Jaarrekening productiebedrijf: vervaardigingsprijs en voorraad
Wat een product heeft gekost, bepaalt bij een maakbedrijf zowel de voorraad op de balans als de winst. De wet laat daarbij keuzes, maar geen willekeur.
Het korte antwoord
De voorraad van een productiebedrijf kent drie stadia: grond- en hulpstoffen, onderhanden werk en gereed product. Zelfgemaakte producten waardeert u tegen vervaardigingsprijs: materiaal en directe kosten, eventueel met een redelijk deel van de indirecte kosten (art. 2:388 lid 2 BW). Is de opbrengstwaarde op balansdatum lager, dan waardeert u af. Kosten van leegstand horen niet in de voorraad.
Bijgewerkt op 30 oktober 2026
Kerngegevens
| Voorraadposten | Grond- en hulpstoffen, onderhanden werk, gereed product (art. 2:369 BW); klein en micro hoeven niet te splitsen |
| Kostprijs | Vervaardigingsprijs volgens art. 2:388 lid 2 BW; volgorde volgens art. 2:385 lid 2 BW |
| Afwaardering | Naar de opbrengstwaarde als die op balansdatum lager is (art. 2:387 lid 2 BW) |
Wat hoort in de vervaardigingsprijs?
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging zijn toe te rekenen. Daarbovenop mag u een redelijk deel van de indirecte kosten opnemen, en de rente op schulden over de periode van vervaardiging (art. 2:388 lid 2 BW).
| Kostensoort | In de vervaardigingsprijs? | Toelichting |
|---|---|---|
| Grondstoffen, onderdelen en hulpstoffen | Ja | Inkoopprijs plus bijkomende kosten zoals vracht en invoerrechten |
| Lonen van productiemedewerkers | Ja | Directe arbeid per order of serie |
| Afschrijving en onderhoud van machines en hal, productieleiding | Mag, voor een redelijk deel | Vaste indirecte kosten verdeelt u op basis van de normale capaciteit |
| Rente tijdens de vervaardiging | Mag | Met vermelding in de toelichting, behalve bij micro |
| Abnormale verspilling, opslag van gereed product, verkoopkosten | Nee | Last van het boekjaar (RJ 220, alinea 310) |
Normale capaciteit: leegstand is geen voorraad
Vaste indirecte productiekosten rekent u toe op basis van de normale capaciteit: de productie die u onder gewone omstandigheden gemiddeld over een aantal perioden haalt, rekening houdend met gepland onderhoud. Valt de productie lager uit, dan stijgt het bedrag per stuk niet; wat daardoor niet wordt toegerekend, is een last van de periode. Bij een abnormaal hoge productie daalt de toerekening per stuk juist (RJ 220, alinea 307).
Rekenvoorbeeld: een serie van 1.000 onderdelen
Een fictieve metaalbewerker maakt 1.000 onderdelen. De normale capaciteit is 1.200 stuks; de vaste indirecte productiekosten zijn € 12.000 per jaar.
| Post | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Materiaal | 1.000 × € 30 | € 30.000 |
| Directe lonen | 1.000 × € 10 | € 10.000 |
| Vaste indirecte kosten, toegerekend | 1.000 × (€ 12.000 : 1.200) | € 10.000 |
| Vervaardigingsprijs van de serie | € 50 per stuk | € 50.000 |
| Niet toegerekend wegens onderbezetting | € 12.000 − € 10.000 | € 2.000 last |
Op 31 december liggen er nog 200 onderdelen: 200 × € 50 = € 10.000. Van 40 stuks is de maatvoering achterhaald; zij brengen naar verwachting € 35 per stuk op. De afwaardering is 40 × (€ 50 − € 35) = € 600, zodat de voorraad gereed product op € 9.400 uitkomt. De € 2.000 en de € 600 drukken het resultaat van dit boekjaar.
Onderhanden werk of onderhanden project?
Halffabricaten van een serie die u voor eigen risico maakt, zijn onderhanden werk binnen de voorraden: u waardeert de gemaakte kosten en neemt pas winst bij levering. Bouwt u een machine op bestelling van één klant, dan is het een onderhanden project. Daarvoor geldt RJ 221: opbrengst en kosten naar rato van de voortgang, een verwacht verlies direct, en een eigen balanspost buiten de voorraden (RJ 221, alinea 301 en 407).
Tellen, volgorde en afwaardering
Tel op of rond balansdatum grondstoffen, halffabricaten en gereed product; de stappen staan bij voorraden waarderen. Voor gelijksoortige voorraden kiest u één regel: gewogen gemiddelde prijzen, fifo, lifo of een soortgelijke methode (art. 2:385 lid 2 BW). Beschadigde, verouderde of incourante voorraad en producten waarvan de verkoopprijs is gedaald, waardeert u per artikel af naar de opbrengstwaarde (art. 2:387 lid 2 BW; RJ 220, alinea 323).
Een grote rechtspersoon toont in het categoriale model de toe- of afname van de voorraad gereed product en onderhanden werk als aparte regel (art. 2:377 lid 3 BW, onder b). Klein en middelgroot mogen die post laten opgaan in het bruto-bedrijfsresultaat (art. 2:396 lid 4 BW, art. 2:397 lid 3 BW); in de beperkte winst-en-verliesrekening van een micro-rechtspersoon komt zij niet voor (art. 2:395a lid 5 BW).
Waar het bij maakbedrijven misgaat
- Het grondstofverbruik gelijkstellen aan de inkopen van het jaar, zonder begin- en eindvoorraad.
- Alle overhead, ook verkoop en administratie, over de voorraad uitsmeren.
- De opslag voor vaste kosten verhogen in een jaar met weinig orders.
Grootteklasse en fiscale grondslagen
De omvang van het bedrijf bepaalt de grootteklasse, niet het feit dat u produceert: reken haar na met de groottecriteria en toets met de controleplicht-check of accountantscontrole verplicht is. Een kleine rechtspersoon mag de voorraad ook waarderen volgens de fiscale grondslagen, mits zij alle fiscale grondslagen toepast en dat in de toelichting vermeldt (art. 2:396 lid 6 BW).
Wat BV's in deze sector deponeren
Maakbedrijven vallen in SBI-sectie C, industrie (SBI 10–33), van voedingsmiddelen tot machines. Ook reparatie en installatie van machines (SBI 33) hoort erbij.
| Balansklasse, boekjaar 2024 | Deponeringen | Solvabiliteit: p25 – mediaan – p75 | Current ratio: p25 – mediaan – p75 |
|---|---|---|---|
| Micro (balans tot en met € 450.000) | 5.755 | −24,1% – 36,3% – 74,8% | 0,71 – 1,54 – 3,67 |
| Klein (balans boven € 450.000 tot en met € 7,5 mln) | 7.234 | 25,3% – 49,9% – 72,3% | 1,23 – 1,89 – 3,41 |
| Middelgroot (balans boven € 7,5 mln tot en met € 25 mln) | 691 | 27,0% – 48,4% – 71,6% | 1,19 – 1,85 – 3,16 |
| Groot (balans boven € 25 mln) | 163 | 29,4% – 62,6% – 91,6% | 0,90 – 1,67 – 3,97 |
In balansklasse klein had sectie C over boekjaar 2024 een mediane solvabiliteit van 49,9%, lager dan de 73,4% van alle balansen in die klasse samen; de mediane current ratio was 1,89, lager dan landelijk (3,28). Het landelijke cijfer ligt hoog door de vele holdings.
De balansklasse volgt alleen het balanstotaal, niet de wettelijke grootteklasse. De dataset noemt geen rechtsvorm; het gaat om alle deponeringen in XBRL met deze SBI-sectie, vooral van BV's. Bron: KVK Handelsregister Open Dataset Jaarrekeningen, bewerking Jaarrekening.io, CC BY 4.0. Gegevens gedownload en verwerkt op 2 november 2026. Uitleg en alle sectoren: solvabiliteit per sector en current ratio per sector.
Wat Jaarrekening.io met uw kostprijs doet
Niets: calculatie en telling maakt u in uw eigen administratie of ERP-systeem. Daarna leest u de saldibalans in als XAF-auditfile of als Excel- of CSV-bestand. De AI stelt voor onder welke jaarrekeningpost elke grootboekrekening valt en schrijft concepten voor de toelichting, die u zelf controleert.
Bronnen
- Art. 2:369 BW: voorraden
- Art. 2:377 BW: winst-en-verliesrekening
- Art. 2:385 BW: kostprijsvolgorde
- Art. 2:387 BW: waardeverminderingen
- Art. 2:388 BW: verkrijgings- en vervaardigingsprijs
- Art. 2:395a BW: micro-rechtspersoon
- Art. 2:396 BW: kleine rechtspersoon
- Art. 2:397 BW: middelgrote rechtspersoon
- RJ-Uiting 2017-4: ontwerp-richtlijn 220 Voorraden
- RJ-Uiting 2020-15: Richtlijn 221 Onderhanden projecten
- Besluit actuele waarde
Veelgestelde vragen
Mag ik voorraad gereed product tegen de verkoopprijs waarderen?
Nee. De voorraad van een productiebedrijf staat tegen vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Waardering tegen actuele waarde is alleen voor agrarische voorraden toegestaan (art. 8 Besluit actuele waarde; RJ 220, alinea 301).
Moet ik indirecte kosten in de voorraad opnemen?
De wet verplicht tot de directe kosten en staat een redelijk deel van de indirecte kosten toe (art. 2:388 lid 2 BW). Pas uw keuze elk jaar op dezelfde manier toe (RJ 220, alinea 305). Wie geen micro-rechtspersoon is, zet haar ook uiteen in de toelichting.
Hoe verwerk ik een jaar waarin de fabriek half leeg stond?
Het deel van de vaste productiekosten dat u bij normale capaciteit wel, maar nu niet aan producten toerekent, is een last van het boekjaar en geen voorraad (RJ 220, alinea 307).
Wat is het verschil tussen onderhanden werk en een onderhanden project?
Onderhanden werk maakt u voor eigen rekening: het is voorraad tegen kostprijs, met winst bij verkoop. Een onderhanden project voert u uit voor een opdrachtgever en verwerkt u naar rato van de voortgang (RJ 221).
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten