Wet: Titel 9 Boek 2 BW

Artikel 2:395a BW: het regime voor micro-rechtspersonen

Artikel 2:395a BW is het microregime. Wie op twee opeenvolgende balansdata aan twee van drie vereisten voldoet (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000 en < 10 werknemers), stelt een sterk vereenvoudigde balans en winst-en-verliesrekening op zonder toelichting en deponeert alleen de beperkte balans. Fiscale grondslagen mogen, als u ze allemaal toepast.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Artikel 2:395a BW is het microregime. Wie op twee opeenvolgende balansdata aan twee van drie vereisten voldoet (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000 en < 10 werknemers), stelt een sterk vereenvoudigde balans en winst-en-verliesrekening op zonder toelichting en deponeert alleen de beperkte balans. Fiscale grondslagen mogen, als u ze allemaal toepast.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Grenzenactiva ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000 en < 10 werknemers; twee van de drie, op twee opeenvolgende balansdata (boekjaren vanaf 1 januari 2024)
OpstellenBeperkte balans (lid 4) en beperkte winst-en-verliesrekening (lid 5); geen toelichting, bestuursverslag, overige gegevens of controle (lid 6)
DeponerenAlleen de beperkte balans, met de vermeldingen eronder (art. 2:395a lid 8 BW)
Niet voorParticipatieondernemingen, beleggingsinstellingen en organisaties van openbaar belang (art. 2:398 lid 3, 6 en 7 BW); niet bij een jaarrekening volgens IFRS (art. 2:362 lid 9 BW)
TekstBedragen verhoogd per 13 maart 2024 (Stb. 2024, 52); daarna niet meer gewijzigd
UitwerkingRJk M1; voor micro-zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders sinds boekjaar 2026 ook RJk M2

Wie micro is

Micro is de kleinste van de vier grootteklassen. Toets op elke balansdatum drie dingen: de activa tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, de netto-omzet over het boekjaar en het gemiddeld aantal werknemers. Voldoet de rechtspersoon op twee opeenvolgende balansdata aan twee van de drie (activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000 en < 10 werknemers), dan geldt het microregime. Het blijft gelden tot hij op twee opeenvolgende balansdata niet meer voldoet. In het eerste en tweede boekjaar beslist de eerste balansdatum (art. 2:398 lid 1 BW).

Een micro-rechtspersoon is ook klein: alles wat art. 2:396 BW toestaat, mag hij ook, en daarbovenop de extra vereenvoudigingen van dit artikel. De vrijstellingen zijn een recht, geen plicht. Wie meer opneemt, mag dat; de algemene vergadering kan zelfs binnen zes maanden na het begin van het boekjaar besluiten de leden 3 tot en met 7 niet toe te passen (art. 2:398 lid 2 BW).

De acht leden van het microregime

Lid 1: de drie vereisten

De leden 3 tot en met 6 gelden voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 350.000 [per 13 maart 2024: € 450.000];

b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000 [per 13 maart 2024: € 900.000];

c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 10.

Art. 2:395a lid 1 BW

De bedragen tussen vierkante haken zijn een aanvulling van wetten.overheid.nl. De wettekst noemt nog € 350.000 en € 700.000. Het Implementatiebesluit Richtlijn verhoging grensbedragen van 5 maart 2024 heeft die verhoogd tot € 450.000 en € 900.000, voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 beginnen; voor boekjaar 2023 mocht het al (Stb. 2024, 52, art. 1 en 4). Het aantal werknemers bleef minder dan 10.

Lid 2: groepsmaatschappijen tellen mee

Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.

Art. 2:395a lid 2 BW

Staat de rechtspersoon aan het hoofd van een groep, dan toetst hij op de cijfers die een geconsolideerde jaarrekening zou laten zien. Dat geldt niet voor een tussenhoudster die de consolidatievrijstelling van art. 2:408 BW toepast. Een persoonlijke holding die haar dochter niet centraal leidt, is volgens RJk M1.109 geen groepshoofd en toetst op haar eigen cijfers. De casus hieronder laat het verschil zien.

Lid 3: geen overlopende posten voor overige bedrijfskosten

Het bepaalde in leden 3 en 4 van artikel 364 met betrekking tot de overlopende activa en passiva is niet van toepassing voor de overige bedrijfskosten bedoeld in artikel 377 lid 3 onder j. De rechtspersoon vermeldt het feit dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen onderaan de balans.

Art. 2:395a lid 3 BW

Bij overige bedrijfskosten, zoals huur, verzekeringen en energie, mag een micro de kosten boeken wanneer hij betaalt. Een jaarpremie die in november voor twaalf maanden wordt betaald, hoeft dan niet over twee boekjaren te worden verdeeld. Kiest u daarvoor, dan staat onder de balans dat er geen overlopende posten zijn opgenomen. Voor omzet, inkoop en lonen geldt deze vrijheid niet.

Lid 4: de balans

Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364 lid 1, 365 lid 1 onder a en 370 lid 1 onder d, 373 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post, 374 lid 1 en 375 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en waarbij voor het totaal van de schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd ten hoogste een jaar is en tot welk bedrag de resterende looptijd langer dan een jaar is. Voorts vermeldt een naamloze vennootschap de gegevens genoemd in de tweede zin van artikel 378 lid 3 onderaan de balans.

Art. 2:395a lid 4 BW

De balans heeft vijf hoofdregels: vaste activa (met apart eventuele geactiveerde oprichtings- en emissiekosten), vlottende activa (met apart de opgevraagde stortingen op het geplaatste kapitaal), eigen vermogen als één bedrag, voorzieningen, en schulden als één bedrag, gesplitst in wat binnen een jaar en wat later vervalt. Een NV vermeldt onder de balans de inkoop of vervreemding van eigen aandelen.

Lid 5: de winst-en-verliesrekening

Van de ingevolge afdeling 4 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 377 lid 1 onder a met uitzondering van vermelding van de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, 377 lid 3 onder a, d en e, 377 lid 3 onder g met uitzondering van de vermelding van overige externe kosten, 377 lid 3 onder h en i waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en 377 lid 3 onder j.

Art. 2:395a lid 5 BW

In de opgemaakte jaarrekening staat een winst-en-verliesrekening met acht regels: netto-omzet, overige bedrijfsopbrengsten, kosten van grond- en hulpstoffen, lonen, afschrijvingen en waardeverminderingen, overige bedrijfskosten, belastingen en het resultaat na belastingen (zo ook RJk M1.205). De algemene vergadering stelt haar vast. Openbaar wordt zij niet.

Lid 6: geen toelichting, verslag, overige gegevens of controle

Afdeling 5, de voorschriften in afdeling 6 betreffende de voorgeschreven opgaven in de toelichting, en de afdelingen 7, 8 en 9 zijn niet van toepassing.

Art. 2:395a lid 6 BW

Afdeling 5 (de bijzondere toelichtingsvoorschriften), de toelichtingseisen van afdeling 6 en de afdelingen 7 tot en met 9 (bestuursverslag, overige gegevens, accountantscontrole) gelden niet. De waarderingsregels van afdeling 6 gelden wel. De algemene norm blijft wel gelden: geeft de jaarrekening zonder aanvulling een duidelijk onvolledig beeld, bijvoorbeeld bij twijfel over het voortbestaan, dan neemt de micro de nodige informatie toch op (art. 2:362 lid 4 BW; RJk M1.202). Waarderen tegen marktwaarde mag een micro niet (art. 5a Besluit actuele waarde).

Lid 7: fiscale grondslagen

In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.

Art. 2:395a lid 7 BW

Een micro mag de jaarrekening opstellen op de grondslagen die de vennootschapsbelasting gebruikt, maar dan alle, zonder te mengen met commerciële grondslagen. Omdat er geen toelichting is, staat de vermelding in de praktijk onder de balans. Een fiscale reserve, zoals een herinvesteringsreserve, maakt dan deel uit van het eigen vermogen; latente belastingen horen er niet bij.

Lid 8: alleen de beperkte balans wordt openbaar

Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig leden 3 en 4 beperkte balans.

Art. 2:395a lid 8 BW

Gedeponeerd wordt alleen de balans volgens lid 3 en 4, met de vermeldingen die daaronder horen. Wat u vrijwillig meer in de opgemaakte jaarrekening zet, hoeft niet mee (RJk M1.402). Heeft de micro in een uitzonderlijke situatie extra gegevens moeten opnemen om het vereiste inzicht te geven, dan gaan die vanaf boekjaar 2026 wel mee in het openbare stuk (RJk M1.401, aangepast in 2025; in de editie voor boekjaar 2025 stond dat er nog niet).

Wat een micro opstelt en wat zij deponeert

OnderdeelOpgemaakte jaarrekeningGedeponeerd bij de KVK
BalansVijf hoofdregels (lid 4)Dezelfde beperkte balans (lid 8)
Winst-en-verliesrekeningAcht regels (lid 5)Nee
ToelichtingGeen, behalve gegevens die nodig zijn voor het inzichtDe vermeldingen onder de balans; vanaf boekjaar 2026 ook zulke aanvullende gegevens (RJk M1.401)
Vermeldingen onder de balansGeen overlopende posten (lid 3), fiscale grondslagen (lid 7), eigen aandelen bij een NV (lid 4)Ja
Bestuursverslag, overige gegevens, controleverklaringNiet vereist (lid 6)Nee
Datum van vaststelling–Ja (art. 2:394 lid 1 BW)

Casus: de jaarrekening van een ontwerpstudio

Studio Lindeboom BV (fictief) is een ontwerpbureau met vier werknemers. Op 31 december 2024 en 31 december 2025 waren de activa € 290.000 en € 310.000 en de netto-omzet € 590.000 en € 640.000. De BV voldoet aan alle drie de vereisten en is over 2025 micro.

Winst-en-verliesrekening 2025Bedrag
Netto-omzet€ 640.000
Kosten van grond- en hulpstoffen− € 210.000
Lonen− € 230.000
Afschrijvingen− € 25.000
Overige bedrijfskosten− € 120.000
Resultaat vóór belastingen€ 55.000
Vennootschapsbelasting (19%)− € 10.450
Resultaat na belastingen€ 44.550
Balans per 31 december 2025BedragBedrag
Vaste activa€ 120.000Eigen vermogen€ 145.000
Vlottende activa€ 190.000Voorzieningen€ 5.000
Schulden (binnen een jaar € 100.000, later € 60.000)€ 160.000
Totaal€ 310.000Totaal€ 310.000

Het eigen vermogen ging van € 100.450 naar € 145.000: de winst van € 44.550 is ingehouden. De BV betaalt haar jaarpremie voor de bedrijfsverzekering elk jaar in november en boekt die direct als kosten (lid 3). Onder de balans staat daarom dat geen overlopende posten zijn opgenomen. Bij de KVK komt alleen de balans met die zin en de datum van vaststelling. De winst-en-verliesrekening blijft intern; zie intern een winst-en-verliesrekening.

Variant: de holding met een werkmaatschappij

Holding Verbeek BV (fictief) houdt alle aandelen van Verbeek Montage BV. De holding zelf heeft € 380.000 aan activa, waarvan € 300.000 de deelneming, geen omzet en geen personeel. De werkmaatschappij heeft € 1,1 mln activa, € 2,4 mln omzet en 14 werknemers.

  • De holding leidt de werkmaatschappij centraal (één economische eenheid, art. 2:24b BW). Dan telt zij op groepsbasis: activa € 380.000 − € 300.000 + € 1,1 mln = € 1,18 mln, omzet € 2,4 mln, 14 werknemers. Geen van de drie microgrenzen wordt gehaald: de holding is klein.
  • De holding is een persoonlijke holding die geen centrale leiding geeft. Dan is zij geen groepshoofd en toetst zij op haar eigen cijfers: € 380.000, € 0 en 0 werknemers (RJk M1.109). Micro is zij alleen als zij geen participatieonderneming is. Bemoeit zij zich helemaal niet met het bestuur van de werkmaatschappij, maar houdt zij de aandelen alleen als belegging, dan sluit art. 2:398 lid 6 BW het microregime uit en is zij klein.

Of er centrale leiding is, hangt af van de feiten, zoals wie de strategie bepaalt en of de bestuurders dezelfde zijn. Zie ook de jaarrekening van een holding.

Misverstanden over het microregime

  • 'Een micro hoeft geen winst-en-verliesrekening te maken.' Zij moet er een opstellen en laten vaststellen; alleen deponeren hoeft niet.
  • De werkmaatschappij vergeten bij de holding. Een groepshoofd telt de groep mee; zie de variant hierboven.
  • Fiscale grondslagen voor één post. Lid 7 eist alle fiscale grondslagen tegelijk.
  • Vastgoed of effecten tegen marktwaarde. Voor een micro is dat uitgesloten (art. 5a Besluit actuele waarde).
  • Na één afwijkend jaar van klasse wisselen. De klasse wisselt pas na twee opeenvolgende balansdata; zie artikel 2:398 BW.
  • Vrijwillige toelichting deponeren omdat zij in de jaarrekening staat. Dat hoeft niet (RJk M1.402), maar het mag.

Samenhang met RJk M1 en de boekjaren 2025 tot en met 2027

De RJk werkt het microregime uit in hoofdstuk M1. Daarin staan onder meer de toetsing op groepsbasis (M1.105), de persoonlijke holding (M1.109) en de waardering, die verder volgt wat voor kleine rechtspersonen geldt (M1.301). Voor boekjaar 2025 geldt M1 in de versie die in 2024 is aangepast, voor 2026 en 2027 de versie die in 2025 is aangepast; het enige inhoudelijke verschil is de regel over uitzonderlijke extra gegevens in het openbare stuk (M1.401). De grenzen van lid 1 zijn voor alle drie de boekjaren gelijk. Meer over de RJk: de RJk voor micro en klein.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Jaarrekening.io maakt voor een micro-rechtspersoon een publicatieversie met alleen de beperkte balans. Kiest u voor lid 3 of voor fiscale grondslagen, dan staat de vermelding onder de balans en neemt het XBRL-bestand de keuze over. Bij een holding vraagt de app of zij met haar dochters een groep vormt en of zij een participatieonderneming is, omdat beide de klasse kunnen veranderen.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een BV een micro-onderneming?

Als zij op twee opeenvolgende balansdata aan ten minste twee van drie vereisten voldoet: activa tot € 450.000, netto-omzet tot € 900.000 en gemiddeld minder dan 10 werknemers (art. 2:395a lid 1 BW, bedragen voor boekjaren vanaf 1 januari 2024). Bij een groepshoofd tellen de groepsmaatschappijen mee (lid 2). In het eerste en tweede boekjaar beslist de eerste balansdatum (art. 2:398 lid 1 BW).

Wat deponeert een micro-BV bij de KVK?

Alleen de beperkte balans met vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, voorzieningen en schulden, met de splitsing van de schulden in binnen en na een jaar (art. 2:395a lid 4 en 8 BW). Daaronder staan de vermeldingen die van toepassing zijn, zoals fiscale grondslagen of het weglaten van overlopende posten, en de datum van vaststelling.

Moet een micro-BV een winst-en-verliesrekening maken?

Ja. De jaarrekening van een micro bestaat uit een beperkte balans en een beperkte winst-en-verliesrekening (art. 2:395a lid 4 en 5 BW), die de algemene vergadering vaststelt. Alleen de deponering is beperkt tot de balans (lid 8).

Mag een micro-BV de jaarrekening op fiscale grondslagen opstellen?

Ja, als zij alle fiscale grondslagen van de vennootschapsbelasting toepast en dat vermeldt (art. 2:395a lid 7 BW). Een mengvorm van fiscale en commerciële grondslagen mag niet. Omdat een micro geen toelichting heeft, staat de vermelding in de praktijk onder de balans.

Telt de werkmaatschappij mee voor de grootteklasse van mijn holding?

Als de holding aan het hoofd van een groep staat, ja: de activa, omzet en werknemers van de groepsmaatschappijen tellen mee alsof er geconsolideerd wordt (art. 2:395a lid 2 BW). Een persoonlijke holding die geen centrale leiding geeft, is geen groepshoofd en toetst op haar eigen cijfers (RJk M1.109). Zij kan dan micro zijn, tenzij zij een participatieonderneming is die zich niet met het bestuur van haar deelneming bemoeit (art. 2:398 lid 6 BW).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten