Artikel 2:388 BW: wat de verkrijgingsprijs en vervaardigingsprijs omvatten
Artikel 2:388 BW definieert de kostprijs waartegen u activa waardeert: bij aankoop de inkoopprijs met bijkomende kosten, bij eigen productie de directe kosten, eventueel aangevuld met indirecte kosten en bouwrente.
Het korte antwoord
Artikel 2:388 BW bepaalt dat de verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs plus bijkomende kosten, en de vervaardigingsprijs uit de gebruikte grond- en hulpstoffen plus de direct toe te rekenen kosten. Een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over de bouwperiode mag erbij; activeert u rente, dan vermeldt de toelichting dat.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats in de wet | Afdeling 6 van Titel 9 |
| Verplicht | Inkoopprijs en bijkomende kosten (lid 1); grond- en hulpstoffen en directe kosten (lid 2) |
| Keuze | Een redelijk deel indirecte kosten en rente op schulden over de vervaardigingsperiode (lid 2) |
| Toelichting | Vermelden dat rente is geactiveerd; niet voor micro (art. 2:395a lid 6 BW) |
| Uitwerking | RJ 212 en RJ 220 (kostprijs), RJ 273 (rente), RJ 221 (projecten); RJk A2, B4 en B16 |
Lid 1: de verkrijgingsprijs
1. De verkrijgingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
Wat betekent dit. Wat u betaalt om het actief te krijgen en klaar te maken voor gebruik, hoort bij de verkrijgingsprijs: de koopprijs na kortingen, plus transport, installatie, invoerrechten, notariskosten en overdrachtsbelasting bij een pand. Btw die u kunt aftrekken hoort er niet bij; niet-aftrekbare btw wel (RJ 220.303 noemt terugvorderbare belastingen als uitzondering). Kosten die niet nodig waren om het actief te verwerven, zoals een training van het personeel of de verhuizing na ingebruikname, zijn gewone kosten. Een handelskorting of bonus die u waarschijnlijk krijgt, gaat er bij voorraad al af.
Lid 2: de vervaardigingsprijs
2. De vervaardigingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
Wat betekent dit. Maakt u een actief zelf, zoals voorraad gereed product, een eigen bedrijfshal of software voor eigen gebruik, dan bestaat de vervaardigingsprijs ten minste uit de materialen en de kosten die u rechtstreeks aan het product kunt koppelen: uren van eigen personeel, ingehuurde aannemers, vergunningen. Daarbij mag een redelijk deel van de indirecte productiekosten, zoals de afschrijving van de werkplaats of de leiding van de productie. Verkoopkosten horen er niet in, en overige overhead alleen voor zover die nodig was om het actief op zijn plaats en in zijn staat te krijgen (RJ 220.309).
Rente mag erbij zolang het actief in aanbouw is, mits de financiering aan de bouw is toe te rekenen. RJ 273.204 beperkt dat tot kwalificerende activa: activa waarvan de bouw of het gereedmaken noodzakelijkerwijs een aanzienlijke tijd vergt, en waarvan de toekomstige opbrengst de boekwaarde inclusief rente dekt. Kiest u ervoor, dan doet u het voor alle kwalificerende activa (RJ 273.206). Fictieve rente over eigen vermogen activeert u niet. De toelichting zegt dat rente is geactiveerd; RJ 273.302 vraagt bij middelgroot en groot ook het bedrag en de gebruikte rentevoet. Zie RJ 273 rentelasten.
Drie situaties waarin de verkrijgingsprijs niet het factuurbedrag is
- Aankoop in vreemde valuta. Een machine die u in dollars koopt, staat op het bedrag in euro tegen de koers van de transactiedatum. Een koersverschil tussen die datum en de betaling hoort bij de schuld, niet bij het actief (RJ 122; RJk A2, paragraaf 4). Een gemiddelde koers per week of maand mag als benadering.
- Investeringssubsidie. Een subsidie voor de aankoop van een actief mag u van de verkrijgingsprijs aftrekken of als vooruitontvangen bedrag onder de overlopende passiva zetten (RJ 274.112). Het resultaat over de gebruiksduur is in beide gevallen gelijk; de balans ziet er anders uit.
- Overname van een bedrijf. Neemt u een hele onderneming over, dan krijgt elk overgenomen actief als verkrijgingsprijs zijn reële waarde op de overnamedatum, en het restant van de koopsom is goodwill (RJ 216; artikel 2:386).
Kostprijs en toelichting per klasse
| Klasse | Wat geldt |
|---|---|
| Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers) | Lid 1 en 2 als waarderingsregel; geen vermelding van geactiveerde rente (art. 2:395a lid 6 BW) |
| Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers) | Alles; RJk A2.208 laat het aan u over of u vermeldt welke indirecte kosten u activeerde |
| Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers) | Alles; bij geactiveerde rente ook bedrag en rentevoet (RJ 273.302) |
| Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers) | Als middelgroot |
Kiest een micro- of kleine rechtspersoon fiscale grondslagen, dan volgt de kostprijs de fiscale regels. Artikel 2:388 is in deze drie boekjaren niet gewijzigd. RJ 273 is aangepast voor boekjaren vanaf 2026; RJ 212 vanaf 2025 en RJ 220 vanaf 2026. Voor onderhanden projecten, waar de vervaardigingsprijs een rol speelt bij de opbrengstverantwoording, zie RJ 221.
Casus: een machine kopen en een hal laten bouwen
Verpakkingsbedrijf De Kade BV (fictief, middelgroot) koopt in 2026 een snijmachine voor € 200.000 met 5% korting, betaalt € 3.000 transport, € 7.000 voor installatie en € 42.000 aftrekbare btw. Daarnaast laat zij van 1 maart tot 31 december 2026 een bedrijfshal bouwen, gefinancierd met een bouwlening van € 1.500.000 tegen 5%.
| Bestanddeel | Snijmachine (lid 1) | Bedrijfshal (lid 2) |
|---|---|---|
| Inkoopprijs na korting / materialen | € 190.000 | € 900.000 |
| Transport en installatie | € 10.000 | – |
| Eigen personeel op de bouw | – | € 150.000 |
| Aannemer | – | € 600.000 |
| Architect en vergunningen | – | € 80.000 |
| Redelijk deel indirecte kosten (projectleiding) | – | € 40.000 |
| Bouwrente: € 1.500.000 × 5% × 10/12 | – | € 62.500 |
| Aftrekbare btw | niet opgenomen | niet opgenomen |
| Kostprijs | € 200.000 | € 1.832.500 |
Controle: 190.000 + 10.000 = 200.000; 900.000 + 150.000 + 600.000 + 80.000 + 40.000 + 62.500 = 1.832.500. De toelichting vermeldt dat over de bouwperiode rente is geactiveerd: € 62.500 tegen 5%. Laat De Kade de rente buiten de vervaardigingsprijs, dan staat de hal op € 1.770.000 en drukt de rente in 2026 op het resultaat; zij moet dan wel voor al haar kwalificerende activa dezelfde keuze maken. De afschrijving op de hal begint bij ingebruikname in januari 2027 (artikel 2:386).
Fouten in de kostprijs
- Aftrekbare btw meenemen in de kostprijs.
- Verkoopkosten of algemene kantoorkosten als indirecte productiekosten activeren.
- Rente blijven activeren nadat het actief gereed is voor gebruik.
- Rente activeren bij het ene project en niet bij het andere vergelijkbare project.
- Geactiveerde rente niet vermelden in de toelichting, terwijl lid 2 daarom vraagt.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wat valt onder de verkrijgingsprijs van een actief?
De inkoopprijs en de bijkomende kosten (art. 2:388 lid 1 BW): de koopprijs na kortingen, plus onder meer transport, installatie, invoerrechten, notariskosten en overdrachtsbelasting. Btw die u kunt aftrekken, hoort er niet bij.
Mag ik rente activeren tijdens de bouw van een pand?
Ja. In de vervaardigingsprijs mag de rente op schulden worden opgenomen over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend (art. 2:388 lid 2 BW). De RJ beperkt dat tot kwalificerende activa en vraagt het dan voor alle kwalificerende activa te doen. De toelichting vermeldt dat rente is geactiveerd.
Welke indirecte kosten mogen in de vervaardigingsprijs?
Een redelijk deel van de indirecte productiekosten, zoals de afschrijving van de werkplaats en de leiding van de productie (art. 2:388 lid 2 BW). Verkoopkosten horen er niet in; andere overhead alleen voor zover die nodig was om het actief op zijn plaats en in zijn staat te krijgen.
Mag ik rente over eigen vermogen activeren?
Nee. Artikel 2:388 lid 2 BW spreekt van rente op schulden. Een berekende vergoeding over eigen vermogen mag niet in de vervaardigingsprijs worden opgenomen.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten