Vraag en antwoord

Aanslagjaar of boekjaar: welk jaar telt voor de belasting?

U zoekt het aanslagjaar en vindt in de Nederlandse belastingwet het woord jaar. Welk jaar bedoelt de wet, wat verandert er bij een verlengd boekjaar en wat geldt voor een eenmanszaak?

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Voor de vennootschapsbelasting telt het boekjaar; alleen zonder regelmatige boekhouding telt het kalenderjaar (art. 7 lid 4 Wet Vpb 1969). 'Aanslagjaar' is een Belgische term. Een verlengd boekjaar blijft één aangifte; wijzigt het tarief in die periode, dan rekent u naar rato van dagen. Een eenmanszaak telt in de regel het kalenderjaar.

Bijgewerkt op 30 oktober 2026

Kerngegevens

VennootschapsbelastingHet jaar is het boekjaar (art. 7 lid 4 Wet Vpb 1969); alleen zonder regelmatige boekhouding met jaarlijkse afsluitingen geldt het kalenderjaar
AanslagjaarHet Belgische begrip voor het jaar waarin de aangifte over het inkomstenjaar daarvoor wordt gedaan (Wikifin)
Verlengd boekjaar, aangifteEindigt het op 31 december: vóór 1 juni van het volgende kalenderjaar. Eindigt het in een andere maand: binnen vijf maanden na het einde (Belastingdienst)
Verlengd boekjaar, tariefWijzigt het tarief tijdens het boekjaar, dan geldt art. 31 Wet Vpb 1969: belasting per stelsel, naar rato van het aantal dagen
Inkomstenbelasting (eenmanszaak)Winst per kalenderjaar; een ander boekjaar alleen als de aard van de onderneming dat rechtvaardigt, en dan telt het voor het kalenderjaar waarin het eindigt (art. 3.66 Wet IB 2001)

Welk jaar telt voor de vennootschapsbelasting?

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zegt zelf wat zij met het jaar bedoelt. Artikel 7 lid 4 luidt:

Onder jaar wordt verstaan boekjaar, dan wel, zo de belastingplichtige niet regelmatig boekhoudt met geregelde jaarlijkse afsluitingen, kalenderjaar.

art. 7 lid 4 Wet Vpb 1969 (wetten.overheid.nl, geraadpleegd op 30 oktober 2026)

Voor een BV, NV, coöperatie, stichting of vereniging die regelmatig boekhoudt is het jaar dus het boekjaar. Dat is het kalenderjaar, tenzij de statuten een ander boekjaar aanwijzen (art. 2:10a BW); hoe dat werkt leest u bij gebroken boekjaar en de jaarrekening. De Belastingdienst volgt het statutaire boekjaar. Alleen het eerste, het laatste en een tussenboekjaar kunnen langer of korter zijn dan twaalf maanden.

Het jaar waarover de vennootschapsbelasting wordt berekend is dus het boekjaar uit artikel 7 lid 4, geen jaar dat de wet daarnaast aanwijst. Staat er op een brief of in software een belastingjaar of aanslagjaar, kijk dan naar de begin- en einddatum die erbij staan: die periode bepaalt welk boekjaar bedoeld is.

Aanslagjaar: een Belgische term

Aanslagjaar is een begrip uit de Belgische belastingaangifte. Wikifin, de voorlichtingssite van de Belgische toezichthouder FSMA, legt uit dat de aangifte die u in een jaar doet altijd over de inkomsten van het voorgaande jaar gaat: in 2026 vult u de aangifte in met uw inkomsten van 2025 (pagina gewijzigd op 8 januari 2026). Het aanslagjaar loopt in die uitleg dus een jaar voor op het inkomstenjaar.

Die verschuiving gebruikt de Wet Vpb 1969 niet. Zij bepaalt het jaar aan de hand van het boekjaar zelf (art. 7 lid 4), zonder een jaar op te schuiven. Leest u Belgische uitleg of werkt u met een Belgisch hulpmiddel, tel dan niet op uw Nederlandse termijnen een jaar bij of af. De termijn van een Nederlandse aangifte rekent u vanaf het einde van het boekjaar.

Verlengd boekjaar: één boekjaar, één aangifte

Een verlengd boekjaar is een boekjaar van meer dan twaalf maanden. Het komt voor bij het eerste boekjaar van een nieuwe rechtspersoon dat tot het einde van het volgende kalenderjaar doorloopt, bij het laatste boekjaar van een rechtspersoon die ophoudt te bestaan, en als tussenboekjaar wanneer de statuten het boekjaar veranderen. De aangifte vennootschapsbelasting volgt het boekjaar (art. 7 lid 4): u doet geen aparte aangifte per kalenderjaar, maar één over de hele periode. Het belastbare bedrag is de winst over die periode.

Wanneer de aangifte binnen moet zijn, hangt af van de maand waarin het verlengde boekjaar eindigt. De Belastingdienst geeft de regel op de pagina voor stichtingen en verenigingen (pagina gewijzigd op 23 juli 2026); de aangifte vennootschapsbelasting van een BV volgt dezelfde wet en dezelfde indeling:

Het verlengde boekjaar eindigt opAangifte vennootschapsbelastingVoorbeeld
31 decemberVóór 1 juni van het volgende kalenderjaar1 november 2022 tot en met 31 december 2023: vóór 1 juni 2024
De laatste dag van een andere maandBinnen vijf maanden na het einde1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024: vóór 1 december 2024

Als voorbeeld geeft die pagina een verlengd eerste boekjaar van 1 februari 2023 tot en met 30 april 2024, met als inleverdatum vóór 1 oktober 2024. Op de pagina voor ondernemingen over de aangifte vennootschapsbelasting (gelezen op 31 oktober 2026) staat het verlengde boekjaar niet; die noemt alleen het gebroken boekjaar (binnen vijf maanden na het einde) en het korte boekjaar (eindigt dat in een andere maand dan december, dan vóór 1 april van het volgende kalenderjaar). Een verlengd boekjaar is geen kort boekjaar, dus pas die 1 april-regel niet op uw verlengde boekjaar toe; controleer uw datum daarom in de brief of in het bericht over uw aangifte. Uitstel van de aangifte verandert niets aan de termijn voor het deponeren bij de KVK, zie uitstel Vpb en de KVK en publicatietermijn en uitstel.

Heeft u meer tijd nodig, dan kan uitstel van de aangifte worden aangevraagd. Het online formulier in Mijn Belastingdienst Zakelijk is bedoeld voor een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar (aanvragen vóór 1 juni, uitstel tot 1 november). Bij een afwijkend boekjaar, en dus ook bij een verlengd boekjaar, of als u langer uitstel wilt, gebruikt u volgens de Belastingdienst het papieren formulier 'Aanvraag uitstel aangifte vennootschapsbelasting', waarop u uw verzoek onderbouwt en aangeeft tot wanneer u uitstel wilt. De aanvraag moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar binnen zijn (gelezen op 31 oktober 2026; de pagina vermeldt geen wijzigingsdatum; bron: uitstel aangifte vennootschapsbelasting). Dat uitstel geldt alleen voor de aangifte, niet voor de KVK-termijn.

Komt het verlengde boekjaar uit een eerste boekjaar, lees dan ook een eerste boekjaar van achttien maanden: dat werkt de lengte, de statuten en de vergelijkende cijfers uit.

Het tarief bij een verlengd boekjaar

Een verlengd boekjaar loopt vaak over twee kalenderjaren. Voor 2023 tot en met 2026 maakt dat voor het tarief niets uit: de Belastingdienst noemt voor die vier jaren hetzelfde tarief, 19,0% tot € 200.000 en 25,8% erboven. Het wordt een rekenvraag als het tarief of de schijfgrens binnen het boekjaar wijzigt. Dat gebeurde per 1 januari 2023: het lage tarief steeg van 15% naar 19% en de schijfgrens daalde van € 395.000 naar € 200.000 (Rijksoverheid). Voor een boekjaar dat over die datum liep, bepaalt artikel 31 Wet Vpb 1969 hoe de belasting wordt berekend.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant paste dat artikel op 7 juli 2025 toe op een verlengd eerste boekjaar van 15 februari 2022 tot en met 31 december 2023. Zij rekende het belastbare bedrag eenmaal door volgens de tarieven en schijven van vóór de wijziging en eenmaal volgens die van erna, en nam van elk bedrag het deel naar het aantal dagen van het boekjaar dat voor respectievelijk na de wijzigingsdatum viel. Dit rekenvoorbeeld volgt die uitleg.

Casus: Studio Rijn BV

Studio Rijn BV is op 1 november 2022 opgericht. De statuten laten het eerste boekjaar lopen tot en met 31 december 2023: 426 dagen, waarvan 61 in 2022 (1 november tot en met 31 december) en 365 in 2023. Het belastbare bedrag over die hele periode is € 300.000 (fictief).

Deel van het boekjaarDagenBelasting over het hele bedrag volgens dat stelselNaar rato van de dagen
1 november tot en met 31 december 2022 (stelsel van 2022)6115% van € 300.000 = € 45.000€ 45.000 × 61/426 = € 6.443,66
1 januari tot en met 31 december 2023 (stelsel van 2023)36519% van € 200.000 (€ 38.000) plus 25,8% van € 100.000 (€ 25.800) = € 63.800€ 63.800 × 365/426 = € 54.664,32
Totaal426€ 61.107,98

De vennootschapsbelasting over het boekjaar is € 61.107,98, ongeveer 20,4% van de winst. Alles volgens het stelsel van 2023 zou € 63.800 zijn geweest en alles volgens dat van 2022 € 45.000; de gewogen uitkomst ligt ertussen, dichter bij 2023 omdat dat jaar 365 van de 426 dagen telt.

Het voorbeeld laat de logica zien en is geen belastingadvies. Het definitieve bedrag hangt af van aftrekposten, verliesverrekening en uw eigen feiten; laat dat door uw fiscalist bepalen. De tekst van artikel 31 zelf staat op wetten.overheid.nl; deze pagina geeft de werking weer zoals de rechtbank die toepaste.

Eenmanszaak en inkomstenbelasting: het kalenderjaar

Een eenmanszaak heeft geen statuten en geen eigen rechtspersoonlijkheid; de ondernemer betaalt inkomstenbelasting over de winst. De Wet inkomstenbelasting 2001 gaat daarbij uit van het kalenderjaar. Een ander boekjaar mag alleen als de aard van de onderneming dat rechtvaardigt. Artikel 3.66 lid 1 luidt:

Indien de aard van de onderneming dit rechtvaardigt, mag de winst worden bepaald over een niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar.

art. 3.66 lid 1 Wet IB 2001 (gelezen via inview.nl op 30 oktober 2026; de gezaghebbende tekst staat op wetten.overheid.nl)

Lid 2 zegt in welk jaar die winst terechtkomt:

De winst van een niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar wordt beschouwd als winst van het kalenderjaar waarin het boekjaar is geëindigd.

art. 3.66 lid 2 Wet IB 2001

Een eenmanszaak met een boekjaar van 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026 rapporteert die winst dus in het kalenderjaar 2026. Het verschil met de Vpb is wezenlijk: bij de Vpb is het jaar het boekjaar zelf, bij de inkomstenbelasting wordt een afwijkend boekjaar toegerekend aan het kalenderjaar waarin het eindigt. Lid 3 behandelt een boekjaar van meer dan twaalf maanden: dat wordt gesplitst in twee gedeelten, waarvan het eerste twaalf maanden omvat, mits de twee gedeelten in verschillende kalenderjaren eindigen. Beide gedeelten gelden dan als een afzonderlijk boekjaar; de winst van het eerste gedeelte wordt geschat en het tweede gedeelte krijgt de rest van de winst. Een lang boekjaar bij een eenmanszaak leidt dus tot twee winstjaren, terwijl een BV het als één boekjaar aangeeft.

Een vennoot in een vof of maatschap is zelf ondernemer voor de inkomstenbelasting en valt onder dezelfde regel. Voor een BV waarvan u directeur-grootaandeelhouder bent geldt dit niet: de BV zelf betaalt Vpb, en uw eigen inkomen uit de BV valt in de inkomstenbelasting per kalenderjaar.

Een afwijkend boekjaar in de jaarrekening zelf

Een boekjaar van een andere lengte raakt ook de jaarrekening, los van de belasting. De wet vraagt per post het bedrag van het voorafgaande boekjaar, zo nodig aangepast voor de vergelijkbaarheid en toegelicht (art. 2:363 lid 5 BW). Heeft het vorige boekjaar een andere lengte dan het huidige, dan zet u twee ongelijke perioden naast elkaar. De richtlijn voor kleine rechtspersonen adviseert in de toelichting de reden van de afwijkende lengte te noemen en dat de cijfers daardoor niet vergelijkbaar zijn (RJk A1.305). Voor een eerste boekjaar bestaan er geen vergelijkende cijfers.

In Jaarrekening.io stelt u het boekjaar in met een begin- en einddatum. Wijkt de periode af van twaalf maanden, dan stelt de app een tekst voor de reden en voor de vergelijkende cijfers voor. In de jaarrekening komt alleen wat u hebt gecontroleerd en opgeslagen; de app raadt niet.

Bij de grootteklasse telt de netto-omzet over het boekjaar. Voor een boekjaar dat korter of langer is dan twaalf maanden toetst de app op het hoogste van de werkelijke omzet en de naar twaalf maanden omgerekende omzet, zodat de uitkomst nooit lichter is dan een van beide lezingen. In de uitleg van de toets staat dan bij welke periode en welk bedrag dat is gebeurd.

De jaarrekeningroute van Jaarrekening.io is voor rechtspersonen onder Titel 9 van Boek 2 BW. Voor een eenmanszaak biedt de app die route niet aan: u kunt een eenmanszaak wel aanmaken voor de boekhouding. De modules Belastingen en Salarissen staan op Binnenkort, dus de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting doet u buiten de app. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse; lees de gratis jaarrekening.

Veelgemaakte fouten

  • De aangifte vennootschapsbelasting van een BV met een gebroken of verlengd boekjaar toch op 1 juni zetten, terwijl het boekjaar niet op 31 december eindigt.
  • Een verlengd boekjaar in twee aangiften splitsen, één per kalenderjaar. De Vpb kent één aangifte per boekjaar.
  • Het tarief van één kalenderjaar op het hele verlengde boekjaar toepassen terwijl het tarief of de schijfgrens binnen de periode wijzigde.
  • Voor een eenmanszaak het boekjaar als belastingjaar nemen. Voor de inkomstenbelasting telt het kalenderjaar waarin het boekjaar eindigt.
  • Een Belgische termijn of uitleg over het aanslagjaar op Nederlandse regels toepassen.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wat is het aanslagjaar bij de vennootschapsbelasting?

Aanslagjaar is een Belgisch begrip: het jaar waarin u de aangifte doet over de inkomsten van het jaar ervoor. In de Nederlandse Wet Vpb 1969 staat het jaar, en dat is het boekjaar (art. 7 lid 4). Zonder regelmatige boekhouding met jaarlijkse afsluitingen is het het kalenderjaar.

Telt voor de vennootschapsbelasting het boekjaar of het kalenderjaar?

Het boekjaar. Dat is het kalenderjaar, tenzij de statuten een ander boekjaar aanwijzen (art. 2:10a BW). Alleen een belastingplichtige die niet regelmatig boekhoudt met geregelde jaarlijkse afsluitingen valt terug op het kalenderjaar.

Wanneer moet de aangifte vennootschapsbelasting voor een verlengd boekjaar binnen zijn?

Eindigt het verlengde boekjaar op 31 december, dan vóór 1 juni van het volgende kalenderjaar. Eindigt het in een andere maand, dan binnen vijf maanden na het einde. Dat staat zo op de Belastingdienst-pagina voor stichtingen en verenigingen (gewijzigd op 23 juli 2026); controleer de datum voor uw BV in de brief van de Belastingdienst.

Doe ik bij een verlengd boekjaar twee aangiften?

Nee, het is één aangifte over het hele boekjaar. Alleen het tarief kan per deel verschillen: verandert het tarief of de schijfgrens binnen het boekjaar, dan deelt artikel 31 Wet Vpb 1969 de belasting naar het aantal dagen over het stelsel van vóór en dat van na de wijziging.

Welk tarief geldt als mijn boekjaar over twee kalenderjaren loopt?

Zijn de tarieven in beide jaren gelijk, zoals 2023 tot en met 2026 (19,0% tot € 200.000 en 25,8% erboven), dan geldt dat tarief voor het hele boekjaar. Verschillen ze, zoals tussen 2022 en 2023, dan berekent u de belasting per stelsel en weegt u de uitkomsten naar het aantal dagen.

Welk boekjaar geldt voor de inkomstenbelasting van een eenmanszaak?

In de regel het kalenderjaar. Een ander boekjaar mag alleen als de aard van de onderneming dat rechtvaardigt (art. 3.66 lid 1 Wet IB 2001); de winst telt dan voor het kalenderjaar waarin het boekjaar eindigt (lid 2).

Kan een eenmanszaak een gebroken boekjaar hebben?

Ja, maar alleen als de aard van de onderneming dat rechtvaardigt. Een eenmanszaak heeft geen statuten die het boekjaar vastleggen. Een boekjaar van 1 mei tot en met 30 april levert de winst van het kalenderjaar waarin het eindigt.

Kan ik voor mijn eenmanszaak een jaarrekening maken in Jaarrekening.io?

Nee. De jaarrekeningroute is voor rechtspersonen onder Titel 9 van Boek 2 BW. Een eenmanszaak kunt u wel aanmaken voor de boekhouding.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten