RJ 210 Immateriële vaste activa: activeren, afschrijven en toelichten
RJ 210 bepaalt welke niet-tastbare uitgaven op de balans mogen en hoe lang u ze afschrijft. Het verschil tussen onderzoek en ontwikkeling beslist vaak over tonnen resultaat.
Het korte antwoord
RJ 210 laat een immaterieel actief op de balans toe als het identificeerbaar is, u er beschikkingsmacht over heeft, het waarschijnlijk voordeel oplevert en de kostprijs betrouwbaar is. Onderzoek is altijd kosten. Ontwikkeling activeert u zodra zes voorwaarden aantoonbaar zijn vervuld. U schrijft af over de gebruiksduur, met twintig jaar als weerlegbare bovengrens. Micro en klein volgen RJk B1.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 210 (aangepast 2025), van kracht voor boekjaren die op of na 1 januari 2026 beginnen; goodwill uit een overname valt onder RJ 216 |
| Micro en klein | RJk B1 (aangepast 2020); de microrechtspersoon past de waarderingsregels van de RJk toe (RJk M1.301) |
| Wet | art. 2:365 BW (posten en reserve), art. 2:385 lid 4 BW, art. 2:386 lid 3 BW, Besluit actuele waarde art. 6 en 7 |
| Boekjaren | 2025: RJ 210 (aangepast 2023). 2026 en 2027: alleen een verduidelijking van de vermelding van onderzoeks- en ontwikkelingskosten (RJ 210.506) |
Wat RJ 210 regelt, en wat niet
RJ 210 gaat over activa zonder fysieke vorm die u gebruikt om te produceren, te leveren, te verhuren of te besturen: software, licenties, octrooien, concessies, gekochte klantcontracten en geactiveerde ontwikkeling. Goodwill uit een overname staat in RJ 216, latente belastingvorderingen in RJ 272 (RJ 210.101).
Een uitgave wordt pas een actief als drie kenmerken samenkomen. Het actief is identificeerbaar: u kunt het afzonderlijk verkopen of in licentie geven, of het berust op een contractueel of wettelijk recht (RJ 210.110–111). U heeft er beschikkingsmacht over, meestal via een afdwingbaar recht; een goed opgeleid team of trouwe klanten zonder contract voldoen daar zelden aan (RJ 210.114–115). En het levert waarschijnlijk toekomstig voordeel op, waarbij de kostprijs betrouwbaar vaststaat (RJ 210.201).
Software die onlosmakelijk bij een machine hoort, telt mee als materieel vast actief (RJ 210.107; zie RJ 212). Kosten van oprichting en aandelenuitgifte mag u volgens de wet activeren, maar de RJ raadt dat af omdat ze geen echt actief vormen (RJ 210.103).
Onderzoek of ontwikkeling: waar de grens ligt
Een eigen project splitst u in een onderzoeksfase en een ontwikkelingsfase. Alles wat in de onderzoeksfase valt, neemt u als kosten (RJ 210.221). Lukt het niet de twee fasen te scheiden, dan behandelt u het hele project als onderzoek (RJ 210.220).
Ontwikkelingsuitgaven komen op de balans vanaf het moment waarop u zes dingen kunt laten zien (RJ 210.224): het project is technisch af te maken, u wilt het afmaken, u kunt het gebruiken of verkopen, er is een markt of intern nut, er zijn genoeg middelen om het af te ronden, en u registreert de uitgaven per project betrouwbaar. Uitgaven van vóór dat moment blijven kosten; later alsnog activeren mag niet (RJ 210.231 en 210.237).
Op dit punt verschillen de bundels. Voor middelgroot en groot is activeren een plicht: wat aan de criteria voldoet, "dienen te worden geactiveerd" (RJ 210.224). De RJk geeft micro en klein een keuze, ontwikkelingskosten "mogen worden geactiveerd" (RJk B1.105), behalve als eigen ontwikkeling de hoofdactiviteit is; dan moet het ook daar.
Zelf opgebouwde merken, logo's, uitgaverechten en klantenbestanden komen nooit op de balans (RJ 210.229). Een gekocht klantenbestand of een klantcontract dat u bij een overname verwerft, kan wel een actief zijn.
Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.
Afschrijven: twintig jaar, tien jaar en een restwaarde van nul
- Begin en tempo. U schrijft af vanaf het moment dat het actief klaar is voor gebruik, volgens het patroon waarin het voordeel binnenkomt. Is dat patroon niet betrouwbaar te bepalen, dan lineair (RJ 210.401 en 210.411). Een methode die minder snel afschrijft dan lineair is voor immateriële activa vrijwel nooit te verdedigen (RJ 210.412).
- Twintig jaar. De RJ gaat uit van een gebruiksduur van hooguit twintig jaar. Wie langer afschrijft, toetst elk jaar de realiseerbare waarde en legt in de toelichting uit waarom (RJ 210.406, 210.419 en 210.505).
- Tien jaar. Is de gebruiksduur van ontwikkelingskosten in een uitzonderlijk geval niet betrouwbaar te schatten, dan geldt de wettelijke bovengrens van tien jaar (art. 2:386 lid 3 BW; RJ 210.402).
- Contractduur. Een recht voor bepaalde tijd schrijft u niet langer af dan die tijd, tenzij verlenging vrijwel zeker is (RJ 210.408).
- Restwaarde. In beginsel nul. Alleen een toezegging van een koper of een actieve markt die er aan het einde nog zal zijn, rechtvaardigt iets anders (RJ 210.413).
- Elk jaar opnieuw. Gebruiksduur en methode beoordeelt u aan het einde van elk boekjaar (RJ 210.416). Een actief dat nog niet in gebruik is, toetst u jaarlijks op de realiseerbare waarde, ook zonder aanwijzing voor waardeverlies (RJ 210.419).
De geactiveerde kosten in verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van ontwikkeling voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van goodwill worden afgeschreven naar gelang van de verwachte gebruiksduur. In uitzonderlijke gevallen waarin de gebruiksduur van kosten van ontwikkeling en goodwill niet op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden deze kosten afgeschreven in een periode van ten hoogste tien jaren. In dergelijke gevallen worden in de toelichting de redenen voor de afschrijvingsduur van de kosten van goodwill vermeld.
Waarderen tegen actuele waarde kan bij immateriële activa bijna nooit: het mag alleen als het actief vanaf de verkrijging tegen kostprijs op de balans stond en er een liquide markt voor bestaat (art. 6 Besluit actuele waarde; RJ 210.301). Voor gekochte goodwill en vooruitbetalingen is het uitgesloten (art. 2:385 lid 4 BW).
Casus: een licentie, een app en een klantenbestand
Ventoro BV (middelgroot, boekjaar gelijk aan het kalenderjaar) doet in 2026 drie dingen. Op 1 januari koopt zij voor € 90.000 een licentie op routeringssoftware voor drie jaar, zonder recht op verlenging. Van januari tot en met april onderzoekt zij of een eigen planningsapp haalbaar is (€ 40.000). Op 1 mei keurt het bestuur het projectplan en de financiering goed; vanaf dan zijn de zes voorwaarden aantoonbaar vervuld. Van mei tot en met december besteedt zij € 130.000 aan eigen uren en € 30.000 aan een externe ontwikkelaar. De app gaat op 1 januari 2027 live en gaat naar verwachting vijf jaar mee. Daarnaast steekt de marketingafdeling € 25.000 in een eigen klantenbestand.
| Uitgave 2026 | Verwerking volgens RJ 210 | Last 2026 | Balans 31-12-2026 |
|---|---|---|---|
| Licentie € 90.000 | Activeren, afschrijven over de contractduur van drie jaar | € 30.000 | € 60.000 |
| Haalbaarheidsonderzoek € 40.000 | Onderzoeksfase: kosten (RJ 210.221) | € 40.000 | – |
| Ontwikkeling mei–december € 160.000 | Activeren (RJ 210.224); nog niet in gebruik, dus geen afschrijving | – | € 160.000 |
| Eigen klantenbestand € 25.000 | Kosten (RJ 210.229) | € 25.000 | – |
| Totaal | € 95.000 | € 220.000 |
Bij het eigen vermogen boekt Ventoro € 160.000 van de overige reserves naar een wettelijke reserve ontwikkelingskosten. Omdat de app op balansdatum nog niet in gebruik is, bepaalt zij eind 2026 de realiseerbare waarde, ook zonder signaal van waardeverlies. Vanaf 2027 schrijft zij € 32.000 per jaar af en daalt de reserve in hetzelfde tempo. In de toelichting vermeldt zij als totaal aan onderzoeks- en ontwikkelingskosten ten laste van 2026 € 40.000 (RJ 210.506).
Als Ventoro klein was en de RJk toepaste, mocht zij de € 160.000 ook als kosten nemen, omdat software maken niet haar hoofdactiviteit is. De last over 2026 wordt dan € 255.000, de immateriële vaste activa € 60.000 en er is geen wettelijke reserve. Was Ventoro een softwarehuis, dan moest zij ook als kleine BV activeren. Als micro volgt zij dezelfde RJk-keuze, maar toont zij alleen het totaal van de vaste activa.
RJ 210 per grootteklasse
| Klasse | Ontwikkeling activeren | Balans en toelichting |
|---|---|---|
| Micro | Mag; moet als eigen ontwikkeling de hoofdactiviteit is (RJk B1.105 via M1.301) | Eén post vaste activa, geactiveerde oprichtings- en uitgiftekosten apart (art. 2:395a lid 4 BW); geen toelichting. De reserve voor geactiveerde ontwikkeling houdt u wel aan; zij gaat op in het ene bedrag eigen vermogen |
| Klein (RJk) | Als bij micro | Immateriële vaste activa als één post, oprichtingskosten apart (art. 2:396 lid 3 BW). Verplicht: zekerheden, afschrijvingsmethoden en bij goodwill met een niet te schatten levensduur de reden van de termijn (RJk B1.119). Gebruiksduren en de reden voor meer dan twintig jaar zijn een overweging, geen plicht |
| Klein met de volledige RJ | Moet (RJ 210.224) | De toelichting van RJ 210.5 voor zover de wettelijke vrijstellingen van klein niet anders toestaan |
| Middelgroot | Moet | Per categorie grondslagen, gebruiksduren, methoden, verloopoverzicht (art. 2:368 BW), grote afzonderlijke activa, zekerheden en het totaal aan O&O-kosten. Vrijgesteld van de splitsing tussen zelf ontwikkeld en gekocht (RJ 210.501) |
| Groot | Moet | Als middelgroot, met die splitsing |
Wat er per boekjaar verandert
Voor boekjaren die in 2025 beginnen geldt RJ 210 (aangepast 2023). Voor 2026 en 2027 geldt RJ 210 (aangepast 2025). Het enige verschil is een verduidelijking van welke afschrijvingen meetellen in het totaal aan onderzoeks- en ontwikkelingskosten dat uit de jaarrekening moet blijken (RJ 210.506; RJ-Uiting 2025-3A). De regels voor activeren en afschrijven zijn in deze drie jaren gelijk. RJk B1 is sinds 2021 inhoudelijk niet gewijzigd.
Veelgemaakte fouten
- Uren activeren van vóór het moment waarop de zes voorwaarden aantoonbaar waren vervuld.
- Een website activeren die alleen uw eigen producten aanprijst. Zo'n site levert volgens de RJ geen aantoonbaar eigen voordeel op; een webwinkel waarin klanten bestellen, kan dat wel (RJ 210.117 met bijlage).
- De wettelijke reserve vergeten, of haar niet laten meedalen met de afschrijving.
- Een licentie van drie jaar over vijf jaar afschrijven omdat de software technisch langer meegaat.
- Bij een project dat nog loopt de jaarlijkse toets op de realiseerbare waarde overslaan.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
De module Activering (bèta) loopt per project de zes voorwaarden van RJ 210.224 na en rekent de wettelijke reserve uit, gelijk aan de boekwaarde aan het einde van elk jaar. In de toelichting vraagt de app de gebruiksduur van immateriële activa; voor middelgroot en groot is dat een verplicht antwoord. Of een project technisch haalbaar is, blijft uw oordeel. Meer over de module op activering van ontwikkelingskosten.
Bronnen
- Art. 2:365 BW: immateriële vaste activa en de reserve (wetten.overheid.nl)
- Art. 2:386 BW: afschrijvingen, met de termijnen voor ontwikkelingskosten en goodwill
- Art. 2:385 BW: goodwill en vooruitbetalingen ten hoogste tegen gedane uitgaven
- Besluit actuele waarde, art. 6 en 7 (wetten.overheid.nl)
- RJ-Uiting 2025-3A: aanpassingen in de RJ-bundel per boekjaar 2026, waaronder RJ 210.506 (rjnet.nl)
- Richtlijnen voor de jaarverslaggeving: bundels en edities (rjnet.nl)
Veelgestelde vragen
Moet ik ontwikkelingskosten activeren?
Dat hangt af van de bundel die u toepast. Volgt u de RJ (middelgroot, groot, of klein met de volledige RJ), dan moet u ontwikkelingsuitgaven activeren zodra u alle zes voorwaarden van RJ 210.224 kunt aantonen. Past u als micro- of kleine rechtspersoon de RJk toe, dan mag u kiezen, behalve als eigen ontwikkeling uw hoofdactiviteit is (RJk B1.105). Activeert u, dan houdt u een wettelijke reserve aan ter hoogte van het geactiveerde bedrag (art. 2:365 lid 2 BW).
Mag ik een immaterieel actief langer dan twintig jaar afschrijven?
Alleen als u het vermoeden van RJ 210.401 kunt weerleggen. Dan toetst u elk jaar de realiseerbare waarde, ook zonder aanwijzing voor waardeverlies, en legt u in de toelichting uit welke factoren de langere gebruiksduur rechtvaardigen (RJ 210.406 en 210.505). Voor ontwikkelingskosten en goodwill waarvan de gebruiksduur niet betrouwbaar te schatten is, geldt wettelijk een maximum van tien jaar (art. 2:386 lid 3 BW).
Mag ik de kosten van mijn website activeren?
Soms. De RJ ziet een website als een zelf ontwikkeld immaterieel actief. De planningsfase is altijd kosten. Uitgaven voor de bouw van applicatie, infrastructuur en vormgeving kunt u activeren als de site aantoonbaar voordeel oplevert, zoals bestellingen via een webwinkel. Een site die alleen uw producten promoot, haalt die drempel niet; foto's en teksten voor promotie zijn kosten (bijlage bij RJ 210.117).
Is een gekocht klantenbestand een immaterieel vast actief?
Ja, als het identificeerbaar is, u er beschikkingsmacht over heeft en het waarschijnlijk voordeel oplevert. Een klantenbestand dat u zelf opbouwt, mag nooit op de balans; die uitgaven zijn kosten (RJ 210.229). Bij een overname waardeert u verkregen klantcontracten tegen reële waarde, los van de goodwill (RJ 210.207 en RJ 216).
Moet een micro-BV een wettelijke reserve vormen voor geactiveerde ontwikkelingskosten?
De verplichting om een reserve aan te houden staat in art. 2:365 lid 2 BW en geldt ook voor een microrechtspersoon die ontwikkelingskosten activeert. Zichtbaar is zij niet, omdat de microbalans het eigen vermogen als één bedrag toont (art. 2:395a lid 4 BW). Voor de uitkeringstoets telt de reserve wel: het bedrag is niet vrij uitkeerbaar.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten