Wet: Titel 9 Boek 2 BW

Artikel 2:360 BW: wie onder Titel 9 valt

Artikel 2:360 BW is de toegangsdeur van Titel 9. Het noemt de rechtsvormen die altijd een jaarrekening volgens de wet maken en de voorwaarden waaronder een cv, vof, stichting of vereniging daarbij komt.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Titel 9 geldt altijd voor de BV, NV, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, en voor banken, betaal- en elektronischgeldinstellingen in welke vorm ook. Een cv of vof valt eronder als alle volledig aansprakelijke vennoten buitenlandse kapitaalvennootschappen zijn. Een stichting of vereniging alleen als haar ondernemingen twee boekjaren achter elkaar ten minste € 7,5 miljoen netto-omzet halen.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

PlaatsAfdeling 1 van Titel 9 (Algemene bepaling)
Huidige tekst sinds1 januari 2012 (Stb. 2011, 670)
Omzetgrens lid 3€ 7,5 miljoen: de helft van de omzetgrens voor klein van art. 2:396 lid 1 onder b BW (€ 15 miljoen voor boekjaren vanaf 1 januari 2024)
BoekjarenVoor 2025, 2026 en 2027 geldt dezelfde tekst; alleen de omzetgrens volgt de grenzen van art. 2:396
UitwerkingRJ 630 (commerciële stichtingen en verenigingen, versie 2024, van kracht vanaf boekjaar 2025) en RJ 620 (coöperaties)

Lid 1: vier rechtsvormen en de financiële instellingen

1. Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.

Art. 2:360 lid 1 BW

Wat betekent dit

Een BV, NV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij maakt altijd een jaarrekening volgens Titel 9. Er is geen ondergrens: ook een BV zonder omzet of een slapende holding valt eronder. Wat de omvang wel bepaalt, is hoeveel u moet laten zien; dat regelen de grootteklassen in art. 2:395a tot en met 2:397 BW.

De tweede zin trekt banken, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen onder Titel 9, ook als zij bijvoorbeeld als stichting zijn opgericht. Voor banken gelden daarna de eigen regels van afdeling 14. De onderlinge waarborgmaatschappij verzekert haar leden en valt daardoor in de regel onder de regels voor verzekeraars in afdeling 15. Beide sectoren hebben eigen modellen en eigen hoofdstukken in de RJ (RJ 600 tot en met 615).

Lid 2: de cv en vof met buitenlandse kapitaalvennootschappen

2. Deze titel is eveneens van toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.

Art. 2:360 lid 2 BW

Wat betekent dit

Een gewone cv of vof stelt geen jaarrekening volgens Titel 9 op. Lid 2 maakt één uitzondering: zijn alle vennoten die met hun hele vermogen voor de schulden instaan, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht, dan behandelt de wet de personenvennootschap als een rechtspersoon. Denk aan een cv waarvan de enige beherend vennoot een Duitse GmbH of een Belgische BV is. Voor schuldeisers lijkt zo'n vennootschap op een BV: geen enkele vennoot staat met privévermogen in. Daarom stelt de wet haar voor de jaarrekening gelijk aan een rechtspersoon.

De stille vennoten (commanditaire vennoten) tellen niet mee: zij zijn niet volledig aansprakelijk. Is één beherend vennoot een Nederlandse BV of een natuurlijk persoon, dan geldt lid 2 niet. De cv zelf maakt dan geen Titel 9-jaarrekening; de Nederlandse BV wel, en die vermeldt haar volledige aansprakelijkheid voor de cv in haar eigen toelichting (art. 2:376 BW).

Lid 3: de commerciële stichting en vereniging

3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.

Art. 2:360 lid 3 BW

Wat betekent dit

De zin is lang, maar de toets bestaat uit drie vragen. Houdt de stichting of vereniging een onderneming in stand die in het handelsregister moet staan? Haalt de netto-omzet van die ondernemingen samen in twee opeenvolgende boekjaren ten minste € 7,5 miljoen? En is er geen andere wet die al een gelijkwaardige, openbare verantwoording eist? Bij drie keer de goede uitkomst valt de rechtspersoon onder Titel 9. Het bedrag is gekoppeld aan de omzetgrens voor klein (€ 15 miljoen voor boekjaren vanaf 2024); stijgt die grens, dan stijgt deze mee.

Wat telt mee? Alleen de omzet uit de levering van goederen en diensten door de ondernemingen. Giften, subsidies, contributies en beleggingsopbrengsten van de stichting zelf blijven buiten de toets, en ook de omzet van ondernemingen die een dochtermaatschappij van de stichting drijft (RJ 630.103 en 630.106). Drijft de stichting zelf twee ondernemingen, dan telt u de omzet op.

Wanneer begint en eindigt het? Net als bij de grootteklassen werkt de toets met twee jaren. Haalt de omzet de grens twee jaar achter elkaar, dan geldt Titel 9 voor de jaarrekening van dat tweede jaar. Eén jaar onder de grens verandert niets; pas na twee opeenvolgende jaren eronder vervalt de plicht. Voor een nieuwe stichting raadt RJ 630.105 aan de regel voor het eerste boekjaar uit art. 2:398 lid 1 BW naar analogie toe te passen.

Valt de stichting eronder, dan geldt Titel 9 voor de hele rechtspersoon, ook voor de activiteiten zonder winstoogmerk (RJ 630.108). Voor de grootteklasse telt u het balanstotaal van de stichting en de omzet en werknemers van de ondernemingen (art. 2:398 lid 5 BW). Zij vermeldt bovendien de statutaire regeling over de bestemming van het resultaat en hoe het resultaat is bestemd (art. 2:383a BW), ook als zij klein is.

De tweede zin houdt sectoren met een eigen wettelijke verantwoordingsplicht buiten Titel 9, als die verantwoording gelijkwaardig is en openbaar wordt. Gelijkwaardig toetst u aan de verantwoording als geheel, niet post voor post, en openbaar kan ook een andere weg zijn dan het handelsregister, bijvoorbeeld een sectorportaal (RJ 630.107).

Casus: wanneer de leerwerkstichting onder Titel 9 komt

Stichting Oostkade Leerwerkbedrijf (fictief) leidt jongeren op in een eigen restaurant en een eigen fietsenwerkplaats. Beide staan in het handelsregister. Daarnaast ontvangt de stichting elk jaar ongeveer € 3 miljoen subsidie van gemeenten. De netto-omzet van de twee ondernemingen:

BoekjaarRestaurantFietsenwerkplaatsOmzet ondernemingen€ 7,5 miljoen of meer?
2023€ 3.900.000€ 1.500.000€ 5.400.000Nee
2024€ 5.600.000€ 2.000.000€ 7.600.000Ja (eerste jaar)
2025€ 5.800.000€ 2.100.000€ 7.900.000Ja (tweede jaar)
2026€ 5.300.000€ 1.900.000€ 7.200.000Nee (eerste jaar eronder)
  • Boekjaar 2024: de grens is één keer gehaald. Nog geen Titel 9; de stichting maakt een balans en staat van baten en lasten volgens art. 2:10 BW.
  • Boekjaar 2025: tweede jaar op rij boven de grens. Over 2025 maakt de stichting een jaarrekening volgens Titel 9 en deponeert zij die. De subsidie van € 3 miljoen telt niet mee voor de toets, maar staat wel in de exploitatierekening.
  • Boekjaar 2026: één jaar onder de grens. Titel 9 blijft gelden. Pas als ook 2027 onder de grens blijft, vervalt de plicht met ingang van boekjaar 2027.

Welke grootteklasse? Op 31 december 2024 en 2025 is het balanstotaal van de stichting € 4,2 miljoen, de omzet van de ondernemingen € 7,6 en € 7,9 miljoen en werken er gemiddeld 62 mensen. Balanstotaal en omzet blijven onder de grenzen voor klein (≤ € 7,5 mln en ≤ € 15 mln); het personeel niet. Twee van de drie is genoeg: de stichting is klein. Zij is niet controleplichtig en maakt alleen de balans met toelichting openbaar. Beoogt zij geen winst, dan kan zij zelfs van deponeren afzien, mits zij de stukken op verzoek kosteloos toestuurt of ter inzage geeft en een verklaring van een accountant deponeert (art. 2:396 lid 9 BW).

Per grootteklasse

Artikel 2:360 kent geen grootteklassen: het bepaalt alleen óf Titel 9 geldt. Daarna beslist de klasse over de omvang van de jaarrekening.

KlasseGevolg zodra Titel 9 geldt
MicroBeknopte balans en winst-en-verliesrekening; alleen de balans wordt openbaar (art. 2:395a BW). Banken, beleggingsinstellingen en participatieondernemingen kunnen geen micro zijn (art. 2:398 lid 3, 6 en 7 BW).
KleinBalans, winst-en-verliesrekening en een beperkte toelichting; openbaar alleen balans en toelichting; geen controleplicht (art. 2:396 BW).
MiddelgrootVolledige jaarrekening en bestuursverslag, controleplicht, minder detail in de publicatie (art. 2:397 BW).
GrootAlle voorschriften van Titel 9, zonder vrijstellingen.

Veelgemaakte fouten

  • Alle inkomsten van een stichting optellen voor de omzetgrens. Subsidies, giften en contributies tellen niet mee, alleen de netto-omzet van de ondernemingen.
  • Denken dat een BV zonder activiteiten geen jaarrekening hoeft te maken. Lid 1 kent geen ondergrens; zie deponeren zonder omzet.
  • Een cv met een Nederlandse BV als beherend vennoot onder lid 2 brengen. Lid 2 geldt alleen als álle volledig aansprakelijke vennoten buitenlandse kapitaalvennootschappen zijn.
  • De ANBI-publicatieplicht verwarren met deponeren. Een ANBI zet haar gegevens op internet; deponeren bij de KVK hangt alleen af van art. 2:360 lid 3.
  • Na één jaar onder de omzetgrens stoppen met Titel 9. Dat mag pas na het tweede jaar op rij eronder.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Bij een BV, NV of coöperatie opent Jaarrekening.io de jaarrekeningroute direct. Bij een stichting, vereniging, cv of vof vraagt de app u eerst de voorwaarden van lid 2 of lid 3 te bevestigen; zonder die bevestiging krijgt de rechtspersoon de boekhouding zonder jaarrekeningroute. Een onderlinge waarborgmaatschappij volgt de regels voor verzekeraars; die jaarrekening stelt de app niet op.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Moet een stichting een jaarrekening deponeren bij de KVK?

Alleen als zij onder art. 2:360 lid 3 BW valt: zij houdt een onderneming in stand die in het handelsregister moet staan en de netto-omzet van haar ondernemingen is twee boekjaren achter elkaar ten minste € 7,5 miljoen, terwijl geen andere wet een gelijkwaardige openbare verantwoording eist. Andere stichtingen maken binnen zes maanden een balans en een staat van baten en lasten (art. 2:10 BW) en deponeren niets.

Telt subsidie mee voor de omzetgrens van art. 2:360 lid 3 BW?

Nee. De toets kijkt naar de netto-omzet van de ondernemingen die de stichting of vereniging in stand houdt: opbrengsten uit de levering van goederen en diensten. Subsidies, giften, contributies en beleggingsopbrengsten van de rechtspersoon zelf tellen niet mee, en de omzet van een dochtermaatschappij ook niet.

Valt een cv met een BV als beherend vennoot onder Titel 9?

Niet via art. 2:360 lid 2 BW als die BV een Nederlandse BV is: lid 2 geldt alleen als alle volledig aansprakelijke vennoten kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn. De beherende BV maakt wel zelf een jaarrekening en vermeldt daarin haar volledige aansprakelijkheid voor de schulden van de cv.

Moet een slapende BV zonder omzet een jaarrekening maken?

Ja. Art. 2:360 lid 1 BW kent voor de BV geen omzet- of activagrens. Een BV zonder activiteiten is in de regel een microrechtspersoon en maakt dan een beknopte balans en winst-en-verliesrekening; openbaar wordt alleen de balans. De termijnen van opmaken, vaststellen en deponeren gelden onverkort.

Wanneer is een stichting niet langer verplicht Titel 9 toe te passen?

Als de netto-omzet van haar ondernemingen twee opeenvolgende boekjaren onder de grens van art. 2:360 lid 3 BW blijft. Eén jaar eronder is niet genoeg. De plicht vervalt dan voor de jaarrekening van het tweede jaar onder de grens.

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten