Artikel 2:374 BW: voorzieningen op de balans
Artikel 2:374 BW zegt wanneer een voorziening op de balans hoort, wanneer niet, en hoe u voorzieningen indeelt en toelicht.
Het korte antwoord
Een voorziening neemt u op voor een duidelijk omschreven verplichting die op balansdatum waarschijnlijk of zeker is, maar waarvan bedrag of tijdstip onzeker is. Daarnaast mag u een voorziening vormen om grote toekomstige uitgaven, zoals groot onderhoud, over de jaren te spreiden. Een waardevermindering van een actief is geen voorziening. Belasting- en pensioenvoorzieningen staan apart.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
Lid 1: twee soorten voorzieningen
1. Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.
Wat betekent dit
De eerste zin is een plicht: is er op balansdatum een verplichting, is het waarschijnlijk dat zij geld gaat kosten en kunt u het bedrag redelijk schatten, dan vormt u een voorziening (RJ 252.201; RJk B10.105). Denk aan garantieclaims, een verloren rechtszaak of een verlieslatend contract. U neemt de beste schatting op, en contant gemaakt als het tijdseffect van belang is; bij afwikkeling binnen een jaar mag het nominale bedrag (RJ 252.301 en 252.306; RJk B10.106).
De tweede zin is een mogelijkheid: een egalisatievoorziening om grote uitgaven die deels al nu ontstaan, over de jaren te verdelen. Het bekendste voorbeeld is de voorziening groot onderhoud. De RJ staat daarnaast toe het groot onderhoud als onderdeel van het actief te verwerken en af te schrijven (RJ 212.448 en 212.451; RJk B2.122).
Wat geen voorziening is: verwachte verliezen uit de gewone bedrijfsvoering van volgend jaar (RJ 252.402) en een voorziening voor risico's die u niet verzekert (RJ 252.422; beide in RJk B10.103). En een voorziening heet geen reserve: zij is vreemd vermogen (RJk B10.109).
Lid 2: geen voorziening voor waardeverminderingen
2. Waardevermindering van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking gebracht.
Wat betekent dit
Twijfelachtige debiteuren, incourante voorraad, een machine die minder waard is geworden: die verwerkt u door het actief lager te waarderen, niet door een post aan de passiefzijde. In de administratie mag een rekening 'voorziening debiteuren' heten, maar op de balans staat zij als aftrek van de vorderingen (RJ 252.104; RJk B10.104).
Lid 3 en 4: indeling en toelichting
3. De voorzieningen worden gesplitst naar de aard der verplichtingen, verliezen en kosten waartegen zij worden getroffen; zij worden overeenkomstig de aard nauwkeurig omschreven. In de toelichting wordt zoveel mogelijk aangegeven in welke mate de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd.
4. In ieder geval worden afzonderlijk opgenomen:
a. de voorziening voor belastingverplichtingen, die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kan voortvloeien;
b. de voorziening voor pensioenverplichtingen.
Wat betekent dit
Elke soort voorziening krijgt een eigen naam en bedrag. Het langlopende deel noemt u zoveel mogelijk: wat binnen een jaar wordt afgewikkeld, geldt als kortlopend, de rest als langlopend (RJ 252.507). Twee soorten staan altijd apart: de voorziening voor latente belastingen, onder meer door een herwaardering of door verschillen tussen fiscale en commerciële afschrijving, en de pensioenvoorziening, zoals een pensioentoezegging die de BV zelf uitvoert.
Middelgroot en groot geven per soort ook het verloop: beginstand, toevoegingen, gebruik, vrijval en eindstand, met de aard, de grondslag en de belangrijkste onzekerheden (RJ 252.502 en 252.503). Voor klein stelt de RJk dat verloop in overweging (RJk B10.109a).
Casus: vier voorzieningen bij een keukenbouwer
Brugwater Keukens BV (fictief, middelgroot) verkocht in 2025 voor € 8 miljoen aan keukens met twee jaar garantie. Uit eerdere jaren weet zij dat claims ongeveer 0,75% van de omzet kosten. Een oud-werknemer eist € 40.000 en de advocaat verwacht dat Brugwater verliest. Het dak van de werkplaats wordt in 2027 voor € 120.000 vervangen; Brugwater bouwt daarvoor sinds 2023 een voorziening op van € 30.000 per jaar. Door snellere fiscale afschrijving is er een latente belastingverplichting van € 55.000.
| Voorziening 31-12-2025 | Kortlopend | Langlopend | Totaal |
|---|---|---|---|
| Garanties (0,75% van € 8 miljoen) | € 35.000 | € 25.000 | € 60.000 |
| Claim oud-werknemer | € 40.000 | – | € 40.000 |
| Groot onderhoud dak (3 × € 30.000) | – | € 90.000 | € 90.000 |
| Latente belastingen (lid 4 onder a, apart) | – | € 55.000 | € 55.000 |
| Totaal | € 75.000 | € 170.000 | € 245.000 |
Twee dingen neemt Brugwater bewust niet op. Zij verwacht in 2026 minder omzet en mogelijk verlies; daarvoor vormt zij geen voorziening. En op een failliete afnemer verwacht zij € 18.000 niet te ontvangen; dat bedrag trekt zij af van de debiteuren, niet van de voorzieningen.
Als middelgrote rechtspersoon maakt Brugwater de splitsing naar soort en de apart getoonde belastingvoorziening ook openbaar (art. 2:397 lid 5 BW). Was zij klein, dan had één post voorzieningen van € 245.000 op de balans volstaan; de regels voor wanneer en hoeveel blijven gelijk. Als micro staat het bedrag als één post voorzieningen in de beknopte balans.
Per grootteklasse
| Klasse | Wat geldt |
|---|---|
| Micro | Lid 1 geldt: één post voorzieningen (art. 2:395a lid 4 BW); geen splitsing of toelichting. |
| Klein | Lid 1 en 2 gelden volledig. De splitsing en de vermeldingen van lid 3 en 4 horen niet bij de verplichte opgaven van klein (art. 2:396 lid 3 BW); RJk B10.109a geeft ze in overweging. |
| Middelgroot | Alle leden, met het verloop per soort voorziening (RJ 252.502); lid 3 en 4 ook in de openbaar gemaakte balans (art. 2:397 lid 5 BW). |
| Groot | Als middelgroot. |
Veelgemaakte fouten
- Een voorziening vormen voor verwachte verliezen van volgend jaar.
- Een voorziening voor dubieuze debiteuren of incourante voorraad aan de passiefzijde tonen.
- Een voorziening gebruiken voor andere uitgaven dan waarvoor zij is gevormd (RJk B10.102).
- Een langlopende voorziening met een groot tijdseffect niet contant maken.
- Een zekere schuld met vast bedrag, zoals een ontvangen factuur, als voorziening boeken.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wanneer moet ik een voorziening vormen?
Als er op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is, het waarschijnlijk is dat die tot een uitgave leidt en u het bedrag betrouwbaar kunt schatten (art. 2:374 lid 1 BW; RJ 252.201, RJk B10.105). U neemt de beste schatting op. Is een van de voorwaarden niet vervuld, dan vermeldt u de verplichting hooguit in de toelichting.
Is een voorziening voor dubieuze debiteuren een echte voorziening?
Nee. Een waardevermindering van een actief mag niet als voorziening worden getoond (art. 2:374 lid 2 BW). Het bedrag gaat af van de debiteuren; op de balans staat de vordering per saldo.
Mag ik een voorziening vormen voor groot onderhoud?
Ja. Art. 2:374 lid 1, tweede zin, BW staat een voorziening toe om toekomstige uitgaven gelijkmatig over de jaren te verdelen. Volgens de RJ mag u het groot onderhoud ook als onderdeel van het actief verwerken en afschrijven. Kies één methode en pas die bestendig toe.
Moet een kleine BV haar voorzieningen uitsplitsen?
Niet volgens de wet: een kleine rechtspersoon mag de voorzieningen als één post tonen (art. 2:396 lid 3 BW). De RJk raadt aan de aard en het verloop toe te lichten als dat het inzicht dient. Middelgrote en grote rechtspersonen splitsen naar soort, met de belasting- en pensioenvoorziening apart.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten