RJ 630: de commerciële stichting en vereniging
Een stichting of vereniging met een flinke onderneming valt onder Titel 9, met alles wat daarbij hoort. RJ 630 vertaalt die regels naar een rechtspersoon zonder aandeelhouders.
Het korte antwoord
Een stichting of vereniging valt onder Titel 9 als haar ondernemingen twee boekjaren achtereen samen ten minste € 7,5 mln netto-omzet halen, tenzij een andere wet al een gelijkwaardige openbare verantwoording eist (art. 2:360 lid 3 BW). RJ 630 werkt dat uit: Titel 9 geldt dan voor alle activiteiten en het vermogen toont wat vrij besteedbaar is.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wanneer | Onderneming(en) die in het handelsregister moeten staan, met samen ten minste € 7,5 mln netto-omzet in twee opeenvolgende boekjaren |
| Uitzondering | Een wettelijk voorgeschreven, gelijkwaardige en openbaar gemaakte verantwoording (art. 2:360 lid 3, tweede volzin) |
| Grootteklasse | Activa van de hele rechtspersoon, omzet en werknemers van de onderneming (art. 2:398 lid 5 BW) |
| Richtlijn | RJ 630, aangepast 2024, van kracht vanaf boekjaar 2025 en daarna ongewijzigd |
| Termijnen | Opmaken binnen zes maanden, verlenging ten hoogste vier maanden (art. 2:49 en 2:300 BW) |
Wanneer een stichting of vereniging commercieel is
3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.
De helft van de omzetgrens voor klein is voor boekjaren vanaf 1 januari 2024 € 7,5 mln. RJ 630 vult de toets op vier punten in:
- Onderneming. Het gaat om de ondernemingsbegrippen van de Handelsregisterwet: deelnemen aan het economisch verkeer in concurrentie met anderen. Of de onderneming feitelijk is ingeschreven, doet niet ter zake; de plicht tot inschrijving beslist (RJ 630.102).
- Alleen eigen ondernemingen. Een onderneming die een dochter-BV van de stichting drijft, telt niet mee (RJ 630.103).
- Alleen omzet. Giften, subsidies, contributies en rente blijven buiten de toets; heeft de rechtspersoon meer ondernemingen, dan telt de omzet daarvan samen (RJ 630.106 en 630.209).
- Eerste jaren. Voor een nieuwe stichting beveelt RJ 630.105 aan de regel van art. 2:398 lid 1 BW naar analogie toe te passen: haalt zij de grens in het eerste boekjaar, dan geldt Titel 9 voor het eerste en tweede jaar.
De uitzondering in de tweede volzin vraagt een wettelijke verantwoording die naar niveau en aard aansluit bij Titel 9 en die openbaar wordt, niet per se via het handelsregister (RJ 630.107). Woningcorporaties, zorginstellingen en scholen hebben zo'n eigen regime; zie RJ 645, RJ 655 en RJ 660.
Valt de stichting onder Titel 9, dan geldt dat voor de hele rechtspersoon, niet alleen voor de winkel of het bedrijf (RJ 630.108). Ook onder de grens vermeldt elke stichting of vereniging met een inschrijfplichtige onderneming de netto-omzet ervan bij de staat van baten en lasten (art. 2:299a en 2:48 lid 3 BW).
Welke grootteklasse
5. Voor de toepassing van de artikelen 396 lid 1 en 397 lid 1 op een stichting of een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 wordt uitgegaan van het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met inachtneming van artikel 396 lid 2, van de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen die deze stichting of vereniging in stand houdt.
De activa tellen dus voor de hele rechtspersoon, maar omzet en werknemers alleen voor de onderneming. Met de grenzen voor boekjaren vanaf 2024 is de rechtspersoon klein bij ten minste twee van: activa tot € 7,5 mln, omzet tot € 15 mln, minder dan < 50 werknemers; middelgroot bij twee van: tot € 25 mln, tot € 50 mln, minder dan < 250. Omdat de omzet al minstens € 7,5 mln is, eindigen de meeste commerciële stichtingen als klein, middelgroot of groot (RJ 630.401).
Wat in de jaarrekening anders is dan bij een BV
- Modellen. Het Besluit modellen jaarrekening geldt formeel voor NV en BV, maar de commerciële stichting en vereniging passen het overeenkomstig toe, met eigen rubrieken voor niet-ondernemingsactiviteiten (RJ 630.201, een stellige uitspraak).
- Exploitatierekening. Toegestaan als dat het inzicht dient (art. 2:361 lid 2 BW); veel stichtingen spreken van staat van baten en lasten.
- Netto-omzet en activiteiten. Alleen opbrengsten uit de onderneming zijn netto-omzet (RJ 630.209). Zijn er ook andere activiteiten, dan licht de toelichting aard en omvang van beide toe (RJ 630.307).
- Prijzen onder de markt. Krijgt de stichting door haar karakter goederen of diensten goedkoper, dan beveelt RJ 630.301 aan dat te melden, zo mogelijk met het effect in bedragen.
- Bezoldiging. Volgens art. 2:383 BW; onder de WNT mag de WNT-verantwoording volstaan (RJ 630.308).
Eigen vermogen: vrij besteedbaar of vastgelegd
Een stichting mag niet uitkeren aan oprichters of leden van haar organen en een vereniging niet aan haar leden (art. 2:285 lid 3 en 2:26 lid 3 BW). Het vermogen is er voor het doel. Daarom vraagt RJ 630.202 een opbouw die laat zien welk deel vrij besteedbaar is:
| Onderdeel | Wie bepaalt de beperking | Wat de toelichting zegt |
|---|---|---|
| Stichtingskapitaal | Inbreng bij oprichting | Bedrag |
| Herwaarderingsreserve en andere wettelijke reserves | De wet: art. 2:365 lid 2, 2:389 lid 6 en 8 en 2:390 BW | Zoals bij een BV |
| Statutaire reserves | De statuten | Bedrag en kern van de statutaire regeling (RJ 630.305) |
| Bestemmingsfonds | Een derde, zoals een gever of subsidieverstrekker | Bedrag, beperkt doel, reden en alle voorwaarden van die derde (RJ 630.303) |
| Bestemmingsreserve | Het bestuur, bij een vereniging ook de ledenvergadering | Bedrag, beperkt doel en dat het bestuur of de vergadering de beperking aanbracht (RJ 630.304) |
| Overige reserves | Niemand | Vrij besteedbaar binnen het doel |
Het verschil tussen fonds en reserve is praktisch: een bestemmingsreserve kan het bestuur zelf weer opheffen, een fonds niet. De resultaatbestemming staat in de toelichting, met de statutaire regeling erover (art. 2:383a BW); in de overige gegevens hoeft die regeling niet (art. 2:392 lid 5 BW).
Casus: Stichting Kringloop Deltaland
Stichting Kringloop Deltaland (fictief) drijft zes kringloopwinkels met een omzet van € 8.300.000 in 2025 en € 8.900.000 in 2026. Daarnaast voert zij voor de gemeente een re-integratieprogramma uit, met een subsidie van € 1.600.000 per jaar. Twee jaar boven de grens: de jaarrekening 2026 valt onder Titel 9.
Grootteklasse. De stichting heeft als geheel € 11.200.000 aan activa. In de winkels werken gemiddeld 58 mensen, in het re-integratieprogramma nog eens 23. Alleen de 58 tellen. Met activa boven en werknemers boven de grens voor klein is Deltaland middelgroot, en dat was zij op de vorige balansdatum ook. Hadden er in de winkels 46 mensen gewerkt, dan was zij klein geweest, ook al werken er in de hele stichting meer dan 50.
| Resultaatbestemming 2026 | Bedrag |
|---|---|
| Saldo 2026 | € 410.000 |
| Naar het bestemmingsfonds sorteercentrum (gift van een vermogensfonds, nog niet besteed) | € 250.000 |
| Naar de bestemmingsreserve winkelverbouwing (besluit bestuur) | € 100.000 |
| Naar de overige reserves | € 60.000 |
| Eigen vermogen | 1 januari 2026 | 31 december 2026 |
|---|---|---|
| Stichtingskapitaal | € 10.000 | € 10.000 |
| Bestemmingsfonds sorteercentrum | – | € 250.000 |
| Bestemmingsreserve winkelverbouwing | – | € 100.000 |
| Overige reserves | € 3.080.000 | € 3.140.000 |
| Totaal | € 3.090.000 | € 3.500.000 |
De toelichting noemt bij het fonds de voorwaarde van de gever (alleen voor het nieuwe sorteercentrum, besteding vóór eind 2028) en bij de reserve dat het bestuur haar instelde. Zij splitst winkels en re-integratie, en meldt dat de marge door geschonken voorraad niet te vergelijken is met die van een gewone winkel. Voor de omzettoets telde alleen de winkelomzet, niet de subsidie of de giften.
Per grootteklasse
| Klasse | Regels | Wat vervalt of blijft |
|---|---|---|
| Klein | RJk, met RJk C1 als aanbevolen aanvulling (C1.105); de volledige RJ en dus RJ 630 mag | Geen bestuursverslag, overige gegevens of controle (art. 2:396 lid 7 BW); bezoldiging bestuurders vervalt (lid 5); de resultaatbestemming van art. 2:383a BW blijft |
| Middelgroot | RJ 630 | Bestuursverslag en controle; vereenvoudigingen van art. 2:397 BW |
| Groot | RJ 630 | Alles, zonder vereenvoudigingen |
Daalt de omzet van de onderneming twee jaar achtereen onder de grens, dan valt de stichting terug op art. 2:10 BW: een balans en staat van baten en lasten zonder deponering, of op RJ 640 als richtlijn.
Termijnen en vaststelling
Opmaken binnen zes maanden, bij bijzondere omstandigheden ten hoogste vier maanden verlenging, vaststellen uiterlijk een maand daarna (art. 2:49 BW voor de vereniging, art. 2:300 BW voor de stichting). Bij een stichting stelt het orgaan vast dat de statuten aanwijzen, anders het toezichthoudende orgaan en anders het bestuur (RJ 630.403). De stappen staan in jaarrekening stichting opstellen.
Veelgemaakte fouten
- Subsidies of giften meetellen bij de omzetgrens.
- Titel 9 alleen toepassen op de onderneming.
- Een geoormerkte gift als bestemmingsreserve tonen in plaats van als fonds.
- Voor de grootteklasse ook het personeel buiten de onderneming meetellen.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Een stichting of vereniging krijgt in Jaarrekening.io de jaarrekeningroute nadat u bij het aanmaken bevestigt dat zij aan art. 2:360 lid 3 BW voldoet. De app noemt de resultatenrekening dan staat van baten en lasten, splitst in het vermogensoverzicht bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen af, vraagt naar doel en voorwaarden van elk fonds en naar statutaire reserves, en schrijft de alinea over onderneming en overige activiteiten. Of een gift een fonds of een reserve is, blijft uw oordeel.
Bronnen
- Art. 2:360 BW: wanneer Titel 9 voor stichting en vereniging geldt (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:398 BW: grootteklasse van de stichting met een onderneming
- Art. 2:383a BW: resultaatbestemming stichting en vereniging
- Art. 2:300 BW: jaarrekening van de stichting onder Titel 9
- Art. 2:49 BW: jaarrekening van de vereniging onder Titel 9
- Raad voor de Jaarverslaggeving: de Richtlijnen
Veelgestelde vragen
Telt een subsidie mee voor de grens van € 7,5 mln?
Nee. Art. 2:360 lid 3 BW kijkt naar de netto-omzet van de ondernemingen die de stichting of vereniging in stand houdt. Subsidies, giften, contributies en opbrengsten van andere activiteiten tellen niet mee (RJ 630.209).
Geldt Titel 9 dan alleen voor de onderneming?
Nee. Valt de stichting of vereniging onder art. 2:360 lid 3 BW, dan geldt Titel 9 voor de hele rechtspersoon, ook voor de activiteiten buiten de onderneming (RJ 630.108).
Welk personeel telt voor de grootteklasse van een commerciële stichting?
Alleen het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen, net als de netto-omzet. De activa tellen wel voor de hele rechtspersoon (art. 2:398 lid 5 BW).
Wat is het verschil tussen een bestemmingsfonds en een bestemmingsreserve?
Bij een bestemmingsfonds heeft een derde, bijvoorbeeld een gever, de besteding beperkt. Bij een bestemmingsreserve deed het bestuur dat zelf, of bij een vereniging de ledenvergadering. Een reserve kan het bestuur weer opheffen; een fonds niet. De toelichting noemt bij beide bedrag en doel (RJ 630.303 en 630.304).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten