Artikelen 2:405 en 2:409–2:414 BW: zo is de geconsolideerde jaarrekening opgebouwd
Afdeling 13 van Titel 9 regelt de geconsolideerde jaarrekening. Artikel 2:405 definieert haar: de cijfers van de groep als één geheel. De artikelen 2:409 tot en met 2:414 regelen proportioneel consolideren, welke Titel 9-regels meegaan, het aandeel van derden, de balansdatum, het verschil bij eerste consolidatie en de lijst met maatschappijen. Wie moet consolideren, staat in 2:406–2:408.
Het korte antwoord
Afdeling 13 van Titel 9 regelt de geconsolideerde jaarrekening. Artikel 2:405 definieert haar: de cijfers van de groep als één geheel. De artikelen 2:409 tot en met 2:414 regelen proportioneel consolideren, welke Titel 9-regels meegaan, het aandeel van derden, de balansdatum, het verschil bij eerste consolidatie en de lijst met maatschappijen. Wie moet consolideren, staat in 2:406–2:408.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Wettekst | Art. 2:405 en 2:409–2:414 BW, tekst geldend vanaf 1 juli 2026; de jongste wijziging (art. 2:410) dateert van 28 juni 2008 |
| Plaats | Afdeling 13 van Titel 9 Boek 2 BW. De artikelen 2:406, 2:407 en 2:408 hebben elk een eigen pagina |
| Geldt voor | Elke rechtspersoon die een geconsolideerde jaarrekening opstelt, verplicht of vrijwillig |
| Richtlijnen | RJ 217 (consolidatie), RJ 215 (joint ventures), RJ 216 (overnames), RJ 260 (intercompany-transacties); voor klein RJk B3.3 |
Artikel 2:405: de groep als één geheel
1. Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen rechtspersonen en vennootschappen, als één geheel worden opgenomen.
2. De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig artikel 362 lid 1 inzicht geven betreffende het geheel van de in de consolidatie opgenomen rechtspersonen en vennootschappen.
“Als één geheel” is de kern. Wat de maatschappijen onderling aan elkaar verschuldigd zijn of aan elkaar verkopen, verdwijnt uit de geconsolideerde cijfers: een groep kan geen vordering op zichzelf hebben en geen winst maken op een verkoop aan zichzelf. RJ 260 werkt die eliminatie van onderlinge resultaten uit. Lid 2 legt de inzichtseis van art. 2:362 lid 1 BW op het geheel: het gaat om vermogen, resultaat, solvabiliteit en liquiditeit van de groep, niet van de moeder alleen.
Artikel 2:409: proportioneel consolideren bij samenwerking
De financiële gegevens van een rechtspersoon of vennootschap mogen in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen naar evenredigheid tot het daarin gehouden belang, indien:
a. in die rechtspersoon of vennootschap een of meer in de consolidatie opgenomen maatschappijen krachtens een regeling tot samenwerking met andere aandeelhouders, leden of vennoten samen de rechten of bevoegdheden kunnen uitoefenen als bedoeld in artikel 24a, lid 1; en
b. hiermee voldaan wordt aan het wettelijke inzichtvereiste.
Proportioneel consolideren betekent: u neemt van elke balanspost en elke regel van de winst-en-verliesrekening alleen uw percentage op. Het mag alleen bij gezamenlijke zeggenschap op grond van een samenwerkingsregeling. Volgens RJ 217.401 is de methode beperkt tot joint ventures in de zin van RJ 215. Een dochter van 60% consolideert u integraal met een aandeel van derden, niet voor 60%. Wie de methode niet wil, waardeert het belang in de joint venture tegen nettovermogenswaarde (art. 2:389 BW).
Artikel 2:410: welke regels van Titel 9 meegaan
1. De bepalingen van deze titel over de jaarrekening en onderdelen daarvan, uitgezonderd de artikelen 365 lid 2, 378, 379, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 6 en 8, en 390, zijn van overeenkomstige toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.
2. Voorraden hoeven niet te worden uitgesplitst, indien dat wegens bijzondere omstandigheden onevenredige kosten zou vergen.
3. Wegens gegronde, in de toelichting te vermelden redenen mogen andere waarderingsmethoden en grondslagen voor de berekening van het resultaat worden toegepast dan in de eigen jaarrekening van de rechtspersoon.
4. Staat een buitenlandse rechtspersoon mede aan het hoofd van de groep, dan mag het groepsdeel waarvan hij aan het hoofd staat, in de consolidatie worden opgenomen overeenkomstig zijn recht, met een uiteenzetting van de invloed daarvan op het vermogen en resultaat.
5. De in artikel 382 bedoelde gegevens worden voor het geheel van de volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen vermeld; afzonderlijk worden de in de eerste zin van artikel 382 bedoelde gegevens vermeld voor het geheel van de naar evenredigheid in de consolidatie betrokken maatschappijen.
Lid 1 maakt bijna heel Titel 9 van toepassing op de groepscijfers. De uitzonderingen hebben een logica:
- Geen wettelijke reserves in de groepscijfers: die voor geactiveerde ontwikkelingskosten (art. 2:365 lid 2 BW), voor deelnemingen en omrekeningsverschillen (art. 2:389 lid 6 en 8 BW) en de herwaarderingsreserve (art. 2:390 BW). Zij beschermen schuldeisers van de moeder en horen in de enkelvoudige jaarrekening.
- Geen mutatieoverzicht en geen deelnemingenlijst volgens art. 2:378 BW en art. 2:379 BW: voor de groep geldt de eigen lijst van art. 2:414.
- Geen honoraria van de accountant (art. 2:382a BW) en geen bezoldiging van bestuurders (art. 2:383 BW en 2:383b–e) als wettelijke plicht in de groepstoelichting. RJ 217.501 beveelt aan de honoraria toch in de geconsolideerde toelichting te zetten en staat toe de bezoldiging in een van beide toelichtingen te geven.
Lid 3 staat afwijkende grondslagen in de groepscijfers toe, maar alleen met gegronde, toegelichte redenen; RJ 217.402 vraagt in beginsel uniforme grondslagen. Lid 4 is bedoeld voor groepen met een Nederlands en een buitenlands hoofd naast elkaar. Lid 5 vraagt het gemiddeld aantal werknemers van de volledig geconsolideerde maatschappijen samen, en apart dat van de proportioneel geconsolideerde.
Artikelen 2:411 en 2:412: groepsvermogen en balansdatum
1. In de geconsolideerde jaarrekening behoeft het eigen vermogen niet te worden uitgesplitst.
2. Het aandeel in het groepsvermogen en in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt, wordt vermeld.
In de groepsbalans mag het eigen vermogen als één bedrag staan. Heeft de groep een dochter niet voor 100% in handen, dan staat het deel van anderen apart: het aandeel van derden, zowel in het vermogen als in het resultaat. Volgens RJ 217.511 staat dat aandeel in de balans direct bij het eigen vermogen en in de winst-en-verliesrekening als laatste regel, in mindering op het groepsresultaat.
1. De balansdatum voor de geconsolideerde jaarrekening is de zelfde als voor de jaarrekening van de rechtspersoon zelf.
2. In geen geval mag de geconsolideerde jaarrekening worden opgemaakt aan de hand van gegevens, opgenomen meer dan drie maanden voor of na de balansdatum.
De groep sluit op de balansdatum van de moeder. Heeft een dochter een ander boekjaar, dan mogen haar cijfers ten hoogste drie maanden afwijken; anders maakt zij tussentijdse cijfers op. RJ 217.403 vraagt belangrijke gebeurtenissen uit de tussenliggende maanden alsnog te verwerken.
Artikel 2:413: het verschil bij de eerste consolidatie
Indien de gegevens van een maatschappij voor het eerst in de consolidatie worden opgenomen en daarbij een waardeverschil ontstaat ten opzichte van de daaraan voorafgaande waardering van het belang daarin, moeten dit verschil en de berekeningswijze worden vermeld. Is de waarde lager, dan is artikel 389 lid 7 van toepassing op het verschil; is de waarde hoger, dan wordt het verschil opgenomen in het groepsvermogen, voor zover het geen nadelen weerspiegelt die aan de deelneming zijn verbonden.
Dit artikel speelt als een belang dat eerder anders werd gewaardeerd, voor het eerst wordt geconsolideerd. Is de waarde in de consolidatie lager dan de oude boekwaarde, dan wordt het verschil goodwill (art. 2:389 lid 7 BW). Is zij hoger, dan gaat het verschil naar het groepsvermogen, behalve voor zover het verwachte nadelen weerspiegelt. In beide gevallen vermeldt u het bedrag en hoe het is berekend.
Artikel 2:414: welke maatschappijen in de toelichting staan
1. De rechtspersoon vermeldt, onderscheiden naar de hierna volgende categorieën, de naam en woonplaats van rechtspersonen en vennootschappen:
a. die hij volledig in zijn geconsolideerde jaarrekening betrekt;
b. waarvan de financiële gegevens in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen voor een deel, evenredig aan het belang daarin;
c. waarin een deelneming wordt gehouden die in de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig artikel 389 wordt verantwoord;
d. die dochtermaatschappij zijn zonder rechtspersoonlijkheid en niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld;
e. waaraan een of meer volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen of dochtermaatschappijen daarvan alleen of samen voor eigen rekening ten minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaffen of doen verschaffen, en die niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld.
2. Tevens wordt vermeld:
a. op grond van welke omstandigheid elke maatschappij volledig in de consolidatie wordt betrokken, tenzij deze bestaat in het kunnen uitoefenen van het merendeel van de stemrechten en het verschaffen van een daaraan evenredig deel van het kapitaal;
b. waaruit blijkt dat een rechtspersoon of vennootschap waarvan financiële gegevens overeenkomstig artikel 409 in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, daarvoor in aanmerking komt;
c. in voorkomend geval de reden voor het niet consolideren van een dochtermaatschappij, vermeld ingevolge lid 1 onder c, d of e;
d. het deel van het geplaatste kapitaal dat wordt verschaft;
e. het bedrag van het eigen vermogen en resultaat van elke krachtens onderdeel e van lid 1 vermelde maatschappij volgens haar laatst vastgestelde jaarrekening.
3. Indien vermelding van naam, woonplaats en het gehouden deel van het geplaatste kapitaal van een dochtermaatschappij waarop onderdeel c van lid 1 van toepassing is, dienstig is voor het wettelijk vereiste inzicht, mag zij niet achterwege blijven, al is de deelneming van te verwaarlozen betekenis. Onderdeel e van lid 2 geldt niet ten aanzien van maatschappijen waarin een belang van minder dan de helft wordt gehouden en die wettig de balans niet openbaar maken.
4. Artikel 379 lid 4 is van overeenkomstige toepassing op de vermeldingen op grond van de leden 1 en 2.
5. Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 403 heeft afgegeven.
De lijst vervangt in de groepstoelichting de lijst van art. 2:379 BW. Beide lijsten mogen samen worden opgenomen, en het deel van de toelichting met die opgaven mag apart bij het handelsregister liggen als beide delen naar elkaar verwijzen (art. 2:379 lid 5 BW). Lid 4 maakt een ontheffing van de minister mogelijk bij ernstig nadeel. Lid 5 is de schakel met de groepsvrijstelling: de moeder noemt elke dochter waarvoor zij een 403-verklaring heeft afgegeven.
Welke groepen met deze artikelen werken
Afdeling 13 geldt zodra een rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt. Of dat moet, hangt vooral af van de omvang van de groep. Gemeten wordt op geconsolideerde basis, met de grenzen die sinds boekjaar 2024 gelden.
| Klasse van de groep | Geconsolideerde jaarrekening | Richtlijnen |
|---|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Niet verplicht (art. 2:407 lid 2 BW), tenzij de algemene vergadering op tijd schriftelijk bezwaar maakt | RJk |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Als micro; wie toch consolideert, past afdeling 13 toe | RJk B3.3 of, bij keuze voor de volledige RJ, RJ 217 |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Verplicht voor het groepshoofd (art. 2:406 BW), tenzij art. 2:408 BW geldt | RJ 217 en verwante hoofdstukken |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Als middelgroot. Is de moeder beursgenoteerd, dan stelt zij de groepsjaarrekening op volgens de IFRS van de EU; van Titel 9 gelden dan alleen de bepalingen van art. 2:362 lid 9 BW | RJ 217; IFRS bij een beursnotering |
Boekjaren 2025, 2026 en 2027 voor de groepsjaarrekening
De artikelen 2:405 en 2:409–2:414 zijn voor deze drie boekjaren gelijk; de jongste wijziging (art. 2:410) is van 28 juni 2008. De RJ heeft hoofdstuk 217 voor verslagjaren vanaf 1 januari 2027 opnieuw ingedeeld: de presentatie- en toelichtingseisen staan nu bij elkaar in paragraaf 5, en enkele punten zijn verduidelijkt (RJ-Uiting 2026-8, 24 augustus 2026). De alineanummers op deze pagina zijn die van de nieuwe editie. Voor de boekjaren 2025 en 2026 geldt de vorige editie, met andere nummers maar volgens de RJ zonder bedoelde inhoudelijke breuk.
Casus: een logistieke groep met een joint venture en een minderheidsaandeelhouder
Horizon Logistiek Groep BV stelt over 2026 een geconsolideerde jaarrekening op. Haar belangen per 31 december 2026:
| Maatschappij | Belang | Verwerking | Categorie art. 2:414 lid 1 |
|---|---|---|---|
| Transport Oost BV, Rotterdam | 80% | Integraal, met 20% aandeel derden | a |
| Koeltransport Zuid BV, Eindhoven | 100% | Integraal, voor het eerst in 2026 | a |
| Warehouse Partners BV, Tilburg | 50%, gezamenlijke zeggenschap met een partner | Proportioneel (art. 2:409 BW) | b |
| Data Noord BV, Groningen | 30% | Nettovermogenswaarde (art. 2:389 BW) | c |
| Horizon Polska sp. z o.o., Poznań | 100% | Niet geconsolideerd: € 40.000 activa, te verwaarlozen (art. 2:407 lid 1 BW) | e, met de reden en eigen vermogen en resultaat |
Aandeel derden. Transport Oost heeft een eigen vermogen van € 2.500.000 en een resultaat van € 400.000. Het deel van de minderheidsaandeelhouder is 20%: € 500.000 in het groepsvermogen en € 80.000 in het groepsresultaat. Horizon heeft in haar enkelvoudige jaarrekening een eigen vermogen van € 6.200.000. Het groepsvermogen is dus € 6.200.000 + € 500.000 = € 6.700.000. Het groepsresultaat na belastingen is € 1.130.000; daarvan komt € 80.000 toe aan derden en € 1.050.000 aan Horizon, gelijk aan haar enkelvoudige resultaat.
Proportioneel. Warehouse Partners heeft € 3.000.000 activa en € 1.800.000 schulden. Horizon neemt de helft op: € 1.500.000 activa en € 900.000 schulden. Haar boekjaar eindigt op 30 september. Dat ligt precies drie maanden voor de groepsbalansdatum en mag dus (art. 2:412 lid 2 BW). In oktober brandt bij Warehouse Partners een opslaghal af met € 400.000 schade. Omdat dat het groepsbeeld vertekent, verwerkt Horizon haar helft, € 200.000, alsnog in de groepscijfers. Dezelfde correctie zit in de waardering van het belang in haar enkelvoudige jaarrekening; de bedragen in de alinea hierboven zijn al na die correctie, zodat de aansluiting blijft kloppen.
Eerste consolidatie. Koeltransport Zuid bleef tot en met 2025 buiten de consolidatie omdat zij te klein was, maar stond in de enkelvoudige balans al tegen nettovermogenswaarde: € 140.000. Bij de eerste consolidatie in 2026 ontstaat dus geen verschil. Had Horizon haar tegen verkrijgingsprijs gewaardeerd, zeg € 50.000, dan was er een verschil van € 90.000 geweest. Een hogere waarde gaat naar het groepsvermogen voor zover zij geen verwachte nadelen weerspiegelt, met het bedrag en de berekening in de toelichting (art. 2:413 BW). Bij netto-activa van € 30.000 was het verschil van € 20.000 lager uitgevallen en als goodwill geactiveerd.
Horizon heeft voor Koeltransport Zuid een 403-verklaring afgegeven. Ook dat staat in de toelichting (art. 2:414 lid 5 BW).
Fouten in de groepsjaarrekening die de wet zelf al uitsluit
- Een dochter van 60% voor 60% opnemen. Proportioneel mag alleen bij gezamenlijke zeggenschap op grond van een samenwerkingsregeling (art. 2:409 BW).
- Het aandeel van derden niet apart tonen, of het onder de schulden zetten (art. 2:411 lid 2 BW).
- Een dochter met een boekjaar dat vier maanden afwijkt, toch met haar jaarcijfers opnemen (art. 2:412 lid 2 BW).
- Onderlinge vorderingen, leveringen en winsten laten staan. Een groep die “als één geheel” rapporteert, elimineert ze (art. 2:405 lid 1 BW; RJ 260).
- De lijst van art. 2:414 alleen met namen vullen. De wet vraagt ook de woonplaats, het kapitaalbelang, de reden van niet-consolideren en bij categorie e het eigen vermogen en resultaat.
- Het verschil bij eerste consolidatie zonder vermelding in het groepsvermogen boeken (art. 2:413 BW).
Wie moet consolideren: de artikelen ervoor
- Artikel 2:406 BW: de plicht van het groepshoofd en de tussenholding.
- Artikel 2:407 BW: wat buiten de consolidatie mag blijven, en de vrijstelling voor kleine groepen.
- Artikel 2:408 BW: de tussenholding die in een grotere consolidatie zit.
- Artikel 2:402 BW: de korte enkelvoudige winst-en-verliesrekening van de moeder die consolideert.
- RJ 217, RJ 216 en RJ 260; verder consolidatie in de kennisbank en het begrip geconsolideerde jaarrekening.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De consolidatiemodule van Jaarrekening.io leest per maatschappij in uw werkruimte de vergrendelde jaarrekening of de boekhouding. Per lid kiest u integraal, proportioneel, nettovermogenswaarde of buiten de consolidatie met een grond uit art. 2:407 lid 1. De module berekent het aandeel van derden, meldt een balansdatum die meer dan drie maanden afwijkt en zet de lijst van art. 2:414 per categorie klaar; waar een reden of bedrag ontbreekt, staat een plaatshouder die u aanvult. De module is gebouwd, maar staat nog niet in het menu van de app.
Bronnen
- Art. 2:405 BW: begrip geconsolideerde jaarrekening, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:409 BW: proportionele consolidatie, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:410 BW: toepasselijke bepalingen, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:411 BW: eigen vermogen en aandeel derden, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:412 BW: balansdatum, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:413 BW: verschil bij eerste consolidatie, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:414 BW: opgave van maatschappijen, tekst geldend vanaf 1 juli 2026 (wetten.overheid.nl)
- RJ-Uiting 2026-8: definitief gewijzigde Richtlijn 217 Consolidatie, 24 augustus 2026 (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Wat is een geconsolideerde jaarrekening volgens de wet?
Volgens art. 2:405 lid 1 BW is het de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de maatschappijen die een groep of groepsdeel vormen, als één geheel worden opgenomen. Onderlinge vorderingen, schulden en transacties vallen daarbij weg. De geconsolideerde jaarrekening moet inzicht geven in het geheel (lid 2).
Wanneer mag ik proportioneel consolideren?
Alleen als een of meer geconsolideerde maatschappijen samen met andere aandeelhouders, leden of vennoten op grond van een samenwerkingsregeling de zeggenschap uitoefenen, en als het inzicht daarmee gediend is (art. 2:409 BW). RJ 217 beperkt de methode tot joint ventures. Een gewone dochter met een minderheidsaandeelhouder consolideert u integraal, met een apart aandeel van derden.
Moet het eigen vermogen in de geconsolideerde balans worden uitgesplitst?
Nee. Art. 2:411 lid 1 BW staat één bedrag toe. Wel vermeldt u apart het deel van het groepsvermogen en van het groepsresultaat dat aan derden toekomt (lid 2). Wettelijke reserves horen niet in de groepscijfers maar in de enkelvoudige jaarrekening (art. 2:410 lid 1 BW).
Welke maatschappijen staan in de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening?
Art. 2:414 lid 1 BW vraagt naam en woonplaats, in vijf categorieën: volledig geconsolideerd, proportioneel geconsolideerd, deelnemingen tegen nettovermogenswaarde, dochters zonder rechtspersoonlijkheid die nog niet genoemd zijn, en overige belangen van ten minste een vijfde. Daarbij komen het kapitaalbelang, de redenen van lid 2 en de rechtspersonen waarvoor een 403-verklaring is afgegeven (lid 5).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten