Artikel 2:364 BW: de hoofdindeling van de balans
Artikel 2:364 BW legt het geraamte van elke balans vast: welke activa vast en welke vlottend zijn, en in welke hoofdgroepen de passiva uiteenvallen.
Het korte antwoord
Artikel 2:364 BW verdeelt de activa in vaste activa (bestemd om de onderneming duurzaam te dienen) en vlottende activa. De vaste activa splitst u in immateriële, materiële en financiële; de vlottende in voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen en overlopende activa. De passiva bestaan uit eigen vermogen, voorzieningen, schulden en overlopende passiva.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
Kerngegevens
| Plaats | Afdeling 3, § 1 (Hoofdindeling van de balans) |
| Huidige tekst sinds | 1 januari 1984 (Stb. 1983, 663): ongewijzigd sinds de invoering van Titel 9 |
| Boekjaren | De hoofdindeling is voor 2025, 2026 en 2027 dezelfde |
| Uitwerking | RJ 190.201–190.210 (vast of vlottend), RJ 224 en 258 (overlopende posten); RJk A2.105–A2.106 |
Lid 1: vast of vlottend
1. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon al of niet duurzaam te dienen.
Wat betekent dit
Het criterium is de bestemming van het actief, niet het soort ding. Een bestelbus waarmee de BV haar klanten bedient, is een vast actief. Dezelfde bus in de showroom van een autobedrijf is voorraad. Vast is wat langer dan één productie- of dienstverleningscyclus in de onderneming blijft werken (RJ 190.205). Vlottend is wat u binnen de normale bedrijfscyclus verkoopt of verbruikt, wat u kort aanhoudt om te verkopen, en geld (RJ 190.206; RJk A2.106).
Bij vorderingen helpt de looptijd. Een lening die u voor vijf jaar aan een afnemer verstrekt, is een financieel vast actief; wordt een deel binnen twaalf maanden opeisbaar, dan vermeldt u dat apart of zet u dat deel onder de vlottende activa, en u zegt welke keuze u maakte (RJ 190.207). De bedoeling van het bestuur telt ook mee (RJ 190.209). Het onderscheid dient het inzicht in de liquiditeit: vlottende activa en kortlopende schulden samen tonen het werkkapitaal.
Lid 2 en 3: de groepen binnen de activa
2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de overlopende activa.
Wat betekent dit
Dit zijn de rubrieken die u terugziet als de Romeinse cijfers in het Besluit modellen jaarrekening. Elke groep heeft een eigen artikel: immaterieel, materieel, financieel en de vlottende activa.
Overlopende activa zijn bedragen die u vooruit hebt betaald voor kosten van een volgend jaar, zoals een verzekeringspremie of een abonnement, en baten van dit jaar die u nog moet ontvangen, zoals rente. U mag ze bij de vorderingen zetten of als eigen post, ook na de liquide middelen (art. 12 lid 1 Besluit modellen jaarrekening). RJ 224.105 raadt een eigen post alleen aan als het bedrag van betekenis is.
Lid 4: de passiva
4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva.
Wat betekent dit
Vier groepen: eigen vermogen, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Die laatste zijn vooruit ontvangen bedragen voor een volgend jaar en kosten van dit jaar die u nog moet betalen, zoals een factuur voor december die in januari binnenkomt. Ook die mogen bij de kortlopende schulden staan. Het verschil met een voorziening: bij een overlopend passief staan bedrag en tijdstip vast, bij een voorziening is een van beide onzeker.
De uitzondering voor micro
3. Het bepaalde in leden 3 en 4 van artikel 364 met betrekking tot de overlopende activa en passiva is niet van toepassing voor de overige bedrijfskosten bedoeld in artikel 377 lid 3 onder j. De rechtspersoon vermeldt het feit dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen onderaan de balans.
Een microrechtspersoon mag voor de overige bedrijfskosten zonder overlopende posten werken: een vooruitbetaalde huur of een nog te betalen energierekening hoeft dan niet op de balans. Kiest zij daarvoor, dan staat onder de balans dat er geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen (RJk M1.302). Voor lonen, rente en omzet blijft toerekening gelden.
Casus: twaalf auto's, twee bestemmingen
Kade Mobiliteit BV (fictief) verhuurt auto's en verkoopt gebruikte exemplaren. Op 31 december 2025 heeft zij twaalf auto's: acht in de verhuurvloot en vier in de showroom te koop. Verder heeft zij een lening van € 90.000 aan een franchisenemer, waarvan € 30.000 in 2026 wordt afgelost, een vooruitbetaalde verzekeringspremie van € 6.000, debiteuren van € 41.000 en € 55.000 op de bank.
| Actief | Bestemming | Plaats op de balans | Bedrag |
|---|---|---|---|
| 8 verhuurauto's | Duurzaam in gebruik | Materiële vaste activa | € 224.000 |
| Lening franchisenemer, deel na 2026 | Langlopende financiering | Financiële vaste activa | € 60.000 |
| 4 auto's in de showroom | Verkoop in de normale cyclus | Voorraden | € 124.000 |
| Aflossing 2026 op de lening | Binnen twaalf maanden opeisbaar | Vorderingen | € 30.000 |
| Debiteuren | Verkoop en verhuur | Vorderingen | € 41.000 |
| Vooruitbetaalde premie | Kosten van 2026 | Overlopende activa | € 6.000 |
| Banktegoed | Geld | Liquide middelen | € 55.000 |
| Totaal activa | € 540.000 |
Vaste activa samen € 284.000, vlottende activa € 256.000. Kade had de hele lening ook onder de financiële vaste activa mogen laten staan, met de vermelding dat € 30.000 binnen een jaar opeisbaar is. Zet zij een auto uit de vloot in de showroom omdat zij hem gaat verkopen, dan verandert de bestemming; de boekwaarde gaat dan van de materiële vaste activa naar de voorraad.
Is Kade een microrechtspersoon, dan toont zij alleen de totalen vaste en vlottende activa (art. 2:395a lid 4 BW). Als kleine rechtspersoon splitst zij de rubrieken zoals in de tabel, waarbij vorderingen en overlopende activa in model C één post mogen zijn.
Per grootteklasse
| Klasse | Wat geldt |
|---|---|
| Micro | Alleen lid 1: vaste en vlottende activa als totaal, met apart de geactiveerde oprichtingskosten en de opgevraagde stortingen; aan de passiefzijde eigen vermogen, voorzieningen en schulden als één post per groep (art. 2:395a lid 4 BW). Overlopende posten voor overige bedrijfskosten mogen vervallen (lid 3). |
| Klein | Het hele artikel (art. 2:396 lid 3 BW): de drie groepen vaste activa en de vijf groepen vlottende activa, en de vier groepen passiva. |
| Middelgroot | Het hele artikel, ook in de openbaar gemaakte balans (art. 2:397 lid 5 BW). |
| Groot | Het hele artikel. |
Veelgemaakte fouten
- Indelen op levensduur in plaats van op bestemming. Een duurzaam ding dat u verkoopt, is voorraad.
- Het deel van een langlopende lening dat binnen een jaar wordt afgelost, ongemerkt onder de financiële vaste activa laten staan.
- Een rekening-courant met de aandeelhouder zonder aflossingsafspraak als langlopende vordering presenteren, terwijl zij op elk moment opeisbaar is.
- Overlopende posten weglaten omdat de factuur pas in het nieuwe jaar kwam. Alleen micro mag dat, en alleen voor overige bedrijfskosten.
- Een zekere schuld met vast bedrag als voorziening boeken. Bedrag en tijdstip bekend betekent: schuld of overlopend passief.
Zo werkt het bij Jaarrekening.io
Kiest een microrechtspersoon ervoor de overlopende posten voor overige bedrijfskosten weg te laten, dan zet Jaarrekening.io de vereiste zin onder de balans, in de opgemaakte en in de openbaar gemaakte versie en in het XBRL-bestand.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa?
Vaste activa zijn bestemd om de onderneming duurzaam te dienen, langer dan één productie- of dienstverleningscyclus: gebouwen, machines, software, deelnemingen, langlopende leningen. Vlottende activa verkoopt of verbruikt u binnen de normale cyclus, of het is geld: voorraden, vorderingen, kortlopende effecten, liquide middelen en overlopende activa (art. 2:364 BW).
Is een auto een vast of een vlottend actief?
Dat hangt af van de bestemming. Een auto die de onderneming zelf gebruikt, is een materieel vast actief. Een auto die een autobedrijf te koop heeft staan, is voorraad en dus vlottend. Verandert de bestemming, dan verschuift het actief van rubriek.
Moet een microrechtspersoon overlopende posten opnemen?
Niet voor de overige bedrijfskosten, zoals huur, energie en abonnementen (art. 2:395a lid 3 BW). Dan vermeldt zij onderaan de balans dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen. Voor andere posten, zoals lonen, rente en omzet, blijft toerekening aan het juiste jaar wel nodig.
Waar staan de overlopende activa op de balans?
Onder de vorderingen of als eigen post onder de vlottende activa (art. 2:364 lid 3 BW). Het Besluit modellen jaarrekening staat ook een plaats na de liquide middelen toe. De RJ raadt een eigen post alleen aan als het bedrag van betekenis is.
Lees ook
Klaar voor uw jaarrekening?
Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.
Gratis starten