Kennisbank

Balans opstellen: wettelijke indeling, modellen en een uitgewerkt voorbeeld

De balans laat zien wat een rechtspersoon op de balansdatum bezit en hoe dat is gefinancierd. De wet schrijft de hoofdindeling voor; het model en de mate van detail hangen af van de grootteklasse.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

De balans geeft de grootte en samenstelling van het vermogen aan het einde van het boekjaar weer. Aan de actiefzijde staan vaste en vlottende activa, aan de passiefzijde eigen vermogen, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Een BV gebruikt model A of B uit het Besluit modellen jaarrekening; een kleine BV mag ook model C of D kiezen.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Wettelijke basisart. 2:362 lid 2 BW (functie), art. 2:364 BW (hoofdindeling), art. 2:365 tot en met 2:376 BW (posten)
ModellenA of B voor BV en NV; ook C of D bij een kleine rechtspersoon (art. 1 Besluit modellen jaarrekening)
Vergelijkende cijfersBij elke post zoveel mogelijk het bedrag van het vorige boekjaar (art. 2:363 lid 5 BW)
OpenbaarMicro en klein een beperkte balans; middelgroot een vereenvoudigde; groot de volledige

Wat de wet van de balans vraagt

De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten aan het einde van het boekjaar weer (art. 2:362 lid 2 BW). Het is een momentopname; wat er in het jaar is gebeurd, staat in de winst-en-verliesrekening.

Bovenaan de balans vermeldt u of de bestemming van het resultaat erin is verwerkt. Is dat niet zo, dan staat het resultaat van het boekjaar als afzonderlijke post in het eigen vermogen (art. 2:362 lid 2 BW en art. 2:373 lid 1 BW).

Twee regels beperken uw vrijheid in de opzet. Activa en passiva mag u niet tegen elkaar wegstrepen als de wet afzonderlijke posten voorschrijft (art. 2:363 lid 2 BW). En de indeling mag alleen om gegronde redenen afwijken van die van het voorgaande jaar; het verschil licht u toe (art. 2:363 lid 4 BW).

De hoofdindeling: wat staat waar

Het onderscheid tussen vast en vlottend hangt af van de bestemming: dient een actief de werkzaamheid duurzaam, dan is het een vast actief (art. 2:364 lid 1 BW).

HoofdpostWat valt eronderArtikel
Immateriële vaste activaOntwikkelingskosten, concessies, vergunningen en intellectuele eigendom, gekochte goodwillart. 2:365 BW
Materiële vaste activaBedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen zoals inventarisart. 2:366 lid 1 BW
Financiële vaste activaDeelnemingen, langlopende vorderingen op groepsmaatschappijen, overige effectenart. 2:367 BW
VoorradenGrond- en hulpstoffen, onderhanden werk, gereed product en handelsgoederenart. 2:369 BW
VorderingenHandelsdebiteuren, vorderingen op groepsmaatschappijen, overige vorderingen, overlopende activaart. 2:370 BW
Effecten en liquide middelenKortlopende beleggingen; kasmiddelen en tegoeden op bankrekeningenart. 2:371 en 2:372 BW
Eigen vermogenGeplaatst kapitaal, agio, herwaarderings-, wettelijke, statutaire en overige reserves, niet verdeelde winstart. 2:373 lid 1 BW
VoorzieningenVerplichtingen die waarschijnlijk of zeker zijn, maar waarvan omvang of moment onzeker isart. 2:374 lid 1 BW
SchuldenLeningen, schulden aan banken en leveranciers, belastingen en premies, overlopende passivaart. 2:375 lid 1 BW

De waardering per post staat bij materiële vaste activa, voorraden, vorderingen, eigen vermogen en voorzieningen.

Model A of model B

Het Besluit modellen jaarrekening geeft de BV en de NV twee modellen voor de balans. Model B zet actief en passief naast elkaar, met aan beide zijden hetzelfde totaal. Model A is de staffelvorm: onder de vlottende activa trekt u de kortlopende schulden af, zodat de uitkomst van vlottende activa min kortlopende schulden zichtbaar wordt. Daarna volgen de langlopende schulden, de voorzieningen en het eigen vermogen.

Een kleine rechtspersoon mag ook de beknoptere modellen C of D gebruiken. Voor micro-rechtspersonen geldt het besluit niet; zij volgen de opsomming in art. 2:395a lid 4 BW. Een post zonder bedrag laat u weg, tenzij er voor het voorgaande jaar een bedrag moet worden vermeld (art. 4 Besluit modellen jaarrekening).

Uitgewerkt voorbeeld: de balans van een kleine BV

Een installatiebedrijf stelt de balans per 31 december 2025 op, vóór resultaatbestemming. Alle bedragen in dit voorbeeld zijn fictief.

Actief€Passief€
Materiële vaste activa85.000Geplaatst kapitaal1.000
Voorraden40.000Overige reserves94.450
Vorderingen120.000Resultaat boekjaar44.550
Liquide middelen65.000Voorzieningen10.000
Langlopende schulden60.000
Kortlopende schulden100.000
Totaal310.000Totaal310.000

Het eigen vermogen is € 1.000 + € 94.450 + € 44.550 = € 140.000. In model A leest u dezelfde cijfers anders. De vlottende activa zijn € 40.000 + € 120.000 + € 65.000 = € 225.000. Na aftrek van € 100.000 kortlopende schulden blijft € 125.000 over: het werkkapitaal. Activa min kortlopende schulden is € 210.000, en dat bedrag is gefinancierd met € 60.000 langlopende schulden, € 10.000 voorzieningen en € 140.000 eigen vermogen.

De banklening is in totaal € 80.000. Daarvan lost de BV in 2026 € 20.000 af. Dat deel heeft een resterende looptijd van ten hoogste een jaar en telt dus niet mee bij de schulden die langer dan een jaar lopen (art. 2:375 lid 2 BW). Een middelgrote of grote rechtspersoon vermeldt de aflossing van het volgende boekjaar bovendien afzonderlijk (art. 2:375 lid 6 BW).

Detail en openbaarmaking per grootteklasse

OnderdeelMicroKleinMiddelgrootGroot
Vereisten: twee van de drie, op twee opeenvolgende balansdata (boekjaren vanaf 1-1-2024)activa ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemersactiva ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemersactiva ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemersTen minste twee grenzen voor middelgroot overschreden
Balans opstellenVaste en vlottende activa, eigen vermogen als één post, voorzieningen, schulden als één post met looptijd tot en boven een jaar (art. 2:395a lid 4 BW)Hoofdindeling van art. 2:364 met het eigen vermogen uitgesplitst (art. 2:396 lid 3 BW); model C of D magVolledig, model A of BVolledig, model A of B
Balans openbaar makenDe beperkte balans (art. 2:395a lid 8 BW)De beperkte balans met toelichting (art. 2:396 lid 8 BW)Vereenvoudigd volgens art. 2:397 lid 5 BWVolledig
Overlopende postenMogen voor de overige bedrijfskosten achterwege blijven, met vermelding onderaan de balans (art. 2:395a lid 3 BW)OpnemenOpnemenOpnemen

Veelgemaakte fouten

  • Salderen. Een debiteur met een creditsaldo is een schuld, een crediteur met een debetsaldo een vordering. Het boekhoudpakket toont ze vaak gesaldeerd.
  • Het aflossingsdeel vergeten. Wat u het komende jaar op een lening aflost, is geen schuld met een looptijd van meer dan een jaar meer.
  • De rekening-courant met de aandeelhouder verstoppen. Vorderingen uit leningen en voorschotten aan aandeelhouders worden afzonderlijk vermeld (art. 2:370 lid 1 onder e BW); zie rekening-courant DGA.
  • Een waardedaling als voorziening boeken. Die verwerkt u op het actief zelf (art. 2:374 lid 2 BW).
  • Balanstotaal en eigen vermogen verwisselen. Voor de grootteklasse telt de waarde van de activa, niet het eigen vermogen.

Sluit de balans niet, volg dan de balans klopt niet. Is het eigen vermogen negatief, lees dan negatief eigen vermogen.

De balans in Jaarrekening.io

In Jaarrekening.io ontstaat de balans uit de saldibalans die u inleest: elke grootboekrekening wordt gekoppeld aan een wettelijke post en de bedragen tellen volgens vaste rekenregels op. De cijfers van vorig jaar haalt u op uit de gedeponeerde jaarrekening bij de KvK, uit een pdf of uit de saldibalans van dat jaar; controleer wat is overgenomen.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een balans en een saldibalans?

De saldibalans is een lijst van alle grootboekrekeningen met hun saldo. De balans bevat alleen de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden, ingedeeld in de wettelijke posten.

Stel ik de balans vóór of na winstbestemming op?

Beide mag. De balans mag het vermogen weergeven met inachtneming van de bestemming van de winst, of van het voorstel daartoe zolang die niet vaststaat. Bovenaan vermeldt u welke keuze is gemaakt (art. 2:362 lid 2 BW).

Wat doe ik als activa en passiva niet gelijk zijn?

Controleer eerst of debet en credit in de saldibalans gelijk zijn en of het resultaat is meegenomen in het eigen vermogen. Zoek daarna naar rekeningen die nog niet aan een post zijn gekoppeld.

Mag een negatief eigen vermogen op de balans staan?

Ja, de balans moet de werkelijke stand tonen. Een negatief eigen vermogen vraagt wel om een oordeel over de continuïteit en om een toelichting als die twijfelachtig is (art. 2:384 lid 3 BW).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten