Wet: Boek 2 BW

Artikel 2:10 BW: de administratieplicht en de bewaarplicht van het bestuur

Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur van elke rechtspersoon een administratie te voeren waaruit de rechten en verplichtingen altijd blijken, binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op papier te zetten en de boeken zeven jaar te bewaren. Digitaal bewaren mag, behalve voor die papieren balans en staat.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur van elke rechtspersoon een administratie te voeren waaruit de rechten en verplichtingen altijd blijken, binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op papier te zetten en de boeken zeven jaar te bewaren. Digitaal bewaren mag, behalve voor die papieren balans en staat.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

WettekstArt. 2:10 lid 1–4 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026; laatst gewijzigd per 1 juni 1998
Voor wieHet bestuur van elke rechtspersoon: BV, NV, coöperatie, stichting, vereniging. Voor ondernemers en vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid geldt hetzelfde via art. 3:15i BW
Fiscaal ernaastZeven jaar bewaren (art. 52 lid 4 AWR); gegevens over onroerende zaken negen jaar na het jaar van ingebruikneming (art. 34a Wet OB 1968)
Gevolg bij faillissementBij een BV of NV het bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW en art. 2:138 lid 2 BW

Lid 1: een administratie waaruit alles blijkt

1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.

art. 2:10 lid 1 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

De wet schrijft geen grootboek, software of rekeningschema voor. Zij stelt een doel: op elk moment moet te zien zijn wat de rechtspersoon heeft, wie haar iets schuldig is en aan wie zij iets schuldig is. De maatstaf schaalt mee met het bedrijf. Een holding met twintig boekingen per jaar voldoet met een overzichtelijk bankboek en de onderliggende stukken. Een webwinkel met tienduizenden orders heeft subadministraties nodig voor debiteuren, crediteuren en voorraad, die aansluiten op het grootboek.

Een goede toets is de vraag die een curator stelt: kan een buitenstaander binnen redelijke tijd vaststellen welke vorderingen openstaan, welke schulden er zijn en welke contracten lopen? Lukt dat niet, dan schiet de administratie tekort, hoe netjes de jaarrekening er ook uitzag.

Lid 2: een balans en staat van baten en lasten binnen zes maanden

2. Onverminderd het bepaalde in de volgende titels is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te stellen.

art. 2:10 lid 2 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Dit is de ondergrens voor elke rechtspersoon. Valt de rechtspersoon onder Titel 9, dan gaan de regels van die titel en van de rechtsvorm voor: een BV maakt haar jaarrekening binnen vijf maanden op (art. 2:210 lid 1 BW), een NV ook (art. 2:101 lid 1 BW). Voor een stichting of vereniging die niet onder Titel 9 valt, is lid 2 de hoofdregel: binnen zes maanden een balans en een staat van baten en lasten, zonder voorgeschreven model en zonder deponering. Het boekjaar is het kalenderjaar, tenzij de statuten iets anders zeggen (art. 2:10a BW).

“Op papier stellen” betekent een vastgelegd stuk op papier. Ondertekenen eist art. 2:10 niet, al is het gebruikelijk. Die papieren versie heeft een bijzondere positie in lid 4.

Lid 3 en 4: zeven jaar bewaren, ook digitaal

3. Het bestuur is verplicht de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

4. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

art. 2:10 lid 3 en 4 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

De wet noemt geen beginpunt van de zeven jaar. Gangbaar is te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de stukken betrekking hebben; een stuk dat langer actueel blijft, zoals een lopend huurcontract, bewaart u in elk geval zolang het loopt. De fiscale bewaarplicht van art. 52 lid 4 AWR is ook zeven jaar, met dezelfde regel voor het overzetten naar een andere drager (lid 5). Voor gegevens over onroerende zaken vraagt art. 34a Wet OB 1968 bewaring gedurende negen jaar na het jaar waarin het pand in gebruik is genomen.

Scannen en digitaal bewaren mag, mits volledig, de hele termijn beschikbaar en binnen redelijke tijd leesbaar. Dat laatste is een praktisch punt: een export uit een boekhoudpakket waarvan het abonnement is opgezegd, moet u ook over vijf jaar nog kunnen openen. De op papier gestelde balans en staat van baten en lasten vallen buiten deze ruimte; bewaar die als origineel.

1. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten worden bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij of krachtens de statuten, dan wel door de algemene vergadering of, als de rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als zodanig is aangewezen.

art. 2:24 lid 1 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Na ontbinding loopt de bewaarplicht door, nu zeven jaar vanaf het einde van de rechtspersoon. De bewaarder geeft binnen acht dagen zijn naam en adres op aan het handelsregister (art. 2:24 lid 3 BW).

Dezelfde plicht in elke grootteklasse, met andere termijnen eromheen

Artikel 2:10 maakt geen onderscheid naar omvang. Wat per klasse verschilt, is wat er daarna met de administratie gebeurt; de tabel volgt de klassengrenzen sinds boekjaar 2024.

RechtspersoonOpmakenOpenbaar
Micro-BV (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers)Jaarrekening binnen vijf maanden (art. 2:210 BW)Beperkte balans bij de KVK (art. 2:395a lid 8 BW)
Kleine BV (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers)Als microEen balans met toelichting, zonder winst-en-verliesrekening (art. 2:396 lid 8 BW)
Middelgrote BV (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers)Als micro; de accountant controleert op basis van de administratie (art. 2:393 BW)Publicatiestukken met de vereenvoudigingen van art. 2:397 BW en de controleverklaring
Grote BV (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers)Als middelgrootVolledige jaarrekening
Stichting of vereniging buiten Titel 9Balans en staat van baten en lasten binnen zes maanden (lid 2)Niet bij de KVK; eigen regels kunnen gelden, zoals voor een ANBI

Boekjaren 2025 tot en met 2027: niets nieuws in artikel 2:10

De tekst van artikel 2:10 is sinds 1 juni 1998 niet gewijzigd en er is geen wijziging aangekondigd. Voor boekjaar 2025 geldt dus: balans en staat van baten en lasten uiterlijk 30 juni 2026 (bij een kalenderjaar), de stukken bewaren tot ten minste eind 2032. Voor 2026 schuift alles een jaar op. Wie een archief in een ouder bestandsformaat bewaart, zorgt dat het ook aan het eind van de termijn nog te openen is (lid 4).

Casus: een tegelhandel ruimt het archief op, een muziekschool sluit het jaar af

Tegelhandel Smit BV heeft een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. Op 4 januari 2027 wil het bestuur het archief opschonen.

  • Boekjaar 2019: de termijn van zeven jaar liep tot en met 31 december 2026. De stukken mogen weg, behalve wat hoort bij een lopend geschil of een nog openstaande aanslag.
  • Boekjaar 2020: bewaren tot en met 31 december 2027.
  • Het magazijn, gekocht voor € 640.000 en in gebruik sinds maart 2021: koopakte, facturen en de berekening van de btw-aftrek blijven negen jaar na 2021 bewaard, dus tot en met 31 december 2030.
  • De ondertekende balans en winst-en-verliesrekening van 2019 mogen na de termijn mee weg. Tot dat moment bewaart Smit ze op papier, ook al staat er een scan in het archief.

Stichting Muziekschool Het Akkoord heeft € 1,2 miljoen omzet. Dat is minder dan de helft van de omzetgrens voor kleine rechtspersonen, zodat de stichting niet onder Titel 9 valt (art. 2:360 lid 3 BW). Over 2026 maakt het bestuur uiterlijk 30 juni 2027 een balans en een staat van baten en lasten op en ondertekent die. Deponeren bij de KVK hoeft niet. Wel bewaart de stichting haar administratie zeven jaar, net als een BV.

Waar administratie en archief tekortschieten

  • Alleen de jaarrekening als pdf bewaren. De onderliggende boekingen, facturen en afschriften horen er ook bij; zonder die stukken zijn de bedragen niet na te rekenen.
  • Geen openstaande-postenlijst bijhouden. Dan is niet “te allen tijde” te zien wie wat moet betalen.
  • Bij een overstap naar een ander boekhoudprogramma de oude jaren in het oude pakket laten staan en het abonnement opzeggen.
  • De termijn laten lopen vanaf de factuurdatum in plaats van het einde van het boekjaar, waardoor stukken te vroeg verdwijnen.
  • De op papier gestelde balans en staat van baten en lasten weggooien omdat er een scan is (lid 4).
  • Vergeten dat een tekortschietende administratie bij faillissement van een BV de onbehoorlijke taakvervulling vastlegt en de oorzaak doet vermoeden (art. 2:248 lid 2 BW).

Waar artikel 2:10 in de rest van Boek 2 terugkomt

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Voert u de boekhouding in Jaarrekening.io, dan maakt u op het overzicht van de Boekhouding per boekjaar een archief als zip: journaal en saldibalans als csv, een XAF-auditfile, relaties, activa, opgeslagen werkbladen en de documenten van dat jaar. De app noemt erbij tot wanneer u het archief bewaart: zeven jaar na het einde van het boekjaar, en tien jaar als er gegevens over onroerende zaken in zitten. Dat is iets ruimer dan de negen jaar na het jaar van ingebruikneming uit de Wet OB.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet een BV haar administratie bewaren?

Zeven jaar, op grond van art. 2:10 lid 3 BW en voor de fiscus art. 52 lid 4 AWR. Gangbaar is te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de stukken betrekking hebben. Voor gegevens over onroerende zaken geldt een langere termijn: negen jaar na het jaar waarin het pand in gebruik is genomen (art. 34a Wet OB 1968).

Mag ik mijn administratie alleen digitaal bewaren?

Ja, mits het overzetten juist en volledig gebeurt, de gegevens de hele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt (art. 2:10 lid 4 BW). Uitgezonderd zijn de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten: die bewaart u als origineel.

Wat moet er volgens artikel 2:10 BW in de administratie staan?

De wet noemt geen lijst. Zij eist dat uit de administratie op elk moment de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon blijken, afgestemd op de aard en omvang van de werkzaamheden (lid 1). In de praktijk betekent dat een grootboek met de onderliggende stukken, en bij een groter bedrijf subadministraties voor debiteuren, crediteuren en voorraad die aansluiten op het grootboek.

Geldt artikel 2:10 BW ook voor een stichting of vereniging?

Ja. Het geldt voor het bestuur van elke rechtspersoon. Voor een stichting of vereniging die niet onder Titel 9 valt, is lid 2 de hoofdregel: binnen zes maanden na het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op papier, zonder deponering bij de KVK. Voor ondernemers en vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid geldt een gelijke plicht via art. 3:15i BW.

Wat gebeurt er als de administratie niet op orde is en de BV failliet gaat?

Dan staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is (art. 2:248 lid 2 BW). De bestuurders moeten dat vermoeden weerleggen; lukt dat niet, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. Een onbelangrijk verzuim telt niet mee.

Wie bewaart de administratie na ontbinding van de rechtspersoon?

De bewaarder die de statuten, de algemene vergadering of bij een stichting het bestuur aanwijst, gedurende zeven jaar nadat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan (art. 2:24 lid 1 BW). Hij geeft binnen acht dagen zijn naam en adres op aan het handelsregister (lid 3). Is er niemand, dan kan de kantonrechter er een benoemen (lid 2).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten