RJ 254 Schulden: indeling, aflossingen en convenanten
RJ 254 regelt de waardering en indeling van schulden. Na de eerste opname staan ze tegen geamortiseerde kostprijs. Wat binnen twaalf maanden opeisbaar is, is kortlopend; de aflossing van volgend jaar zet u bij voorkeur ook daar. Een geschonden bankconvenant maakt de lening kortlopend, tenzij de bank vóór de balansdatum afstand deed of uitstel gaf.
Het korte antwoord
RJ 254 regelt de waardering en indeling van schulden. Na de eerste opname staan ze tegen geamortiseerde kostprijs. Wat binnen twaalf maanden opeisbaar is, is kortlopend; de aflossing van volgend jaar zet u bij voorkeur ook daar. Een geschonden bankconvenant maakt de lening kortlopend, tenzij de bank vóór de balansdatum afstand deed of uitstel gaf.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:375 BW (indeling, looptijden, zekerheden, achterstelling, aflossing volgend jaar); art. 9 en 12 Besluit modellen jaarrekening |
| Richtlijn | Vanaf boekjaar 2026 RJ 254 (aangepast 2025), daarvoor de versie van 2024; micro en klein volgen RJk B9 |
| Waardering | Eerst reële waarde inclusief transactiekosten, daarna geamortiseerde kostprijs (RJ 254.201 en 202) |
| Elders geregeld | Derivaten en handelsportefeuille (RJ 290), pensioenen (RJ 271), belastingschulden (RJ 272), lease (RJ 292), voorzieningen (RJ 252) |
Wat een schuld is en hoe u haar waardeert
Een schuld is een vaststaande verplichting op de balansdatum die u gewoonlijk met geld afwikkelt; staat het bedrag niet vast, dan is het een voorziening. Een verplichting onder opschortende voorwaarde komt pas op de balans als het intreden van de voorwaarde waarschijnlijk is (RJ 254.108). Een huurcontract voor de komende jaren is meestal geen schuld maar een meerjarige verplichting in de toelichting (RJ 254.109).
Bij de eerste opname staat een schuld op reële waarde, inclusief de direct toe te rekenen transactiekosten, zoals een afsluitprovisie (RJ 254.201). Daarna waardeert u tegen geamortiseerde kostprijs met de effectieve-rentemethode; lineair verdelen mag als dat niet wezenlijk verschilt (RJ 290.523a). Zonder agio, disagio of kosten is dat gewoon het nominale bedrag (RJ 254.202). Het verschil tussen het af te lossen en het ontvangen bedrag mag u ook apart activeren en afschrijven (art. 2:375 lid 5 BW). Met een boete voor vervroegd aflossen houdt u pas rekening als de vervroegde aflossing is aangekondigd of vaststaat (RJ 254.203).
Kortlopend of langlopend
Een schuld is kortlopend als de schuldeiser haar binnen twaalf maanden na de balansdatum kan opeisen, ook zonder afgesproken termijn (RJ 254.303); een rekening-courant met de aandeelhouder zonder vaste looptijd dus meestal ook (zie rekening-courant DGA). Langlopend blijft wat u op de balansdatum mag én wilt herfinancieren voor minstens twaalf maanden; is de herfinanciering pas vóór het opmaken rond, dan mag u de schuld met een toelichting als langlopend tonen (RJ 254.304 en 305).
Het bedrag wordt vermeld dat de rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.
De wet vraagt dus alleen een vermelding als u de aflossing van volgend jaar bij de langlopende schulden laat staan. De RJ en de RJk raden aan dat deel onder de kortlopende schulden te zetten, omdat de balans dan beter laat zien wat er binnen een jaar betaald moet worden (RJ 254.308 en 406; RJk B9.206). Zie ook waar staat de aflossing voor volgend jaar.
Een geschonden of wankel bankconvenant
Veel bankleningen hebben convenanten, zoals een minimale solvabiliteit of een maximale schuld ten opzichte van de bedrijfskasstroom. Wat de schending doet met de indeling, hangt af van wanneer u met de bank tot een afspraak komt:
| Situatie op de balansdatum | Indeling | Alinea |
|---|---|---|
| Convenant geschonden, lening direct opeisbaar, geen afspraak | Hele lening kortlopend | RJ 254.307; RJk B9.206 |
| Convenant geschonden, maar de bank deed op of vóór de balansdatum afstand van het recht om op te eisen | Langlopend, met de aflossing van volgend jaar bij voorkeur kortlopend | RJ 254.307 onder a |
| Convenant geschonden, op of vóór de balansdatum een herstelperiode afgesproken die minstens tot twaalf maanden na de balansdatum loopt | Langlopend | RJ 254.307 onder b |
| Afstand of herstelperiode pas na de balansdatum, vóór het opmaken | Keuze: langlopend met toelichting, of kortlopend | RJ 254.307, slot |
| Op de balansdatum binnen de normen, maar een schending binnen twaalf maanden verwacht | Langlopend; kortlopend mag ook, met toelichting | RJ 254.307a; RJk B9.206a |
Middelgrote en grote rechtspersonen lichten een convenant toe als zij er in het jaar of vóór het opmaken niet meer aan voldeden of er dicht bij kwamen: de belangrijkste voorwaarden, het bedrag van de lening en de gevolgen van schending (RJ 254.408). Voor elke grootteklasse kan een schending ook een teken zijn van onzekerheid over de continuïteit.
Toelichting op schulden
Bij elke in lid 1 vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover. Voor het totaal van de in lid 1 vermelde schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan vijf jaar.
- Rente. Bij een variabele of oplopende rente vermeldt u het afgesproken verloop of waar de rente van afhangt (RJ 254.403).
- Zekerheden. Voor het totaal van de schulden: welke schulden gedekt zijn door een hypotheek- of pandrecht, en welke afspraken over het wel of niet bezwaren van goederen er zijn (art. 2:375 lid 3 BW; RJ 254.404).
- Achterstelling. Alleen een schuld die bij alle andere schulden is achtergesteld, toont u als achtergesteld, met de aard van de achterstelling (art. 2:375 lid 4 BW; RJ 254.309 en 405). Een lening die alleen voor de bank wijkt, is dat niet.
- Converteerbare leningen. De conversievoorwaarden (art. 2:375 lid 7 BW); voor de indeling als eigen of vreemd vermogen zie RJ 240 en RJ 290.
- Verloopoverzicht. Middelgroot en groot geven per groep langlopende schulden, inclusief financiële lease, het verloop van begin- naar eindstand en het kortlopende deel (RJ 254.408a).
Versie per boekjaar
| Boekjaar | RJ 254 | RJk B9 |
|---|---|---|
| 2025 | Aangepast 2024: nieuwe alinea 307a over een verwachte schending binnen twaalf maanden; alinea 408 vraagt toelichting zodra convenanten zijn geschonden of dicht genaderd, met het bedrag van de lening (RJ-Uiting 2024-13) | Aangepast 2024: dezelfde keuze in B9.206a |
| 2026 | Aangepast 2025: alinea 307 noemt naast de herstelperiode ook de afstand van het recht om op te eisen (waiver) als grond om langlopend te blijven (RJ-Uiting 2025-3A) | Aangepast 2025: dezelfde verduidelijking in B9.206; B9.103 vervallen (RJ-Uiting 2025-3B) |
| 2027 | Geen nieuwe wijziging in de editie 2027 | Ongewijzigd ten opzichte van 2026 |
Per grootteklasse
| Klasse | Balans | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Schulden als één post, met het bedrag tot een jaar en het bedrag langer dan een jaar (art. 2:395a lid 4 BW) | Geen |
| Klein | Kort- en langlopend gescheiden; de soorten van art. 2:375 lid 1 hoeven niet apart | Totaal langer dan een jaar en langer dan vijf jaar, zonder rentevoet; zekerheden (art. 2:396 lid 3 BW). Een vermelding van de aflossing van volgend jaar vraagt de wet niet; RJk B9.206 raadt de herrubricering aan. |
| Middelgroot | Alle soorten van art. 2:375 lid 1; in de openbaar gemaakte balans mogen de soorten c, d, e, h, i en j samen (art. 2:397 lid 5 BW) | Volledig art. 2:375, convenanten (RJ 254.408), verloopoverzicht (254.408a), RJ 290 paragraaf 9 met de vrijstellingen voor middelgroot |
| Groot | Alle soorten van art. 2:375 lid 1 | Alles van middelgroot, en paragraaf 9 van RJ 290 volledig |
Casus: een transportbedrijf zakt door zijn solvabiliteitsnorm
Koeltransport Veenhof BV (fictief), middelgroot, heeft een banklening die op 1 januari 2026 op € 1.400.000 stond, tegen 4,5% vaste rente, met elk jaar op 31 december € 200.000 aflossing. Na de aflossing van 2026 resteert € 1.200.000: € 200.000 vervalt in 2027, € 800.000 in 2028 tot en met 2031 en € 200.000 in 2032. De bank eist een solvabiliteit van minstens 25%; op 31 december 2026 is die 22%. De overige kortlopende schulden zijn € 800.000 en de vlottende activa € 1.300.000.
| Scenario | Banklening langlopend | Kortlopende schulden (totaal) | Liquiditeitsratio (current ratio) |
|---|---|---|---|
| A. Bank deed op 20 december 2026 schriftelijk afstand van opeisen | € 1.000.000 | € 1.000.000 | 1,3 |
| B. Op 20 december 2026 een herstelperiode tot 31 maart 2027 afgesproken | – | € 2.000.000 | 0,65 |
| C. Afstand pas op 15 februari 2027, opmaken in april: Veenhof kiest langlopend | € 1.000.000 | € 1.000.000 | 1,3 |
| D. Geen afspraak | – | € 2.000.000 | 0,65 |
In scenario B is er wel een afspraak, maar die loopt niet tot twaalf maanden na de balansdatum; de hele lening wordt kortlopend. In scenario C licht Veenhof toe dat zij de lening op grond van de afspraak na de balansdatum langlopend heeft gerubriceerd. In alle scenario's vermeldt Veenhof als middelgrote rechtspersoon de norm (25%), de werkelijke solvabiliteit (22%), het bedrag van de lening en wat de bank bij een schending mag (RJ 254.408). Het verloopoverzicht toont € 1.400.000 − € 200.000 = € 1.200.000, waarvan € 200.000 binnen een jaar; in scenario A staat langer dan vijf jaar € 200.000, tegen 4,5%.
Daarnaast heeft de DGA de BV € 150.000 geleend, achtergesteld bij de bank maar niet bij de andere schuldeisers. Die lening staat als gewone langlopende schuld en niet als achtergestelde schuld (RJ 254.309).
Als kleine rechtspersoon op de RJk rubriceert Veenhof volgens dezelfde regels (RJk B9.206). In de toelichting volstaan het totaal langer dan een jaar en langer dan vijf jaar, zonder rentevoet, en de zekerheden. Als micro-onderneming toont zij één post schulden met de splitsing tot en langer dan een jaar; in scenario D is alles tot een jaar.
Veelgemaakte fouten
- De aflossing van volgend jaar bij de langlopende schulden laten staan zonder het bedrag te vermelden.
- Een lening langlopend laten staan na een convenantschending, terwijl de bank pas na de balansdatum toegaf, zonder dat toe te lichten.
- Een korte herstelperiode, korter dan twaalf maanden na de balansdatum, behandelen als reden om langlopend te blijven.
- Een lening ‘achtergesteld’ noemen die alleen ten opzichte van de bank is achtergesteld.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Het onderdeel Leningen in de Boekhouding van Jaarrekening.io maakt per lening een aflossingsschema en rekent bij een afsluitprovisie of disagio met de effectieve rente. Op de balansdatum stelt het een herrubricering voor van de aflossingen in de komende twaalf maanden naar de kortlopende schulden. Voor de toelichting geeft het de looptijden tot een jaar, van een tot vijf jaar en langer dan vijf jaar, met rente en zekerheden. Of een convenant geschonden is en wat de bank heeft toegezegd, legt u zelf vast.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Moet de aflossing van volgend jaar onder de kortlopende schulden?
De wet eist alleen dat u het bedrag vermeldt als het bij de langlopende schulden blijft staan (art. 2:375 lid 6 BW). De RJ en de RJk bevelen aan het deel dat binnen twaalf maanden wordt afgelost onder de kortlopende schulden te zetten (RJ 254.308; RJk B9.206). Voor een kleine rechtspersoon is de vermelding van lid 6 niet verplicht, omdat art. 2:396 lid 3 BW haar niet noemt.
Wat gebeurt er met mijn lening als ik een bankconvenant niet haal?
Wordt de lening daardoor direct opeisbaar, dan rubriceert u haar volledig als kortlopend, tenzij de bank op of vóór de balansdatum afstand deed van het opeisen, of een herstelperiode gaf die tot minstens twaalf maanden na de balansdatum loopt (RJ 254.307; RJk B9.206). Komt die afspraak pas na de balansdatum, vóór het opmaken, dan mag u langlopend blijven en licht u dat toe.
Is een rekening-courant met de DGA een langlopende schuld?
Meestal niet. Zonder vaste looptijd kan de DGA het saldo opeisen, en dan is de schuld kortlopend (RJ 254.303). Is er een schriftelijke afspraak dat het saldo niet binnen twaalf maanden wordt opgeëist, of een lening met aflossingsschema, dan kan het langlopend zijn. Alleen als de DGA zich bij alle andere schuldeisers achterstelt, toont u de schuld als achtergesteld (RJ 254.309).
Moet een kleine BV de rente van haar leningen vermelden?
Nee. Een kleine rechtspersoon vermeldt het totaal van de schulden met een looptijd langer dan een jaar en langer dan vijf jaar, zonder uitsplitsing naar soort en zonder rentevoet (art. 2:396 lid 3 BW). De zekerheden die zij heeft gesteld, vermeldt zij wel (art. 2:375 lid 3 BW; RJk B9.205).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten