).
Eigen aandelen en de grens met vreemd vermogen
Ingekochte eigen aandelen activeert u niet (art. 2:385 lid 5 BW). De koopprijs met de transactiekosten gaat af van de vrije reserves, of van statutaire reserves als de statuten dat toestaan, nooit van een wettelijke reserve (RJ 240.209). Verkoopt u de aandelen weer, dan komt de opbrengst terug op dezelfde reserve (RJ 240.210). Bij intrekking daalt het geplaatste kapitaal met het nominale bedrag en stijgen de overige reserves; een betaling aan de aandeelhouders gaat van de overige reserves af (RJ 240.211).
Of een instrument eigen of vreemd vermogen is, beslist geconsolideerd de economische werkelijkheid (RJ 240.502). Enkelvoudig kiest u tussen juridische vorm en economische werkelijkheid (RJ 240.503); de RJk gaat uit van de vorm (RJk B8.106). Telt u op grond van de vorm iets als eigen vermogen dat economisch een schuld is, zoals preferente aandelen met verplichte terugkoop, dan krijgt het een aparte post binnen het eigen vermogen (RJ 240.505). Een achtergestelde lening van de aandeelhouder blijft vreemd vermogen; zie RJ 254.
Toelichting per grootteklasse
| Klasse | Balans | Mutatieoverzicht en toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Eigen vermogen als één bedrag (art. 2:395a lid 4 BW) | Geen. De reserveplicht van art. 2:365 lid 2 BW blijft wel van belang voor de vraag hoeveel uitkeerbaar is. |
| Klein | Alle posten van art. 2:373 afzonderlijk | Verloop alleen van de herwaarderingsreserve (art. 2:396 lid 5 BW); wel het ingehouden deel van het resultaat (lid 3); geen voorstel resultaatbestemming in de toelichting (lid 7) |
| Middelgroot | Alle posten afzonderlijk, ook in de openbaar gemaakte versie | Volledig mutatieoverzicht met vergelijkende cijfers (RJ 240.601); vrijgesteld van het verloop van verleende optierechten (240.609 onder a tot en met c) en van fiscaal niet erkend kapitaal (240.611) |
| Groot | Alle posten afzonderlijk | Volledig, plus het overzicht van het totaalresultaat bij een geconsolideerde jaarrekening (RJ 265) |
RJ 265: het overzicht van het totaalresultaat
RJ 265 geldt alleen voor grote rechtspersonen die een geconsolideerde jaarrekening opstellen (RJ 265.101). Het overzicht toont het geconsolideerde resultaat na belastingen voor de aandeelhouders, plus alle baten en lasten die rechtstreeks in het groepsvermogen zijn verwerkt, zoals herwaarderingen en omrekeningsverschillen, met vergelijkende cijfers (RJ 265.201). Transacties met aandeelhouders als zodanig horen er niet in. U kiest tussen een apart overzicht (de aanbevolen vorm), een combinatie met het mutatieoverzicht, of een verlengstuk van de winst-en-verliesrekening (RJ 265.202). Komt een eerder rechtstreeks verwerkte post later via het resultaat, dan corrigeert u om dubbeltelling te voorkomen (RJ 265.205). RJ 265 is sinds boekjaar 2020 ongewijzigd.
Casus: een webwinkel herstelt haar vermogen
Webwinkel Polderlicht BV (fictief) begint 2026 met een negatief eigen vermogen van € 39.900: € 100 geplaatst kapitaal en € 40.000 aan opgelopen verliezen in de overige reserves. In maart scheldt de enige aandeelhouder zijn lening van € 60.000 aan de BV kwijt, uitdrukkelijk als aandeelhouder. De BV activeert in 2026 € 25.000 aan ontwikkelingskosten voor haar eigen bestelplatform en maakt € 15.000 winst.
| Post | 1 januari 2026 | Mutaties 2026 | 31 december 2026 |
|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal | € 100 | – | € 100 |
| Agio | – | + € 60.000 kwijtschelding | € 60.000 |
| Wettelijke reserve ontwikkelingskosten | – | + € 25.000 | € 25.000 |
| Overige reserves | − € 40.000 | − € 25.000 vorming wettelijke reserve | − € 65.000 |
| Resultaat boekjaar | – | + € 15.000 | € 15.000 |
| Eigen vermogen | − € 39.900 | + € 75.000 | € 35.100 |
De kwijtschelding is agio en loopt niet via de winst-en-verliesrekening. De wettelijke reserve komt hier ten laste van de overige reserves, die verder negatief worden; de bevoegde organen hadden ook het agio kunnen aanwijzen (RJ 240.231). Voor een uitkering is ten hoogste € 35.100 − € 25.000 = € 10.100 beschikbaar, en alleen als het bestuur verwacht dat de BV haar opeisbare schulden kan blijven betalen (art. 2:216 lid 1 en 2 BW).
Per klasse. Als micro toont Polderlicht één regel eigen vermogen van € 35.100. Als kleine rechtspersoon staan alle posten op de balans, zonder mutatieoverzicht, want er is geen herwaarderingsreserve. Middelgroot of groot geeft dit overzicht in de toelichting, met de cijfers van 2025 ernaast.
Veelgemaakte fouten
- Een kwijtgescholden aandeelhouderslening als bate in de winst-en-verliesrekening boeken.
- Wettelijke reserves met elkaar salderen, of een tekort aan vrije reserves oplossen door de wettelijke reserve lager te zetten.
- Ingekochte eigen aandelen als actief opnemen, of ze van een wettelijke reserve afboeken.
- Uitkeren op basis van de balans alleen, zonder de uitkeringstoets van art. 2:216 lid 2 BW vast te leggen; zie hoeveel dividend mag ik uitkeren.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
In Jaarrekening.io volgt het mutatieoverzicht het vermogensmodel van uw rechtsvorm: de posten van art. 2:373 BW voor de BV en NV, ledenkapitaal voor de coöperatie, en bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen voor stichting en vereniging. De toetsen verwijzen naar RJ 240 of RJk B8, afhankelijk van het stelsel dat u volgt. Heeft een kleine rechtspersoon een herwaarderingsreserve, dan neemt de app het verloop van die post op. Het resultaat van het boekjaar staat apart van de onverdeelde winst uit eerdere jaren. Of een uitkering verantwoord is, blijft het oordeel van het bestuur.
Bronnen
- Art. 2:373 BW: posten van het eigen vermogen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:378 BW: verloop van het eigen vermogen
- Art. 2:390 BW: herwaarderingsreserve
- Art. 2:216 BW: uitkeringen door de BV
- RJ-Uiting 2025-5: herziene Richtlijn 240 Eigen vermogen (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2026-5A: correctie RJ 240.222 vanaf 2027 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Is een kwijtgescholden lening van de aandeelhouder winst of agio?
Doet de aandeelhouder afstand van zijn vordering vanwege zijn positie als aandeelhouder, dan is het een informele kapitaalstorting. Die verwerkt u rechtstreeks in het eigen vermogen als agio, niet als bate in de winst-en-verliesrekening (RJ 240.213 en 240.403; RJk B8.108). Bij een kwijtschelding door een zakelijke schuldeiser is het wel een bate.
Mogen de overige reserves negatief zijn?
Ja. Opgelopen verliezen mogen de overige reserves onder nul brengen (RJ 240.235). Ook als de wet of de statuten een reserve voorschrijven die groter is dan het vrije vermogen, komt het tekort ten laste van de overige reserves, die dan negatief worden (RJ 240.230 en 233; RJk B8.114). De wettelijke reserve zelf houdt het voorgeschreven bedrag.
Wat veranderde er aan RJ 240 voor boekjaar 2026?
Het hoofdstuk is herschreven voor overzicht: nieuwe paragrafen, de toelichtingseisen in één paragraaf en nieuwe alineanummers. Inhoudelijke wijzigingen waren niet beoogd (RJ-Uiting 2025-5). Wel staat nu duidelijk dat ingekochte eigen aandelen niet van een wettelijke reserve afgaan. Voor boekjaar 2027 is alleen de presentatie van een gerealiseerde herwaardering via het resultaat gecorrigeerd (RJ-Uiting 2026-5A).
Hoeveel van het eigen vermogen laat een micro- of kleine BV zien?
Een micro-BV toont het eigen vermogen als één bedrag (art. 2:395a lid 4 BW) en geeft geen toelichting. Een kleine BV toont alle posten van art. 2:373 BW afzonderlijk, geeft alleen voor de herwaarderingsreserve een verloopoverzicht (art. 2:396 lid 5 BW) en vermeldt welk deel van het resultaat wordt ingehouden (lid 3); de resultaatbestemming zelf hoeft niet in de toelichting (lid 7).
Mag een BV eigen aandelen inkopen ten laste van een wettelijke reserve?
Nee. De verkrijgingsprijs, inclusief transactiekosten, gaat af van de vrije reserves, of van statutaire reserves als de statuten dat toestaan (RJ 240.209; RJk B8.107). RJ-Uiting 2025-5 heeft verduidelijkt dat een wettelijke reserve daarvoor niet gebruikt mag worden. Bij een BV mag de inkoop bovendien alleen als het eigen vermogen na aftrek van de koopprijs niet kleiner wordt dan de verplichte reserves en de BV haar opeisbare schulden kan blijven betalen (art. 2:207 lid 2 BW).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten