RJ 252 Voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen
RJ 252 bepaalt wanneer u een voorziening vormt: er is op de balansdatum een verplichting door een gebeurtenis in het verleden, een uitstroom van geld is waarschijnlijk en het bedrag is betrouwbaar te schatten. U neemt dan de beste schatting op. Voor toekomstige bedrijfsverliezen en eigen risico vormt u niets; dat zijn geen verplichtingen.
Het korte antwoord
RJ 252 bepaalt wanneer u een voorziening vormt: er is op de balansdatum een verplichting door een gebeurtenis in het verleden, een uitstroom van geld is waarschijnlijk en het bedrag is betrouwbaar te schatten. U neemt dan de beste schatting op. Voor toekomstige bedrijfsverliezen en eigen risico vormt u niets; dat zijn geen verplichtingen.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettelijke basis | art. 2:374 BW (voorzieningen), art. 2:376 BW en art. 2:381 lid 1 BW (niet in de balans opgenomen verplichtingen), art. 2:384 lid 2 BW |
| Richtlijn | RJ 252 (aangepast 2026) voor boekjaren vanaf 2027; voor 2025 en 2026 de versie aangepast 2024. Voor micro en klein geldt hoofdstuk B10 van de RJk |
| Elders geregeld | Groot onderhoud (RJ 212.445 tot en met 452), onderhanden projecten (RJ 221), belastingen (RJ 272), personeelsbeloningen (RJ 271) |
| Nooit een voorziening | Voor toekomstige bedrijfsverliezen (RJ 252.402), voor eigen risico (RJ 252.422) en voor de waardevermindering van een actief (art. 2:374 lid 2 BW) |
Twee soorten voorzieningen in de wet
1. Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.
2. Waardevermindering van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking gebracht.
De eerste zin gaat over verplichtingen: garanties, claims, reorganisaties, verlieslatende contracten. RJ 252 werkt die uit. De tweede zin maakt een egalisatievoorziening mogelijk; in de praktijk is dat vrijwel alleen de voorziening voor groot onderhoud, die RJ 212 regelt. Lid 2 houdt de debiteuren- en voorraadvoorziening buiten de passiva: die waardeverminderingen gaan van het actief zelf af (RJ 252.104). Andere hoofdstukken met eigen regels gaan voor: onderhanden projecten, belastingen en personeelsbeloningen (RJ 252.103).
De drie voorwaarden voor een voorziening
- Een verplichting op de balansdatum, uit contract of wet, of feitelijk doordat u met uw gedrag of een toezegging een gerechtvaardigde verwachting wekte. Kunt u de uitgave nog vermijden door in de toekomst anders te handelen, dan is er geen verplichting (RJ 252.203 en 204).
- Een waarschijnlijke uitstroom. De kans dat u moet betalen, is groter dan de kans dat dat niet hoeft. Bij veel gelijksoortige verplichtingen, zoals garanties, kijkt u naar de groep.
- Een betrouwbare schatting. Lukt die echt niet, wat uitzonderlijk is, dan vormt u geen voorziening en vermeldt u de verplichting in de toelichting (RJ 252.201 en 508).
Alle drie moeten kloppen (RJ 252.201). Een risico op zich, hoe goed ook te becijferen, is nog geen verplichting.
Hoeveel: de beste schatting
- Beste schatting: het bedrag waarvoor u de verplichting op de balansdatum zou kunnen afkopen of laten overnemen (RJ 252.301 en 302). Bij veel gelijksoortige gevallen de verwachtingswaarde, bij één geval de meest waarschijnlijke uitkomst (RJ 252.304 en 305).
- Contante waarde als het rente-effect materieel is; loopt de afwikkeling hooguit een jaar, dan mag nominaal. U disconteert tegen een rente vóór belasting; de marktrente voor hoogwaardige bedrijfsobligaties ligt het meest voor de hand, en zonder liquide markt het rendement op staatsleningen. De jaarlijkse oprenting is een rentelast (RJ 252.306 en 317; RJk B10.106).
- Geen verrekening. Een verwachte boekwinst op verkoop van activa telt niet mee (RJ 252.309); een vergoeding van een verzekeraar komt als apart actief op de balans, alleen als zij waarschijnlijk is (RJ 252.311).
- Elk jaar opnieuw. U herbeoordeelt de voorziening op elke balansdatum en laat haar vrijvallen als de uitstroom niet meer waarschijnlijk is. Een voorziening gebruikt u alleen voor de uitgaven waarvoor zij gevormd is (RJ 252.314, 318 en 319).
Veelvoorkomende soorten
| Situatie | Voorziening? | Alinea |
|---|---|---|
| Garantieverplichtingen op verkochte producten of diensten, ook als het om gebruikelijke service zonder juridische plicht gaat | Ja, beste schatting van de kosten voor wat vóór de balansdatum is verkocht | RJ 252.408 |
| Rechtszaak of claim die u waarschijnlijk verliest | Ja, inclusief proceskosten; is het bedrag niet betrouwbaar te schatten, dan alleen vermelden | RJ 252.409 |
| Contract waarvan de onvermijdbare kosten de opbrengst overtreffen | Ja, voor het laagste van de kosten van nakomen en de afkoop of boete | RJ 252.404 tot en met 407 |
| Reorganisatie | Bij een formeel, gedetailleerd plan én een gewekte verwachting vóór de balansdatum; wordt de verwachting pas daarna gewekt, dan is er een keuze (zie de casus) | RJ 252.412 tot en met 418 |
| Verwachte verliezen van volgend jaar | Nee; wel toetsen of activa een bijzondere waardevermindering hebben | RJ 252.402 en 403 |
| Zelf dragen van een verzekerbaar risico (eigen risico) | Nee | RJ 252.422; RJk B10.103 |
| Deelneming met een negatieve nettovermogenswaarde | Alleen voor zover u voor haar schulden instaat of dat van plan is; niet automatisch gelijk aan het negatieve vermogen | RJ 252.424 en 425 |
Groot onderhoud: voorziening of componenten
Voor periodiek groot onderhoud kiest u: de kosten activeren als apart af te schrijven bestanddeel, of jaarlijks doteren aan een onderhoudsvoorziening (RJ 212.445; RJk B2.122). Direct als last nemen mag alleen bij gewoon, frequent onderhoud (RJ 212.447). De voorziening bouwt u per component op naar het verwachte bedrag en de tijd tot de volgende beurt, gewoonlijk nominaal (RJ 212.451).
Sinds boekjaar 2026 is in RJ 212.451 vastgelegd dat een herziene schatting van het bedrag of het moment van het onderhoud over de resterende opbouwperiode wordt verdeeld, zonder inhaaldotatie; wie dat eerder anders deed, mag die overstap prospectief verwerken (RJ 212.810; RJ-Uiting 2025-3A). Meer over de methode staat bij voorziening groot onderhoud en RJ 212.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa
Wat geen voorziening wordt, moet soms wel in de toelichting (art. 2:376 en 2:381 lid 1 BW): borgtochten voor schulden van anderen, ketenaansprakelijkheid, een claim die u waarschijnlijk niet verliest of niet kunt becijferen, en meerjarige verplichtingen zoals huur en operationele lease. Per categorie geeft u de aard en waar mogelijk een schatting; bij een zeer onwaarschijnlijke uitstroom hoeft dat niet (RJ 252.509). Zit de rechtspersoon in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting of de omzetbelasting, dan vermeldt u dat (RJ 252.517; RJk B10.205).
Omgekeerd vermeldt u ook voorwaardelijke activa, zoals een claim die u zelf heeft ingediend: kort de aard, en een schatting van het bedrag als een instroom waarschijnlijk is. Op de balans komt zo'n actief pas als de opbrengst vrijwel zeker is (RJ 252.518 en 521).
Versie per boekjaar
| Boekjaar | RJ 252 (middelgroot en groot) | RJk B10 (micro en klein) |
|---|---|---|
| 2025 | Aangepast 2024: twee voorbeelden van niet opgenomen verplichtingen herschreven (een garantietoezegging in plaats van een earn-out, en uitdrukkelijk operationele lease) | Aangepast 2024, met dezelfde aanpassing van de voorbeelden |
| 2026 | Tekst van 2025 blijft gelden | Aangepast 2025: geen voorziening voor eigen risico, disconteringsvoet uitgewerkt, lijst van te overwegen toelichtingen, nieuwe paragraaf over niet opgenomen activa (RJ-Uiting 2025-10) |
| 2027 | Aangepast 2026: wie aansprakelijk is voor Pijler 2-winstbelastingen (de bijheffing minimumbelasting in een groep), vermeldt dat naast de fiscale eenheid (RJ 252.517) | Aangepast 2026: dezelfde vermelding in B10.205 (RJ-Uiting 2026-5B) |
Per grootteklasse
| Klasse | Balans | Toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Voorzieningen als één post (art. 2:395a lid 4 BW) | Geen. Of er een voorziening moet komen, beoordeelt u wel volgens RJk B10 (M1.301). |
| Klein | Eén post voorzieningen volstaat; splitsen naar aard en langlopend deel is niet verplicht (art. 2:396 lid 3 BW noemt art. 2:374 niet) | Waarderingsgrondslag verplicht (RJk B10.109); verloop, aard en veronderstellingen zijn een overweging (RJk B10.109a); niet opgenomen verplichtingen wel (art. 2:381 lid 1 BW) |
| Middelgroot | Gesplitst naar aard, met in elk geval belastingen en pensioenen apart (art. 2:374 lid 3 en 4 BW), ook in de openbaar gemaakte versie | Per categorie verloop, aard, veronderstellingen en vergoedingen (RJ 252.502 en 503); langlopend deel (RJ 252.506); aanbevolen: het deel binnen een jaar en na vijf jaar (RJ 252.507) |
| Groot | Als middelgroot | Als middelgroot |
Casus: een drukkerij sluit een vestiging
Drukkerij Middenweg BV (fictief), middelgroot, besluit op 10 december 2026 haar vestiging Zuid per 31 maart 2027 te sluiten. Het plan noemt de vestiging, de zes functies die vervallen, de kosten en de planning. Op 15 december 2026 informeert het bestuur het personeel en de ondernemingsraad. Daarmee is vóór de balansdatum aan beide voorwaarden voor een reorganisatievoorziening voldaan.
| Kostenpost | In de voorziening? | Bedrag |
|---|---|---|
| Ontslagvergoedingen voor zes medewerkers | Ja: direct gevolg van de reorganisatie | € 90.000 |
| Loon van twee medewerkers die vanaf januari 2027 tot het einde van hun contract zijn vrijgesteld van werk | Ja: geen tegenprestatie meer, dus verlieslatend | € 16.000 |
| Huur van het pand tot 30 juni 2028 (€ 4.000 per maand, vanaf april 2027 vijftien maanden zonder gebruik = € 60.000) of afkoop bij de verhuurder voor € 50.000 | Ja: de laagste van beide | € 50.000 |
| Verhuizing van twee persen naar de hoofdvestiging | Nee: dient de toekomstige activiteiten | – |
| Brief aan klanten over de nieuwe locatie | Nee: marketing | – |
| Verwacht exploitatieverlies van Zuid in januari tot en met maart 2027 | Nee: toekomstig bedrijfsverlies | – |
| Verwachte boekwinst van € 15.000 op de verkoop van een oude pers | Niet verrekenen | – |
| Reorganisatievoorziening 31 december 2026 | € 156.000 |
Alles wordt in 2027 betaald, dus de voorziening staat nominaal. De verbouwing van het pand (boekwaarde € 8.000) schrijft Middenweg eerst af als bijzondere waardevermindering, buiten de voorziening (RJ 252.407); het resultaat van 2026 daalt in totaal met € 164.000. De toelichting toont het verloop van € 0 naar € 156.000, de aard, de veronderstellingen en dat alles binnen een jaar wordt afgewikkeld.
Wat als het personeel pas op 12 januari 2027 hoort van het plan? Dan is de verwachting na de balansdatum gewekt, maar vóór het opmaken. Middenweg mag dan kiezen: de voorziening toch opnemen, of haar weglaten en de reorganisatie als gebeurtenis na balansdatum toelichten; die keuze past zij steeds op dezelfde manier toe (RJ 252.416; RJk B10.121).
Per klasse. Als kleine rechtspersoon op de RJk vormt Middenweg dezelfde € 156.000 en vermeldt zij de grondslag; verloop en aard mag zij noemen. Als micro staat er één regel voorzieningen, zonder toelichting.
Veelgemaakte fouten
- Een voorziening vormen voor de verliezen van volgend jaar of voor een risico dat u zelf draagt.
- Een reorganisatievoorziening op basis van alleen een bestuursbesluit, zonder gedetailleerd plan of bekendmaking.
- Marketing, investeringen of exploitatieverliezen in de reorganisatievoorziening stoppen.
- Een voorziening ‘reserve’ noemen; het is vreemd vermogen (RJ 252.501).
- Een voorziening voor iets anders gebruiken dan waarvoor zij gevormd is, zodat twee gebeurtenissen in één bedrag verdwijnen.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Het voorzieningenregister in de Boekhouding van Jaarrekening.io kent soorten als groot onderhoud, garantie, jubileum, reorganisatie en verlieslatend contract. Bij groot onderhoud verdeelt de app het nog op te bouwen bedrag gelijk over de perioden tot de uitvoering, en een planwijziging over de resterende perioden. Een voorziening tegen contante waarde krijgt een oprenting die als rentelast wordt geboekt. De app maakt per voorziening en per categorie een verloopstaat met het deel langer dan een jaar. Elk bedrag bevestigt u zelf; of een verplichting bestaat, blijft uw oordeel.
Bronnen
- Art. 2:374 BW, de wettelijke regeling van voorzieningen (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:376 BW: aansprakelijkstelling voor schulden van anderen
- Art. 2:381 BW: niet in de balans opgenomen verplichtingen
- RJ-Uiting 2024-13: voorbeelden niet opgenomen verplichtingen (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2025-10: definitieve wijzigingen RJk B10 en andere hoofdstukken (rjnet.nl)
- RJ-Uiting 2026-5A: Pijler 2 in RJ 252.517 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Mag ik een voorziening vormen voor verwachte verliezen van volgend jaar?
Nee. Toekomstige bedrijfsverliezen zijn geen verplichting, dus geen grond voor een voorziening (RJ 252.402; RJk B10.103). Een verwacht verlies is wel een signaal om te toetsen of activa een bijzondere waardevermindering hebben. Alleen als een bestaand contract verlieslatend is, vormt u voor dat contract een voorziening (RJ 252.404).
Wanneer moet ik een reorganisatievoorziening opnemen?
Als u op de balansdatum een formeel, gedetailleerd plan heeft (welke activiteiten, locaties, functies en kosten, en wanneer) en de betrokkenen al de gerechtvaardigde verwachting hebben dat het doorgaat, doordat u bent begonnen of het plan bekend heeft gemaakt (RJ 252.413; RJk B10.118). Wordt de verwachting pas na de balansdatum gewekt, maar vóór het opmaken, dan mag u kiezen tussen opnemen en toelichten (RJ 252.416).
Moet een kleine BV een verloopoverzicht van de voorzieningen geven?
Nee. Een kleine rechtspersoon vermeldt de waarderingsgrondslag van de voorzieningen (art. 2:384 lid 5 BW; RJk B10.109). Het verloop, de aard en de belangrijkste veronderstellingen zijn onder de RJk een overweging (B10.109a). Middelgrote en grote rechtspersonen geven het verloop per categorie wel (RJ 252.502).
Wat verandert er voor voorzieningen in boekjaar 2027?
Inhoudelijk weinig. Nieuw is dat een rechtspersoon die aansprakelijk is voor Pijler 2-winstbelastingen in een groep dat in de toelichting vermeldt, naast een eventuele fiscale eenheid (RJ 252.517; RJk B10.205). Voor micro en klein kwam de grote opschoning van B10 al in boekjaar 2026.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten