RJ 360: het kasstroomoverzicht opstellen, met sluitend voorbeeld
RJ 360 schrijft middelgrote en grote rechtspersonen een kasstroomoverzicht voor. Vanaf boekjaar 2027 ligt vast waar rente en dividend staan en waar de indirecte methode begint. Hieronder de regels en een volledig uitgewerkt overzicht dat aansluit op balans en winst-en-verliesrekening.
Het korte antwoord
Middelgrote en grote rechtspersonen nemen een kasstroomoverzicht op, verdeeld in operationele, investerings- en financieringsactiviteiten (RJ 360). Vanaf boekjaar 2027 staan ontvangen rente en dividend onder investeren en betaalde rente en dividend onder financieren, en begint de indirecte methode bij een subtotaal uit de winst-en-verliesrekening, bij voorkeur het bedrijfsresultaat. Micro en klein zijn vrijgesteld.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 360 Het kasstroomoverzicht; editie 2027 van kracht voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, eerdere toepassing aanbevolen |
| Verplicht voor | Middelgrote en grote rechtspersonen (RJ 360.104); klein is vrijgesteld (RJk A1.301), micro ook |
| Vrijgesteld binnen een groep | Volle dochter van een moeder met een gelijkwaardig geconsolideerd kasstroomoverzicht, toepassers van art. 2:403 BW en zuivere tussenholdings |
| Wijziging 2027 | RJ-Uiting 2026-6 (24 april 2026, op 1 juli 2026 ongewijzigd definitief): vaste indeling van rente en dividend, startpunt indirecte methode |
Wie een kasstroomoverzicht moet opstellen
Titel 9 noemt het kasstroomoverzicht niet; de verplichting komt uit RJ 360.104, die het overzicht tot de jaarrekening rekent (RJ 360.101). Middelgrote en grote rechtspersonen nemen het op, met vergelijkende cijfers (RJ 360.107). Is er een geconsolideerde jaarrekening, dan maakt u het overzicht op geconsolideerde basis en is een enkelvoudig overzicht niet nodig (RJ 360.106).
Geen overzicht hoeft: een rechtspersoon waarvan het kapitaal direct of indirect volledig van een andere rechtspersoon komt die een gelijkwaardig overzicht in haar geconsolideerde jaarrekening opneemt (vermeld waar die te verkrijgen is), een rechtspersoon die art. 2:403 BW toepast en een zuivere tussenholding (RJ 360.104). Voor klein bepaalt RJk A1.301 dat het overzicht niet verplicht is; maakt een kleine BV het toch, dan hoort het bij de jaarrekening. Waarom de verplichting niet in de wet staat, leest u bij kasstroomoverzicht.
Geldmiddelen en de drie soorten kasstromen
Geldmiddelen zijn kas en bank, direct opeisbare deposito's en beleggingen die zonder beperkingen en zonder wezenlijk waarderisico in geld om te zetten zijn, zoals een geldmarktfonds (RJ 360.102). Een rekening-courantkrediet bij de bank is in de regel financiering, maar hoort bij de geldmiddelen als het op verzoek direct opeisbaar is en deel uitmaakt van uw kasbeheer; het saldo schommelt dan vaak tussen plus en min (RJ 360.102a).
- Operationeel: ontvangsten van klanten, betalingen aan leveranciers en personeel, operationele leasetermijnen en de betaalde of terugontvangen winstbelasting, tenzij die duidelijk bij een investering of financiering hoort (RJ 360.209 en 360.214).
- Investeren: aan- en verkoop van vaste activa en deelnemingen, verstrekte en afgeloste leningen. Bij de koop van een dochter neemt u de koopprijs min haar geldmiddelen op, niet haar balansposten (RJ 360.217 en 360.219).
- Financieren: uitgifte en inkoop van aandelen, opnemen en aflossen van leningen, betaald dividend, apart voor aandeelhouders en minderheidsbelangen (RJ 360.220 en 360.221).
Wat geen geld beweegt, staat niet in het overzicht: herwaarderingen, niet gerealiseerde koersverschillen, een machine onder financiële lease bij het aangaan, een overname tegen eigen aandelen. Die vermeldt u in de toelichting (RJ 360.205 tot en met 207). Volgens de editie 2027 staan van een financiële leasetermijn zowel het rente- als het aflossingsdeel onder financieren.
Direct of indirect, en waar de indirecte methode begint
Beide methoden zijn toegestaan (RJ 360.210). De directe methode toont ontvangsten en uitgaven; daarbij beveelt de Raad een aansluiting met het bedrijfsresultaat aan (RJ 360.211). De indirecte methode begint bij een resultaat en corrigeert voor posten zonder geldbeweging, voor mutaties in voorraden, debiteuren, crediteuren, voorzieningen en overlopende posten, en voor posten die bij investeren of financieren horen (RJ 360.212).
Vanaf editie 2027 moet dat resultaat gelijk zijn aan een subtotaal in de winst-en-verliesrekening volgens het Besluit modellen jaarrekening. De voorkeur gaat naar het bedrijfsresultaat; bij de functionele indeling mag ook het netto-omzetresultaat (RJ 360.212). Het bedrijfsresultaat is nu omschreven: bij de categoriale indeling de bedrijfsopbrengsten min de bedrijfslasten, bij de functionele indeling het netto-omzetresultaat plus de overige bedrijfsopbrengsten (RJ 360.0).
Rente en dividend: 2025 en 2026 tegenover 2027
| Kasstroom | Boekjaren 2025 en 2026 | Vanaf boekjaar 2027 (RJ 360.213) |
|---|---|---|
| Ontvangen rente | Operationeel of investeren | Investeren |
| Betaalde rente | Operationeel of financieren; geactiveerde rente bij investeren | Financieren, ook rente die onder de vaste activa is geactiveerd |
| Ontvangen dividend | Operationeel of investeren | Investeren |
| Betaald dividend | Bij voorkeur financieren | Financieren |
Een uitzondering blijft: beleggen in financiële activa of financiering verstrekken hoort bij de gewone bedrijfsactiviteiten, zoals bij een vastgoedbelegger of een lessor met financiële leases. Dan mogen ontvangen en betaalde rente en ontvangen dividend onder operationeel staan, voor zover zij uit die activiteit voortkomen (RJ 360.213a). Wie overstapt naar de nieuwe indeling, past ook de vergelijkende cijfers aan en verwerkt de wijziging als stelselwijziging. Eerder toepassen dan 2027 wordt aanbevolen.
Casus: een volledig kasstroomoverzicht dat sluit
Metaalbewerking Oostrand BV is middelgroot en stelt over boekjaar 2027 een kasstroomoverzicht op volgens de indirecte methode. In 2027 investeerde zij € 460.000 in machines, verkocht zij een machine voor de boekwaarde van € 20.000, loste zij € 100.000 op de banklening af en keerde zij € 100.000 dividend uit. Alle bedragen zijn verzonnen.
| Balans | 31-12-2026 | 31-12-2027 |
|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 1.500.000 | 1.620.000 |
| Voorraden | 600.000 | 680.000 |
| Debiteuren | 750.000 | 830.000 |
| Liquide middelen | 310.000 | 134.200 |
| Totaal activa | 3.160.000 | 3.264.200 |
| Eigen vermogen | 1.620.000 | 1.756.200 |
| Voorziening garanties | 60.000 | 75.000 |
| Banklening | 900.000 | 800.000 |
| Crediteuren | 420.000 | 455.000 |
| Te betalen vennootschapsbelasting | 30.000 | 40.000 |
| Te betalen rente | 10.000 | 8.000 |
| Overige schulden | 120.000 | 130.000 |
| Totaal passiva | 3.160.000 | 3.264.200 |
Winst-en-verliesrekening 2027: netto-omzet € 4.800.000, grond- en hulpstoffen € 2.400.000, lonen en sociale lasten € 1.300.000, afschrijvingen € 320.000 en overige bedrijfskosten € 400.000, dus een bedrijfsresultaat van € 380.000. Met € 5.000 rentebaten en € 85.000 rentelasten is het resultaat vóór belastingen € 300.000; na € 63.800 vennootschapsbelasting blijft € 236.200.
| Kasstroomoverzicht 2027 (indirecte methode) | € |
|---|---|
| Bedrijfsresultaat | 380.000 |
| Afschrijvingen | 320.000 |
| Toename voorziening garanties | 15.000 |
| Toename voorraden | − 80.000 |
| Toename debiteuren | − 80.000 |
| Toename crediteuren | 35.000 |
| Toename overige schulden | 10.000 |
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 600.000 |
| Betaalde vennootschapsbelasting (30.000 + 63.800 − 40.000) | − 53.800 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 546.200 |
| Investeringen in materiële vaste activa | − 460.000 |
| Verkoop materiële vaste activa | 20.000 |
| Ontvangen rente | 5.000 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | − 435.000 |
| Aflossing banklening | − 100.000 |
| Betaalde rente (10.000 + 85.000 − 8.000) | − 87.000 |
| Betaald dividend | − 100.000 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | − 287.000 |
| Mutatie geldmiddelen | − 175.800 |
| Geldmiddelen 1 januari 2027 | 310.000 |
| Geldmiddelen 31 december 2027 | 134.200 |
De controles: de vaste activa lopen van € 1.500.000 + € 460.000 − € 320.000 − € 20.000 naar € 1.620.000, het eigen vermogen van € 1.620.000 + € 236.200 − € 100.000 naar € 1.756.200, en de eindstand van de geldmiddelen is gelijk aan de liquide middelen op de balans. Had Oostrand de rente nog operationeel ingedeeld, zoals tot en met boekjaar 2026 mocht, dan was de operationele kasstroom € 464.200, de investeringskasstroom − € 440.000 en de financieringskasstroom − € 200.000 geweest. Het totaal blijft − € 175.800; alleen de verdeling verschuift.
Wat in de toelichting hoort
Licht transacties zonder geldbeweging toe, zoals een financiële lease bij het aangaan. Wijkt het begrip geldmiddelen af van de liquide middelen op de balans, bijvoorbeeld door een rekening-courantkrediet of een geldmarktfonds, dan geeft u een cijfermatige aansluiting (RJ 360.302). Bijzondere kasstromen, zoals uitgaven voor een uitbreiding of ontvangsten uit factoring onder operationeel, licht u nader toe (RJ 360.304). Verschillen met de mutatieoverzichten van balansposten en een bespreking in het bestuursverslag worden aanbevolen (RJ 360.301 en 360.303).
Per grootteklasse
| Klasse | Kasstroomoverzicht |
|---|---|
| Micro (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Niet verplicht |
| Klein (activa ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Niet verplicht (RJk A1.301); een vrijwillig overzicht hoort bij de jaarrekening |
| Middelgroot (activa ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Verplicht (RJ 360.104), tenzij een groepsvrijstelling geldt |
| Groot | Verplicht, tenzij een groepsvrijstelling geldt |
Of uw rechtspersoon een overzicht moet maken, leest u ook in moet ik een kasstroomoverzicht opstellen; een leeg model staat bij het sjabloon kasstroomoverzicht.
Veelgemaakte fouten
- Het startpunt van de indirecte methode wijkt af van een subtotaal in de winst-en-verliesrekening.
- Rentelasten in plaats van betaalde rente opnemen; idem voor de vennootschapsbelasting.
- Vanaf 2027 betaalde rente nog onder operationeel tonen zonder beroep op RJ 360.213a.
- De investering afleiden uit het verschil in boekwaarde en de afschrijving vergeten.
- Een overgenomen dochter met al haar balansposten in het overzicht opnemen in plaats van de koopprijs min haar geldmiddelen.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Het kasstroomwerkblad van Jaarrekening.io kent de directe en de indirecte methode, met het bedrijfsresultaat als voorkeursstartpunt. Bij de indirecte methode stelt de app de bedragen voor uit balans en winst-en-verliesrekening; u beoordeelt elke regel. Vanaf boekjaar 2027 geldt de vaste indeling van rente en dividend, eerder kunt u haar al kiezen, en de uitzondering van RJ 360.213a is een vinkje. Voor micro en klein markeert de app het overzicht als niet verplicht.
Bronnen
- RJ-Uiting 2026-6: ontwerp-richtlijnen naar aanleiding van IFRS 18, met RJ 360 (rjnet.nl)
- Art. 2:361 BW: wat de wet tot de jaarrekening rekent (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:403 BW: groepsvrijstelling
- Raad voor de Jaarverslaggeving: de Richtlijnen en de bundels (rjnet.nl)
- Raad voor de Jaarverslaggeving: Ten geleides per jaareditie, met de wijzigingen per boekjaar
Veelgestelde vragen
Waar staat betaalde rente in het kasstroomoverzicht vanaf 2027?
Onder de financieringsactiviteiten, ook rente die onder de vaste activa is geactiveerd (RJ 360.213, editie 2027). Ontvangen rente en ontvangen dividend staan onder investeren, betaald dividend onder financieren. Alleen als beleggen of financiering verstrekken bij de gewone bedrijfsactiviteiten hoort, mogen rente en ontvangen dividend onder operationeel blijven (RJ 360.213a).
Met welk resultaat begint de indirecte methode?
Vanaf boekjaar 2027 met een subtotaal dat ook in de winst-en-verliesrekening volgens het Besluit modellen jaarrekening staat. De voorkeur gaat naar het bedrijfsresultaat; bij de functionele indeling mag ook het netto-omzetresultaat (RJ 360.212). Daarna corrigeert u voor afschrijvingen, voorzieningen en werkkapitaal, en neemt u betaalde belasting, rente en dividend afzonderlijk op.
Moet een kleine BV een kasstroomoverzicht opstellen?
Nee. Kleine rechtspersonen zijn vrijgesteld (RJk A1.301), micro-ondernemingen ook. Maakt een kleine BV er toch een, dan maakt het deel uit van de jaarrekening.
Moet ik de vergelijkende cijfers aanpassen als ik overstap naar de indeling van 2027?
Ja. De andere indeling van rente en dividend is een stelselwijziging; u past de cijfers van het vorige jaar aan op dezelfde indeling, zodat beide jaren vergelijkbaar zijn. Het totaal van de kasstromen verandert niet, alleen de verdeling over de drie categorieën.
Hoort het kasstroomoverzicht bij de jaarrekening?
Volgens RJ 360.101 wel, ook al noemt art. 2:361 lid 1 BW het niet. Voor middelgrote en grote rechtspersonen is het verplicht volgens RJ 360.104; de accountant controleert het mee.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten