Jaarrekening bouwbedrijf: onderhanden projecten volgens RJ 221
Termijnfacturen zijn geen omzet. Zo bepaalt een aannemer de projectopbrengst, het saldo op de balans en het moment waarop een verlies wordt genomen.
Het korte antwoord
De jaarrekening van een bouwbedrijf staat of valt met de onderhanden projecten. Is het projectresultaat betrouwbaar in te schatten, dan volgen opbrengst en kosten de voortgang (RJ 221). Anders blijft de opbrengst beperkt tot de verhaalbare kosten en neemt u geen winst. Een verwacht verlies boekt u meteen. Op de balans staat elk project gesaldeerd met de gedeclareerde termijnen.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Richtlijn | RJ 221 Onderhanden projecten |
| Hoofdregel | Opbrengsten en kosten naar rato van de verrichte prestaties (RJ 221.301) |
| Resultaat niet in te schatten | Opbrengst tot de verhaalbare projectkosten, geen winst (RJ 221.314) |
| Verwacht verlies | Direct en volledig als last (RJ 221.323) |
| Presentatie | Per project gesaldeerd: een actief bij een debetstand, een kortlopende schuld bij een creditstand (RJ 221.409) |
Wanneer is een klus een onderhanden project?
Een onderhanden project is een met een opdrachtgever overeengekomen project voor de bouw van een actief, waarvan de uitvoering gewoonlijk over meer dan één verslagperiode loopt (RJ 221.106). Een verbouwing die in oktober begint en in maart wordt opgeleverd, valt eronder. Een dakgoot die u in één week vervangt en factureert niet.
Projectopbrengsten vallen onder RJ 221; RJ 270 geldt voor losse leveringen en diensten buiten het project. Werkt u als zzp'er of in een vof, dan valt u niet onder Titel 9 en stelt u uw cijfers op voor de inkomstenbelasting.
De bouw kent geen eigen grootteklassen of controleplicht: beide volgen uit balanstotaal, netto-omzet en personeel, zoals uitgelegd bij de groottecriteria en in de controleplicht-check.
Naar rato van de voortgang, of zonder tussentijdse winst
Kunt u het resultaat van een project betrouwbaar inschatten, dan verwerkt u opbrengsten en kosten naar rato van de verrichte prestaties (RJ 221.301). Dat vraagt dat opbrengst, resterende kosten en voortgang betrouwbaar te bepalen zijn (RJ 221.302). De voortgang meet u met de gemaakte kosten als deel van de geschatte totale kosten, met een opname van het uitgevoerde werk of met de voltooiing van een herkenbaar onderdeel (RJ 221.309).
Lukt die inschatting niet, bijvoorbeeld in de eerste fase van een complex werk, dan neemt u opbrengst tot het bedrag van de gemaakte kosten dat u waarschijnlijk kunt verhalen, en geen winst (RJ 221.314). Bij vooral korte projecten mag u deze methode om praktische redenen ook gebruiken als het resultaat wel is in te schatten, zolang dat de cijfers niet wezenlijk vertekent (RJ 221.316).
| Naar rato van de voortgang | Zonder tussentijdse winst | |
|---|---|---|
| Wanneer | Projectresultaat is betrouwbaar in te schatten | Niet betrouwbaar in te schatten, of een stroom van korte projecten |
| Opbrengst tijdens de bouw | Voortgangspercentage × totale projectopbrengst | Gemaakte kosten die waarschijnlijk verhaalbaar zijn |
| Winst | Tijdens de uitvoering, in verhouding tot de voortgang | Zodra het resultaat betrouwbaar vaststaat, uiterlijk bij oplevering |
Meer- en minderwerk en claims horen bij de projectopbrengst (RJ 221.201), maar alleen voor het bedrag waarop u verwacht recht te hebben.
Rekenvoorbeeld: verbouwing met een aanneemsom van € 200.000
Een aannemers-BV neemt een verbouwing aan voor € 200.000 en begroot de kosten op € 162.500. Op 31 december is € 65.000 aan kosten gemaakt, dus 40% van de begroting, en is € 60.000 aan termijnen gedeclareerd.
| Naar rato van de voortgang | Zonder tussentijdse winst | |
|---|---|---|
| Projectopbrengst in het boekjaar | 40% × € 200.000 = € 80.000 | € 65.000 |
| Projectkosten in het boekjaar | € 65.000 | € 65.000 |
| Resultaat op het project | € 15.000 | € 0 |
| Onderhanden project op de balans | € 80.000 − € 60.000 = € 20.000 (actief) | € 65.000 − € 60.000 = € 5.000 (actief) |
Had de aannemer al € 90.000 gedeclareerd, dan stond bij de eerste methode € 10.000 als verplichting onder de kortlopende schulden (RJ 221.409). Blijkt in december dat de kosten uitkomen op € 215.000, dan neemt u het hele verwachte verlies van € 15.000 direct (RJ 221.323).
Ketenaansprakelijkheid en de g-rekening
Schakelt u een onderaannemer in, dan kan de Belastingdienst u als aannemer aanspreken voor de loonheffingen die hij over dat werk moet afdragen. Om dat risico te beperken stort u het loonheffingendeel van de factuur op zijn g-rekening: een geblokkeerde bankrekening waarmee hij alleen loonheffingen en btw aan de Belastingdienst kan betalen.
Het saldo van uw eigen g-rekening staat onder de liquide middelen; middelgrote en grote rechtspersonen vermelden erbij dat het niet vrij beschikbaar is (art. 2:372 lid 2 BW). Een aansprakelijkstelling die u boven het hoofd hangt, vermeldt u als voorwaardelijke verplichting in de toelichting (art. 2:381 lid 1 BW); alleen een micro-rechtspersoon is daarvan vrijgesteld. Is betaling waarschijnlijk, dan vormt u in elke grootteklasse een voorziening.
Veelgemaakte fouten bij bouwprojecten
- Gedeclareerde termijnen gelijkstellen aan omzet (RJ 221.311).
- Onderhanden projecten als voorraad waarderen, terwijl het saldo een vordering of schuld is (RJ 221.407).
- Een verlies op het ene project wegstrepen tegen de winst op een ander; het verlies bepaalt u per project (RJ 221.324).
Wat BV's in deze sector deponeren
Aannemers en gespecialiseerde bouwbedrijven vallen in SBI-sectie F, bouwnijverheid (SBI 41–43). Projectontwikkeling (SBI 41) telt daar ook mee.
| Balansklasse, boekjaar 2024 | Deponeringen | Solvabiliteit: p25 – mediaan – p75 | Current ratio: p25 – mediaan – p75 |
|---|---|---|---|
| Micro (balans tot en met € 450.000) | 8.847 | 1,1% – 47,4% – 79,0% | 0,90 – 1,79 – 4,25 |
| Klein (balans boven € 450.000 tot en met € 7,5 mln) | 8.773 | 22,5% – 47,4% – 70,1% | 1,17 – 1,84 – 3,57 |
| Middelgroot (balans boven € 7,5 mln tot en met € 25 mln) | 810 | 13,6% – 35,5% – 59,3% | 0,81 – 1,50 – 2,82 |
| Groot (balans boven € 25 mln) | 218 | 4,0% – 28,1% – 64,1% | 0,52 – 1,29 – 3,89 |
In balansklasse klein had sectie F over boekjaar 2024 een mediane solvabiliteit van 47,4%, lager dan de 73,4% van alle balansen in die klasse samen; de mediane current ratio was 1,84, lager dan landelijk (3,28). Het landelijke cijfer ligt hoog door de vele holdings.
De balansklasse volgt alleen het balanstotaal, niet de wettelijke grootteklasse. De dataset noemt geen rechtsvorm; het gaat om alle deponeringen in XBRL met deze SBI-sectie, vooral van BV's. Bron: KVK Handelsregister Open Dataset Jaarrekeningen, bewerking Jaarrekening.io, CC BY 4.0. Gegevens gedownload en verwerkt op 2 november 2026. Uitleg en alle sectoren: solvabiliteit per sector en current ratio per sector.
Wat Jaarrekening.io doet bij een bouw-BV
Jaarrekening.io leest de XAF-auditfile of de saldibalans (Excel of CSV) van uw bouw-BV in en stelt daarmee de jaarrekening op. De voortgang per project, de methode en de inschatting van verliezen blijven uw oordeel. De software stuurt niets naar de KvK.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Mag een klein bouwbedrijf alle projecten zonder tussentijdse winst verwerken?
Dat mag als de looptijd van de projecten overwegend korter is dan twaalf maanden, of als er een gelijkmatige stroom van projecten van stabiele omvang is die regelmatig gereedkomen. Voorwaarde is dat het geen materiële invloed heeft op vermogen en resultaat (RJ 221.316). Een verwacht verlies neemt u ook dan direct.
Waar staat een project dat verder is gefactureerd dan het werk is gevorderd?
Onder de kortlopende schulden. U saldeert per project de gerealiseerde opbrengst met de gedeclareerde termijnen; een creditstand is een verplichting aan de opdrachtgever, een debetstand een actief (RJ 221.409).
Hoort werk dat is opgeleverd maar nog niet is gefactureerd bij de omzet van dit jaar?
Ja. De opbrengst volgt de verrichte prestatie en niet de factuurdatum. De laatste termijn die u in januari factureert voor werk dat in december is opgeleverd, is omzet van het oude boekjaar.
Krijgt een zzp'er in de bouw een g-rekening?
Nee. De Belastingdienst werkt niet mee aan een g-rekening voor een zelfstandige zonder personeel die als onderaannemer werkt, omdat hij geen inhoudingsplichtige voor de loonheffingen is. Dat geldt ook als de opdrachtgever een g-rekening eist.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten